NU | Openingsfilm Nederlands Film Festival geeft Curaçao compleet nieuw gezicht

De kleurrijke haven van Willemstad, de klanken van steeldrums op het strand. Denk je aan Curaçao, dan springt er al snel een plaatje in je hoofd. Maar er is nog veel meer niet verteld, wist regisseur Eché Janga.

Vrijdagavond opent zijn film Buladó het Nederlands Film Festival, met een gelijktijdige vertoning in ruim honderd bioscopen.

De magisch-realistische film speelt zich af in het westen van Curaçao, een afgelegen gebied waar de elfjarige Kenza alleen met haar vader en opa woont. De dood van haar moeder galmt nog steeds na in het gezin, hoewel de drie generaties daar compleet verschillend mee omgaan.

Waar vader Ouira (Everon Jackson Hooi) zijn littekens verbergt door hard en rationeel te blijven, gelooft opa Weljo (Felix de Rooy) dat hij een deur kan maken naar de wereld van zijn voorouders. Kenza staat tussen hen in en weet niet welke weg ze moet kiezen.

Verschillende kanten van Curaçao

“Weljo staat voor de spirituele kant van Curaçao”, vertelt Janga. “Hij is meer verbonden met de traditionele cultuur van het eiland. “Ouira is de verwesterde man, die het Papiaments afwijst en vindt dat je je moet aansluiten bij de westerse cultuur om verder te komen. Dat Kenza zelf geen keuze daartussen maakt, is ook typisch Antilliaans. Dat je verschillende dingen in je opneemt en van alles het beste eruit pakt.”

Janga liep al sinds 2005 met zijn idee rond. Een kort mythisch verhaal van zijn Antilliaanse oom greep hem direct, maar het duurde nog tot 2017 voordat Janga de juiste schrijfpartner had gevonden. Dat werd coscenarist Esther Duysker, die de dood van haar eigen moeder in de film verwerkte.

“Ik heb het idee lang laten sudderen”, erkent Janga. “Als je een film maakt in Curaçao, dan moet je echt een verhaal te vertellen hebben. Iets wat trouw is aan de inwoners. Geen kort filmpje, en ook niet Engels gesproken.”

Meer dan alleen het slavernijverleden

Een speelfilm in het Papiaments, soms met Nederlandse dialogen: was het niet lastig om daar geldschieters voor te vinden? “Het mooie is dat Papiaments ook bij ons koninkrijk hoort”, antwoordt Janga. “Mensen worden steeds meer bewust van die nieuwe vertelmogelijkheden.”

“Voorheen waren de Antillen vaak alleen de plek waar mensen tot slaaf waren gemaakt”, legt Janga uit. “Een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. Maar het heeft ook gewoon heel veel mooie verhalen. Gelukkig zag het Filmfonds dat ook in. Er valt veel meer te halen dan alleen de duistere kanten van het verleden.”

“Je ziet die elementen wel in de film terugkomen”, gaat Janga verder. “Het slavernijverleden is ook gewoon onderdeel van de cultuur, dus het wordt wel aangestipt. Maar over het algemeen is het een film die voor iedereen goed te kijken is.”

Eché Janga op de set van Buladó met hoofdrolspeelster Tiara Richards | Foto: Gusto Entertainment.

‘Nooit gedroomd dat film zoveel aandacht zou krijgen’

Janga, die eerder het kleine misdaaddrama Helium maakte, werd compleet overvallen toen hij de kans kreeg om het Nederlands Film Festival te openen. “Ik had nooit durven dromen dat Buladó zoveel aandacht zou krijgen. Zelfs tijdens de opnames zeiden mensen nog dat het zo bijzonder was dat ik een film op Curaçao draaide met dit onderwerp. Maar ik ben daar zelf geen moment mee bezig geweest.”

“Nu is het wel ontzettend spannend geworden”, besluit Janga een paar uur voor de première. “Een aantal goede recensies heeft wel stress weggehaald, maar het zijn uiteindelijk de mensen die bepalen. Ik ga later nog met de film naar Curaçao, en daar kunnen kijkers ook heel kritisch zijn. Het belangrijkst voor mij is dat mensen erdoor geraakt gaan worden. Zowel in Nederland als Curaçao.”

Buladó opent vrijdag het Nederlands Film Festival en draait vanaf 1 oktober overal in Nederland.

Bron: NU.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *