DH | Sarah wants clarity on Doncher’s suspension

PHILIPSBURG--United Democrats (UD) Member of Parliament (MP) Sarah Wescot-Williams on Thursday evening called on government to provide clarity on the suspension of Princess Juliana International Airport (PJIA)...

Ingezonden | Respect!

Uw ingezonden brief in de Knipselkrant Curacao? Stuur uw brief voor 21:00 uur naar emailadres INGEZONDEN. Wij publiceren uw brief zonder deze in te korten. De redactie...

AntilliaansDagblad | Kluivert tijdelijk bondscoach

Willemstad - Patrick Kluivert vervangt tijdelijk Guus Hiddink als bondscoach van de Curaçaose voetbalselectie. Hiddink is herstellende van Covid-19 en niet fit genoeg om de selectie te...

PBC | Curaçaose stranden per direct weer open

Persbureau Curacao De stranden op Curaçao zijn per direct weer open. Het juridisch verbod blijkt in de ministeriele beschikking helemaal niet te bestaan. De regering communiceerde dat op...

PBC | Bicentini wil Hiddink graag opvolgen

Persbureau Curacao Bicentini is bereid te praten over een terugkeer naar Curaçao om Hiddink tijdelijk op te volgen. De voormalige bondscoach van Curaçao zegt nog niet te zijn...

AD | Stormloop op vakanties: extra TUI vluchten naar Curaçao en Aruba

Sanne Meijer | Algemeen Dagblad Dat we vanaf vandaag weer in het vliegtuig mogen springen naar een aantal bestemmingen, hebben reisorganisaties geweten. De telefoon staat roodgloeiend. ,,Alles wijst erop dat vandaag...
- Advertisement -spot_img

Knack | Hoe Venezuela in vrije val raakte

HomeMediaAlgemeen nieuwsKnack | Hoe Venezuela in vrije val raakte

‘De revolutie van Hugo Chávez is mislukt’ | Intervieuw met Ernesto Rodriguez Amari – Politicoloog

venezuela-chavez-reuters
Hoe Venezuela in vrije val raakte: ‘De revolutie van Hugo Chávez is mislukt’

Schaarste, criminaliteit en corruptie vormen stilaan een explosieve cocktail in Venezuela. Hoe is het zover kunnen komen? Knack reisde naar Caracas en vroeg het aan de gerenommeerde historicus Agustín Blanco Muñoz. ‘Hoezeer de Venezolanen Hugo Chávez ook vereren, hij heeft hen met een kater opgezadeld.’

Een werkloosheidsgraad die volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in 2017 naar 21 procent zal stijgen. Een inflatie die, nog altijd volgens het IMF, naar 1.660 procent zal galopperen. Water op rantsoen. Oneindige wachtrijen voor halflege supermarkten. Kroostrijke gezinnen die het met een maaltijd van twee mango’s moeten stellen – het volk vermagert massaal. Een schrijnend tekort aan medicijnen, waardoor artsen hun patiënten niet meer kunnen behandelen, zelfs in gerenommeerde ziekenhuizen. Een gammele elektriciteitsbevoorrading. En onveiligheid: alleen al in hoofdstad Caracas worden dagelijks 15 mensen vermoord, geen stad ter wereld is gewelddadiger. De conclusie is onontkoombaar: Venezuela stevent af op een humanitaire ramp.

De Bolivariaanse revolutie is niet in Chávez’ hoofd ontstaan. Ze is hem ingefluisterd door Fidel Castro

Van de weeromstuit zoeken veel Venezolanen hun heil in het buitenland. Emigreerden er in 2005 nog 5400, dan waren er dat volgens de Verenigde Naties in 2015 al 22.500. En wie blijft, laat van zich horen. Maar boze burgers botsen telkens weer op de muur van corruptie en censuur die president Nicolás Maduro, de opvolger van de mythische Hugo Chávez, heeft opgetrokken. Volgens Transparency International, de wereldwijde anticorruptieorganisatie, is Venezuela het meest corrupte land in Latijns-Amerika, en het 9e meest corrupte ter wereld. ‘We zijn bezorgd dat de regering kritische stemmen in het vizier zal nemen’, liet de organisatie al weten. Journalisten en opposanten van de almaar minder geliefde Maduro moeten hun woorden zorgvuldig wegen.

Een van de kritische Venezolaanse stemmen is professor Agustín Blanco Muñoz. Hij mag dan al 76 zijn, hij blijft zijn studenten aan de Universidad Central in Caracas, de grootste universiteit van Venezuela, met vuur toespreken. Op Twitter fileert de historicus en doctor in de sociale wetenschappen de Venezolaanse actualiteit voor zijn 92.000 volgers. En onvermoeibaar blijft hij publiceren. Uit zijn pen vloeiden al 45 boeken over Latijns-Amerika en zijn vaderland. Niet zelden vroeg hij de hoofdrolspelers boudweg om mee te werken. Voor een standaardwerk over Carlos Andrés Pérez, van 1974 tot 1979 en van 1989 tot 1993 president van Venezuela, had hij 28 gesprekken met de man zelf. En terwijl Hugo Chávez begin jaren negentig een gevangenisstraf uitzat na een mislukte putsch tegen Pérez, bezocht hij de toenmalige militair geregeld in zijn cel – de neerslag van hun gesprekken verscheen in 1998, vlak voor Chávez dan toch de macht greep.

Nadat Muñoz ons ontvangen heeft in zijn huis in Caracas, laten we meteen het hoge woord eruit, als we vragen:
Volgens commentatoren balanceert Venezuela stilaan op de rand van de dictatuur. Hebben ze gelijk, professor?

Chavez

AGUSTÍN BLANCO MUÑOZ: Die vraag moet ik met een wedervraag beantwoorden: is het de laatste zestig jaar ooit anders geweest? Onze laatste ‘officiële’ dictator, Marcos Pérez Jiménez, is in 1958 ten val gekomen. De grootste politieke formaties sloten toen het Punto Fijo-pact, waarmee ze de basis voor een nieuw democratisch regime legden. In 1959 maakte dat pact de verkiezing van Rómulo Betancourt als president mogelijk, de man die bekendstaat als de ‘vader van de Venezolaanse democratie’. In mijn ogen was die democratie een illusie. Veertig jaar lang zouden de sociaaldemocratische AD en christendemocratische COPEI het monopolie op de macht hebben. In die decennia vonden minstens 5000 politieke moorden plaats. De burger wist maar één ding zeker: met hém zouden de politici geen rekening houden. Na een periode van – toen al – grote tekorten aan voedsel, water, medicatie en elektriciteit, en van stilaan onbetaalbare prijzen van benzine en openbaar vervoer, bereikte de zogenaamde democratie haar dieptepunt op 27 februari 1989. Die dag brak de Caracazo los, een spontane volksopstand tegen president Carlos Andrés Pérez. Die reageerde door het leger en de politie carte blanche te geven. Toen de opstand een week later op zijn einde liep, hadden honderden burgers hun protest met de dood bekocht.

Pérez probeerde het roer nog om te gooien, maar het was te laat. In 1992 overleefde hij nog twee pogingen tot staatsgreep, de eerste geleid door luitenant-kolonel Hugo Chávez. Maar in 1993 werd hij gedwongen om af te treden wegens machtsmisbruik en verduistering van overheidsgeld.

Hugo Chávez zat toen nog in de Yare-gevangenis, ten zuiden van Caracas, maar mocht zich al de held van de arme Venezolanen noemen, de man die tegen corruptie en graaizucht opkwam. Waarom zou het nog tot 1999 duren voor hij aan de macht kwam?

BLANCO MUÑOZ: Chávez had zijn coup, die hij Operatie Zamora noemde, samen met een groep militairen en enkele sociale en politieke bewegingen voorbereid. Dat was niet altijd in het grootste geheim verlopen. Meerdere professoren van de Universidad Central waren op de hoogte, net zoals verschillende regeringsleden – wat veel zegt over de corruptie onder Pérez, die mij later zou bezweren dat hij van niets had geweten. Maar een week voor de coup verliet Chávez het brede verbond dat hij had gesmeed. Hij wilde alléén de macht grijpen, samen met een groepje bevriende militairen. Dat was een strategische fout, waardoor de president hem gemakkelijk kon counteren.

Nadat Pérez was afgezet, kwam Rafael Caldera aan de macht namens de partij Convergencia, een afsplitsing van COPEI. Hij werd gesteund door dezelfde sociale en politieke bewegingen die eerder Operatie Zamora hadden voorbereid. U ziet het: toen al vond de Venezolaanse oppositie macht belangrijker dan ideologie. Maar goed, na zijn verkiezing ging Caldera Chávez in de gevangenis opzoeken, en deed hem een voorstel: ‘Als u mij bij uw volgelingen aanprijst als een goede president, zal ik in 1998 uw kandidatuur voor het presidentschap ondersteunen.’ Caldera schonk Chávez ook gratie, op voorwaarde dat hij niet naar het leger terugkeerde.

Eigenlijk heeft Nicolás Maduro de teugels van Venezuela al lang niet meer in handen. Wie dan wel? Het leger

Tijdens zijn gevangenschap hebt u Chávez verschillende keren bezocht. Wat is u van die ontmoetingen het meeste bijgebleven?

BLANCO MUÑOZ: Om te beginnen: zijn tomeloze ambitie. Hugo Chávez wilde het gelaat van Venezuela veranderen. ‘Ik zal een revolutie ontketenen’, vertrouwde hij me toe. Die ambitie was al gebleken in het dagboek dat hij aan de militaire school bijhield. In zijn tweede jaar als kadet moest hij bijvoorbeeld deelnemen aan een defilé in aanwezigheid van president Pérez. Daarover zou hij noteren: ‘Dit was een belangrijke dag voor mij. Toen ik de president zag passeren, heb ik mezelf beloofd: “Op een dag zal ík de president zijn.”‘ Een opmerkelijk voornemen voor zo’n jonge kerel, zeker omdat hij van eenvoudige komaf was. Zijn ouders waren leerkrachten, een groot deel van zijn familie leefde van landbouw. Veel jongens van de lage middenklasse gebruiken de legerdienst om hoger op de sociale ladder te klimmen, dat klopt. Maar voor Chávez volstond alleen de allerhoogste trede.

Het tweede wat me in de gevangenis opviel, was zijn redenaarstalent. Hoewel hij vrijwel geen politieke achtergrond of vorming had, verkondigde Chávez zijn ideeën als de beste. Of hij nu een massa toehoorders of een politieke tegenstrever voor zich had: iedereen kon hij van zijn visie overtuigen, bevlogen en met flair. En hij had een ijzersterk geheugen. Hij moest maar één keer iets lezen om het voor altijd te onthouden – een grote troef voor een politicus.

Stond Chávez’ socialistische project – het ‘chavisme’ – hem in die dagen al scherp voor ogen?

BLANCO MUÑOZ: Nee. Tijdens onze gesprekken was zonneklaar hoezeer hij dweepte met Simón Bolívar, de negentiende-eeuwse Latijns-Amerikaanse vrijheidsstrijder. Het socialisme dat Chávez later tegenover het Punto Fijo-systeem zou plaatsen, zou hij naar hem vernoemen: de Bolivariaanse Revolutie. Maar dat project is niet in Chávez’ hoofd ontstaan. Het zou hem ingefluisterd worden door Fidel Castro, de president van Cuba. Dat gebeurde in 1994 al. Nadat Chávez was vrijgelaten, bezocht hij Castro in Havana. Na zijn terugkeer vertelde hij me: ‘Castro heeft me proberen te overtuigen om het communisme in te voeren in Venezuela.’ Ik raadde hem dat terstond af. ‘De Venezolanen willen vrijheid’, zei ik. ‘Ze zullen het neoliberalisme waaronder ze nu leven in geen geval voor een ander juk willen inruilen.’ Waarop hij me op het hart drukte: ‘Ik ben geen communist en ik ben geen anticommunist.’

Het straffe is: de ware reden waarom Fidel Castro onze Venezolaanse revolutionair aan zich wilde binden, had weinig met ideologie te maken. De Venezolaanse olierijkdom: daar was het hem om te doen. Om het communistische project in Cuba te laten draaien, had hij dringend goedkope brandstoffen nodig. Terwijl de presidenten van Venezuela zijn lokroep altijd genegeerd hadden, ging Chávez er gretig op in. En Hugo zou in de ban van Fidel blijven.

FIDEL CASTRO EN HUGO CHÁVEZ: ‘Castro wilde Chávez maar om één reden aan zich binden: de Venezolaanse olierijkdom.’

2 februari 1999, het begin van Chávez’ ambtstermijn als 64e president van Venezuela, was ook het begin van wat u ‘Venecuba’ noemt: het huwelijk van de Venezolaanse en de Cubaanse revolutie.

BLANCO MUÑOZ: Nadat Chávez aan de macht was gekomen, verankerde hij zijn Bolivariaanse Revolutie eerst in een nieuwe grondwet, die nog altijd van kracht is. Chávez’ grondwet was de eerste in de Venezolaanse geschiedenis die er kwam na een volksreferendum. Ze vermeldde meer mensenrechten dan ooit, zoals gratis onderwijs en gezondheidszorg, en stond ook borg voor de rechten van minderheden. De officiële naam van het land werd ‘Bolivariaanse Republiek Venezuela’.

Daarna sloot Chávez een akkoord met Fidel Castro: Venezuela zou Cuba 53.000 vaten olie per dag leveren, tegen een voordelige prijs, en in ruil zou Cuba 20.000 artsen en leerkrachten uitsturen naar Venezolaanse barrios – die aantallen zouden de volgende jaren nog toenemen, tot 90.000 vaten en 40.000 hulpverleners. Zo slaagde Chávez erin om, voor het eerst in de geschiedenis van ons land, de armen toegang te geven tot onderwijs en zorg. Maar de zogenoemde ‘Bolivariaanse missies’ hadden ook een ideologische kant. De Cubaanse hulpverleners verspreidden, als echte zendelingen, de Cubaanse ideologie onder de Venezolanen. De studieboeken die werden uitgedeeld, bleken bijvoorbeeld Cubaanse boeken vol revolutionaire propaganda te zijn – alleen de hoes was nieuw. Venezolaanse moeders die dat ontdekten, kwamen in opstand en trokken door de straten met slogans als ‘Bemoei je niet met onze kinderen!’. In de zomer van 2001 sloten vakbonden, oppositiepartijen van links en rechts, mediabedrijven, zakenmensen en religieuzen zich aan bij het groeiende protest. Ze beschuldigden Chávez ervan dat hij de macht almaar meer centraliseerde en de pas erkende mensenrechten, zoals de vrije meningsuiting, met voeten trad. Ze waren bang dat Venezuela een kopie zou worden van de eenpartijstaat Cuba.

Terwijl Chávez zijn banden met Cuba aanhaalde, kwamen die met de Verenigde Staten onder druk te staan. Nadat de Amerikanen na 9/11 Afghanistan waren binnengevallen, riep hij hen op om ‘de afslachting van onschuldige kinderen’ te stoppen. En toch zegt u: ‘De Bolivariaanse Revolutie is made in the USA.’

BLANCO MUÑOZ: Inderdaad. Toen Chávez in 1994 thuis zijn veertigste verjaardag vierde, nadat hij op vrije voeten was gesteld, was een van de aanwezigen niemand minder dan … de Amerikaanse ambassadeur. Later zou blijken dat Chávez al vroeg connecties had met de VS. Zoals de New York Yankees in de Caraïben en Latijns-Amerika op zoek gaan naar beloftevolle honkbalspelers, zo rekruteerde de Amerikaanse overheid er in die tijd politieke talenten. Zodra die de oude politieke klasse zouden vervangen, zouden de Amerikanen automatisch van een nieuwe bondgenoot verzekerd zijn. Hugo Chávez was daar een schoolvoorbeeld van. Medewerkers van de Amerikaanse ambassade in Venezuela hadden hem al vroeg in de smiezen. Zij waren het die hem stimuleerden om verdere stappen in de politiek te zetten.

WACHTEN VOOR EEN WARENHUIS: ‘Zonder lidkaart van de Verenigde Socialistische Partij raak je in Venezuela niet aan voedselbonnen.’

Als president had Chávez de mond vol van zijn ‘revolutie’ tegen de Amerikanen, die hij de schuld van alle problemen in ons land gaf. Zoals Simón Bolívar ten strijde was getrokken tegen de Spaanse bezetter, zo zou hij de VS bekampen. Maar dat was holle retoriek. Want al die tijd gaf Chávez de VS het voorrecht om lichte ruwe olie uit Venezuela te importeren – naar alle andere landen exporteert Venezuela zware ruwe olie. De Amerikanen hebben hem dan ook ongemoeid zijn gang laten gaan. Sterker nog: toen het protest tegen de Venezolaanse regering in 2002 uitmondde in grootschalige demonstraties en een coup, kwam de Organisatie van Amerikaanse Staten tussenbeide om Chávez opnieuw de macht in handen te geven. Op Chávez’ vraag is de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter zelfs persoonlijk komen bemiddelen.

Wat was er dan aan de hand toen Chávez de Amerikanen in 2008 beschuldigde van nieuwe pogingen om hem ten val te brengen? Venezuela en de VS gooiden elkaars ambassadeurs buiten, en Chávez riep: ‘Go to hell a hundred times, fucking Yankees!’

BLANCO MUÑOZ: Geloof het of niet, maar dat was opnieuw een theaterstuk. Een manier om de werkelijkheid aan te kleden.

Met zulke schouwspelen wist Hugo Chávez de onvrede onder zijn bevolking telkens weer te bedaren, en hoe gecontesteerd hij ook was: na zijn dood – hij bezweek op 5 maart 2013 aan kanker – bleef hij een volksheld. Hoe schat u zijn erfenis in?

BLANCO MUÑOZ: Ze heeft de Venezolanen in elk geval met een kater opgezadeld. Ik herinner me nog dat ik tijdens een van onze gesprekken in de gevangenis tegen hem zei: ‘Ik heb het gevoel dat u een nieuwe “caudillo” zult worden.’ Dat woord betekent letterlijk ‘leider’, maar wordt in Latijns-Amerika gebruikt voor charismatische politici en militairen die hun macht baseren op populisme en cliëntelisme. Ik bedoelde het dus allesbehalve positief, maar Chávez nam me dat helemaal niet kwalijk. ‘Het caudillisme is geen gevaar’, zei hij. ‘We moeten het alleen moderniseren.’ Aan die woorden heb ik sindsdien nog vaak teruggedacht. Want Chávez is in mijn ogen wél een caudillo oude stijl geworden. Het chavisme was op-en-top cliëntelistisch, en de Bolivariaanse Revolutie een mislukking.

NICOLÁS MADURO EN PAUS FRANCISCUS: ‘Van de paus zal de weg uit de impasse niet komen.’ © Gettyimages

De scheiding der machten? Die bestond voor Chávez niet. Zelfs Eladio Aponte Aponte, een voormalige magistraat bij het Venezolaanse Hooggerechtshof, heeft toegegeven dat er tijdens het regime van Chávez elke vrijdag een vergadering plaatsvond met de vicepresident, de hoogste procureur, de chef van de politie, de chef van het leger en de voorzitter van de Nationale Assemblee. Daar, en nergens anders, werden de belangrijke beslissingen genomen. Het gebeurde dat drugshandelaars na zo’n overleg een minnelijke schikking kregen, omdat ze vrienden binnen de politieke wereld hadden. En magistraten die tegen de regering in durfden te gaan, kregen de rekening gepresenteerd. Het bekendste voorbeeld is rechter María Lourdes Afiuni. Zij had in 2009 een bankier voorwaardelijk vrijgelaten. De man zat al bijna drie jaar in voorhechtenis op beschuldiging van fraude, terwijl volgens het strafwetboek niemand langer dan twee jaar opgesloten mag worden zonder veroordeling. Ze werd meteen gearresteerd, zogezegd omdat ze de wet verkeerd had toegepast. Daags erna brandmerkte Chávez haar in zijn wekelijkse televisiespeech als ‘een bandiet’ en eiste hij de maximumstraf van dertig jaar voor haar. Afiuni zit nog altijd in de gevangenis. Eladio Aponte Aponte noemde haar al een ‘politieke gevangene’. Haar verhaal zegt alles over de zwakke instellingen die Chávez heeft achtergelaten.

Ten slotte heeft hij Venezuela in een gigantische recessie geduwd. Ja, hij was de eerste president die de opbrengst van de Venezolaanse olie naar de armsten liet terugvloeien, en wordt daarom nog altijd vereerd. Maar toen die opbrengsten nog hoog waren, had hij de economie moeten diversifiëren en in nieuwe industrie moeten investeren. Dat heeft hij nagelaten. Venezuela blijft daardoor aan een olie-infuus liggen, terwijl de prijs voor die grondstof tussen 2011 en 2015 met 50 procent is teruggevallen. Omdat de consumptieprijzen niet volgden, verminderde de koopkracht van de Venezolanen dramatisch.

Chávez’ zelfgekozen opvolger Nicolás Maduro lijkt daar maar geen antwoord te vinden.

BLANCO MUÑOZ: Nicolás Maduro is geboren in een van de armste stadswijken van Caracas. Hij was ooit buschauffeur, later vakbondsleider, en trad in 2000 toe tot de Nationale Assemblee. Tussen 2006 en 2012 was hij minister van Buitenlandse Zaken. Een paar maanden voor zijn dood stelde Chávez hem aan als zijn vicepresident, en op 14 april 2013 werd hij nipt verkozen tot president – toen al was zijn legitimiteit veeleer klein. Zijn regime is minstens zo dictatoriaal als dat van zijn voorganger, maar door de economische tegenwind heeft het nog minder kans op slagen. Onder Maduro heeft de Venezolaanse overheid bijvoorbeeld de prijs van verschillende producten al meermaals beperkt. Daardoor leden veel binnenlandse producenten algauw verlies en viel hun productie finaal stil. Als je weet dat tegelijk ook de import beperkt werd, begrijp je de ramp waartoe die bemoeienis heeft geleid. Wie in Venezuela wil overleven, moet het chavisme à la Maduro bovendien ondersteunen: zonder lidkaart van de Verenigde Socialistische Partij raak je niet aan voedselbonnen. Daar bestaat een naam voor: tarifair socialisme.

VENEZOLANEN IN OPSTAND: ‘Soldaten staan klaar om straatprotest desnoods met geweld neer te slaan.’

In december 2015 heeft de MUD, een verzameling van 28 oppositiepartijen, de socialistische hegemonie in de Nationale Assemblee gebroken. Waarom kunnen die partijen desondanks geen vuist maken?

BLANCO MUÑOZ: Omdat het hun ontbreekt aan een degelijke visie, en omdat ze vleugellam zijn: in Venezuela kan het parlement de president niet afzetten. De oppositie kan alleen een referendum organiseren om Maduro’s ambtstermijn vroegtijdig te laten beëindigen. Daarvoor wilde ze in 2016 de nodige handtekeningen verzamelen, maar de Nationale Verkiezingscommissie – een bondgenoot van de regering – stak daar een stokje voor, zogezegd omdat er in de eerste fase van dat proces was gefraudeerd. Tja. Ondertussen neemt het straatprotest toe, maar dat is niet zonder gevaar. Soldaten staan klaar om het desnoods met geweld neer te slaan.

Eigenlijk heeft Nicolás Maduro de teugels van Venezuela al lang niet meer in handen. Wie dan wel? Als u het mij vraagt: het leger. Generaal Vladimir Padrino López is niet alleen minister van Defensie, hij controleert ook de grote olie- en gasbedrijven én de bedeling van voedsel en medicijnen. Door hem die controle te geven, heeft Maduro zichzelf eigenlijk buitenspel gezet.

Achter de schermen werkt paus Franciscus mee aan een weg uit de impasse, maar van hem zal de oplossing niet komen. Als u het mij vraagt, is er maar één uitweg: dat de oppositie een kandidaat naar voren schuift met een politiek, economisch en ideologisch project die naam waardig. Een kandidaat die komaf maakt met corruptie en censuur. Een kandidaat die de instellingen in ere herstelt en de Nationale Assemblee – en daarmee het volk – weer een stem geeft. De ene caudillo door de andere vervangen? Laten we daar in godsnaam mee ophouden.

Bron: Knack.be

Dit artikel is geplaatst in

5 reacties

  1. Bert,

    De reden dat velen hier altijd John da Silva erbij halen is simpel. Hij gelooft nog altijd alle propaganda van Maduro en voorheen Chavez. Lees zijn stukjes maar eens en steevast is alles de schuld van de VS en van ‘krachten in Venezuela’ die tegen de revolutie zijn.
    Hij gelooft nog altijd dat Maduro en Chavez alleen het beste voor hadden met Venezuela, dat er geen armoede is, dat er geen tekorten zijn en als die tekorten er wel zijn dan…………is het de schuld van de VS.
    John da Silva is het toonbeeld van een oliedomme volgeling van Chavez en Maduro, die niet in staat is zelf op onderzoek uit te gaan en die niet in staat is propaganda van de waarheid te onderscheiden.
    En uiteraard maken velen alhier John da Silva, vanwege die domme volgzaamheid, graag belachelijk, want zeg nu zelf: ‘waar is John da Silva anders goed voor ?’ In ieder geval niet voor zijn intellectuele hoogstandjes.

  2. Porkeria kan door middel van vrije verkiezingen weggestemd worden, tenminste als kiezers voor de verandering hun hersenen gebruiken. In een dictatuur leven, lijkt mij het ergste wat er bestaat en dictatuur is moeilijk uit te schakelen

  3. Makkelijk om overal John Da Silva bij te halen.

    Curacao heeft een democratie, en kijk wat voor een porkeria dat oplevert in het parlement met Schotte, dos Santos en hun kontenlikkers waarvan Ribeiro het meest trieste maar ook lachwekkende voorbeeld is.

    En natuurlijk de pedofiele zeteldief Eduard Braam.

    Ja, dat is het gevolg van onze democratie. Pabien!

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties