AntilliaansDagblad | Aruba: Collectieve sector blijft punt van aandacht

Alvaldump Parkietenbos | Foto Anouk Balentina

Oranjestad – Bij het analyseren van de baten en lasten van het land Aruba van de afgelopen jaren, stuitte het College Aruba financieel toezicht (CAft) wederom op problemen rond de entiteiten die naast Land Aruba behoren tot de collectieve sector.

Aruba beschikte bij het opmaken van zijn jaarrekening niet altijd over de meest recent vastgestelde realisatiecijfers van de entiteiten behorend tot de collectieve sector. ,,Dit is een risico voor de nauwkeurigheid van het in de jaarrekening van het land gepresenteerde resultaat van de collectieve sector. Daarnaast zijn nog geen jaarrekeningen ontvangen van de begrotingsfondsen die buiten de jaarrekening vallen en daarmee buiten het zicht van het CAft en het parlement blijven”, aldus het CAft.

De batenrealisatie blijft in de jaren 2016 tot en met 2018 achter op de begroting. In de jaren 2016 en 2017 wordt dit mede verklaard door de tegenvallende economische groei ten opzichte van de ramingen. ,,In 2016 werd een economische groei gerealiseerd van 1,6 procent ten opzichte van een raming van 3,8 procent. In 2017 werd een economische groei gerealiseerd van 3,1 procent ten opzichte van een raming van 5,7 procent (begrotingsuitgangspunt 6,1 procent).

In de begroting 2018 is Aruba behoedzamer gaan ramen en heeft als uitgangspunt een economische groei van 1 procent opgenomen. De recente schatting voor de economische groei in 2018 komt uit op 4,8 procent”, volgens de analyse van het CAft.

De lastenrealisatie overstijgt in de jaren 2016 en 2018 de raming. Dit wordt onder meer veroorzaakt door hogere dan begrote bijdragen aan Serlimar, Aruba Post en aan het Interim Begrotingsfonds Sociaal Crisisplan (IBSCP).
In 2018 is 1.301 miljoen florin aan baten en 1.448 miljoen florin aan lasten gerealiseerd. In vergelijking met 2017 houdt dit een toename van de baten in met 77 miljoen florin en een lastenstijging van 70 miljoen florin.

De baten nemen in het jaar 2018 ten opzichte van 2017 vooral toe bij de indirecte belastingen als gevolg van de invoering van de crisisheffing Belasting Additionele Voorzieningen PPS-projecten (BAVP) voor 39 miljoen florin. ,,De BAVP was niet in de begroting 2018 opgenomen. Onder de niet-belastingbaten zijn de uitkeringen van de deelnemingen gestegen in 2018 ten opzichte van 2017, voornamelijk door dividendontvangsten van Utilities nv ter hoogte van 10 miljoen florin en Refineria di Aruba ter hoogte van 17,5 miljoen florin”, licht CAft kritisch toe.

De stijging van de lasten in 2018 ten opzichte van 2017 wordt volgens het CAft veroorzaakt door de toename aan bijdragen van het Sociaal Crisisfonds voor 18 miljoen florin, betalingen ten behoeve van de Green Corridor van 9 miljoen florin en toename in de bijdrage aan de Dienst Openbare Werken van 8 miljoen florin. Het CAft is kritisch over de bestedingen:

,,De lasten voor goederen en diensten nemen fors toe met 20 miljoen florin vanwege externe advisering en uitbestede werkzaamheden. Het gaat hierbij om betalingen aan Serlimar voor uitgevoerde diensten en externe advisering bij de ondersteuning in de finale afwikkeling van de zaak rond Eagle Beach Hotel. Serlimar, onderdeel van de collectieve sector, heeft geen verantwoordingscijfers opgeleverd in de vorm van een jaarrekening. Het land heeft zonder deze informatie wel extra gelden toegekend. Het opleveren en vaststellen van jaarrekeningen zou hiervoor ten minste een vereiste van het Land moeten zijn.

De subsidies nemen ook toe in 2018 ten opzichte van 2017 met 10 miljoen florin als gevolg van een toename in de verleende subsidie aan Arubus en verhoogde bedragen aan salarissubsidies in het onderwijs. Ook voor Arubus geldt dat het van belang is dat inzicht wordt geboden in de financiële huishouding van dit bedrijf voordat (extra) gelden worden toegekend door het land.”

Het CAft heeft in dit kader nog een ander kritiekpunt: ,,De lasten in het jaar 2018 laten een grotere stijging zien in vergelijking met de jaren daarvoor. Het land geeft in zijn verklaring aan dat in voorgaande jaren meer vrijval heeft plaatsgevonden van voorzieningen dan in het jaar 2018. Daarmee is in 2018 onterecht rekening gehouden met eenzelfde mate van vrijval in de voorzieningen als in 2017. Momenteel ontbreken nog actuele verslaggevingsvoorschriften voor de jaarrekening, onder meer op het gebied van het opnemen en afboeken van voorzieningen.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *