Persbericht Openbaar Ministerie: Beschikking invrijheidstelling Gerrit Schotte

Beschikking onmiddellijke invrijheidstelling G.F.S.

Persbericht Openbaar Ministerie

Persbericht Openbaar Ministerie

Namens G.F.S. is op basis van het bepaalde in artikel 91 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), vandaag wederom een verzoek gedaan voor zijn onmiddellijke invrijheidstelling.

Het betreft een derde verzoek ex artikel 91 Sv. Strekking van dit laatste verzoek was dat de rechter-commissaris niet ten spoedigste heeft besloten op het eerste verzoek ex artikel 91 Sv.

Voorts is aangevoerd dat de rechter-commissaris pas een aantal dagen na de voorgeleiding, welke op donderdag 22 mei 2014 heeft plaatsgevonden, een beslissing heeft genomen op de rechtmatigheid van de detentie van G.F.S..

Heden, 27 mei 2014, heeft de behandeling plaatsgevonden van het laatst ingediende verzoek ex artikel 91 Sv. De rechter-commissaris heeft met betrekking tot dit laatste verzoek overwogen, dat er reeds twee keer is besloten dat er geen redenen waren om G.F.S. onmiddellijk in vrijheid te stellen en dat de gronden die in het verzoek van vandaag zijn aangevoerd, geen aanleiding geven om G.F.S. onmiddellijk in vrijheid te stellen.

Ten tijde van de behandeling van vanmiddag, is (los van het verzoek ex artikel 91 Sv) ook de vraag over de voortgang van het onderzoek aan de orde gekomen. Door het Openbaar Ministerie is aangegeven dat er de afgelopen dagen onder meer getuigen zijn gehoord in Italië, Curaçao en Sint Maarten, huiszoeking verricht in Italië en dat er de komende dagen nog meerdere getuigen gehoord dienen te worden en dat er daardoor collusiegevaar (gevaar dat de verdachte getuigen kan beïnvloeden) bestaat. G.F.S. heeft toegezegd beschikbaar te zullen blijven voor politieverhoren.

Zonder de ernst van de verdenkingen te miskennen, heeft de rechter-commissaris overwogen, dat gelet op hetgeen naar voren is gebracht ten aanzien van de voortgang van het onderzoek, de uitgebreide inhoud van het dossier en nu G.F.S. niet zou weten wie de getuigen zijn die nog gehoord moeten worden (en dus het veronderstelde collusiegevaar niet meer voor de hand ligt), de voortzetting van de inverzekeringstelling redelijkerwijs niet meer noodzakelijk is.

In dit verband is verder door de rechter-commissaris ook opgemerkt dat, indien G.F.S. de toegezegde medewerking ten aanzien van de verhoren niet nakomt, het Openbaar Ministerie de bewaring van G.F.S. kan vorderen.

G.F.S. blijft verdachte en het strafrechtelijk onderzoek wordt voortgezet. Uiteindelijk zal een rechter ter terechtzitting zich over de zaak buigen en een beslissing nemen over de zaak.

Bron: Openbaar Ministerie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *