26 C
Willemstad
• maandag 19 april 2021 06:36

PBC | Kans op Curaçao op een verkeersongeluk is een op zes

Persbureau Curacao Op Curaçao zijn 90,443 voertuigen verzekerd bij een van de tien verzekeraars op het eiland. Dat zijn 1592 voertuigen minder dan in 2019. 14,919 van hen...

PBC | Ex-covidpatiënten die nog steeds positief testen mogen Curaçao binnen

Persbureau Curacao Mensen die voorheen covid hebben gehad en om die reden nog steeds positief reageren op een PCR test, kunnen toch naar Curaçao afreizen. Voorwaarde is dat deze...

PBC | Drie patiënten overleden in het CMC

Persbureau Curacao Op Curaçao zijn gisteren drie mensen overleden aan de gevolgen van het coronavirus. Alle drie de patiënten overleden in het ziekenhuis. Het totaal aantal coronapatiënten dat...

Column Den Cayente | It’s not easy being green

Column Arien Rasmijn Daar sta je dan. Je hebt eindelijk de stap genomen om de politiek in te gaan en iets wezenlijks te doen voor jouw land. Misschien...

Column Youp | Sober uitvaren

Slim van Queen Elizabeth dat ze de familie heeft opgedragen dat de koninklijke verkleedkisten vandaag dicht blijven en iedereen in zijn gewone doordeweekse kloffie naar het afscheid...

DH | Letter clarifying UN petition approved with stiff opposition from several MPs

PHILIPSBURG--A draft letter from Chairperson of Parliament Rolando Brison, clarifying the legislature’s petition to the United Nations (UN) was approved by a majority in Parliament on Thursday...
- Advertisement -spot_img
HomeLandenCuraçaoColumn Zambesi revisited | Over verzwijgen en het toedekken van zaken (13)

Column Zambesi revisited | Over verzwijgen en het toedekken van zaken (13)

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia
Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Het CDA Tweede Kamerlid Martijn van Helvert publiceerde in de NRC van 4 januari 2021 een spraak makend artikel getiteld “Rutte faciliteerde in het geniep jihadisten en dekt dit nu toe”. In dat artikel plaatst van Helvert kritische kanttekeningen bij een naar verluidt door minister president Rutte in het leven geroepen traditie van verzwijgen. Als recent voorbeeld noemt van Helvert de weigering van Rutte openheid te geven over de steun die Nederland aan terreurgroepen in Syrië heeft verleend.

De recente toeslagenaffaire heeft een kwalijker voorbeeld van het toedekken van zaken aan het licht gebracht. Maar het blijft niet hier bij. Er zijn meer voorbeelden die aantonen dat de genoemde zaken geen geïsoleerde incidenten zijn. Het achterhouden van informatie voor personen en instanties die als ongewenste “pottenkijkers” worden beschouwd, lijkt een structureel karakter te hebben gekregen.

Ik zal in deze column analyseren hoe overheid én rechters getracht hebben de inmiddels tien jaar oude Bonairiaanse Zambezi zaak en een eveneens bijna 10 jaar oude Curaçaose arbitragezaak, in de doofpot te stoppen. Saillant detail: beide zaken spelen zich in ongeveer dezelfde tijd af en in beide zaken komen we dezelfde rechter mr. Frans V als hoofdpersoon tegen. Mr. Frans V die in de Bonairiaanse zaak een bepaald scheve schaats heeft gereden, blijkt in het door hem geleide arbitrageproces volledig uit de rails te zijn gelopen.

De hoofdrolvertolkers in deze zaken zijn de reeds vermelde mr. Frans V en de als zijn opdrachtgever optredende advocaat mr. Ruben D en zijn in deze zaak figurerende cliënten.

Ik reken mr. Ruben D die eerder vanwege fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf was veroordeeld, mede op grond van de eigen ervaring, tot “the dark world”. Maar dat heeft meer dan tien rechters van het Caribisch Gemeenschappelijk Hof van Justitie niet belet om met mr. Ruben D samen te spannen om hun foute collega mr. Frans V uit de wind te houden. Deze rechters hadden natuurlijk heel goed door dat indien zij mr. Ruben D zouden laten bungelen, hij hun collega mr. Frans V in zijn val mee zou slepen.

Ook verschillende advocaten hebben in deze tragikomedie een kwalijke rol gespeeld. Ik vind dat het principe opnieuw benadrukt moet worden dat het een advocaat niet is toegestaan om bewust de rechter voor te liegen en/of van misleidende informatie te voorzien.

De Nederlandse overheid en de hoogste rechterlijke instanties van het Koninkrijk hebben samengewerkt bij het zo snel mogelijk aan het zicht onttrekken van deze twee onverkwikkelijke zaken. Het is echter de vraag of de in gewapend beton gegoten doofpot waarin deze zaken zijn gestopt, de volgehouden inspanning op de waarheid aan het licht te brengen, zal weerstaan.

Niemand gelooft nog in de onvoorwaardelijke integriteit van de dokter of de notaris. Het lang volgehouden geloof in de heiligheid van de priester in de katholieke kerk, is sinds het bekend worden van het kindermisbruik, een stille dood gestorven. Maar het geloof in de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de rechterlijke macht lijkt vooralsnog onuitroeibaar.

En dit ondanks dat er al lang voldoende aanwijzingen zijn dat de opgemelde aan de rechters toegedichte kwalificaties, niet altijd sporen met het handelen van deze edelachtbare dames en heren.

Het dogma van de altijd onkreukbare rechter wordt in het leven gehouden door onder andere een op het gebied van de rechtspraak zich zelfcensuur opleggende pers; door de overheid waarvan de grootste regeringspartij, de VVD zich echter steeds ongemakkelijker voelt bij de ongecontroleerde macht van de rechter; en last but not least, zeer effectief via de Raad voor de Rechtspraak door de rechters zélf en hun hondstrouwe paladijnen. Steeds vaker wordt er met de slogan “de slager die zijn eigen vlees keurt” kritiek geleverd op de rechterlijke macht die menen dat alleen zij de controle over hun collega rechters mogen uitoefenen.

Het onvoorwaardelijke geloof in de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de rechter begint echter haarscheuren te vertonen; en hier en daar verschijnen zelfs de eerste barstjes.

Er zijn recentelijk meerdere voorbeelden van rechters die in de fout zijn gegaan, in de openbaarheid gekomen. Maar de rechters slagen er meestal in alle kritiek met een simpel wegwuif gebaar af te doen. En als het echt niet anders kan, wordt de zaak afgedaan als een weliswaar te betreuren, maar hoogst zeldzaam “incident”.

In de zaak Chipshol waar rechter Westenberg samen met zijn kompaan rechter Kalbfleisch een prominente rol speelden, was de geur van corruptie zo doordringend dat zelfs een aan een reukstoornis lijdende op afstand de weeë lucht zou waarnemen. Maar zo’ n zaak loopt nogal eens stuk wanneer getuigen de doorslag moeten geven; een getuige, in casu een wraakzuchtige ex- geliefde van een van de verdachten, had naar eigen zeggen, de klok duidelijk hoorbaar horen luiden; maar ze kon tegenover de rechter helaas niet meer aangeven waar de klepel hing. En toen ook de enige overgebleven getuige niet meer bereid was zich de zaken te herinneren waar ze in een afgeluisterde telefoongesprekken vaker naar had gehint, was het uiteraard gauw gedaan: Vrijspraak bij gebrek aan bewijs.

Maar in een zaak zoals die van mr. Hugo Smit tegen de liegende rechter mr. Hans Westenberg lukte dat niet. En ondanks dat mr. Westenberg werd gesteund door de Raad van de Rechtspraak, die hem met tonnen belastinggeld de mogelijkheid bood Smit kapot te procederen. Dat zou bij een minder deskundige én minder kapitaalkrachtig slachtoffer dan topadvocaat mr. Smit, zeker zijn gelukt. De Raad voor de Rechtspraak is de liegende rechter Westenberg immers financieel blijven steunen ook toen elke objectieve by stander al lang tot de conclusie was gekomen dat Westenberg niets anders was dan de liegende rechter die Smit in zijn boek zo treffend had neergezet.

Alleen onverbeterlijke gelovigen als de leden van de Raad voor de Rechtspraak, zullen zo lang zijn blijven geloven in de onschuld van rechter Westenberg. Er zijn ook talrijke maffiosi waarvan men zeker weet dat zij schuldig zijn aan de misdaden waarvan zij worden verdacht, maar die wegens het ontbreken van het wettig bewijs de dans ontspringen.

Maar als Westenberg in zijn opzet was geslaagd en hij zijn slachtoffer op de knieën had gekregen, zouden zijn leugens waarheid zijn geworden en zou zijn slachtoffer tot lasteraar zijn verklaard. Zijn in toga gehulde collegae zouden hem op het schild hijsen als de zegevierder die het aanzien van de rechterlijke macht voor aantasting had behoed. De minder gefortuneerde klager zou volledig zijn kapot gebeukt en tegen een naderend bankroet hebben mogen aankijken.
En kreeg mr. Westenberg een berisping? Niets van dat al.

Westenberg werd in staat gesteld zijn toga aan de wilgen te hangen en in alle stilte het gerechtsgebouw te verlaten om van zijn “welverdiend” pensioen te gaan genieten. De vette rekening die in alle gevallen aan de verliezende partij wordt gepresenteerd, werd in dit geval op het bordje van de belastingbetaler gelegd.
De brief van afkeuring die minister Grapperhaus naar de Raad had moeten versturen, werd niets meer dan een heel voorzichtig getoonzette aansporing om herhaling te vermijden. Een strenge berisping zou meer op zijn plaats zijn geweest.

Maar Grapperhaus en de Tweede Kamer zullen hebben overwogen dat er niet aan de onafhankelijkheid van de rechter mag worden getornd. Ook niet in gevallen waar het evident is dat de rechter buiten de lijntjes heeft gekleurd.
Men moet beseffen dat het boven beschreven scenario vaker een naargeestiger afloop kent. Want de boodschap mag ook in de casus Hugo Smit versus de liegende rechter Westenberg niet worden misverstaan: wee degene die zich de gram van de rechterlijke macht op de hals haalt.

Want het is niet alleen de toeslagen affaire, er zijn ook andere zaken die laten zien dat de rechterlijke macht in lang niet alle gevallen als de beschermer van de burger figureert.

Het is met name de afwezigheid als beschermer van de burger die men de Raad van State in de toeslagenaffaire verwijt. Maar de scribenten die de Raad van State haar afwezige barmhartigheid in de toeslagen affaire verwijten, doen ten onrechte voorkomen alsof het optreden als beschermer van de burger de reguliere attitude is van de rechterlijke macht. En dat de rechter slechts in de toeslagenaffaire in wat betreft haar reguliere rol als de beschermer van de burger heeft gefaald.

Als ik reflecteer op de eigen ervaring herken ik in niets de functie van beschermer van de burger die men de rechterlijke macht toedicht.

En voor wat de overheid betreft: er zijn genoeg voorbeelden die laten zien dat de overheid een wrede en onrechtvaardige, tegenpartij kan zijn. Dat bewijzen zowel de bekende zaak Oltmans en ook de minder bekende zaak Reuchlin. Reuchlin beschrijft in zijn boek “Het Geschonden Gelaat van de Staat”, hoe hij ondanks zijn gelijk werd kapot gebeukt en uiteindelijk genoegen heeft moeten nemen met het schijntje dat de Landsadvocaat bereid was hem te gunnen.

In het in 2018 voor Café Weltschmerz gevoerd gesprek van mr. Paul Ruijs met ir. Alfred wordt een ijzingwekkend beeld geschetst van waartoe rechterlijk machtsmisbruik kan leiden. De kernvraag in het interview is “Wat doen we in Nederland met corrupte rechters?”

Die vraag zal door de Nederlandse politicus en de volgzame pers steevast beantwoord worden met “corrupte rechters komen alleen voor in Polen, Hongarije, Indonesië en andere minder ontwikkelde en onderontwikkelde landen. In Nederland zul je geen corrupte rechters tegen komen”.

De Nederlandse rechter kan zich daardoor altijd beroepen op haar vermeende onafhankelijkheid, onpartijdigheid en onkreukbaarheid; hij zal daar nooit op worden tegen gesproken.

Het is onder die vlag van vermeende onafhankelijkheid, onpartijdigheid en onkreukbaarheid varende dat mr. Frans V er in slaagde ons het meest corrupt denkbare arbitrageproces te presenteren. En het is onder diezelfde vlag dat meer dan tien rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie het aangedurfd hebben hun foute collega in alle tegen hem gerichte procedures met de meest bizarre argumenten in bescherming te nemen.

Natuurlijk komt corruptie in de rechtspraak ook in Nederland voor. Corruptie in de rechtspraak is een fenomeen van alle tijden. Het boek van Nazir Makdoembaks “Godfather van Justitie” gaat over de in 1890 tot president van het Hof van justitie van Curaçao benoemde mr. Roelof Marius Ribbius. Zowel de gouverneur en de procureur-generaal hadden kritiek op het gedrag van Ribbius binnen de kolonie: schulden maken, losbandig leven, corruptie, diefstal, wangedrag, grootheidswaan en machtswellust, zonder enig moreel besef. Het was in die tijd kennelijk mogelijk om zich ondanks een dergelijk losbandige leefstijl, als Hofpresident te handhaven.

Ribbius die een algemeen als onschuldig geachte slachtoffer valselijk van diefstal had beschuldigd en in een schijnproces daarvoor werd veroordeeld, zal voor altijd als foute rechter de geschiedenis van de rechtspraak ingaan.

Mr. Paul Ruijs verwijst in een in het jaar 2002 in het dagblad Trouw gepubliceerd artikel naar het ook in 1890 verschenen proefschrift “De omkooping van ambtenaren”, van de hand van H Ph ‘t Hoog. Ruijs stelt badinerend dat het in dit proefschrift niet gaat over bouwfraude en omkoping van de ambtelijke top van VROM, Verkeer & Waterstaat of de provincie Zuid Holland, maar over rechterlijke ambtenaren, onafhankelijke rechters dus.

Zo’n proefschrift zou volgens de auteur nu niet meer geschreven kunnen worden; althans niet in Nederland.

Ik denk dat Ruijs hier een punt heeft:

Want in het in 2019 verschenen goed gedocumenteerde proefschrift van onderzoekster dr. Nelly Schotborgh van de Ven wordt op minutieuze wijze de diverse vormen van veel voorkomende gevallen van fraude onder ambtenaren en politici van Caribisch Nederland in kaart gebracht. Maar zij vermijdt in haar proefschrift nauwlettend in te gaan op de kwalijke rol die mr. Frans V in een van de door haar goed beschreven strafrechtelijke onderzoeken heeft gespeeld.
Mijn belangstelling ging vooral uit naar het hoofdstuk over het beruchte Bonairiaanse Zambezi strafrechtelijk onderzoek waarbij twee bekende Bonairiaanse politici van corruptie werden verdacht.

Het onderzoek dat in de Jaren 2009/2010 tegen de twee vermelde Bonairiaanse politici werd opgestart, werd volgens de toenmalige officier van justitie mr. Mario Angela, door de toen op Bonaire gevestigde rechter commissaris Mr. Frans V “getorpedeerd”.

De eerder door mij geciteerde pagina’s 163- 164 en 166 van het proefschrift van dr. Schotborgh (vide bijlage 1), laten niet de minste twijfel aan de betrokkenheid van de Bonairiaanse politici aan flagrante corruptie.

Het is niet alleen de aan hun advocaat mr. G Knoops toegeschreven grote vakkundigheid die er toe heeft geleid dat de twee Bonairiaanse politici de dans konden ontspringen. Zelfs de meester strafrecht advocaat en hoogleraar mr. Geert Jan Knoops zou er nooit in geslaagd zijn met de op tafel liggende feiten de twee Bonairiaanse politici te “redden”, indien hij niet een handje was geholpen door de op Bonaire als rechter commissaris gevestigde mr. Frans V.

Mr. Frans V had het aangedurfd om in een lopende, nauwelijks zes maanden durende strafzaak te interveniëren door het onderzoek “vanwege te lange duur” en “te veel media aandacht” aan zo’n beperkte tijd te binden dat onderzoek dat normaliter jaren vergt, niet meer met succes kon worden afgerond. De interventie van mr. Frans V oogstte uiteraard veel kritiek. Niet alleen van het OM maar volgens NRC-onderzoeksjournalist Joep Dohmen ook uit overige juridische kringen. Feit is dat de dubieuze interventie van mr. Frans V in een lopende strafzaak ook de leden van de Tweede Kamer niet zijn ontgaan. De Kamerleden Bosma(VVD) en van Raak (SP) hebben naar aanleiding van deze interventie vragen gesteld. Maar daar over later meer.

Uit de artikelen van Dohmen kan worden opgemaakt dat het Bonairiaanse strafrechtelijk onderzoek door de Nederlandse overheid als hoogst onwenselijk werd beschouwd en men er bepaald niet rouwig om was dat dat onderzoek werd getorpedeerd. Verder onderzoek zou namelijk onherroepelijk hebben geleid naar waar men juist liever niets van wilde weten: de naar verluidt frequente samenkomst van de bestuurders van een prestigieuze Nederlandse staatsmaatschappij samen met prominenten van het CDA met de twee Bonairiaanse politici.

Mr. Frans V slaagde, zoals reeds vermeld, er in dit onderzoek met de haar ongewenste nare naweeën te torpederen.

Men zou verwachten dat een rechter die een zo opzichtig scheve schaats rijdt, ter verantwoording zou worden geroepen.

Want laten we wel wezen strafzaken duren “meestal” wel ietsje langer dan zes maanden. Alleen een geestesgestoorde zal dan ook geloof hebben gehecht aan nut en noodzaak van de curieuze interventie van mr. Frans V in een on going strafrechtelijk onderzoek.

Mr. Frans V werd van de stoffige standplaats op Bonaire afgehaald en naar de prestigieuze rechtbank van Haarlem gepromoveerd. Daar werd hij met de niet minder prestigieuze functie van vice voorzitter gehonoreerd. Geen berisping, maar een beloning voor bewezen onvolprezen diensten.

Dank zij de interventie van mr. Frans V kon de prestigieuze Nederlandse Staatsmaatschappij tegenover het Gerecht aantonen nooit, niets, nada, maar dan ook nooit iets met corruptie te maken te hebben gehad. Dank zij de interventie van mr. Frans V en de bereikte torpedering van verder strafrechtelijk onderzoek, konden de geplaagde bestuurders met opgeheven hoofd en van alle blaam gezuiverd verder gaan.

En de twee Bonairiaanse politici ? Die hadden het iets moeilijker. Want het OM toonde zich een van “gif en gramschap vervulde verliezer”, die de twee politici dwong om de kelk tot aan cassatie leeg te drinken. Maar om uiteindelijk toch bakzeil te halen.

Want ook de beste brave Bonairiaanse politici werden na de als “hoogst vervelend” ervaren jacht van het OM, van alle beschuldigingen vrijgepleit. Dat ondanks al dit vertoon lang niet iedereen overtuigd was van de onschuld van de twee heren blijkt uit de uitspraken van hun politieke tegenstanders. Die vonden het moeilijk verteerbaar dat er nooit een rechtszitting was geweest over de corruptieverdenking. De voorlieden van die partij waren dan ook van mening dat niet van ‘vrijspraak’ kon worden gesproken. Naar alle waarschijnlijkheid de algemene opvatting.

De twee Bonairiaanse politici hebben daarna een naar verluidt miljoenen claim bij de Nederlandse Staat ingediend als schadevergoeding voor het hun aangedane onrecht. Of er daadwerkelijk een schadevergoeding is uitgekeerd en hoeveel is echter niet bekend. Het zal in elk geval niet voldoende zijn geweest naar de smaak van deze twee tot in het diepste van hun ziel gekwetste integere Bonairiaanse politici.

Mr. G Knoops en nationale ombudsman mr. R. van Zutphen bleken zich het bij de Bonairiaanse politici nog steeds bestaand leed over het hen aangedane onrecht te hebben aangetrokken.

Zij zijn recentelijk bij de nu Caribische bijzondere Nederlandse gemeente Bonaire dan ook gaan pleiten voor erkenning dat men de beste brave Bonairiaanse politici eerherstel verschuldigd was.

En wat ik nooit voor mogelijk had gehouden, het ongelooflijke lukte. Met grote koppen werd in de lokale nieuws media vermeld dat het OM aan de betrokkenen excuses had aangeboden.

Dat de excuses aan de twee Bonairiaanse politici tevens een trap was in de rug van de officier van Justitie, spreekt voor zich. Opmerkelijk is dat diezelfde officier van het OM, mr. Mario Angela nu de prestigieuze functie bekleedt van advocaat-generaal van Curaçao.

Maar die excuses waren per se nodig om de falsificatie als waarheid om te smeden. Want de volgende stap zou de zaligverklaring zijn van ook mr. Frans V. En dat met een totale ontkenning van het feit dat hij ook in het door hem in diezelfde periode geleide arbitrageproces zich als een foute rechter had opgesteld. Ook hier geldt dat het heilig doel de middelen heiligt.

Alles wijst er op dat het streven falsificatie en waarheid zo optimaal mogelijk met elkaar te verzoenen, geresulteerd is in het aanvaarden van van twee naast elkaar bestaande, parallelle, waarheden. Maar daar is, althans in dit specifieke geval, niets mis mee: Alle middelen zijn immers heilig, ook het “aanpassen” van de waarheid, als deze het “heilig” doel moet dienen van het onbevlekt houden van het gerechtelijke blazoen.

Het principe van de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en onkreukbaarheid van de Nederlandse rechter mag immers nooit ter discussie staan.

We hebben eerder gesteld dat André Bosman (VVD) en Ronald van Raak (SP) Kamervragen hebben gesteld over Frans V’s hoogst curieuze interventie. Ze werden echter met de bekende riedel van de onafhankelijkheid van de rechter door de toenmalige minister van justitie Opstelten het bos ingestuurd.
Men mag zich afvragen wat een rechter dan wel moet doen om de immuniteit kwijt te raken die hem met de in de grondwet verankerde onafhankelijkheid van de rechter is verleend.

Men zou verwachten dat, met name het Tweede Kamer lid Ronald van Raak, zich niet met het quatsch argument van Opstelten zou hebben laten afpoeieren.
Maar dat gebeurde toch.

Alles wijst er op dat de Zambezi zaak aan de doofpot is toevertrouwd. Niet alleen de complete trias politica maar ook de pers hebben zich geroepen gevoeld over deze mistige zaak te zwijgen. In de pers werd niet meer gerept over mr. Frans V en zijn Bonairiaans avontuur. Van de prominente NRC-onderzoeksjournalist Joep Dohmen, die vóór 2010 als een van de meest gelauwerde onderzoeksjournalist werd beschouwd, werd daarna slechts weinig vernomen.

Dohmen liet mijn brief over het verband tussen de Bonairiaanse Zambezi zaak en mijn arbitragezaak onbeantwoord. Van Raak volstond met mij koeltjes veel succes toe te wensen met mijn tegen mr. Frans V op te starten procedure. Maar toen van Raak daarna zelfs niet inging op mijn verzoek hem tijdens mijn verblijf in Nederland te mogen spreken en al mijn aan hem in de digitale krant TPO gerichte uitdagingen uit de weg ging, wist ik genoeg.

Deze zaak zal in de commissie STIEKEM van de Tweede Kamer zijn behandeld. Op lekken van de in die Commissie verkregen informatie zouden naar verluidt strenge straffen staan.

De zaak “Zambezi strafrechtelijk onderzoek” is kennelijk van zo’n belang dat het per se verzwegen moet worden. Dat verklaart wellicht dat noch de Raad voor de Rechtspraak, de Hoge Raad en de Raad van State bereid waren mij een luisterend oor te bieden. De aan mr. Frans V gerelateerde Zambezi- waarheid dient verhuld te blijven.

In de volgende column zal ik aangeven met welke bizarre ontwijkingen en abjecte leugens mijn zaak tegen de foute rechter mr. Frans V tot in Hoger Beroep werd gefrustreerd.

Het door de Overheid verzwijgen van de Zambezi zaak raakt mij slechts zijdelings. Maar Ik ben wel vastbesloten me niet neer te leggen bij het verzwijgen van mijn door dezelfde mr. Frans V geleide arbitrage zaak.

Mr. Frans V heeft zich in die arbitragezaak door advocaat mr. Ruben D laten “ompraten”. De consigliere achtige advocaat mr. Ruben D, was eerder in een andere zaak voor fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenis straf veroordeeld. Mr. Frans V heeft samenspannend met advocaat Ruben D zich als een bewijsbaar partijdige en frauduleuze arbiter opgesteld.

De bewijsstukken van zijn deels partijdige, deels frauduleuze en merendeels corrupte besluiten zijn zo talrijk en onweerlegbaar, dat zij slechts in schijnprocessen konden worden ontkend. Tot in Hoger Beroep toe.

Wordt vervolgd.

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties