Opinie | De bouw van een LNG-terminal op Bullenbaai

Opinie door Marguérite Nahar

Opinie Nahar: De bouw van een LNG-terminal op Bullenbaai | | Persbureau Curacao

Gezien de verschuivingen in de fossiele industrie die momenteel wereldwijd plaatsvinden, is het een goede zaak dat er op Bullenbaai een LNG-terminal zal worden gebouwd. Wereldwijd verschuift het accent dat decennia lang op de oliesector gericht was naar de gassector.

En ook de productiesector die steunt op raffinage is aan het verschuiven naar de handelssector, waarbij de ruwe olie wordt vermengd met lichtere soorten om die crude beter verkoopbaar te maken en de activiteiten op de brandstofmarkt waar de eindproducten worden verhandeld, worden van steeds groter belang bij veel lagere kosten.

Die verschuiving heeft ook Curaçao kunnen waarnemen bij de voorbereiding van de aanbesteding voor de LNG-terminal. Het was voor Curaçao een duidelijk signaal toen voor deelname aan de aanbesteding voor de bouw van de LNG-terminal meer dan 30 kleine en grote bedrijven (waaronder diverse multinationals) zich in de rij stonden te verdringen, terwijl anderzijds voor het vinden van een strategische partner voor voortzetting van de raffinageprocessen door de Isla, twee en een half jaar lang het MDPT tevergeefs met man en macht en tegen hoge kosten heeft gelobbied bij mogelijke kandidaten.

Nul op het rekest, totdat bijna 3 jaar na de instelling van dat MDPT en na het spenderen van miljoenen, GZE over de streep werd gehaald door het MDPT. En als verkiezingsstunt werd aangeboden aan de PS in september 2016, maar het heeft niet mogen baten.

Het electoraat van PS heeft die partij massaal de rug toegekeerd, PS leed een fors stemmenverlies waarbij het aantal behaalde zetels tot de helft werd gereduceerd en dat herhaalde zich wederom bij de laatste verkiezingen op 28 april 2017. De wil van het volk, waar “de politiek” zo de mond vol van heeft, heeft echter niet kunnen verhinderen dat “de politiek” krampachtig bleef vasthouden aan de tunnelvisie dat Curaçao -hoe dan ook- de raffinageprocessen moest blijven voortzetten, ondanks boven- genoemde wereldwijde ontwikkelingen in de fossiele industrie. Curaçao heeft besloten, althans het MDPT onder leiding van Werner Wiels heeft besloten dat “come hell or high water” raffinageprocessen moeten worden voortgezet op Curaçao.

En de LNG-terminal werd als paradepaardje opgevoerd om beweerdelijk voor schone brandstof te zorgen om de Isla te stoken. Maar daarvoor zou een veel kleinere en minder dure LNG-terminal ook geschikt zijn geweest. Een LNG-terminal waarvan de geraamde bouwkosten binnen de gezamenlijke draagkracht van Curaçaose entiteiten zou hebben gelegen (o.a. institutionele beleggers, RdK en Curoil, met eventueel gedeeltelijke financiering door onze lokale banken).

Nee, dat mocht niet, dat plan werd ferm van de tafel geveegd door het MDPT, er moest en zou een peperdure terminal met niet slechts een giga prijskaartje, maar ook een giga verwerkingscapaciteit worden gebouwd. Uiteraard hing daar een prijskaartje aan dat ver boven de draagkracht van Curaçao ligt, dus moest er een aanbesteding worden gehouden om een buitenlandse bouwer van de LNG-terminal te werven.

Het ligt voor de hand dat de output (verwerkingscapaciteit) daarvan die onze lokale behoefte ver overschrijdt (inclusief brandstof om de Isla te stoken), zal worden verhandeld op de wereldmarkt.

ECHTER, omdat Curaçao een zodanig grote investering zelf niet kan ophoesten, werd er door het MDPT melding gemaakt van de bouw onder het B.O.O. régime, hetgeen inhoudt dat de bouwer zelf financiert, dusdoende eigenaar wordt van de terminal en die dan een groot aantal jaren in eigen beheer commercieel mag exploiteren om zijn investering terug te verdienen. Met een zodanig B.O.O.-régime hebben we al uitermate slechte ervaringen opgedaan met de electriciteitscentrale van RdK binnen de Isla raffinaderij.

Vanwege het gebrek aan transparantie in de werkwijze van het MDPT, is het niet bekend of deze bouw ook onder het Build-Own-Operate systeem zal worden gefinancierd. Wij kunnen dus alleen maar hopen en bidden dat zulks niet het geval is. Waarom dan niet ?

Ten eerste: omdat Curaçao als vergunningverlenende instantie niet de mogelijkheid heeft om te monitoren gedurende de bouw of alle door de bouwer vermelde (geadministreerde) kosten in overeenstemming met de werkelijkheid zijn. De bouwer kan controlerende Curaçaose instanties doodleuk via administratieve gegevens melden (aantonen?) dat zij 800 miljoen dollar hebben gespendeerd, terwijl er in feite “maar” 600 miljoen dollar is uitgegeven aan de bouw.

Ten tweede: omdat met die B.O.O. constructie Curaçao haar oorspronkelijke eigendomsrecht over de aangrenzende waterkavel verliest. De bouwer onder een B.O.O. régime wordt van rechtswege eigenaar van die waterkavel wegens natrekking. Dit impliceert dat ingevolge het recht een gedeelte van een onroerend goed dat door bestemming een onverbrekelijk geheel vormt met dat goed, door natrekking eigendom wordt van de eigenaar van de hoofdzaak, wanneer zonder dat gedeelte (i.c. het waterperceel) de hoofdzaak (i.c. de LNG- terminal) naar haar aard niet langer aan haar bestemming zou kunnen voldoen. I.c. zou de LNG-terminal zonder het aangrenzend waterperceel niet langer als LNG-terminal (GAS overslag haven) kunnen fungeren en dus niet aan haar bestemming kunnen voldoen en is dáárom de eigenaar van de LNG-terminal op het landgedeelte wegens natrekking ook eigenaar van de waterkavel, het onverbrekelijk daarmee verbonden gedeelte dat in de Bullenbaai ligt.

DAAROM moet er tot elke prijs vermeden worden dat de LNG-terminal wordt gebouwd onder een B.O.O. constructie. Uit oogpunt van transparantie behoort de regering daarover opening van zaken te geven. Laten we blijven hopen en bidden dat dit zal gebeuren zoals onlangs toegezegd door de Premier.

Marguérite Nahar
Juriste Marguérite Nahar was tot medio oktober extern juridisch adviseur van Refineria di Korsou (RdK)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *