FD | ‘Het is terecht dat het toezicht op de trustsector strenger is geworden’

Gaby de Groot, Sonny Motké | Financieel Dagblad

trustsector-branchevereniging Holland Quaestor Jan van der Kolk | Tammy  Nerum-FD

De trustsector heeft de afgelopen jaren grote veranderingen doorgemaakt. Waar kantoren aanvankelijk in de luwte opereerden, kwamen ze door de maatschappelijke discussie over belastingontwijking en publicaties als de Panama Papers in de spotlights te staan.

In het kort

  • Jan van der Kolk is vier jaar voorzitter van trustsector-branchevereniging Holland Quaestor.
  • De ex-KPMG adviseur pleit voor strengere richtlijnen, en meer openheid in de sector.
  • Niet iedereen volgt Van der Kolk: het aantal leden van Holland Quaestor is gedaald.

Onder meer strengere wetgeving en harder optreden van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) hebben geleid tot een halvering van het aantal trustkantoren in de afgelopen zeven jaar. Momenteel zijn er minder dan honderd over.

De aandacht heeft niet geleid tot minder negatieve berichtgeving. Zo kwam een trustkantoor recent in het nieuws vanwege mogelijke betrokkenheid bij een smeergeldbetaling rond Braziliaans bouwbedrijf Odebrecht. Een ander kantoor verloor het hoger beroep tegen DNB, dat de trustvergunning had ingetrokken vanwege een nog lopend strafrechtelijk onderzoek.

Dit laatste kantoor, Blaustein uit Amersfoort, verdedigde zich onder meer met het feit dat het als een van de eerste bedrijven het keurmerk voert dat door Holland Quaestor in het leven was geroepen.

‘Buitengewoon ongelukkig’, zegt Jan van der Kolk, sinds september 2016 voorzitter van de branchevereniging voor trustkantoren. Het was volgens de oud-KMPG-partner direct aanleiding voor aanscherping van de keurmerkcriteria, inclusief een verplichtstelling voor leden om het keurmerk te voeren. Dat leidde echter weer tot een vertrek van veel leden die daar niet aan konden of wilden voldoen.

U komt zelf niet uit de trustsector. Waarom bent u hun voorman geworden?

‘Het was tijd voor een onafhankelijk iemand, die van buiten komt met een frisse blik. Daar kwam bij dat met een directeur van een groot trustkantoor als voorzitter uiteindelijk ook een ‘concurrent’ voor de troepen staat. En het werd een zware job, in een tijd die vraagt om veranderingen.’

‘Aan de berichtgeving rond trusts zit menigmaal een negatief randje. Ik heb gezegd dat ik deze functie wilde doen, maar er wel heel veel moet veranderen. Om het beeld te kantelen moest de sector flink zijn huiswerk doen.’

Wat was het belangrijkste dat moest veranderen?

‘We moesten veel meer een op kwaliteit en professionaliteit gerichte vereniging worden. En daar niet te zachtzinnig in zijn. Zo zijn we richtlijnen gaan maken voor bijvoorbeeld risicoanalyse en klantacceptatie. En mensen van buiten betrekken, bijvoorbeeld kijken hoe banken het doen. Leden vonden het altijd griezelig om informatie te delen, ook onderling. Dat gebeurt nu meer.’

‘Ik heb met het bestuur een strategie opgesteld en gezegd: dit is het of anders doe ik het niet. Ik denk dat in het verleden trustkantoren iets te makkelijk omgingen met het accepteren van klanten, of iets te makkelijk meegingen in belastingconstructies. Maar vanaf dag één heb ik gezegd: dat is allemaal tot uw dienst, maar bij trustkantoren rust de verantwoordelijkheid om antwoord te geven op de vraag of je dat ook wilt doen. Dus je niet verschuilen achter de klant, of achter de belastingadviseur.’

En daar waren alle leden het mee eens?

‘De strategie is unaniem aangenomen op de ledenvergadering. Maar we hebben daardoor ook leden verloren. Die zeiden dat het toch allemaal best wat geld kost. En de regels vanuit de vereniging zijn toch wel streng en voor een belangrijk deel bovenwettelijk.’

Het aantal leden is in een paar jaar tijd fors gedaald van 40 naar 17 nu. Voelt u zich nog wel dé vertegenwoordiger van de sector?

‘Als je kijkt naar onze leden, dan zijn dat alle grote kantoren, en bijna alle middelgrote kantoren Er is inderdaad een hele staart met kleintjes die geen lid zijn, maar qua ‘omvang’ zitten we nog steeds op circa 75% marktaandeel.’

Het keurmerk bestaat inmiddels ook niet meer. Hoe kan dat?

‘Door twee dingen. Allereerst hebben we in 2018 een vernieuwde Wet toezicht trustkantoren gekregen, waarin een aantal dingen zijn overgenomen die al in ons keurmerk zaten. Daarnaast hadden we zelf een groot aantal nieuwe richtlijnen ontwikkeld, die verder gingen dan de keurmerkcriteria. Toen vonden we het een goed moment om het anders te gaan doen. Met bijvoorbeeld een extern samengestelde commissie die toeziet op die richtlijnen.’

Door de strengere wetgeving lijken er ook meer partijen te zijn die zonder trustvergunning werken. Hoe kijkt u tegen deze ontwikkeling aan?

‘Die ontwikkeling zie ik en we zijn dan ook erg blij met het onderzoek dat het ministerie doet naar illegale trustdienstverlening. We hebben tegen DNB al gezegd beter om te gaan met het toenemend aantal signalen hierover. En we bevorderen bij onze leden om het te melden, wat ook anoniem kan. Zij zien soms wel waar een vertrekkende klant naartoe verdwijnt.’

‘Ik vang signalen op vanuit de leden dat het aantal klanten bij hen daalt vanwege de toenemende regelgeving. Voor de bedrijfsvoering is dat overigens geen probleem, omdat er steeds meer te doen is per klant. De toegenomen complexiteit leidt ook tot hogere facturen.’

Wordt de sector inmiddels weer als ‘normaal’ beschouwd? Een paar jaar geleden trokken banken hun handen nog af van nieuwe trustklanten.

‘Ik hoop het. Onze leden zijn in mijn optiek ‘volwassener’ geworden, maar we zijn er nog niet, in alle eerlijkheid. Ik hoop dat we duidelijk kunnen maken dat we een nuttige rol vervullen in de BV Nederland. Ik merk ook op dat er een verschuiving plaatsvindt naar meer diensten, die niet belasting gedreven zijn, en waar weinig risico’s van ontduiking aan kleven.’

‘Het is terecht dat het toezicht op onze sector streng is, gelet op de poortwachtersfunctie. Maar soms denk je wel eens: er is sprake van een groot contrast. Bij DNB houden vijftien man toezicht op honderd trustkantoren; dat is ten minste een factor twintig keer zo groot als bij andere sectoren.’

Heeft de sector de afgelopen jaren blijk gegeven van een zelfreinigend vermogen?

‘Als ik zie hoe we de hele strategie hebben uitgevoerd en hoe de leden daarin meegingen, zeg ik ja.’

En uw eigen rol daarin, had u het gevoel dat u de sector als een oester moest openbreken?

‘Nee, dat gevoel had ik niet. Misschien ook omdat ik aan het begin een duidelijke strategie heb neergezet, met uitleg hoe dat te bereiken. Ik moest wel helpen met verduidelijken waarom de luiken naar buiten toe open moesten, ook naar DNB.’

‘Maar daar moet een trustkantoor niet bang voor zijn, dat moet het bedrijf gewoon doen. We moeten staan voor onze zaak, dat moeten we toch niet achter een schutting verbergen?’

Bron: Financieel Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *