mobile

desktop

NOS | Kruisgesprek NOS over vliegveld Sint Maarten

Verslaggever Jurgen van den Berg vanochtend op NPO radio 1 in gesprek met NOS correspondent Dick Drayer over het stopzetten van coronasteun door Knops op Sint-Maarten. Nederland en...

Column Youp | Popster op Urk

Is die Haga nog bij elkaar? Of is zijn kompaan Smolders inmiddels ook al voor zichzelf begonnen? En had Thierry nou wel of geen corona? En was...

Column Kunneman | Bijl

Juridische column mr. Frank Kunneman Een boete van meer dan een half miljard euro is niet meer extreem hoog als een bank zijn compliance onvoldoende op orde heeft....

Column Hessels | Van red tape naar red carpet

Door Armand Hessels Ruim 25 jaar geleden uitte de directeur van een belangrijke overheidsentiteit tegen mij zijn frustratie over de enorme bureaucratie die investeerders moesten ondergaan om nieuwe...

Column Den Cayente | Say his name

Column Arien Rasmijn De openbare bijeenkomst eerder deze week waarin uitleg werd gegeven over het forensisch rapport over Refineria di Aruba was, zoals te verwachten viel, boven alles...

PBC | Kan iemand op het strand Fort Amsterdam even corrigeren?

Redactioneel Commentaar | Dick Drayer De stranden van Curaçao zijn sinds vandaag weer toegankelijk voor het publiek. Dat waren ze eigenlijk al vanaf het begin van de Coronacrisis,...
- Advertisement -spot_img

AntilliaansDagblad | Caribische banken verder in isolement

HomeEconomieFinanciele sectorAntilliaansDagblad | Caribische banken verder in isolement

Het belang van een integer financieel systeem geldt voor het gehele Koninkrijk | Foto College van Koninkrijkstoezichthouders, een samenwerkingsverband tussen de centrale banken van bet Koninkrijk en de AFM waartoe, in 2013 het ‘MoU between the Central Banks of the Kingdom of the Netherlands and the Autoriteit Financiële Markten’

Willemstad – Banken hebben andere banken nodig voor het verrichten van internationale geld- en effectentransacties. Die bank of financiële instelling in een ander land wordt correspondentbank genoemd.

In het Caribische deel van het Koninkrijk, maar ook elders, zijn deze relaties onder druk komen te staan, en voor een deel reeds beëindigd.

Het door een correspondentbank beëindigen van een correspondentrelatie heeft gevolgen voor de betrokken lokale bank en zijn cliënten, maar kan ook verstrekkende gevolgen hebben voor bepaalde economische sectoren en zelfs voor landen.

In een worst case-scenario kan een ontwikkelingsland, waar contant geld zwaar dominant is en intensief gebruik wordt gemaakt van internationale geldtransferdiensten, zo goed als ‘unbankable’ worden.

Aan deze problematiek is recent aandacht besteed door de Curaçaose advocaat Karel Frielink. In het maart-nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Sanctierecht & Onderneming verscheen van zijn hand een bijdrage onder de titel ‘De-risking en banken in het Caribische deel van het Koninkrijk’.

Volgens hem is sprake van een lokaal, maar ook internationaal probleem, nu veel correspondentbanken hun relatie met banken in met name het Caribisch gebied opzeggen of al hebben opgezegd. En een lokale bank kan niet functioneren zonder relatie met een correspondentbank.

Veel correspondentbanken zijn gevestigd in Canada, de Verenigde Staten van Amerika en West-Europa. Die banken, maar meer nog de wetgevers en bancaire toezichthouders in die landen, zien risico’s in het doen van zaken met banken in de Caribische regio, Midden- en Latijns-Amerika, en Oost-Europa.

Men is bang betrokken te raken bij witwaspraktijken, drugsverkeer en financiering van terrorisme. Ook doen ze liever geen zaken met belastingparadijzen, hoewel bijvoorbeeld Nederland en de VS zelf ook belastingparadijzen zijn, aldus Frielink.

Een van de manieren om die risico’s te verkleinen is door het stellen van strenge eisen aan een correspondentrelatie. Het beëindigen van een dergelijke relatie en het niet aangaan daarvan is de meest verstrekkende mogelijkheid. Doorgaans wordt dit kort aangeduid met ‘de-risking’.

De correspondentbanken in de westerse landen zijn verplicht wet- en regelgeving in hun eigen land strikt na te leven om betrokkenheid bij het witwassen van gelden en de financiering van terrorisme tegen te gaan. Dat lukt bepaald niet altijd even goed, zoals in Nederland is te zien bij ING Bank en ABN Amro Bank.

Het screenen en continu monitoren van banken in andere landen is ingewikkeld en tijdrovend. Er zijn ook kosten aan verbonden, terwijl aan een correspondentrelatie in de ogen van die banken niet altijd genoeg kan worden verdiend. Het beëindigen van een dergelijke relatie is dan de makkelijkste en goedkoopste optie.

Deze de-risking speelt ook op een ander niveau. Sommige banken in Nederland hebben in de afgelopen tijd rekeningrelaties met op Curaçao gevestigde of woonachtige cliënten opgezegd. Dat het veelal gaat om rekeningen met een overzichtelijk aantal mutaties per jaar en een laag risico, en om rekeninghouders die al decennialang een trouwe klant zijn, maakt voor die banken kennelijk niet uit.

Een ander voorbeeld is het besluit van sommige grootbanken in Nederland om de gehele trustsector van bancaire dienstverlening uit te sluiten. Dat treft ook de vele trustkantoren bij wie nimmer onzorgvuldigheden of tekortkomingen in de bedrijfsvoering zijn vastgesteld die integriteitsrisico’s met zich zouden kunnen brengen.

In een bodemprocedure zal worden vastgesteld of een zo verstrekkende uitsluiting geoorloofd is. Het gaat hier om een principiële kwestie, waarbij de maatschappelijke functie van banken en de mogelijkheid om over een bankrekening te kunnen beschikken zwaar dienen te wegen.

Uit onderzoek van de Wereldbank is gebleken dat hoewel de-risking een wijdverbreid fenomeen is, met name de Caribische regio zwaar wordt getroffen. De diensten en producten waardoor lokale banken het meest worden getroffen als een correspondentrelatie wordt verbroken of niet kan worden verkregen zijn blijkens het onderzoek onder meer geldtransacties (in USD, Euro, GBP en CAD) en het verzilveren van cheques, maar bijvoorbeeld ook de financiering van internationale handelsstromen.

Volgens de Financial Action Task Force (FATF) zijn er allerlei redenen waarom banken voor de-risking kiezen. Genoemd worden (gebrek aan) winstgevendheid van de correspondentrelatie; de angst voor reputatieschade en aansprakelijkheid, een bijgestelde risicobereidheid; toenemende handhaving door toezichthouders en hoger wordende boetes bij overtredingen; en de (sterk) toegenomen kosten verbonden aan allerlei systemen gericht op cliëntonderzoek en het voorkomen van betrokkenheid bij witwassen en terrorismefinanciering.

Dat landen allemaal eigen wet- en regelgeving hebben, die niet altijd even duidelijk is, en internationaal niet voldoende op elkaar is afgestemd, leidt tot onzekerheid over wat wel en niet is toegestaan, en wat wel en niet verplicht is om te doen.

Volgens Frielink is de-risking een groot en serieus internationaal probleem, waarvoor geen eenvoudige, panklare oplossing bestaat. In zijn wetenschappelijke bijdrage geeft hij een beknopt overzicht van ideeën en initiatieven voor diverse oplossingsrichtingen.

Gewezen wordt op het initiatief van vijf Nederlandse banken die op 10 juli 2020 Transactie Monitoring Nederland bv (TMNL) hebben opgericht. Met behulp van TMNL gaan deze vijf banken hun betalingstransacties in samenhang monitoren op signalen die kunnen duiden op witwassen of terrorismefinanciering.

Door dit gezamenlijk te doen kunnen criminele geldstromen en netwerken beter gedetecteerd worden. Naast deze gezamenlijke monitoring blijven banken ook de eigen transacties monitoren.

Vergelijkbare initiatieven zijn er ook internationaal. Voor banken in (relatief) kleine landen is een soortgelijke vorm van regionale of internationale samenwerking van belang, en er zijn al diverse initiatieven ontplooid.

Een voorbeeld van samenwerking is de zogeheten ‘The Wolfsberg Group’, een samenwerkingsverband van dertien mondiale banken. Zij werken samen aan het ontwikkelen van kaders en richtlijnen die beogen het risico op financiële criminaliteit zoveel mogelijk te beperken.

Wat betreft screening en monitoring ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering kan worden gedacht aan moderne technologieën, in welk verband veelal over ‘artificial intelligence’ (AI) wordt gesproken. Deze en andere ontwikkelingen kunnen een bijdrage leveren aan een internationale standaard op basis waarvan procedures systematisch, betrouwbaar, consistent en controleerbaar kunnen worden uitgevoerd, hetgeen ook het onderzoek dat een correspondentbank naar de lokale bank moet verrichten kan vergemakkelijken.

Enkele jaren geleden werd al het idee geopperd van een centrale database, waarin banken informatie kunnen opslaan inzake de identiteit van cliënten die grensoverschrijdende betalingen doen, en in dat verband relevante gegevens. De correspondentbanken en autoriteiten met een rechtmatig belang zouden dan toegang tot de database moeten hebben.

Er is verder gedacht aan het gebruik van virtuele valuta voor betalingstransacties. Daaraan zijn echter ook de nodige risico’s verbonden, waaronder die inzake witwassen en terrorismefinanciering. In dat verband is een goede regulatoire omgeving vereist, die op dit moment op Curaçao ontbreekt.

De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) is echter in oktober 2020 een consultatieronde gestart inzake een ontwerp van een Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners. Dit betreft de introductie van een vergunningstelsel om op of vanuit Curaçao beroeps- of bedrijfsmatig als virtuele activa dienstverlener werkzaam te zijn.

Virtuele activa worden ook wel cryptovaluta genoemd; Bitcoin en Ethereum zijn daarvan de meest bekende voorbeelden. Het belangrijkste doel van de landsverordening is het beheersen en verminderen van de risico’s verbonden aan virtuele activa, in het bijzonder in relatie tot witwassen en terrorismefinanciering.

Van belang is verder dat wetgevers, toezichthouders en onder toezicht staande instellingen serieus streven naar naleving van internationaal geldende normen. Het enkel hebben van wetgeving die aan die normen voldoet, is niet genoeg: er moet ook – zichtbaar – actie worden ondernomen om de naleving af te dwingen.

Op de mate van naleving worden landen namelijk ook beoordeeld. Periodiek worden landen, waaronder Curaçao, onderworpen aan een beoordeling door organisaties als de Wereldbank, de Caribbean CFATF en de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development). Die beoordelingen zijn openbaar, en het is dus van groot belang dat die zo positief mogelijk zijn.

Als deze en andere oplossingsrichtingen niet, of niet snel genoeg effectief zouden kunnen worden ingezet, zou de Nederlandse wetgever kunnen overwegen om lokale banken in de Caribische delen van het Koninkrijk wettelijk het recht te geven op een correspondentrelatie met een in Nederland gevestigde bank. Aan een dergelijk recht zouden dan uiteraard voorwaarden dienen te worden verbonden.

Het belang van een integer financieel systeem geldt voor het gehele Koninkrijk. Uitgangspunt moet volgens Frielink zijn dat elke (rechts)persoon die legale activiteiten ontplooit in beginsel toegang moet hebben tot het betalingsverkeer. En een bankrekening is daarvoor nu eenmaal vereist.

Bovenstaande is een samenvatting van het originele artikel ‘De-risking en banken in het Caribische deel van het Koninkrijk’ van de Curaçaose advocaat Karel Frielink in het Tijdschrift voor Sanctierecht & Onderneming van Uitgeverij Den Hollander.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties