AntilliaansDagblad | Groen licht voor CHE (OHO)

Politiek commitment regering Curaçao voor aangepaste consensusrijkswet. Tussentijdse beëindiging mogelijk | Antilliaans Dagblad

Willemstad – Na intensief te hebben onderhandeld over de begin juli voorgestelde Caribische Hervormingsentiteit (CHE), ligt nu een ‘gebalanceerd resultaat’ op tafel waar de Curaçaose regering zich voldoende in kan vinden om een samenwerking met Nederland aan te gaan. Daarmee is er nu sprake van een ‘politiek commitment’.

Dat schrijft premier Eugene Rhuggenaath (PAR) in een brief aan de Staten. In het schrijven weidt de minister-president uit over de aanpassingen in de consensusrijkswet Caribische Hervormingsentiteit – in de brief nu ‘Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling’ (OHO) genoemd – die tijdens de onderhandelingen met Nederland zijn doorgevoerd en geeft hij aan dat het streven is om dit jaar nog te beginnen met de afgesproken structurele hervormingen en concrete (investerings-)programma’s en projecten; bijvoorbeeld binnen het onderwijs.

De doorgevoerde aanpassingen zijn breed en gaan onder andere over de bevoegdheden van de regering en de Staten. Rhuggenaath: ,,Voor de regering was een verduidelijking en precisering van de positie en rol van de Staten in het voorstel van de wet van groot belang. In de gesprekken met Nederland is hierover intensief gesproken. Aan de bevoegdheden van de Staten, en met name aan de rol als medewetgever en aan het budgetrecht van de Staten, wordt dan ook niet getornd. De voor hervormingen en stelselwijzigingen noodzakelijke wet- en regelgeving zal steeds de instemming behoeven van de Staten, daarnaast zullen de ermee gemoeide baten en lasten in de begroting moeten worden verantwoord, die ook de goedkeuring van de Staten behoeft.”

Alle investeringen (leningen, subsidies of giften) worden, indien van invloed op de begroting, door de Staten vastgesteld. Bij het aangaan van de financieringsovereenkomsten wordt rekening gehouden met de jaarlijkse begrotingscyclus en worden alle begrotingsprocedures gevolgd.

Er is in de aangepaste CHE of OHO nu expliciet opgenomen dat de entiteit geen bevoegdheden kan uitoefenen die op grond van het landsrecht van Curaçao aan een overheidsorgaan toekomen. De entiteit kan alleen zelf projecten en programma’s uitvoeren voor zover het privaatrechtelijke handelingen betreft; iets wat in feite zonder de rijkswet ook al kan.

Het bestuur van de entiteit (of: het orgaan) zal voldoende representatief zijn voor Curaçao en affiniteit hebben met het Caribische deel van het Koninkrijk, zo is nu overeengekomen. De benoeming van ten minste één van de leden zal in overleg zijn met de premier van Curaçao en ook over de verdere samenstelling en wijze van werken zal overleg plaatsvinden met Curaçao en op basis van vooraf overeengekomen profielschetsen.

De entiteit wordt ‘van rechtswege’ na zes jaar beëindigd en na drie jaar wordt deze aan een evaluatie onderworpen. Deze evaluatie dient te worden uitgevoerd door een commissie van onafhankelijke leden, van wie er twee in overeenstemming met Curaçao worden aangesteld. Tussentijdse beëindiging van de rijkswet is altijd mogelijk met wederzijdse instemming.

Rhuggenaath geeft aan dat Curaçao nu een mogelijkheid heeft om ‘een grote stap voorwaarts te maken’. De formele besluitvormingsprocedure voor de totstandkoming van de rijkswet moet nog worden ingezet. De eerste stap hierin is het aanbieden van het ontwerp aan de Raad van State van het Koninkrijk.

,,De Raad van Ministers is hiertoe bereid, gelet op het hierboven beschreven onderhandelingsresultaat”, aldus de premier, die overigens verder benadrukt dat met het politiek commitment ‘geen onomkeerbare stappen worden gezet’. Het uiteindelijke besluit ligt bij de Staten.

Om ondertussen geen tijd te verspillen, richt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een voorlopige, breed samengestelde werkorganisatie in met de nodige kennis, expertise en financiële middelen, als voorloper op de formele oprichting van de entiteit. Het streven is nog dit jaar met de afgesproken hervormingen en concrete investeringsprogramma’s te beginnen.

De entiteit kan op verzoek van Curaçao en na toestemming investeren in rechtspersonen. Bij de financieringsvorm wordt rekening gehouden met de tijdelijkheid van de regeling en de aard van de financiering van de deelneming. In de regel zullen de financiële middelen waarmee door de entiteit aandelenkapitaal wordt verworven, ten laste komen van Nederland zonder tegelijkertijd als lening aan Curaçao te worden gemarkeerd.

De regering van Curaçao heeft daarnaast, zo schrijft de minister-president, nadrukkelijk besproken dat het niet alleen om hervormingen en bezuinigingen gaat, maar om het duurzaam versterken van het groei- en verdienvermogen van Curaçao.

,,Nederland heeft zich hieraan nadrukkelijk gecommitteerd; aan de hand van concrete programma’s en projecten en goede businesscases zal Nederland mee investeren in de economie van Curaçao, onder andere in goed onderwijs en in toegankelijke zorg”, aldus Rhuggenaath.

Het Landspakket en het hiermee samenhangende Overbruggings- en Herstelprogramma van Curaçao zijn daarmee voortaan leidend; de eerdere Groeistrategie en het Groeiakkoord gaan hierin op. ,,Met de nu overeengekomen voorstellen kan Curaçao een veelvoud investeren in duurzame economische structuurversterking, onderwijs en zorg en sociale samenhang dan eerder mogelijk was.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *