Parool | Op zeilwereldreis vast in de Caraïben: ‘Alle klusjes aan de boot zijn al gedaan’

Jet de Nies en Jurian van Zanten

wereldreis zeilen Jet de Nies en Jurian van Zanten

Amsterdammers Jet de Nies (27) en Jurian van Zanten (26) moesten hun zeilwereldreis onder­breken vanwege het ­coronavirus en liggen sinds vijf weken voor anker bij een ­vrijwel leeg Sint Maarten. ‘We maken er het beste van.’

Met onze twaalf meter lange zeilboot Frank, een Feeling 39, vertrokken wij, Jet de Nies en Jurian van Zanten, vorig jaar juni uit Amsterdam. De wijde wereld in! Tien maanden later zitten wij al bijna twee maanden vast op Sint Maarten, eerst nog in afwachting van wat het coronavirus zou doen, inmiddels kunnen wij geen kant meer op.

Na de eerste maatregelen in Europa hoorden we hier de eerste fluisterverhalen over gesloten grenzen en quarantaine. Het leek allemaal zo onwerkelijk. Toch begonnen de eilanden om ons heen de grenzen te sluiten, Curaçao was een van de eerste en Antiqua sloot de rij. Langzaam verdwenen onze reisopties en kwam onze droom op pauze te staan.

We stonden bovendien voor een moeilijke beslissing. Wat te doen? Zonder boot was de keuze waarschijnlijk eenvoudiger geweest en hadden we het aangekondigde laatste vliegtuig naar Nederland kunnen pakken. Dan hadden we ons niet bezig hoeven houden met ‘wat als’. Wat als een dierbare ziek wordt, wat als iemand van wie wij houden doodgaat? Dan waren wij thuis geweest – op gepaste sociale afstand ­natuurlijk. Onze boot Frank (vernoemd naar De Nies’ overleden vader, red.) en de ligging van het ­eiland maakten die beslissing ingewikkelder.

Orkaanrisico

Op Sint Maarten zijn de sporen van Irma – de orkaan van drie jaar geleden – nog duidelijk zichtbaar. De eerste keer dat wij door de baai voeren met ons rubberbootje, waren we er stil van. Scheepswrakken liggen als vissen op het droge gesmeten, in het water zijn tientallen wrakken waar soms alleen een stukje mast verdrietig bovenuit piept.

Jet de Nies.

Daar zouden wij onze Frank nooit tussen willen zien liggen. Tussen juni en oktober neemt het risico op orkanen op Sint Maarten toe. Halsoverkop naar Nederland vliegen en de boot achterlaten, dat konden wij niet over ons hart verkrijgen. Hoewel de vuistregel is dat orkanen elkaar met tussenpozen van vijf jaar afwisselen, heeft de natuur ­zojuist weer bewezen een eigen wil te hebben. De laatste vlucht lieten wij gaan. Liever samen met de boot in lockdown en afwachten, dan zonder boot vertrekken.

Plunderende groepen

Het wordt spannend wat deze crisis met het eiland zal doen. Sinds de lockdown wordt de sfeer grimmiger. De straten zijn verlaten, de winkels dicht, elke eenzame wandelaar wordt aangehouden en ’s nachts wemelt het van de politiezwaailichten.

Om ons heen horen wij verhalen over plunderende groepen, die na orkaan Irma over het eiland trokken. Door de economische klap van het coronavirus heerst de angst dat dat zich zal herhalen. Of dat zo is, gaan we meemaken, eerst maar eens deze lockdown samen zien door te komen.

Jet de Nies en Jurian van Zanten op Saint Vincent, Cumberland Bay, halverwege februari.

Leven in een kleine ruimte waar je niet zomaar uit kunt, dat is ons niet vreemd. In januari staken we de Atlantische Oceaan over. Met z’n tweetjes voeren wij vijftien dagen over de open oceaan, van de Kaapverdische Eilanden naar Barbados. Eén keer zwommen we op 5000 meter diepte, verder zijn we toen het schip niet afgeweest. We vermaakten ons met kleine dingen: zeilen hijsen en laten zakken, brood bakken en vissen. Ons doel, een oceaan oversteken, hield de verveling op afstand. Elke dag zetten we een stipje op de kaart, om te zien hoe ver we al waren gekomen.

Niet-rond-de-wereldreis

Dat stipje blijft nu op dezelfde plek. Booteigenaren zeggen weleens: een boot is nooit klaar. Als deze lockdown nog lang duurt, zouden wij weleens het tegendeel kunnen bewijzen. Alle klusjes die door andere avonturen op een verstoft lijstje stonden, ­beginnen we nu langzaam af te werken. We verhelpen Franks kleine lekkages, piepende lieren en roestplekjes. Geven hem een goeie poetsbeurt tot hij van binnen en van buiten glimt van trots. Met in ons achterhoofd de tocht die ons misschien wel noodzakelijkerwijs te wachten staat.

Juni is voor ons het kantelpunt. Als de ­omliggende grenzen voor die tijd niet opengaan, zit er voor ons nog maar één ding op: een vijf tot zes weken lange zeiltocht terug naar Nederland. Daarmee markeren we dan ook waarschijnlijk het eind van onze niet-rond-de-wereldreis.

Een hard gelag, want we hebben hard gewerkt om hier te komen. Gespaard, geld geleend en na lang zoeken een boot gekocht. In alle beschikbare avond- en weekenduur­tjes klusten we aan Frank om hem ‘zo klaar mogelijk’ te maken voor vertrek. In juni begonnen wij aan onze reis, uitgeput maar overlopend van goede moed. Een reis waarin we overigens wel hadden verwacht tegenslagen te zullen krijgen, maar niet deze.

Gat in de boot

De eerste tegenslag was er zelfs al binnen twee weken na vertrek uit Amsterdam, toen zaten we al ergens anders vast. Doordat een bedrijf kwalitatief slecht werk aan de ­motor had geleverd, sleepte de KNRM ons de Noordzee af. Op zee had de motor een gat in de boot geslagen, het water spoot naar binnen en de motor ging niet meer aan. Stuurloos en zinkende, waren we. Een halfuur later sleepte de reddingsdienst, die wij eeuwig dankbaar zijn, ons naar Stellendam (Goeree-Overflakkee). Daar werd Frank uit het water getild, om pas acht weken later volledig hersteld weer te water te gaan.

Stellendam, eind juli vorig jaar.

Hier op Sint Maarten ligt de boot er in elk geval een stuk beter bij dan in Stellendam – zonder gaten en in een rustige baai. Leuk is anders, maar wij maken er het beste van. Op de boot is geen wifi, dus internet is schaars. Wel proberen wij op de hoogte te blijven en haakten we al aan bij een virtuele borrel met vrienden uit Amsterdam.

Met een paar biertjes in de tas voeren wij met het bijbootje naar het terras van een leeg café. Daar stonden zelfs de muggen in de overlevingsstand. Normaliter verspreiden ze zich over alle cafégangers en veroorzaakt dat hooguit één muggenbult. Nu leidde die hongerige zwerm tot dertien bulten. Ondanks de muggen konden wij ouderwets borrelen, door elkaar kletsen, zoeken naar een ­manier om met zeven mensen tegelijk te videobellen. Die manier werd niet gevonden, maar dat mocht de pret niet drukken. Lichamelijk ver weg, virtueel dichterbij dan afgelopen jaar.

Het is onduidelijk wanneer we ons volgende uitstapje naar het droge hebben. Voorlopig is onze wereld gereduceerd tot zo’n 22 vierkante meter schip, eten uit blik en ­elkaar. We kunnen het slechter treffen.

www.sailingthefrank.nl
@sailingthefrank

Bron: Parool

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *