NTR | Waar blijft de bescherming van persvrijheid en journalisten op de Nederlands-Caribische eilanden?

Foto: World Press Freedom Conference

ORANJESTAD – Tijdens de World Press Freedom Conferentie (WPFC) die het Nederlandse Koninkrijk mede organiseerde, stelt minister Stef Blok dat persvrijheid ‘absolute prioriteit heeft in Nederland’. Maar vragen hoe de persvrijheid ook op de Nederlands-Caribische eilanden bescherming krijgt, blijven nog zonder antwoord.

Meerdere vragen door Caribisch Netwerk tijdens deze wereldwijde conferentie die duizenden deelnemers digitaal volgden, werden niet beantwoord. Ook het organiserende ministerie van Algemene Zaken heeft nog niet op die vragen gereageerd.

Geld voor bescherming persvrijheid

Vooral vrouweljke journalisten zijn mikpunten op sociale media.

56 landen zijn tijdens de ronde tafel van ministers op de WPFC tot een verklaring gekomen om persvrijheid en journalisten wereldwijd beter te beschermen. Nederland trekt bovendien 7 miljoen euro uit. Met het Shelter City-programma kunnen bedreigde journalisten ook schuilplekken krijgen.

Volgend jaar gaat Unesco, gefinancierd met Nederlands geld, aan politie en ander veiligheidspersoneel trainingen geven over bescherming van journalisten. Op Aruba geven diverse media aan dat politie zelf een probleem vormt. “Niet iedereen bij de politie behandelt de pers goed; sommige agenten gedragen zich heel slecht: vechten, maken ruzie met ons. Bij het politiekorps krijgen we geen gehoor. De politiewoordvoering is laks en trekt partij voor hun favoriete journalisten terwijl anderen niet worden geïnformeerd”, aldus Edmond Croes, directeur van diverse media waaronder Solo di Pueblo.

Nederlands-Caribische journalisten hebben sinds het uitbreken van de coronacrisis, onder druk gestaan door zowel de lokale overheden als het publiek. Alleen op Bonaire is daar tot nu toe geen melding van gemaakt.

De macht van social media
Wat daarnaast naar voren is gekomen – en ook één van belangrijkste onderwerpen op de WPFC-conferentie – is de rol van de social mediaplatforms tijdens deze crisis. De alsmaar groeiende populariteit van Whatsapp, Facebook, Instagram, Twitter en andere digitale platforms betekent dat journalisten het veel moeilijker hebben om hun publicaties bij het publiek te krijgen.

Ze moeten namelijk concurreren met allerlei informatie, ook nepnieuws (fake news), desinformatie en opboksen tegen digitale aanvallen van groepen gebruikers. Deze groepen worden bijvoorbeeld door politici of andere belanghebbenden ingezet (en betaald) omdat ze niet blij zijn met kritische vragen en onafhankelijk onderzoek door journalisten. Deze groepen zijn er bewust op uit om de publieke opinie tegen de pers te keren. Dat is ook gebeurd op Facebook tegen  journalisten op Aruba en Curaçao.

Privacy- en internetexpert Marietje Schaake, die  directeur is van Cyber Policy Center van de universiteit Stanford zegt op de conferentie hierover: “Het is nu het moment om deze enorme macht die de Facebooks, Youtubes en Amazons van deze wereld hebben,  verantwoording te laten afleggen.  Ze moeten transparantie geven over hoe deze platforms bijvoorbeeld menselijk gedrag beïnvloeden om geweld te gaan gebruiken. Deze platforms zijn gericht op winst en niet om gezondheid van mensen of democratie te beschermen. Zoals tijdens deze pandemie duidelijk is geworden.”

‘Landen die andere landen aanspreken op schendingen, moeten zelf zich ook aan de hoogste standaard houden’

-Marietje Schaake, Cyber Policy Center Stanford

Er komen wereldwijd wel steeds meer initiatieven tegen (virale) verspreiding van desinformatie, en waarbij digitale platforms aansprakelijk gesteld worden. Zoals Trusted News Initiative met een early warning-systeem en digitaal watermerk. De Europese Unie heeft ook een nieuw sanctiebeleid tegen landen die mensenrechten (waaronder persvrijheid) schenden. En zelfs opschorten van handelsakkoorden is ter sprake.

Schaake vindt ook dat aan ontwikkelingshulp voorwaarden gesteld kunnen worden; dus alleen investeren in landen die zich inzetten voor persvrijheid en dus niet in landen die dat niet doen.

De internetexpert merkt wel op: “Landen die andere landen aanspreken op schendingen, moeten zelf zich ook aan de hoogste standaard houden. Toen ik als europarlementariër landen aansprak die bekend stonden journalisten gevangen te zetten, merkten zij als eerste op: jullie beschermen ze zelf ook niet in Europa.”

Nederland is in de wereld een voorloper van persvrijheid, maar tegelijkertijd erkent minister Blok (die ook minister van Buitenlandse Zaken is voor de Nederlands-Caribische eilanden) dat ‘ niet alles perfect gaat in ons land’.

“Jammergenoeg krijgen journalisten in Nederland ook bedreigingen, vooral van georganiseerde misdaad.” Hij noemt echter nergens de gebeurtenissen dit jaar in de rest van het Koninkrijk.

Staatssecretaris Raymond Knops van Koninkrijksrelaties die mede namens minister Slob (van Media), schriftelijke vragen van bezorgde Tweede Kamerleden over de beperking van persvrijheid op Aruba en Curaçao beantwoordde, wil zich ook niet uitlaten over verschillende incidenten op de eilanden. Hij vond het bovendien niet nodig om in de voorwaarden voor financiële steun aan de eilanden, bescherming van persvrijheid op te nemen.

Een aantal veronderstellingen die Knops maakt in de beantwoording van deze Kamervragen klopt bovendien niet. Bij navraag, verwijst de woordvoerder naar minister Slob die erover zou gaan. Maar ook daarvan is nog geen antwoord gekomen.

Een van de reacties van minister Dangui Oduber. Hij had eerder al een keer een persbericht uitgedaan waarin hij beweerde een rectificatiebrief naar Caribisch Netwerk te hebben gestuurd.

‘Gelogen over mijn arrestatie’

“Ik ben nog steeds bezig met de gevolgen van mijn illegale arrestatie”, zegt Sharina Henriquez, journalist van Caribisch Netwerk. “Ik wil mijn gegevens uit het politiesysteem en publiekelijk excuus van de politie en het Openbaar Ministerie. De officier van justitie beweerde namelijk dat de hulpofficier niet wist dat ik een journalist was. Terwijl de politie laatst opnieuw heeft bevestigd dat dit wel degelijk direct is gemeld.

Ik wil ook een excuus van de regering. Mijn arrestatie staat niet op zich. Daarvoor bracht minister Dangui Oduber mij al publiekelijk in diskrediet. Zijn coördinator Judelca Briceño sprong zelfs midden in een interview die ik had met een ondernemer en verhinderde dit. Het kabinet gebruikte publieke middelen om mijn naam te bedoezelen. Dat soort dingen gebeuren ook in Venezuela tegen onafhankelijke journalisten, om maar even een voorbeeld te noemen.

Kijk, ik voel mij veiliger om mijn werk te doen als ik weet dat andere professionals en waakhonden van de democratie je back hebben. Andere journalisten, maar ook parlementariërs, advocaten en bijvoorbeeld een universiteit die rechten doceert. Maar publieke steun na mijn arrestatie kwam slechts van twee media, 24ora en Radio Bo Guia 88.9 FM  en van de advocaat, Desiree Croes.

Gelukkig sprongen wel Tweede Kamerleden in de bres. Maar ja, die kunnen natuurlijk niet hier het gedrag van ministers aan de kaak stellen. Ook was ik blij met de aandacht van Reporters Without Borders. Die zei geschokt te zijn dat in het Nederlandse Koninkrijk met een hele goede reputatie op gebied van persvrijheid, een journalist was opgepakt. Dat is nu dus helaas gerapporteerd.

De coronaperiode maakte voor mij eigenlijk goed duidelijk welk belang Aruba hecht aan democratie.”

Bron: NTR/CaribischNetwerk

Een Reactie op “NTR | Waar blijft de bescherming van persvrijheid en journalisten op de Nederlands-Caribische eilanden?

  1. Zeker, ook op Curaçao staat persvrijheid de laatste jaren onder druk. Blame de boodschapper.
    De reden is ook vaak te vinden dat men lange tenen heeft, de waarheid koste wat kost onder de tafel moet blijven, teveel mensen met elkaar gelieerd zijn, kleine gemeenschap ‘ons kent ons’. Er weinig echte kennis is, Good Governance veel beter moet en ik denk verder dat het OM hun paternalisme zou moeten laten varen. Of regelmatiger wisselen ipv verlenging(en).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *