Amigoe | ‘Beroep omwonenden flatgebouw Pietermaai ongegrond’

Pietermaai-Jewel-Investments

De rechter bezocht het flatgebouw op 3 juni.

WILLEMSTAD — Rechter Inge Laurijssens oordeelt in haar vonnis dat het beroep van vijf omwonenden van het flatgebouw in Pietermaai, in de LAR-zaak tegen het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP), ongegrond is.

Het gaat hier om een inmiddels bijna voltooid gebouw, op het terrein naast nummer 28, waar voorheen een buurtparkje was. De omwonenden eisten dat de door de overheid verstrekte bouwvergunning voor het pand vernietigd wordt. De rechter meent dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling.

Het betreft hier een uitspraak in de tweede rechtszaak die door de omwonenden werd aangespannen. Bij de behandeling van de zaak op 27 mei stelde de raadsman die het Land vertegenwoordigt in zijn verweer dat het betoog van de omwonenden – als zou de vergunning strijdig zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur en de wettelijke EOP-bepalingen – ‘geen doel treft en niet gevolgd dient te worden’ en dat het beroep om deze treden ongegrond dient te worden verklaard.

De rechter meent in haar uiteenzetting dat de verweerder, het Land, gemotiveerd verweer heeft gevoerd, waarbij de raadsman van de derde belanghebbende liet weten zich geheel aan te sluiten bij hetgeen de VVRP-minister heeft aangevoerd.

De projectontwikkelaar Jewel Investment and Management Group NV, als ontwikkelaar en eigenaar van het gebouw, was in deze zaak als derde belanghebbende aangemerkt.

Zoals eerder door de Amigoe gemeld bracht de rechter op 3 juni in het kader van haar onderzoek een bezoek aan Pietermaai om het gebouw op locatie te bekijken.

Het bouwplan ‘voorziet het oprichten van een flatgebouw, bestaande uit drie woonlagen met dakopbouw voor vijf appartementen en een parkeergarage, op twee percelen in het gebied Pietermaai Smal’.

De omwonenden gingen vorig jaar in verweer tegen de start van de bouwwerkzaamheden, door een gang naar de rechter in te zetten. In een verzoek tot voorlopige voorzieningen (een vorm van kort geding, red.) op 17 april 2013 kregen zij gelijk tegen het Land, ofwel het VVRP-ministerie.

De oorspronkelijke bouwvergunning werd door de rechter geschorst, waarbij de rechter vorig jaar het onder andere bewezen achtte dat het parkje door de wijkbewoners gebruikt werd, en als beschermd stadsgezicht gezien moest worden.

Het ministerie heeft vervolgens de door de rechter geschorste vergunning ingetrokken om daarna op 31 mei 2013 een nieuwe bouwvergunning te verstrekken. De omwonenden hebben hierop gemeend dat dit een ‘een handige truc van de overheid was om een rechterlijke uitspraak te omzeilen, om een ontwikkelaar in dezen te accommoderen’.

Aan de hand hiervan heeft de raadsman van de omwonenden, Achim Henriquez, gemeend dat de bouwvergunning voor het pand verleend zou zijn in strijd met een aantal beginselen van behoorlijk bestuur.

In het vonnis van vandaag overweegt de rechter als volgt:

“Verder heeft het VVRP zich bij het nemen van de bestreden beschikking (het verlenen van de bouwvergunning, red.) laten leiden door het advies zoals neergelegd in het memo van 3 juni 2013 met als onderwerp ‘Toetsing bouwaanvraag Pietermaai’ – hierna als advies aangegeven – dat verweerder ten grondslag heeft kunnen leggen.”

Het advies is op 3 juni gedateerd, daarmee is het advies enkele dagen later gelegen dan de datum van de bouwvergunning van 31 mei.

De rechter achtte het betoog van het VVRP-ministerie, dat het onderhavige bouwplan voor wat betreft de perceelindeling, de bouwhoogte, de gevelbreedte, gevelindeling en gevelgeleiding, het bouwmateriaal, de dakvorm en aard van dakbedekking, voldoet aan de bouwvoorschriften van artikel 16 en artikel 22 van de Bouw- en Woningverordening (BWV) en aan artikel 4, lid 4 van het EOP sluitend, ‘waardoor er geen gronden zijn om de bestreden bouwvergunning te weigeren’.

“Verweerder heeft gewezen op het bepaalde in artikel 4, lid 2, sub c, laatste volzin, van het EOP waarbij een afwijkingsmogelijkheid wordt geboden in geval niet monumenten”,

aldus de rechter in haar beoordeling. Zij haalt tevens aan dat het Land er op wees dat in de Curaçaose wetgeving ‘geen recht op uitzicht is opgenomen’.

“Naar mening van verweerder hebben de eisers hun stelling van ontsiering van de Binnenstad en overschrijding van de perceelgrenzen niet onderbouwd.

De conclusie van de verweerder is dat het bouwplan voldoet aan het geldend toetsingskader bestaande uit de BWV, het EOP, de toelichting op het EOP, het Memorandum van Wenen, aanbevelingen van de Unesco, het ‘Stedenbouwkundig Plan Pietermaai Smal’ en het Monumentenplan”,

aldus een samenvatting van een gedeelte van het verweer van het Land. De rechter omschrijft het gebouw als nieuwbouw dat modern oogt:

“Daarmee is evenwel niet gezegd dat het ook ontsierend is of dat het niet in de omgeving past. Dit oordeel is primair aan verweerder (het VVRP-ministerie, red.) voorbehouden, die daaromtrent een beleid voert.

Conform het bepaalde in het EOP heeft dit beleid tot strekking dat nieuwbouw een eigentijds karakter dient te hebben en tevens dient te passen in de beschrijving van het beschermde stadsgezicht.

Bestaande bouw en monumenten dienen elkaar aan te vullen. Verweerder stelt dat door de bouw van het appartementencomplex de woonfunctie van het gebied versterkt wordt.”

De rechter haalt in de beoordeling aan, dat de eisers – de omwonenden – hebben betoogd dat de verleende bouwvergunning ten onrechte is verleend voor de percelen ‘die ingevolge artikel 4, lid 4, sub a, onder 1 van het Eilandelijk Ontwikkelings Plan, als open ruimte bestemd zijn en als zodanig gehandhaafd dienen te worden.

“Eisers verwijzen naar het overgangsrecht van het EOP en betogen dat in dit geschil ‘Werbata kaarten’ (historische kaarten opgemaakt door Werbata, red.) leidend zijn, waaruit volgt dat op deze percelen niet gebouwd mag worden.

Volgens eisers zijn deze kavels de enige open ruimte in de binnenstad. Ze maken deel uit van een stadsparkje met een sociale functie in de omgeving.

De open ruimte geeft zicht op zee en moet blijven vanwege haar historische en culturele betekenis en haar rol als beschermd stadsgezicht”,

aldus de samenvatting van de rechter. De verweerder heeft hierop aangevoerd dat een ‘open plek niet gelijk is aan een open ruimte zoals bedoeld in artikel 4 van het EOP’.

“In dit kader is aangevoerd dat ter invulling van open ruimte zoals bedoeld in voornoemd artikel, kaarten zijn opgesteld in het ‘Monumentenplan’ van 1989 en het door het toenmalige Bestuurscollege goedgekeurde en vastgestelde ‘Stedenbouwkundig Plan Pietermaai Smal’.

In dit plan wordt gesproken van niet-historische open plekken waarop ook gebouwd mag worden”,

aldus de beoordeling van de rechter, die stelt dat het Land aan de hand van oude kaarten heeft aangetoond dat op de percelen aan het einde van de 19e eeuw reeds bebouwing aanwezig was.

Naar oordeel van het gerecht heeft verweerder voldoende aannemelijke verklaringen gegeven, door aan te voeren dat enige tijd gemoeid was met het op schrift stellen van het advies waarvan de inhoud reeds duidelijk was en over welke inhoud al met de verweerder was gecommuniceerd.”

Rechter Laurijssens stelt dat de voornoemde handelwijze van het VVRP-ministerie ‘geen strijd levert met enig beginsel van behoorlijk bestuur’.

Bron: Amigoe

Een Reactie op “Amigoe | ‘Beroep omwonenden flatgebouw Pietermaai ongegrond’

  1. JEWEL INVESTMENT MASHA PABIEN EN CURACAO PABIEN.
    Te vaak wordt met de EOP in de hand elke ontwikkeling tegengehouden.
    Het wachten is op een slimme advokaat die een 100-tal clienten verzamelt en een rechtszaak opstart om de politici te dwingen dit onding , waarvan beloofd was dat het elk VIJF JAAR OPNIEUW BEOORDEELD ZOU WORDEN , eens eindelijk te herzien .
    Want het wachten op een initiatief van de politici zelve is het zelfde als wachten op Godot. Er zal de komende vijf jaar weer niets gebeuren.

    Let wel dit is geen pleidooi voor de terugkeer naar een wild west situatie . Een wetgeving die zonering regelt moet er zijn . Het mag niet mogen zo maar een industrie midden in een woonwijk te beginnen. Maar een wet die al bijna 20 jaar elke ontwikkeling onmogelijk maakt en grote delen van het eiland bestemt voor mangroven en juanas etc , dan mag ook niet mogen .
    Zouden de heren van het DROV elke ontwikkeling op uitgestrekte gebieden als Oostpunt en San Juan onmogelijk hebben gemaakt ook aldus hebben besloten als die gebieden van hun familie was?.
    Ik durf er gif op in te nemen dat the outcome in dat geval geheel anders zou zijn geweest.

    Dat de politici in die afgelopen 20 jaar nog niet hebben beseft hoe remmend deze wet op de economische ontwikkeling van ons eiland werkt, tekent hun onvermogen.

    Dank aan de rechter die redelijkheid boven het misbruik van wetjes heeft gesteld en heeft voorkomen dat er midden in een wijk met fraai te restaureren gebouwen gedurende jaren een lege plek zou blijven die spoedig in een vuilstortplaats zou veranderen .
    Als de omwonenden zo graag de zee willen zien moeten ze maar effe een ommetje maken of een dakterras aanleggen.

    Jewel masha pabien en voor wat betreft uw investeringen in de toekomst : Alle sucecs toegewenst .

    JM Eustatia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *