NRC | Voor Curaçao is corona een crisis te veel

Rik Rutten | Met samenvatting voorwaarden voor coronasteun

Hulpinstanties delen op Curaçao inmiddels aan 12.000 huishoudens voedselpakketten uit. Dat waren er tot voor kort enkelere honderden. Foto Prince Victor

Koninkrijksrelaties De regering van Curaçao ziet Nederlandse voorwaarden voor economische steun na corona als „een agenda voor overname”. Maar gewone eilanders zien een nog groter kwaad. „Meer autonomie? Met een regering als de onze?”

Ze heet Janmileth en ze gooit nog maar eens een emmer water over de vloer van haar bar. De krukken staan op tafel, de wieken van de ventilator draaien voor niemand hun rondjes aan het plafond. Er waren tijden dat het hier rond lunchtijd al vol zat.

Is dat het corona-effect? Janmileth lacht en legt dan haar vlakke hand als een guillotine in haar nek, daar waar haar zwarte haar in een knot bijeenkomt. „Dat zegt de regering misschien, maar het is al twee jaar armoe troef. Covid is voor ons slechts de genadeklap.”

Ze betaalt zich blauw, zegt ze, en intussen blijven de klanten weg. Het is dat haar man een ambtenarenpensioentje heeft, anders had ze de tent al lang moeten sluiten, zoals zoveel cafébazen en restauranthouders in Willemstad, die op zoek gaan naar ander werk. Als dat al te vinden is. „Met deze regering…”

Haar vriendin valt in: „Als de Nederlanders hier willen regeren, laat ze maar komen.” Gladys heet ze, en ze doet in jukeboxen. Het exemplaar in Jamileths bar heeft ze net opgelapt. „In Nederland betaal je meer belasting, maar je krijgt er tenminste iets voor terug. En iederéén betaalt eerlijk mee.”

Voor Curaçao is corona een crisis te veel gebleken. Het ging slecht, het gaat nog veel slechter worden. Volgens de laatste cijfers van het IMF wacht de economie een krimp van 23 procent, een duikeling waarbij de Nederlandse coronadip van 6 procent schril afsteekt. Hulpinstanties delen inmiddels aan twaalfduizend huishoudens voedselpakketten uit. „Dat waren er tot voor kort driehonderd”, zegt de manager van het Rode Kruis in haar kantoor.

Even later zien we ze: de rijen aan dozen vol pasta, rijst, bonen in blik, bijeengebracht in een loods onder de schoorstenen van de Isla-raffinaderij. Ook de raffinaderij – al decennia een van de grootste werkgevers op het eiland – zwalkt. Een massaontslag is net in gang gezet en van raffineren komt het al maanden niet meer.

Sinds de nieuwste crisis is de voedselhulp in korte tijd noodgedwongen uitgegroeid tot een militair georganiseerde operatie. De medewerkers zijn er dagenlang druk mee: doordeweeks inpakken, zaterdag uitdelen. Op elk pakket een glimmende sticker: „Gefinancierd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.”

Strenge voorwaarden

Zodra het coronavirus Curaçao en de andere Caribische eilanden in het koninkrijk begon te ontwrichten, zegde Nederland zonder aarzeling noodhulp toe. Minder zin heeft Den Haag om ook de getroffen economieën uit het slop te trekken. En dus stelde het kabinet de afgelopen maanden geen giften maar alleen renteloze leningen beschikbaar, tegen strenge voorwaarden, die bij elke steunronde een beetje strenger worden.

Te streng, vinden de drie landen – Aruba, Curaçao en Sint Maarten – nu. Vrijdag wezen ze het nieuwste Nederlandse voorstel af, Curaçao voorop.

Het voorstel leek op „een agenda voor overname en controle over het bestuur van de landen”, zei premier Eugene Rhuggenaath, zóveel autonomie moet zijn regering nu afstaan. Een „moderne rekolonisatie”, luidde de samenvatting van Steven Martina, minister van Economische Ontwikkeling.

Rhuggenaath heeft zijn reputatie aan het thuisfront er nog niet mee kunnen redden. Niet Mark Rutte maar híj is de schuldige bij de volksklasse van Curaçao. Een deel zag hem altijd al als een losgezongen bestuurder, te veel high society, nu breidt zijn impopulariteit zich uit. Het refrein van de onvrede: Rhuggenaath heeft de economie laten verpieteren en de prijzen laten stijgen. Nu de nood hoog is, zoekt hij een zondebok door naar Nederland en het coronavirus te wijzen.

De band met Nederland is sinds 2010 niet zo slecht geweest

En de nood ís hoog, zegt een vrouw aan de toog van een van de snèks in Willemstad – de door Chinezen uitgebate eetcafeetjes waar de pot kippenvleugels, rijst en bier schaft – en ze zet een flesje Amstel Bright aan haar lippen. „Je moet gaan dieven om te overleven.”

De economie van Curaçao en de band met Nederland hebben er sinds de nieuwe start van 10 oktober 2010 niet zo slecht voor gestaan. Toen, bij het opheffen van de Antillen, was de belofte dat de nieuwe autonome status voor Curaçao beter bestuur én een economische boom zou betekenen. „Samen heel veel geld verdienen.” Zo verwoordde premier Rutte de nieuwe ambitie bij een bezoek in 2013.

Laatste vlees op de botten

Een succes werd het nooit. Het Curaçaose overheidsapparaat bleef te log, corruptie bleef een probleem, kwijtgescholden schulden werden opgevolgd door nieuwe schulden, de gehoopte economische bloei kwam niet tot stand. De schokgolven van de crisis in Venezuela, de problemen bij de raffinaderij en het wegblijven van toeristen door corona hebben het laatste beetje vlees op de botten weggevreten.

En dus trekt Nederland de teugels in het Koninkrijk weer aan. Het eist dat Aruba alsnog onder aangescherpte financiële controle komt te staan. Het wil dat Curaçao kort op de omvang én salarissen van zijn ambtenarenapparaat. En het wil – als deel van de nieuwste eisen – voor alle eilanden tezamen één orgaan oprichten dat de komende zeven jaar op alle hervormingen en uitgaven toeziet, onder beheer van drie Nederlanders, benoemd door staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA) .

Het deed Suzy Camelia-Römer, de Curaçaose minister van Gezondheid, denken aan de manier waarop „de West-Indische Compagnie vroeger de Koloniën bestuurde”, zei ze tegen een legertje journalisten.

Van Michael Isijk mag het. Hij brengt zijn lunchpauze door in Otrabanda, de volksbuurt van de oude binnenstad, in de knalgele werkkleding van Selikor, het staatsafvalbedrijf. Het waren de vuilnismannen van Selikor, Michaels collega’s, die twee weken geleden het grootste protest tegen Rhuggenaath ontketenden. Het protest liep uit de hand toen relschoppers zich bij de meute aansloten, brandjes stichtten en begonnen te plunderen.

12,5 procent

Het geweld is weer opgehouden, de volkswoede niet. Het is een boosheid die aan alle kanten opvlamt en zich onder ambtenaren in één getal laat samenvatten. „De 12,5 procent”, zegt Michael. Een meeluisterende collega knikt instemmend: „Precies, de 12,5 procent.”

In ruil voor de tweede lening vroeg Nederland in mei om een „verlaging van 12,5 procent op het totale arbeidsvoorwaardenpakket van alle medewerkers in de (semi-)publieke sector”. Rhuggenaath verlaagde prompt alle ambtenarensalarissen, ook die van de vuilnis-ophalers, de verplegers en de leraren. De vakbonden stonden buitenspel, het parlement ook. Rhuggenaath had geen keuze, zei hij: dit was nu eenmaal wat Knops had geëist.

Prominente bestuurders en politici – onder wie ondernemersvoorman Hans de Boer en oud-DNB-directeur Nout Wellink – riepen het kabinet per brief op tot meer begrip voor Curaçao – maar dat leidde tot niets. Het IMF houdt het er in zijn nieuwste, nog ongepubliceerde rapportage op dat de hervormingen wel „in de juiste volgorde” moeten plaatsvinden.

Maar Nederland heeft het in Willemstad niet verbruid. Niet bij Michael Isijk bijvoorbeeld. In meer autonomie heeft hij al helemaal geen trek. „Onze geschiedenis is Nederlands. Onze paspoorten zijn Nederlands. Onze koning is Willem-Alexander.” Hij lacht. „Meer autonomie? Met een regering als de onze?” Als Rutte of Knops op de Curaçaose kieslijst stonden, hadden ze geen slechte beurt gemaakt. De hoon is voor Rhuggenaath.

„Ik snap ze wel met die voorwaarden: het is hier lenen, lenen en nooit terugbetalen”, zegt later een snorder, terwijl hij zijn auto over de kustweg manoeuvreert. Hij verloor door de crisis zijn baan als beveiliger en verdient nu de kost met illegale taxiritjes in de avonduren. „Als ik de regering van Nederland was, had ik Curaçao al lang in beslag genomen.”

Doemscenario

Een zucht. „Er is een groeiend geloof dat Nederland altijd bijspringt, dat Nederland het allemaal kan oplossen”, zegt een hoge ambtenaar van de Curaçaose regering op persoonlijke titel. „Terwijl Nederland helemaal niet bereid is zodanig te investeren. Het basisidee voor Nederland lijkt te zijn dat de Caribische eilanden geen kopzorgen moeten geven. Meer niet.”

Waar Den Haag het verzet van Rhuggenaath afdoet als politiek paniekvoetbal, zien ze in zijn eigen kringen iets heel anders: een Nederlands kabinet dat zijn ongeduld niet langer kan verbergen en, net als bij de andere eilanden, de kans grijpt nu de kans op tegenspraak het kleinst is. „Zo ging het op Sint-Maarten na Irma, de orkaan, en zo gaat het hier”, is een veelgehoord geluid. En: „Het is crisis, dat maakt nee zeggen héél moeilijk.”

Wat zich nu voltrekt, is precies het sentiment waarvoor ze beducht zijn op Fort Amsterdam, het Curaçaose regeringscentrum in het hart van Willemstad. Op het doemscenario wordt al gespeculeerd: Rhuggenaath die eerder al te veel is meegegaan in het Nederlandse eisenpakket, en dat volgend jaar mag bekopen met een vette verkiezingsnederlaag. En een geslepen politicus die dan op de golf van onvrede naar de zege surft – om zich vervolgens niets aan te trekken van alle eisen.

Dat uitgerekend Rhuggenaath nu alsnog in de clinch zou liggen met Den Haag, dat stond niet in het Haagse script. Met hem viel beter te werken dan met zijn voorgangers, was de afgelopen jaren de heersende gedachte op het Binnenhof, hij was er in elk geval het type niet naar om te pendelen van het premierschap naar de gevangenis à la Gerrit Schotte, de oud-premier die wilde afrekenen met de Nederlandse bemoeienis op Curaçao, maar sinds 2018 vastzit wegens corruptie, witwassen en fraude.

Het kan verkeren. De premier die drie jaar geleden als betrouwbare partner werd binnengehaald, een ‘Curaçaose Kennedy’ met hervormingsdrang, lijkt een jaar voor de volgende verkiezingen machteloos, zijn herverkiezing verkeken.

En dan?

Angelo Christoffer staat met zijn voeten in het zand in de baai van Lagun, niet ver van het meest westelijke punt van Curaçao, en hij denkt aan Nederland. Zijn bovenlijf druipt na van een duik in de baai. Zijn zoontje staat naast hem, een snorkelmasker in de hand. Angelo werkte bij de raffinaderij, als process operator, maar sinds de massaontslagen behoort hij tot het verse legioen van werklozen.

„Ik had niet gedacht dat ik ooit Curaçao zou verlaten”, zegt hij. „Maar het moet. Ik heb geen keus.” Hij pakt in augustus het vliegtuig naar Nederland, samen met zijn zoon. Een enkeltje.

Naschrift KKC

Samenvatting Landspakketten Curaçao, Aruba en Sint Maarten + HERVORMINGEN TOEZICHT EN HANDHAVING TRUST en ONLINE GOKSECTOR GEHIGHLIGHTED.

Klik hier voor het document als u met uw browser het onderstaand Scribd document niet kan lezen of downloaden.

2020 07 xx – Landspakketten Curaçao, Aruba en Sint Maarten coronaviruslening 3e tranche by Knipselkrant Curacao on Scribd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *