NRC | ‘Grote witwasonderzoeken trekken een wissel op je’

Interview Peter van Leusden Onderzoeksleider FIOD | Esther Rosenberg

Peter van Leusden – Onderzoeksleider FIOD belastingdienst | NRC

Hij leidde jarenlang succesvol de grootste onderzoeken bij de financiële opsporingsdienst FIOD, zoals die naar SBM Offshore en ING Bank. Uiteindelijk stapte hij toch op. „Ik mis soms visie en sturing in onderzoeken.”

In het donker fietst rechercheur Peter van Leusden met een collega langs de Amsterdamse kades om zo onopvallend mogelijk een rondvaartboot te volgen. Ze verwachten dat die stiekem gaat tanken en willen weten waar dat gebeurt.

Het is midden jaren negentig. In afgeluisterde gesprekken horen ze hoe iedereen – buschauffeurs, botenbedrijven, de attracties waar ze naar toe varen – zwart aan de toeristen verdient. Van Leusden ziet het na al die jaren nog voor zich: de schaduwboekhouding, de boodschappentassen met cash in de woning van de verdachte, het lijk dat komt bovendrijven als de sloep achter het huis wordt weggesleept. „Dat lijk had niets met de zaak te maken”, zegt Van Leusden, „dat dreef in de rivier en was vast komen te zitten.”

Het is het eerste van 26 strafrechtelijke onderzoeken die hij bij de opsporingsdienst FIOD zal doen.

Een collega noemt hem „onze beste onderzoeksleider”. Zo’n beetje alle spraakmakende strafzaken die de staat het afgelopen decennium tegen grote Nederlandse bedrijven voerde, zijn naar hem terug te voeren. Van Leusden leidde de corruptie-onderzoeken naar olieplatformbouwer SBM Offshore en bouwer Ballast Nedam, het onderzoek naar de partners van KPMG, dat naar fraude bij verzekeraar HDI-Gerling en de Nederlandse hulp aan de corrupte Braziliaanse bouwer Odebrecht. En vooral: alle spraakmakende onderzoeken naar de banken – Rabobank, ING en ABN Amro.

Nu, na 25 jaar, geeft zijn pas hem op het Utrechtse hoofdkantoor van de FIOD geen toegang meer tot de sluis naar zwaarder beveiligde afdelingen. „Rare tijden”, zegt Van Leusden. Hij zegde zijn baan op, nam verlof, schilderde zijn patio en begint in september bij een commercieel bureau dat bedrijven bijstaat bij compliance- en integriteitsproblemen.

Hij stemde in met een interview over zijn tijd bij de FIOD. Hij vroeg vooraf niet waar het over zou gaan, riep er geen persvoorlichter bij en neemt alle tijd. Alleen over de inhoud van specifieke zaken praat hij niet, vanwege zijn geheimhoudingsplicht.

Aan zijn contacten schreef hij dat als er één moment is waarop hij nog iets anders kan doen, het dit jaar is waarin hij 60 wordt. Dat blijkt gedurende het gesprek niet de enige reden.

Vaste koppels

„De Cock en Vledder-achtige zaken” als die van de rondvaartboten, „heb ik al jaren niet meer”. Die kwamen vaak via oplettende controleambtenaren van de Belastingdienst. „Die controleert bedrijven nu veel minder regelmatig.”

De FIOD werkte in die tijd nog met vaste koppels die alles zelf deden. Later koos de dienst voor grotere, complexe zaken en specialismes. Van Leusdens werk ging van die eerste plastic boodschappentassen en papieren ordners naar offshoreconstructies en vele terabytes aan data.

Op welke zaken bent u het meest trots?

„Niet per se de zaken zelf, maar op het effect dat we bereikt hebben bij de banken. Dat we nu met z’n allen zo discussiëren over hun poortwachtersfunctie, het besef dat ze echt iets moeten doen aan crimineel geld dat door Nederland vloeit, dat hebben we op de kaart gezet. Sindsdien werken we ook meer samen met banken.”

Was de ING-zaak daarvoor niet genoeg geweest? Waarom ook ABN?

„Ja, goeie, dat is altijd een afweging. Ik kan niets over ABN zeggen, maar als je één bakker doet en de bakker daarnaast doet hetzelfde kunstje, laat je die dan lopen? Of zeg je tegen die bakker: ‘je hebt nu een signaal gehad, los het op’? Als die het niet oplost, kun je zeggen: dan zijn de consequenties voor jou.”

ING Bank bleek in vier afzonderlijke strafzaken te weinig te hebben opgetreden tegen witwassen door klanten. Het resulteerde in een recordschikking in september 2018, waarbij de bank 775 miljoen euro moest betalen wegens ‘ernstige nalatigheden bij het voorkomen van witwassen’.

Een jaar later maakte ABN Amro bekend onderzocht te worden. Ook zij zou onvoldoende optreden tegen witwassen. Weer Van Leusden.

Banken kijken sindsdien wel uit. Ze namen duizenden mensen aan om witwassignalen op te vangen, bang om ook maar iets te missen. Toch zijn niet alle bankiers overtuigd van het nut van de investering, alleen al omdat de opsporingsdiensten niet de capaciteit hebben om alle meldingen die zij doen, te beoordelen en verwerken.

Is dit wat u voor ogen had?

„We zijn er nog lang niet. Als banken niet weten wie hun klanten zijn of hen in een verkeerd segment indelen, kunnen ze monitoren wat ze willen, maar dat is dan zinloos. Dus moeten ze beginnen bij het begin: heb controle over je klanten. Heb je bestanden op orde. Daarna zijn die duizenden mensen om achterstanden weg te werken niet meer nodig. Het resultaat van ING is ook dat we gesprekken met de banken voeren over wat zij zien. Daar is vertrouwen voor nodig.”

Waarom zouden banken de FIOD vertrouwen? Ze weten: als ik zaken meld die ik eerder niet zag, kan ik vervolgd worden.

„Ja, dat is ingewikkeld. Maar ze kunnen zeggen: wat zien we hier nu met z’n allen? Bij mondkapjesfraude of mensenhandel is dat makkelijk, maar bij een klant waaraan de bank veel geld verdient, vinden ze dat lastiger.”

Hebben bankbestuurders meteen door waar u voor komt?

„Nu wel. Toen niet, nee.”

Wordt u netjes ontvangen?

„Voorbeeldig. We zitten meteen in de viproom aan de koffie, allemaal fantastisch.”

Maar?

„Ze hebben soms echt geen idee wat er gaande is. En dan ligt het er maar aan bij wie je komt. Ik ben bij commissarissen geweest bij wie ik dacht: in welke wereld leven jullie?”

Waarom dacht u dat?

„Arrogantie, afstand. Je totáál niet serieus nemen. ‘Weet je wel wat een bank als deze allemaal doet?’; ‘Het is peanuts waar je het over hebt’; ‘Je begrijpt onze wereld niet.’ Twee vrouwelijke rechercheurs kwamen bij een commissaris en werden minder serieus genomen. Ik ging de keer erop mee, heb hem erop aan gesproken. ‘Allemaal onzin’ natuurlijk, maar hij vond het wel fijn dat ik mee kwam.”

Dat moet oud-commissaris Jeroen van der Veer van ING zijn, zo’n anekdote stond in het FD.

„Daar kan ik niets over zeggen. Banken nemen het nu wel serieus.”

In al die jaren zag Van Leusden „twee, hooguit drie vrouwelijke verdachten”, zegt hij. „Dit is een mannenwereld.”

Zijn eerste mislukte zaak: een notaris die valse aktes zou opmaken, 37 in een specifieke kwestie. Van Leusden zocht van al die aktes uit waarom ze volgens hem vals waren. De notaris werd vrijgesproken. „Ik wilde volledig zijn in al die aktes, in plaats van er twee of drie goed uit te diepen.”

Met de komst van directeur Hans van der Vlist in 2011 ging de FIOD anders werken. De dienst nam meer mensen aan met een andere dan een fiscale of douane-achtergrond en specialiseerde zich in witwassen en corruptie. De dienst werd opener, creatiever en koos voor zaken ‘met impact’. Maar de financiële misdaad werd ook complexer, digitaal en internationaal.

Waarom duren de grote corruptiezaken rond SHV, Shell en Damen al jaren?

„Corruptiezaken zijn complex. Omkoping door Nederlandse bedrijven gebeurt vaak in het buitenland. De omkoper én degene die wordt omgekocht hebben belang bij stilte, dus niemand praat. Maar ook nam je vroeger tien ordners mee, die las je vijf keer van A tot Z en dan wist je alles. Nu nemen we bij banken en grote bedrijven meer dan honderd miljoen mailtjes en 10 terabyte aan data mee – dat zijn zes universiteitsbibliotheken. Je kan niet alles lezen. Het risico met rechercheurs is dat ze gaan graven, graven. Je móét kiezen, anders loopt het onderzoek weg.”

Van Leusden laat zich erop voorstaan dat zijn zaken niet lang duren, bij voorkeur hooguit een jaar. Projectmatig werken, heet het. Vooraf bedenken wat hij met een zaak wil bereiken, strak plannen hoe lang elke onderzoeksfase duurt, welke specialisten hij in elke fase nodig heeft en zich eraan houden. „Ik maak me zorgen over de lange doorlooptijden van onderzoeken.”

Hij legt bewijs daarom ook al in een vroeg stadium op tafel bij de verdachte, zegt hij. „En ik ga direct met de advocaten in gesprek om te vragen hoe we elkaar kunnen helpen, om bijvoorbeeld te voorkomen dat een zaak vastloopt op hun verschoningsrecht. Dat is me zelden overkomen.”

Focussen, snelheid. Hij moet wel. Voor een megaonderzoek als dat naar ING had Van Leusden een kernteam van vijf mensen. Hij leidt zo’n onderzoek inhoudelijk, overlegt met de advocaten van de bank, geeft presentaties aan de bankbestuurders en houdt de officier ‘opgelijnd’ – „die heeft niet alleen zo’n zaak, die heeft vijftig zaken”.

Waarom zet de FIOD niet meer mensen op prestigieuze zaken als die tegen de banken?

Voor het eerst in het gesprek valt hij even stil. „Ik heb een paar keer hard moeten vechten voor extra mensen die me al beloofd waren. Ik maak een plan, dat vindt iedereen fantastisch. Daarin staat dat ik in die en die fase, op die en die datum twee juristen nodig heb om het feitenrelaas te schrijven. Dan is het die datum en dan komen ze niet. Dat heb ik eigenlijk in veel zaken. Ik begrijp dat de FIOD zo’n zevenhonderd zaken heeft per jaar, maar het is een kwestie van kiezen. Een bank zet zeventig mensen op zo’n zaak, wij dus nadrukkelijk minder.”

Niet iedereen bij de FIOD houdt zich aan de plannen?

„Ik kreeg het werken zoals ik dat voorsta er niet doorheen, het lukte me gewoon niet. Mij werd gezegd: ‘zoals jij het wil, zien we het voorlopig niet gebeuren’. Ik denk door de structuur van de organisatie, de bureaucratie, de regionale manier van werken. Je moet door muren heen. De FIOD is een geweldige werkgever, maar ik mis soms visie en sturing in onderzoeken.”

„In 2013 gaf ik intern een presentatie over projectmatig werken. Prachtig vond iedereen het, maar er gebeurde in mijn ogen niets. In 2019 vroeg iemand: hé, wil jij iets over dat projectmatig werken vertellen? Ik heb toen dezelfde presentatie gegeven en alleen 2013 in 2019 veranderd. Het viel niemand op, ze vonden het vernieuwend. Toen dacht ik, dit is niet goed. Ik moet accepteren dat mensen anders willen werken. Ik wilde geen karikatuur van mezelf worden.”

Zijn eerste grote succes was een van de eerste Nederlandse witteboordenzaken. Zeven zakenmannen, onder wie een Amerikaanse oliehandelaar, een Zweedse crimineel en een fiscaal directeur van ABN Amro die een criminele organisatie vormden. Met vennootschappen kochten ze op papier lucratieve mijnrechten en haalden daar fiscale trucs mee uit. Weer dat enthousiasme bij Van Leusden. „Alles was fake in die zaak, maar hoe bewijs je dat? Drie dagen voor zitting zijn we naar Colorado gevlogen. In een fourwheeldrive reden we over een steile zandweg naar waar de mijn zich moest bevinden. Op een gegeven moment zei iemand: dit moet ’m zijn. In the middle of nowhere, op 4.000 meter hoogte, was enkel een oude, inactieve mijnschacht. Dat filmden we en de rechter accepteerde het als bewijs.”

U lijkt nog niet uitgekeken op uw werk.

„Ik zou dit nog tien jaar kunnen doen.”

Waarom gaat u toch weg?

„Grote zaken zoals die tegen de banken trekken een wissel op je. Het is het managen van onderzoeken met weinig mensen. Je werkt in piektijden al gauw zestig uur per week. Maar het is ook persoonlijk. Ik ben erg betrokken bij zaken, het vreet aan me. Ik ging slecht slapen en wilde voorkomen dat het ten koste van mijn gezondheid zou gaan. De verantwoordelijkheid van dit werk is groot, het heeft invloed op levens en gezinnen. Je denkt wel eens: wat als ik nou ongelijk heb?”

Bron: NRC Handelsblad

Een Reactie op “NRC | ‘Grote witwasonderzoeken trekken een wissel op je’

  1. Hier doen ze helemaal geen onderzoek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *