In crashzone MH17 zijn de velden gemaaid en afgebrand

Oekraïense tanks tussen het koren in het dorpje Debaltseve - Foto |  AFP

Oekraïense tanks tussen het koren in het dorpje Debaltseve – Foto | AFP

De velden in het gebied waar brokstukken van vlucht MH17 liggen, zijn na de crash gemaaid. Ook woedt er brand in het gebied.

Dat beschrijft correspondent Jan Hunin in een verslag in de Volkskrant.

Brand

‘Menselijke resten zijn resten zijn nergens te bespeuren, maar dat kan ook moeilijk want na de ramp zijn de velden gemaaid, zodat er sowieso weinig van zou overblijven. En was dat toch het geval geweest, dan zouden ze nu wel verbrand zijn. Het stuk veld waarop de brokstukken liggen is net afgebrand: de aarde is nog heet. Door de sterke wind zal ook de rest van het veld snel ten prooi vallen aan de vlammen,’ schrijft hij.

De aanwezigheid van brokstukken en waarschijnlijk ook menselijke resten heeft de plaatselijke boeren, of anderen, er kennelijk niet van weerhouden de velden te maaien. De brand, indien niet aangestoken, is waarschijnlijk het resultaat van oorlogsgeweld.

Separatisten
‘Zonder het Oekraïense leger zou het rustig zijn,’ zeggen twee dorpsbewoners tegen de correspondent. Velen in het gebied steunen de separatisten maar die verliezen steeds meer terrein op de Oekraïense militairen.

Het leger probeert de separatisten te verdrijven en het gebied af te snijden van Loehansk. Het resultaat van deze acties is dat er veel extra schade is ontstaan in de crashzone.

crashzone MH17

crashzone MH17

Nieuwe route
Het team van Nederlandse en Australische experts probeert vrijdag (vandaag red.) via een nieuwe route de rampplek te bereiken. Zij zullen dan de schade moeten opnemen.
Als alles goed gaat, wordt de operatie tegen het einde van het weekend ingericht. Op een uur rijden van het onderzoeksgebied wordt een tijdelijk onderkomen ingericht. De nieuwe route tussen Donetsk en het gebied heeft een reistijd van ongeveer zeven uur. Naar schatting zullen zo’n vijf onderzoeksteams vanaf komend weekend nog enkele weken bezig zijn.

Bron: Elsevier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *