Organisaties tevreden over verloop herdenkingsjaar

Eva Gort en Eva Mabayoje (links) presenteren hun boek ‘God is niet wit’.

Eva Gort en Eva Mabayoje (links) presenteren hun boek ‘God is niet wit’.

AMSTERDAM — De organisatoren van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013 zijn positief gestemd over het behalen van hun doelstellingen.
Het is moeilijk om concreet te meten hoeveel meer mensen zich bewust zijn over het slavernijverleden en de gevolgen tot op de dag van vandaag.
Maar het grote aantal optredens, manifestaties, boeken en andere initiatieven zijn een goed teken.

Door onze correspondent Otti Thomas

Betrokken organisaties evalueerden afgelopen maandag het herdenkingsprogramma van de voorbije vier maanden en blikten vooruit op de activiteiten die nog zullen volgen, waaronder de nationale herdenking op 1 juli in het Amsterdamse Oosterpark, de première van de film Tula the Revolt en een lesbrief voor middelbare scholen.
De herdenking wordt groots aangepakt, omdat het dit jaar 150 jaar geleden is dat de slavernij formeel werd afgeschaft.

“We willen het bewustzijn over de slavernij vergroten en verdiepen.
Het is heel moeilijk om dat te meten, maar we zagen wel dat we overstelpt werden met aanvragen voor subsidie voor activiteiten uit alle geledingen van de Nederlandse bevolking.
Dat geeft aan dat mensen iets willen met dit onderwerp.
En vervolgens blijkt dat er ook veel belangstelling is voor de activiteiten die georganiseerd zijn”

, zei Joan Ferrier, voorzitter van de stichting.

“Mensen gaan er ook met elkaar over in gesprek.”

Eddy Campell, voorzitter van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en erfenis (NiNSee), noemde ook de verontwaardiging en vele steunbetuigingen die hij kreeg toen bekend werd dat zijn organisatie geen subsidie meer kreeg van de rijksoverheid.
Met hulp van de gemeente Amsterdam maakt het NiNSee nu een doorstart, want het stopzetten van de subsidie was onbehoorlijk, benadrukte ook de Amsterdamse wethouder Andrée van Es, die als initiatiefnemer van de grootschalige herdenking ook aanwezig was.

“De gemeente vindt het heel belangrijk dat er een nationaal instituut is om meer bekendheid te geven aan het slavernijverleden.”

Zeker voor Amsterdam is dat belangrijk omdat de geschiedenis van de stad zo nauw gerelateerd is aan de slavenhandel, zei ze.

Dat het onderwerp leeft onder de bevolking blijkt ook uit het grote aantal nieuwe boeken over de slavernij, zei Van Es, die vier publicaties in ontvangst nam tijdens de bijeenkomst.
Olga Orman overhandigde ‘Topa Tula’ van de stichting Simia Literario, dat eerder in de Éapa besproken werd en Eva Gort en Eva Mabayoje presenteerden ‘God is niet Wit’, waarin onder meer de rol van de kerk aan de orde komt.
Het derde boek was ‘Het Kasteel van Elmina’, waarin oud-Parool-journalist Marcel van Engelen zoekt naar sporen van de slavenhandel aan de kust en in de binnenlanden van Ghana en tot slot schreven Jeanine Cronie en Totie Cronie het kinderboek ‘1, 2, 3, 4 een hoofddoek van plezier’, dat later dit jaar gepubliceerd zal worden.

“Publicaties als deze maken duidelijk wat onze ambitie is. De verhalen over de slavernij moeten verteld worden”

, zei Van Es.

Betrokkenheid
De betrokkenheid van de voormalige koloniën is beperkt tot contact met de maatschappelijke organisaties in de voormalige Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname, waarbij wordt gekeken in hoeverre activiteiten in alle delen van het Koninkrijk gehouden kunnen worden. Een voorbeeld is de opera Katibu di Shon van operazangeres Tania Kross.
Het ligt in de bedoeling om de opera na de première op 1 juli in Amsterdam ook op Curaçao uit te voeren.

Daarnaast worden ook vertegenwoordigers van de voormalige koloniën uitgenodigd voor de Nederlandse activiteiten, zoals de nationale herdenking.
Tot teleurstelling van met name Surinamers gaat het uitsluitend om ambassadeurs, de gevolmachtigde ministers en zaakgelastigden en niet de Surinaamse president Desi Bouterse.

Vlnr: Joan Ferrier, Andrée van Es en Eddy Campell

Vlnr: Joan Ferrier, Andrée van Es en Eddy Campell

“Wij volgen het beleid van de afgelopen jaren en dus nodigen we geen regeringsleiders uit maar vertegenwoordigers”

, zei Campell.
De keuze om Bouterse niet uit te nodigen houdt ook verband met het besluit van de gemeente Amsterdam om geen contact met zijn regering te onderhouden, schreef de Amsterdamse krant Het Parool eerder dit jaar.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *