AD | Waar blijft captivewet?

PAISWillemstad – Hoewel de Staten op 16 december 2013 de initiatiefontwerplandsverordening over de zogenoemde captives hebben goedgekeurd, is de wet drie maanden later nog steeds niet afgekondigd.

Advertentie

Reden voor de initiatiefnemer, politieke partij PAIS, om hier vragen over te stellen aan de minister van Financiën, José Jardim.
Volgens de Staatsregeling wordt een ontwerplandsverordening bekrachtigd met een afkondiging en als dit niet gebeurt moet de regering de Staten kennis geven van een besluit hierover.

,,Gezien inmiddels bijna drie maanden verstreken zijn, verzoek ik u mij te berichten omtrent de afhandeling van de bovengenoemde ontwerplandsverordening.
In het bijzonder wil ik van u weten of u zwaarwegende bezwaren hebt tegen de bekrachtiging en publicatie van de bovengenoemde ontwerplandsverordening”, aldus partijleider Alex Rosaria in zijn schrijven.

Een captive is een speciaal soort verzekeringsmaatschappij of tussenpersoon, die eigendom is van een verzekeringsmaatschappij of van een industrieel of handelsconcern, dat actief is in een andere sector van het bedrijfsleven maar een eigen verzekeringsmaatschappij heeft opgericht voor de bedrijfsrisico’s.
PAIS beoogt met de wetgeving de internationale financiële dienstverlening een extra impuls te geven.
Captives kunnen tot en met 2019 nog gebruik maken van een gunstige offshore-regeling met een winstbelastingtarief van 2,4 tot 3 procent.
Deze overgangsregeling is getroffen na het invoeren van het Nieuw Fiscaal Raamwerk (NFR).
PAIS hoopt dat met het wetsontwerp de captives die nog gebruikmaken van de bovengenoemde overgangsregeling besluiten om op Curaçao te blijven.
De Raad van Advies (RvA) boog zich ook al over de initiatief- ontwerplandsverordening waarin nog de nodige onduidelijkheden schuilen.
Zo is het niet duidelijk op welke captives de wet betrekking heeft: nieuwe captive verzekeringsmaatschappijen, alleen ‘captives’ of ook internationaal opererende verzekeringsmaatschappijen en/of ook lokale verzekeringsmaatschappijen, die geen captives zijn.
Ook het advies van de Sociaal- Economische Raad (SER) is nu publiekelijk bekend geworden.

SER betwijfelt voordelen
De SER betwijfelt de voordelen van de wet zoals die bij het adviesorgaan op 13 maart 2013 is ingediend.
Als de belastingregimes met betrekking tot captives vergeleken worden met andere landen waar veel van deze bedrijven gevestigd zijn, blijkt dat alleen het belastingvoordeel bedrijven niet per definitie aantrekt.

,,Voor de SER is het niet duidelijk op welk punt Curaçao zich daadwerkelijk gaat onderscheiden ten opzichte van andere jurisdicties om aantrekkelijk te zijn als vestigingsplaats voor capitve insurance companies”, aldus het adviesorgaan.

Daar komt bij dat de factor arbeid ongunstig is op Curaçao.

SER: ,,Op Curaçao is de belasting- en premiedruk op arbeid hoog vergeleken met landen die succesvol zijn gebleken in het aantrekken van captive insurance companies. Naar de mening van de SER zullen captive insurance companies zich door de hoge kosten van arbeid, ondanks een verbetering van de fiscale begeleiding, niet snel op Curaçao vestigen.”

Daarom raadt de SER aan vooral ook aandacht te hebben voor andere randvoorwaarden die voor een captive insurance company van belang zijn bij de keuze van een vestigingsplaats.
Het adviesorgaan is er ook niet van overtuigd dat met het wetsvoorstel meer werkgelegenheid wordt gecreëerd op Curaçao.
Het is de Curaçao International Financial Services Association (Cifa) zelf die in een eigen rapport hierover stelt dat de directe werkgelegenheid relatief bescheiden is.

Zo doet de SER verslag van het Cifa-rapport:

,,De Cifa stelt dat captive insurance companies, indien deze worden beheerd door een tussenpersoon, geen substantiële invloed hebben op de werkgelegenheid. Uit een overzicht van de 10 grootste captive insurance company brokers, blijkt dat één medewerker gemiddeld 2,5 captive insurance companies beheert.”

En verder: ,,Uit door de directie Fiscale Zaken van de Belastingdienst Curaçao beschikbaar gestelde gegevens blijkt dat acht van de 16 op Curaçao gevestigde captive insurance companies loonbelasting afdragen en slechts twee captive insurance companies een loonsom hebben hoger dan 60.000 gulden.”

Betwijfelt wordt ook of het doel van het behoud van de 11 op Curaçao gevestigde captive insurance companies en de vijf herverzekeraars met de nieuwe wetgeving bereikt wordt.

,,Uit de door directie Fiscale Zaken van de Belastingdienst Curaçao beschikbaar gestelde gegevens blijkt dat één van de op Curaçao gevestigde captive insurance companies en twee herverzekeraars in 2011 onshore aangifte voor de winstbelasting hebben gedaan en daarmee niet langer gebruik maken van de overgangsregeling voor de offshore sector.
De captive insurance companies en professionele herverzekeraars die nog wel gebruik maken van de overgangsregeling voor de offshore sector dragen volgens de gegevens van de directie Fiscale Zaken van de Belastingdienst Curaçao gezamenlijk ongeveer 1 miljoen aan winstbelasting af”

, aldus de SER die daarmee concludeert dat de belastinginkomsten dus beperkt zijn. Het adviesorgaan zou in de memorie van toelichting duidelijker omschreven willen zien wat de effecten zijn op de werkgelegenheid en de financiële en economische implicaties.
Tot slot constateert de SER dat dit voorstel kan botsen met een ander belastingvoorstel, te weten dat van het bijzondere fiscale regime voor in het buitenland behaalde winsten.
De SER raadt daarom aan om cumulatie van fiscale regimes voor in het buitenland behaalde winsten te voorkomen.
Ten aanzien van de kosten voor arbeid geeft de SER in overweging te onderzoeken in hoeverre een aanpassing van de expatregeling hier een mogelijke oplossing kan bieden. Daarnaast vindt het adviesorgaan dat er ook vooral vanuit de branche zelf een actieve marketing van de voorgestelde fiscale faciliteit in het buitenland moet plaatsvinden.

Bron: Antilliaans Dagblad

Advertentie

back home

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *