Eindexamens trappen af met M&O

examenWILLEMSTAD — Vandaag zijn de examens weer begonnen. De gymzalen zijn weer omgebouwd tot klaslokalen, waarbij doodse stilte verplicht is. Op het Radulphus College verzamelden de eindexamenkandidaten zich in de spelzaal die is vernoemd naar oud-gymdocent Randy Hollander. Steven Claes, docent M&O, surveilleerde het eerste uur. Zijn eerste indruk is dat het examen goed te doen was.

“Er zaten geen verrassingen in.
Het leek op de examenoefeningen die we de voorgaande jaren met de leerlingen hebben gemaakt.
De vragen waren van dezelfde aard.
Ik verwacht een hoog slagingspercentage”

, vertelt de docent met een Belgische tongval.
Het examen bestaat uit dertig vragen waarvoor de leerlingen maximaal 61 punten kunnen behalen.

Zo kregen de havisten een opgave over de boekenbranche die gebukt gaat onder tegenvallende verkopen.
Zo wordt onder andere de opkomst van onlineboekverkopers als Bol.com genoemd als oorzaak voor de teruglopende boekverkopen in de boekwinkels.
Voor een punt moesten de leerlingen een kostennadeel van een boekwinkel ten opzichte van de onlineboekverkopers noemen.

Een vraag is Claes bijgebleven.

“Er was een lange opgave met heel veel extra informatie die niet noodzakelijk was om de vragen te kunnen maken.
Ik vond het een mooie oefening waarbij de leerlingen het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken moeten maken”

, vertelt de M&O-docent.
Later, in een bedrijfsomgeving, zullen de nu leerlingen maar straks werknemers, ook overladen worden met informatie.
De kunst is om de essentiële gegevens te kunnen filteren en deze weer aan anderen te kunnen overbrengen.
Claes geeft een voorbeeld:

“Jaarverslagen staan ook boordevol informatie.
Niet alles is relevant.
Als een werknemer aan de baas moet vertellen hoe het verkoopproces loopt, moet hij enkel die informatie eruit halen.
De rest is niet noodzakelijk.”

Naar zijn mening lag de nadruk in dit examen op de berekeningen en minder op het theoretische gedeelte.

“Ik zou het anders gedaan hebben.
Ik vind het ook belangrijk dat de leerlingen de achterliggende theorie kennen.
Je kunt een berekening maken en daar rolt dan een getal uit, maar je moet het getal ook kunnen verklaren in normale woorden.”

Een toets met een fifty fifty verhouding theorie/berekeningen heeft daarom zijn voorkeur.
De Belg beleef dit jaar zijn tweede jaar op het Radulphus College.
Volgens hem is het onderwijs op Curaçao vergelijkbaar met dat in België.

“Maar de kinderen zijn beleefder hier.
Dat mag ook eens gezegd worden.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *