Drijfveren van een effectieve elektriciteitsvoorziening

Anton GaspersonDe Amigoe plaatst het betoog van Anthon Casperson over de drijfveren van een effectieve elektriciteitsvoorziening op Curaçao in vijf delen. Casperson hoopt de materie op deze manier duidelijk te maken voor de lezer, zodat we met zijn allen aan oplossingen kunnen werken.

Advertentie

Referentiekader: Als we over water- en elektriciteitsvoorziening discussiëren is het ten behoeve van de effectiviteit van de discussie noodzakelijk om een referentiekader te hebben.

Kort gesteld: ‘waar praten we over?’

Water en elektriciteit zijn complexe producten waar alle huishoudens van afhankelijk zijn. Derhalve is een maatschappelijke discussie over de voorziening van deze producten altijd op zijn plaats.
In dit verband zal de discussie altijd geleid moeten worden door de volgende vijf uitgangspunten van de voorziening:

1: Kwaliteit van de levering;

2: Betrouwbaarheid van de levering;

3: Zekerheid van de levering;

4: Milieu-aspecten van de levering;

5: Kosten van de levering (zo laag mogelijk).

Het complexe van deze discussie is dat de boven aangegeven uitgangspunten vaak tegenstrijdig kunnen zijn.

Een paar voorbeelden:
Willen we als gemeenschap een betrouwbare levering van elektriciteit en derhalve zo min mogelijk stroomonderbrekingen, dan moet de voorziening voldoende reserve- productiecapaciteit voorhanden hebben.
Dit betreft capaciteit die in principe als back-up wordt gebruikt, dus niet regelmatig in productie is.
De kosten van aanschaf en in stand houden van deze machines moeten in het KWh-tarief door worden berekend.
Dit betekent dat hoe meer betrouwbaarheid we willen, des te meer reservecapaciteit de voorziening moet hebben, derhalve wordt de kostprijs (lees: tarief) van de voorziening hoger.

Willen we als gemeenschap zeker zijn van onze energielevering, waarbij we zoveel mogelijk onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en tevens rekening houden met ons milieu, dan moet de energievoorziening investeren in alternatieve energievormen.

Hierbij moeten we wel rekening houden met

(I) voldoende conventionele back up-capaciteit om aan de gewenste betrouwbaarheid van de voorziening te kunnen voldoen,

(II) voldoende voorraad fossiele brandstof voorhanden hebben (bijvoorbeeld voor een periode van drie maanden),

(III) de noodzakelijke (miljoenen) guldens investeren in de transmissie en distributienetten om de kwaliteit van de energielevering te borgen. Het vorenstaande betekent dat de additionele kosten voor deze voorziening op basis van deze vooraf gestelde uitgangspunten aan de gebruikers moeten worden doorberekend, hetgeen de elektriciteitstarieven omhoog stuwt.

Willen we als gemeenschap 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar een kwalitatief goede levering hebben, met andere woorden de juiste frequentie en voltage van de levering, dan zal het nutsbedrijf een transmissie en distributienet moeten realiseren en in stand houden op basis van de ontwikkeling op het gebied van ruimtelijke ordening van het eiland.
Een ineffectief beleid en ontwikkeling op dit gebied betekent dat we rekening moeten houden met verhoogde kosten voor deze voorziening.

Willen we als gemeenschap de energievoorziening zoveel mogelijk individualiseren, door zonnepanelen-installaties bij (bedrijf en gezin) huishoudingen toe te laten, waarbij deze installaties tevens elektriciteit terugleveren aan het net, dan moeten we rekening houden met het feit dat het nutsbedrijf wel als back-up fungeert voor deze eigen energie-opwekkers en dat het nutsbedrijf tevens een zeer kostbare transmissie en distributienet (ook voor deze gebruikers) in stand houdt.
De kosten hiervan zullen wel door middel van de KWh-tarieven doorberekend of verrekend moeten worden met deze categorie gebruikers.
Er zijn nog legio voorbeelden voorhanden met betrekking tot de complexiteit van deze materie.
Vandaar dat het noodzakelijk is dat nutsbedrijven op stelselmatige en planmatige wijze geleid worden op basis van (technisch, financieel en maatschappelijk) onderzoek en research.

Verder is het hierbij van belang dat nutsbedrijven op basis van ‘best practices utility business’- grondslagen worden geleid.
Een periodieke planning & control-cyclus moet worden gehanteerd, waarbij beleid wordt geformuleerd, vastgesteld en uitgevoerd en verantwoording hierover wordt afgelegd.

Anthon Casperson is oud-CEO van nutsbedrijf Aqualectra.

bron: Amigoe

Advertentie

back home

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *