AD Interview Andre Bosman: ‘Ik ga goed luisteren’

Vandaag behandelt de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel om voorwaarden te stellen aan geboren Curaçaoënaars, Arubanen en Sint Maartenaren die zich langer dan zes maanden in Europees Nederland willen vestigen. Een interview met de indiener.

Vandaag behandelt de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel om voorwaarden te stellen aan geboren Curaçaoënaars, Arubanen en Sint Maartenaren die zich langer dan zes maanden in Europees Nederland willen vestigen. Een interview met de indiener. 'Ik ga goed luisteren' Door: Rene Zwart

Kamerlid André Bosman (VVD) ziet ruimte om critici tegemoet te komen FOTO: Nico van der Ven

Den Haag – Over een paar uur mag VVD’er André Bosman op een voor hem ongewone plek in de plenaire zaal van de Tweede Kamer plaatsnemen. Niet te midden van zijn collega-parlementariërs, maar er recht tegenover, in ‘Vak K’ dat normaal is voorbehouden aan ministers en staatssecretarissen.

Advertentie

Vanavond staat de eerste termijn van de behandeling van zijn initiatiefwetsvoorstel ‘Wet regulering vestiging van Nederlanders van Aruba, Curaçao en Sint Maarten in Nederland’ op de Kameragenda.

Bosman zal alleen maar hoeven te luisteren naar de inbreng van de fractiewoordvoerders.

Pas over enkele weken wordt het debat hervat met zijn verdediging.

In het regeerakkoord heeft uw partij met de PvdA afgesproken dat er een regeling moet komen voor het personenverkeer tussen de landen van het Koninkrijk. Waarom hebt u niet een voorstel van de regering afgewacht?

,,Er zit een hele historie aan vast. In 2010 hebben wij ingezet op een Rijkswet personenverkeer. Dat riep een enorme aversie op aan de overkant, van de andere landen. Wij hebben pogingen gedaan om daarover in gesprek te gaan en er gezamenlijk uit te komen. Dat is niet gelukt. Ik vind dat heel jammer want we hebben veel meer aan een rijkswet dan aan allemaal individuele regelingen. Wij hadden meteen het intereilandelijke verkeer goed kunnen regelen waarover nu zo veel wordt geklaagd. Maar als het trekken aan een dood paard is, heb ik het volste recht mijn eigen wet te maken.”

U had het kabinet ook tot spoed kunnen manen.

,,Vanaf 2010, in de tijd van het kabinet Rutte I, heb ik continu druk uitgeoefend. Ik heb voortdurend aan minister Leers gevraagd hoe ver hij was. Hij kwam iedere keer terug met berichten dat Curaçao niet wilde. Mensen kwamen niet eens op vergaderingen, er vielen gewoon geen afspraken te maken. Toen heb ik gezegd: ‘Als het zo moet, dan doe ik het zelf.’”

U wilt de toestroom van kansarme jongeren beperken, maar hoe urgent is dat nu er volgens het CBS meer mensen terugkeren naar de eilanden dan er naar Europees Nederland komen?

,,Het moment om het te regelen was natuurlijk 10-10-2010, bij de transitie naar een meer volwassen Koninkrijk. Dat was een mooi moment om iets gezamenlijks af te spreken. Omdat dat niet lukte, is in het regeerakkoord afgesproken dat wij als Nederland zouden werken aan een gelijkvormige regeling als de andere landen al hebben. Een regeling die bovendien niet alleen voor nu is, maar ook voor de toekomst. Regeren is vooruitzien en ik zie zorgelijke economische ontwikkelingen in de andere landen. Ik wil daarom een wet hebben voordat er een nieuwe stroom gaat komen zoals rond 2000 gebeurde.”

Er wordt al tientallen jaren door Nederland geprobeerd een toelatingsregeling in te voeren. Waarom denkt u dat uw voorstel het wel gaat halen?

,,Mijn partijgenote Erica Terpstra was de eerste, in 1984. De laatste poging heeft Rita Verdonk gedaan. Die pogingen zijn niet mislukt, het is nooit tot indiening gekomen. We zijn altijd bezig geweest met geven en nemen, een beetje hier, een beetje daar, maar iets duurzaams voor de langere termijn heeft dat niet opgeleverd. Wat ik voorstel, is geen toelatingsregeling en ook geen terugkeerregeling zoals Verdonk wilde. Iedereen blijft welkom, alleen als je je hier voor langer dan zes maanden wil vestigen, moet aan een paar voorwaarden worden voldaan. Ik heb mijn wetsvoorstel zo gelijkvormig mogelijk gemaakt met de Landsbesluiten toelating en uitzetting, de LTU’s.”

Begrijpt u dat Curaçao, Aruba en Sint Maarten het niet eens zijn met uw wetsvoorstel?

,,Nee, dat begrijp ik niet. Deze wet komt niet uit de lucht vallen. Dit is een afspraak die we met zijn allen gemaakt hebben in het Statuut. Het Statuut zegt dat toelating een zaak van de landen is. De andere landen hebben al een toelatingsregeling sinds 1954. We hadden er het liefst met een rijkswet uit willen komen. Als dat niet lukt, is het niet meer dan logisch dat Nederland met een eigen wet komt. De andere landen hebben alle mogelijkheden gehad om in de ‘driver’s seat’ te zitten, om mee te praten en mee te bepalen. Daar hebben ze pokhout nee op gezegd. Dat is bijna bestuurlijk onbehoorlijk, vind ik. De consequentie is dat je niet kunt verwachten dat Nederland achterover blijft leunen want we hebben hier wel een probleem. Dat vind niet alleen ik, dat zegt ook de Raad van State, het Comité voor de Rechten van de Mens en zelfs het OCaN. Iedereen onderschrijft dat wij in Nederland grote problemen hebben met kansarme jongeren uit de Cariben.”

Het Overlegorgaan Caribische Nederlanders beticht u van discriminatie…

,,Ik vind dat heel teleurstellend. Als je mijn visie inhoudelijk kunt weerleggen, heb je geen grote woorden nodig. Het is ook onverstandig. Als je het hebt over de gevoelens over en weer moet je vooral niet komen met dit soort grote woorden, dat neigt naar demonisering. Wat ik er zo jammer aan vind, is dat er nu heel veel aandacht gaat naar de wet zelf, maar niet wat ik ermee wil bereiken: een verbetering van de positie en het toekomstperspectief van mensen. Niet alleen in Nederland, maar vooral ook in de landen. Daar gaat mijn wetsvoorstel over, maar daar hoor ik helaas weinig mensen over. De wet is er niet omdat ik die zo graag wil, maar omdat we een probleem hebben op te lossen en niemand er iets aan doet.”

Het OCaN heeft het ook over rassenwetgeving en deportatie…

,,Vreselijk, onbetamelijk en ook niet waar. De Hoge Raad heeft aangegeven dat het maken van onderscheid naar geboorteplaats de enig mogelijke is. Het is bovendien een criterium dat de landen zelf ook gebruiken. Als Nederland dat doet, heet dat opeens discriminatie. Als een Sint Maartenaar naar Curaçao wil, moet hij aan de toelatingsregels van Curaçao voldoen, een Curaçaoënaar die naar Aruba gaat, moet daar aan de regels voldoen. Daar hoor ik nooit iemand over. Terecht, want die regels zijn er voor alle landen in het Koninkrijk, inclusief Nederland. Zo hebben wij dat met elkaar afgesproken.”

Journalist René Zwart in gesprek met Tweede Kamerlid André Bosman.

Journalist René Zwart in gesprek met Tweede Kamerlid André Bosman. Foto | Nico van der Ven

Coalitiegenoot PvdA heeft zich in het verleden herhaaldelijk uitgesproken voor een vestigingsregeling en er zijn afspraken gemaakt in het regeerakkoord. Rekent u op hun steun?

,,Heel veel partijen hebben er eerder al voor gepleit: D66, CDA en ook de ChristenUnie. Maar niets is veranderlijker dan de politiek. Daarom wacht ik rustig de eerste termijn af. Ik heb de collega’s gemeld dat ik van plan ben na hun inbreng met een nota van wijziging te komen. Ik zie nog wel ruimte om partijen tegemoet te komen. Er staan sommige dingen in die ik omwille van de gelijkvormigheid uit de LTU- ’s heb overgenomen, maar die niet echt nodig zijn voor een nationale regeling. Die kunnen er dus uit.

Ik heb de afgelopen tijd gesproken met het Comité voor de Rechten van de Mens, de Commissie Meijers, de collega’s uit de Tweede en de Eerste Kamer en de Gevolmachtigde ministers. Ik heb gevraagd: ‘Als je vindt dat iets niet kan, hoe zou het dan wel kunnen?’ Ik heb goed naar iedereen geluisterd. Dat ga ik ook morgen (lees: vandaag) doen. Ik zit er niet geharnast in. Als er fundamentele kritiek komt, wil ik daar zeker rekening mee houden want ik wil een zo breed mogelijk draagvlak voor de wet. Voor mijn beantwoording kom ik met een nota van wijziging. Ik hoop dat de collega’s zich daar dan in kunnen herkennen. Ik zal die verdedigen en toelichten en ook de historische context schetsen. Voor de beantwoording en de nota van wijziging zal ik de tijd nemen. Ik wil goede wetgeving die zowel politiek als juridisch standhoudt. Daar zal ik een maand voor nemen, misschien wel twee. Als ik er klaar voor ben, komt het weer op de agenda.”

Heeft u in de wandelgangen druk gelobbyd voor steun?

,,Ik heb heel veel gesprekken gevoerd en uitleg gegeven. Maar ja, politici laten nooit het achterste van hun tong zien. Collega’s vinden het positief dat ik het initiatief heb genomen, dat is toch wat anders dan een wet die van het kabinet komt. Er gaat zeker nog kritiek komen. Ik reken erop dat ik uiteindelijk de steun zal krijgen van de PvdA, de PVV, de SP, het CDA, de SGP en natuurlijk mijn eigen VVD. Maar ik kan niet vooraf zeggen dat het een gelopen race is. Ik ga er vanuit dat ik het nodige zal moeten uitleggen. Mijn inzet is dat de wet er doorkomt met een zo groot mogelijke meerderheid. Ik ga niet tellen tot ik 76 zetels achter mij heb. Al zal dat niet helemaal haalbaar zijn, ik ga er mijn stinkende best voor doen om 150 stemmen voor te krijgen.”

Tegenstanders zeggen dat u met dit wetsvoorstel de relaties in het Koninkrijk schaadt.

,,Ik denk niet dat dat zo is. Premier Asjes zei onlangs: ‘Wij hebben tien onderwerpen, over negen zijn we het eens, over eentje niet.’ Dat kan gebeuren. Dat past bij het volwassen worden in het Koninkrijk. Als ik vraag waarom dit de relaties onder druk zou zetten, krijg ik geen antwoord. Ik betwijfel of de verstandhouding eronder lijdt.

We leggen elkaar geen strobreed in de weg, het enige dat wij hiermee zeggen: ‘Wil je je in een ander deel van het Koninkrijk vestigen, dan verwachten we wel van je dat je een stukje ambitie meeneemt om er iets van te maken.’ Dat lijkt mij een heel positieve benadering.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Door Rene Zwart

Naschrift 1:

VVD’s coalitiegenoot PvdA heeft grote bedenkingen tegen de Bosmanwet. De partij is, zoals ook in het regeerakkoord met de VVD vastgelegd, weliswaar voorstander van een regeling om de komst van kansarme jongeren uit het Caribisch deel van het Koninkrijk te voorkomen, maar vindt het wetsvoorstel van VVD’er André Bosman niet in balans.

De sociaaldemocraten hebben er vooral bezwaar tegen dat de voorgestelde regeling onderscheid maakt naar afkomst (deze geldt alleen voor geboren Curaçaoënaars, Arubanen en Sint Maartenaren). Ook vindt de fractie het ‘disproportioneel’ dat de regeling van toepassing is op alle geboren Caribische Nederlanders en niet specifiek om de groep waar het omgaat, slecht opgeleide en/of criminele jongeren.

De partij zal haar bezwaren vanavond kenbaar maken in het debat over de Bosmanwet. Het is vervolgens aan de indiener om het voorstel via een nota van wijziging aan te passen om zo steun van de coalitiegenoot te verwerven. De PvdA erkent overigens wel dat, zo lang de andere landen niet meewerken aan een Rijkswet personenverkeer, een nationale regeling wenselijk is, maar worstelt met de vraag hoe dat effectief en juridisch correct kan worden vormgegeven.

Van D66 is al langer bekend dat zij zich niet kan vinden in het initiatiefwetsvoorstel.

Naschrift 2

Bronnen van de Bosman-wetging zijn hier te vinden:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *