FD | Mijn verhoor

Siem Eikelenboom | Financieel Dagblad

Is er, na alle ophef, een kabinet denkbaar dat niets aan zulke constructies gaat doen?

FD-redacteur Siem Eikelenboom moest getuigen voor de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. ‘Ik ben heus wel wat gewend, maar dit is anders.’

Na bijna twee weken reizen door de Elzas is mijn hoofd heerlijk leeg. Maar dan, op de laatste vakantiedag, is er die mail die me direct weer herinnert aan iets wat ik met succes had verdrongen: het verhoor.

Direct na Pinksteren staat om 10:00 uur een overleg gepland bij Trouw, onze partner in het Panama Papers-project. Hoe gaan we ons 8 juni in het verhoor van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies opstellen?

Ons podium is de (digitale) krant, niet het parlement. Ruim een halfjaar hebben we met behulp van zoekmachines 11,5 miljoen documenten van de Panama Papers bestudeerd. Daaruit hebben we een eerste selectie van verhalen gemaakt. Na sparren met deskundigen, hoor en wederhoor en een juridische toets hebben we die verhalen gepubliceerd. Wat kunnen we daar nog aan toevoegen?

Begin maart hebben FD-collega Gaby de Groot, Trouw-journalist Jan Kleinnijenhuis en ik al uitgebreid met de commissieleden en hun staf gesproken. Maar dat was een besloten en ontspannen zitting. Van het gesprek is een 46-pagina’s tellende verslag gemaakt. Over een publiekelijk verhoor onder ede is toen met geen woord gerept.

Het telefoontje

Maar dan is er begin mei opeens een telefoontje van Patricia Tielens, secretaris van de enquêtecommissie. De leden willen ons onder ede horen. In het openbaar. Enkele dagen later volgt de brief met de officiële sommatie. De uitnodiging verrast me en voelt als een eer. Hoe vaak komt het voor dat artikelen tot een enquête leiden? En dat je zelf als deskundige wordt gehoord?

Maar dan zitten we op dinsdagochtend in een sfeerloos zaaltje in het Trouw-gebouw, Jan Kleinnijenhuis en ik, samen met onze adjunct-hoofdredacteuren en onze jurist. In de Panama Papers zit veel en veel meer dan we tot op heden hebben gepubliceerd. Een hoop zaken hebben we wegens tijdgebrek (nog) niet onderzocht. Andere zaken hebben we bewust laten liggen, want te oud of journalistiek niet relevant. Uiteindelijk kiezen we voor deze strategie: we zullen alle vragen proberen te beantwoorden, maar in die antwoorden steeds verwijzen naar onze artikelen. Los daarvan kunnen we natuurlijk wel op enkele punten onze mening geven als daar naar wordt gevraagd.
Onrustige nacht

Dan is het woensdagavond 7 juni. Via internet heb ik de eerste verhoren bekeken en gezien hoe officieel het er aan toe gaat. Morgen zijn Jan en ik aan de beurt. Die nacht slaap ik nauwelijks. Vragen jagen door mijn hoofd. Wat wil de commissie weten? Wat kan ik antwoorden? Ga ik niet per ongeluk namen noemen die we tot op heden niet hebben gepubliceerd? Ik ben jaloers op collega Gaby. Hij zit lekker in New York, in het kader van een prijs die we met ons project hebben gewonnen.

Wat zijn de Panama Papers?

De Panama Papers zijn documenten uit de interne administratie van juridisch advieskantoor Mossack Fonseca & Co uit Panama. Dat zet voor klanten vennootschappen op op locaties waar hun vermogen of eigendommen nauwelijks worden belast. Belastingparadijzen maken weinig of geen gegevens openbaar over wie de eigenaar is van dergelijke bedrijven. Dat maakt ze tevens geschikt voor het ontduiken van belasting of voor andere illegale praktijken.

Een halfuur voor aanvang meld ik mij in het speciale enquêtegebouw van de Tweede Kamer. Jan en zijn adjunct Martijn Roessingh komen ook aanlopen, vlak daarna verschijnt mijn adjunct Prisco Battes. PvdA-Kamerlid Henk Nijboer, voorzitter van de commissie, loopt achter ons langs. Hij lacht ons even toe en wenst ons succes.

Een bode brengt Jan en mij naar een kamertje. Een tafel, vier stoelen en een computer. Aan een wand een groot beeldscherm. We krijgen koffie. Dan komt Patricia Tielens binnen, een vriendelijke vrouw die zegt dat we ons niet ongerust hoeven te maken. Maar ik voel toch spanning.

Lezingen voor 500 rechercheurs

Eigenlijk is dat vreemd. Als journalist ben ik vele malen studiogast geweest in tv-programma’s als Nieuwsuur, ik heb vele lezingen gegeven, onder andere voor een zaal met vijfhonderd kritische rechercheurs. Kortom, ik ben wel wat gewend. Maar dit is anders. Zou het liggen aan de gewichtige woorden ‘onder ede’?

Het beeldscherm springt aan. We zien de commissieleden plaatsnemen achter hun tafel, op een verhoging. Dan komt de bode ons halen. Ze opent de deur naar de hoge en lichte zaal en leidt ons naar een tafel waarachter twee stoelen staan. Ik let expres niet op het publiek maar zie wel kleine mobiele camera’s die alles registreren. Dan wordt de wereld heel klein. Ik focus op de mensen tegenover mij.

Commissielid Chris van Dam (CDA) merkt op dat het een bijzondere situatie is: ‘Normaal stelt u de vragen, maar vandaag zijn de rollen omgekeerd. We hebben ons voorgenomen daar met volle teugen van te gaan genieten.’ Juist.

Maagdeneilanden

De vragen kunnen we voor het overgrote deel beantwoorden. De commissie heeft onze artikelen goed gelezen. Maar soms zijn er vragen die we niet kunnen beantwoorden. Zo wil de commissie graag weten hoe vermogende Nederlanders belanden bij een ‘limited’ op de Britse Maagdeneilanden. ‘Weten jullie via welke adviseurs dat gebeurt?’ Helaas, dat zien we niet in de Panama Papers.

Soms zet een commissielid ons aan het denken. Van Dam: ‘Door een wijziging in de wetgeving ziet de Belastingdienst het aantal belastingplichtigen dat uitwijkt naar het buitenland sinds 2010 afnemen. Zien jullie dat ook in de Panama Papers?’ Goeie vraag, niet naar gekeken. Maar het is een onderzoekje waard.

‘Wat kunnen jullie vertellen over het bedrijf United Trust?’ vraagt Van Dam dan. Jan en ik kijken elkaar even niet-begrijpend aan; de naam zegt ons niets. Pas na afloop schiet me binnen dat dit het bedrijf is van de Antilliaanse trustbestuurder Gregory Elias. Zijn verhoor volgt later die week. We weten dat zijn naam en die van zijn trustkantoor vaak in de Panama Papers opduiken, maar dat is ook het enige wat we ooit over hem hebben geschreven. We vertellen de commissie dan ook dat we hier even niets over kunnen zeggen.

‘Gelooft u in zelfregulering?’

Benieuwd naar onze mening is de commissie ook. We zitten er tenslotte als deskundigen. ‘Is het toezicht voldoende?’ Nee. Om maar een voorbeeld te noemen: de kans dat je als bedrijf wordt aangepakt omdat je niet op tijd de jaarrekening hebt gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel, is kleiner dan de kans dat u de lotto wint. ‘Gelooft u in zelfregulering?’ Nee.

Voor ons als getuigen zijn de commissieleden vriendelijk, en waarom ook niet? Wij doen aan waarheidsvinding, net als zij. Echter, die vriendelijke houding neemt de commissie ook aan tegenover gewiekste belastingadviseurs en mensen uit de trustsector. Als je de Nederlandse aanpak vergelijkt met de snoeiharde, soms ronduit botte ondervragingen door Amerikaanse en Britse onderzoekscommissies, kun je afvragen of deze commissie niet af en toe té aardig is.

Nuttig

Maar dat wil allerminst zeggen dat de verhoren geen nut hebben. Integendeel. Als journalist heb ik regelmatig voor artikelen bij trustkantoren moeten aankloppen voor wederhoor of met vragen over bepaalde dossier. Antwoord krijg je vrijwel nooit; de kantoren gaan niet in op vragen over individuele bedrijven, zeggen ze. Los hiervan: trustbestuurders verschijnen vrijwel nooit in de media. Te bang voor negatieve publiciteit.

Maar nu móéten ze praten. Móéten ze zich verantwoorden. Onder ede. En dan komt er opeens zeer interessante informatie los.

Zo heeft Intertrust tegenover mij nooit iets willen zeggen over hun klant TyC, een brievenbusfirma die wordt genoemd in de Fifa-aanklacht van de Amerikaanse justitie. Maar nu, tegenover de commissie, zegt Intertrust-directeur Dick Niezing: ‘TyC is in 2006 acceptabel gebleken. Maar daar hadden we iets dieper in moeten graven en meer moeten weten. Dat blijkt een fout te zijn geweest en daar hebben we onze procedures inmiddels op aangepast.’ Kijk, dat hadden we in april 2016 toen we Intertrust belden ook wel willen horen.
Rolling Stones

En dan Jan Favié, de bestuurder van Promogroup bv aan de Amsterdamse Herengracht dat de rechten beheert van de Rolling Stones en U2. Er is heel vaak over hem geschreven, maar de pers meed hij als de pest. Nu praat hij bijna twee uur lang: ‘Ik heb nog nooit zo veel informatie gegeven.’ Zijn Promogroup is, bezweert hij, geen brievenbusfirma.

Na een uur en drie kwartier bedankt voorzitter Nijboer ons. In ons kamertje ploffen we letterlijk neer in onze stoelen. Ik ben bekaf. Het was een speciale ervaring, en tevens de voorlopige afsluiting van het Panama Papers-project. Dat heeft wereldwijd geleid tot parlementaire en strafrechtelijke onderzoeken.

Ook lijkt eindelijk het besef doorgebroken dat dit soort verhullingsconstructies niet alleen kunnen worden gebruikt om belasting te ontwijken of zelfs te ontduiken, maar ook om smeergeld te betalen, geld uit landen weg te slepen en om duistere zakelijke transacties te doen. Ook in Nederland lopen inmiddels diverse strafrechtelijke onderzoeken en is de kans groot dat het toezicht van diverse kanten wordt aangescherpt.

En de politieke gevolgen? Is er, na alle ophef, een kabinet denkbaar dat niets aan zulke constructies gaat doen?

Bron: Financieel Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *