‘Maffia is de baas op Curaçao’

© ANP. Bezoekers nemen, tijdens de herdenkingsdienst, afscheid bij de kist van de vermoorde politieke leider Helmin Wiels. De 54-jarige Wiels, strijder voor de onafhankelijkheid van Curaçao, werd doodgeschoten op het strand van Marie Pampoen.
OPINIE –  Met lede ogen zien de bewoners van Curaçao toe hoe de georganiseerde misdaad het eiland overneemt. Zij hebben hun hoop gevestigd op – het onwillige – Nederland, betoogt voormalig inspecteur gezondheidszorg op Curaçao Jan Huurman.
  • Wie durft het na de moord op Wiels nog op te nemen tegen de maffia?

  • Koninkrijks- statuut biedt Nederland alle ruimte voor ingrijpen

     

Op zaterdag 4 mei keerde ik terug van bijna negen maanden Curaçao. Als tijdelijk inspecteur gezondheidszorg heb ik de gelegenheid gehad om vrijwel alle aspecten van de Curaçaose gezondheidszorg en een belangrijk deel van de rest van de samenleving te leren kennen. Een samenleving vol paradoxen en rijk aan politieke verwikkelingen. In de periode dat ik op het eiland was, maakte ik de val van het kabinet-Schotte mee, vervolgens een heftige verkiezingscampagne, en daarna de opzienbarende draai van Helmin Wiels. Hij keerde zich af van de graaicultuur onder Schotte en koos voor schoon schip maken met een ‘takenkabinet’.

Eind januari sprak ik met Wiels, op dezelfde dag dat minister Plasterk zijn kennismakingsbezoek aan het land Curaçao bracht. Ik feliciteerde Helmin Wiels met zijn keus voor de nieuwe koers en vooral met de keus van de nieuwe minister van Gezondheid: Bernard Whiteman. Dezelfde Bernard Whiteman die mij, in zijn rol als inspecteur-generaal volksgezondheid, in juni 2012 had gevraagd om tijdelijk de rol van inspecteur gezondheidszorg op me te nemen.

Wiels sprak op zijn beurt warme woorden over de zaken die in de gezondheidszorg van Curaçao de laatste maanden ten goede waren gekeerd. Daarna spraken we nog een tiental minuten over onze gedeelde passie voor rechtvaardigheid en de strijd tegen corruptie en fraude. We lagen elkaar wel, hij de donkergekleurde voorvechter van de onafhankelijkheid voor het volk van Curaçao, en ik de witte ‘makamba’ die al enige maanden bezig was de kwaliteit van de zorg op orde te krijgen.

Voorzichtig optimisme
Op 13 augustus 2012 stapte ik redelijk naïef uit het vliegtuig op luchthaven Hato, Curaçao. Ik was niet meer dan oppervlakkig op de hoogte van de gezondheidszorg op het eiland, en wist al helemaal niet wat mij te wachten stond als inspecteur gezondheidszorg. Ben Whiteman had ik één keer in juni gesproken, en dat had mij niet heel veel wijzer gemaakt. Het belangrijkste dat ik wist, was dat de functie van inspecteur sinds april vacant was. ‘Ga maar op de stoel zitten’, had Whiteman tegen me gezegd, op mijn vraag wat hij van mij verwachtte.
Op die stoel werd het mij al snel duidelijk dat de kerntaak van de inspectie – toezicht houden op naleving van de regelgeving – niet echt was ingevuld. Ja, veel, heel veel tijd werd besteed aan individuele klachtbehandeling, maar dat leidde niet tot structurele verbeteringen in de zorg. Mijn eerste ‘beleidsbeslissing’ hield daarom in dat we als inspectie met de wet in de hand ziekenhuizen en overige instellingen gingen inspecteren. De Curaçaose wet wel te verstaan, en niet met ‘Nederlandse ogen’. Tot mijn lichte verbazing werd deze aanpak geaccepteerd: aanwijzingen werden opgevolgd en op cruciale plekken kwamen verbeteringen tot stand.

De medewerking was zo positief, dat ik aan het eind van mijn eerste contractperiode (midden december 2012) voorzichtig optimistisch werd over de toekomst van de Curaçaose gezondheidszorg. Daaraan koppelde ik dan wel de vaststelling dat mijn interventies zo succesvol waren, omdat ik mijn werk als onafhankelijke buitenstaander kon doen; iemand vanuit de eigen kleine (medische) gemeenschap zou minder makkelijk de stappen kunnen zetten zoals ik had gedaan. En dat bracht mij dan weer tot het voorstel om de Curaçaose Inspectie Gezondheidszorg in te richten naar analogie met de rechtspraak op het eiland: in combinatie met de andere (ei)landen van de voormalige Nederlandse Antillen en met een hechte relatie met Nederland.

Begin januari van dit jaar begon ik aan mijn tweede contractsperiode. De lijn werd weer opgepakt, met nu een sterkere nadruk op de kwaliteit van zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen. Ook dat werd in dank geaccepteerd. Het tij keerde echter op het moment dat ik een fraudenetwerk ontrafelde en grote kwaliteitsproblemen aan het licht bracht bij maag- verkleiningsoperaties. Lichte hints werden opgevolgd door scherpere signalen: een al te doortastende aanpak werd niet meer door iedereen op prijs gesteld. Tegelijkertijd strandde mijn voorstel voor een andere inbedding van de Inspectie, meer in Koninkrijksverband.

Het idee kreeg noch binnen de Inspectie noch van de minister (inderdaad Whiteman) de handen op elkaar: binnen de top van de Curaçaose samenleving is ‘op eigen kracht’ populairder dan ‘effectief optreden’. Toen ik, de signalen ten spijt, doorging met het aangeven van de fraude onder medisch specialisten bij het Openbaar Ministerie en serieus werk maakte van het onderzoek naar zeker vijf, maar mogelijk zes sterfgevallen na maagverkleiningsoperaties, werd de situatie steeds ongemakkelijker. De minister viel mij in het openbaar af, terwijl mijn ondersteuningsverzoek aan de Nederlandse Inspectie voor hulp bij het onderzoek naar die vijf of zes sterfgevallen door de waarnemend inspecteur-generaal bot werd ingetrokken.

Kort daarvoor hadden minister en inspecteur-generaal aangekondigd dat mijn contract niet opnieuw zou worden verlengd, en dat er binnen het eigen (ei)land gezocht zou worden naar een vaste inspecteur gezondheidszorg. Dat viel overigens niet erg goed bij de doorsnee bevolking. Een petitie die pleitte voor verlenging van mijn contract kreeg binnen een week meer dan 2.600 hand- tekeningen, via internet en op papier (de laatste vooral in de armere wijken van Curaçao). Zonder enig resultaat overigens. Ik keerde terug naar Nederland, en Curaçao zit sindsdien weer zonder inspecteur.

Angst op het eiland
Terug naar Helmin Wiels. Alles wijst erop – en al mijn betrouwbare contacten op Curaçao bevestigen het – dat Wiels is vermoord door de georganiseerde misdaad (maffia) vanwege zijn (aanstaande) onthullingen over corruptie rond illegale loterijen en het overheids telecombedrijf UTS. Wat wij ons hier in Nederland niet (kunnen) realiseren, is hoe groot de angst is die nu op het eiland heerst: als de dappere Wiels wordt vermoord, wie durft het dan nog tegen de maffia op te nemen?

Hier wreekt zich ook de kleinheid van de Curaçaose samenleving en de broosheid van het overheidsapparaat. De politie is notoir corrupt en de tentakels van de georganiseerde misdaad reiken tot voorbij de muren van het Openbaar Ministerie. Geen wonder dat het onderzoek naar de moord zo traag op gang kwam. Geen wonder dat een overduidelijke afleidingsmanoeuvre als die van de twee opgepakte ‘You Tube’ broers zo veel energie wegzuigt bij de opsporingsambtenaren. Geen wonder dat de enige vorm van ondersteuning die door Curaçao vanuit Nederland wordt geaccepteerd, die van de overgevlogen pathologen is. De georganiseerde misdaad is de ‘staat’ Curaçao eenvoudigweg de baas.

Nederland draagt voor de ontstane situatie een zware verantwoordelijkheid. Dat dan niet alleen vanwege onze activiteiten in het verre verleden als slavenhandelaren, maar ook door de recente rol. Nederland, als sterkste partner binnen het Koninkrijk, heeft een sterk stempel gedrukt op de herinrichting van de landen binnen dit verband. Tot 10-10-10 bestond het land Nederlandse Antillen nog met een redelijke omvang en twee bestuurslagen: het ‘landsniveau’ en de afzonderlijke eilanden. Daarmee werd een zekere mate van tegenwicht gegarandeerd tegen de willekeur van de afzonderlijke eilandselites en tegen de macht van de georganiseerde misdaad (al dan niet met elkaar verbonden).

Ik wil niet suggereren dat de Antillen voor de opdeling in oktober 2010 vrij van corruptie en cliëntelisme waren (verre van dat), maar de ontwikkelingen sindsdien geven alle aanleiding te veronderstellen dat de situatie is verslechterd: zie de corruptie op Sint Maarten (minister Duncan en de bordeelaffaire), zie de georganiseerde roofactiviteiten op Curaçao tijdens het kabinet-Schotte. Bovendien is nu het Openbaar Ministerie op het verkleinde niveau van de nieuwe (ei)landen georganiseerd, waar dat voorheen binnen de grotere schaal van de Nederlandse Antillen opereerde. Daarmee is de weerstand van de nieuwe landen tegen corruptie en fraude onderuit gehaald. Overigens is de recente annexatie van de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) ook geen fraai voorbeeld van goede nieuwe overheidsvorming.

Wat betekent dat nu voor de opstelling van Nederland, Nederland als land binnen het Koninkrijk der Nederlanden? Naar mijn stellige opvatting dat Nederlandse politici niet meer kunnen wegkijken, zich niet meer kunnen verschuilen achter het mantra van de ‘zelfstandigheid’ van de andere landen binnen het Koninkrijk.
De gewone burgers op de eilanden (niet te verwarren met de politici) vestigen hun hoop op Nederland als hoeder van rechtstatelijke zekerheden. Dat geldt voor de bescherming tegen frauderende en onzorgvuldig opererende dokters, dat geldt in nog sterkere mate voor het bieden van zekerheden tegen de handelingen van de georganiseerde misdaad. Het lijkt paradoxaal om de moord op Wiels – kampioen van de zelfstandigheid voor het land Curaçao – aan te grijpen om te pleiten voor een actievere opstelling van Nederland, maar noodzakelijk is het wel. Het Koninkrijksstatuut biedt daar alle ruimte voor.

Tot slot. De toekomst van de bewoners van de voormalige Nederlandse Antillen ligt naar mijn stellige overtuiging niet binnen de verstikkende bekrompenheid van de afzonderlijke eilanden (Curaçao, Sint Maarten en Aruba) of in een neo-koloniale relatie met het oude moederland (de BES- eilanden), maar in een nieuw te vormen relatie met andere Caribische (ei)landen. Dat is echter een punt voor de wat langere termijn. Zonder herstel en behoud van de rechtstatelijke zekerheden in de huidige ‘landen’ komt die wenkende toekomst niet eens meer aan de orde.

Jan Huurman was tot deze maand inspecteur gezondheidszorg op Curaçao.

Bron: de Volkskrant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *