Column Zambesi revisited | Hoe het allemaal verder is verlopen (8)

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Ik interpreteer de stille hint om te berusten en mijn leven verder in vrede te slijten als een advies om te stoppen met mijn publicaties. Die publicaties werpen immers een té ontluisterend licht op het als heilig beoordeeld rechtsbedrijf. En kritiek op rechters wordt, ook als die kritiek gerechtvaardigd is, door een (gelukkig) afnemende minderheid, nog steeds als hoogst ongewenst beschouwd.

Het volgens hen mij passend alternatief is helder: “besteed wat je nog aan leven rest aan nuttiger zaken zoals tuinieren en TV kijken en vermijd vooral terug te kijken op de pijnlijke momenten die je geacht wordt achter je te hebben gelaten”. Dit soort (stief)moederlijke adviezen zijn me een ware gruwel.

Ze miskennen immers de voldoening die ik beleef aan het aan derden een inkijk geven in de vrij onordelijke gerechtelijke keuken, waarin ik in grote boosheid en irritatie gedurende jaren heb verkeerd. Deze publicaties zijn voor mij een echte uitdaging. Want de virtuele gerechtelijke keuken die ik heb meegemaakt en die verondersteld wordt altijd kraakhelder te zijn, was juist het toonbeeld van een totale wanorde. Die virtuele gerechtelijke keuken was een plek waar het vuil zich huizenhoog opstapelde en waarin als in razernij opgejaagde ratten heen en weer ravotten.

Maar ik wil zo objectief mogelijk zijn en voeg daarom hier direct aan toe dat de gerechtelijke keukens er niet áltijd zo slordig bij liggen. Want het is een feit dat het overgrote deel van de rechters ambtenaren zijn, die als degelijke functionarissen hun werk uitvoeren. Slechts een kleine minderheid zal bereid zijn zich partijdig op te stellen of zich laten omkopen. Publicist mr. Paul Ruijs en hoogleraar Prof dr.ir. Anton van Putten, beiden bekend van wege hun kritische publicaties over de Nederlandse rechtspraak, schatten het percentage foute Nederlandse rechters op ca. 5 %.

Rechter mr. J. de B. die tot voorzitter van het college van Hoger Beroep was benoemd in de zaak die ik tegen mr. Frans V en zijn foute kompanen had aangespannen, moet naar ik begrepen heb, tot de toprechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Caribisch Nederland worden gerekend.

Ik ken deze rechter die men meer dan eens met zijn neus in de wind, de blik op oneindig en met een hoed op het edelachtbare hoofd, door de zonovergoten straten van Willemstad kan zien rondlopen. Het is een beeld dat bij mij reminiscenties oproept aan de professor uit een van de succesvolste Nederlandstalige stripboeken, waar ik als adolescent zo van heb genoten.

Mr. J de B zal uiteraard net als zijn voorgangers wel gebriefd zijn dat er korte metten gemaakt moest worden met die brutale Eustatia. Maar mr. J. de B doorzag snel het duivels dilemma waarvoor hij door zijn opdrachtgever, de rechter belast met het toewijzen van zaken, was geplaatst. Ik verwachtte namelijk van mr. J de B dat hij volmondig zou erkennen dat in de door mr. Frans V en zijn kompanen gecreëerde beerput, men geen goudvissen of pareloesters zou vinden. Van zijn collegae en de rechter die hem de zaak had toegewezen moest hij de beerput van mr. Frans V juist als een helder en lieflijk kabbelend beekje voorstellen. Mr. J de B had gauw door dat het godsonmogelijk was de beerput van mr. Frans V als een lieflijk beekje voor te stellen.

Hij bedacht dat hij binnenkort zijn herziene wetboek van strafrecht moest presenteren en meende terecht dat het alles behalve opportuun was om met dit professoraal optreden in het vooruitzicht, aan de dubieuze verwachtingen van zijn opdrachtgever(s) te voldoen.

Na enig nadenken besloot hij dat er maar één uitweg was uit deze slangenkuil: hij aarzelde niet en koos resoluut het hazenpad; keek niet één keer om en liet zich ook niet door zijn heftig in de passaat-tegenwind wapperende toga hinderen. Op de vraag waarom hij de arena zo hals over kop had verlaten, is deze rechter tot op de dag van vandaag het antwoord schuldig.

Mr. J de B werd opgevolgd door mr. Jan F. Mr. Jan F stelde zich voor met een introductory mail luidende “zoals ik al (?) heb gezegd kan er van het stellen van schriftelijke vragen aan de advocaten van de wederpartij geen sprake zijn”. Het bijzondere is dat ik nog nooit van rechter mr. Jan F had gehoord, nooit één woord met hem had gewisseld en dus zijn “zoals ik al heb gezegd” niet kon plaatsen.Ik kon niet anders concluderen dan dat mr. Jan F over de wonderbaarlijke gave beschikte om tegelijkertijd in verschillende tijdzones te verkeren; verleden, heden en morgen konden hij hem schijnbaar naadloos samenvallen.

Mijn voorspelling dat de introductory statement van mr. Jan F niets goeds voorspelde, werd spoedig bevestigd.

De vraag van mijn vrouw “waarom zo zwijgzaam” beantwoordde ik in mijn toentertijd nog al eens voorkomende momenten van twijfel en zwijgen, kort maar veelzeggend met “weer stront aan de knikker”.

Ofschoon ik zeer tegen de zin van een goede vriend blijf volhouden dat slechts een minderheid van de +/- 2500 rechters die het Koninkrijk der Nederlanden rijk is, tot de rotte appels gerekend mag worden, is het wel opmerkelijk dat meer dan tien (!) van het beperkt aantal rechters dat het Gemeenschappelijk Hof van Justitie rijk is, zonder meer bereid was om in mijn casus de waarheid geweld aan te doen: Soms gewoon uit domheid, soms onnadenkend omdat men dat van hen verwachtte, maar meestal op basis van louter kwaadwilligheid.

Het met de meest onoorbare middelen uit de wind houden van hun corrupte collega mr. Frans V, woog voor deze lieden zwaarder dan hun ambtseed die hen voorschreef altijd onpartijdig, onafhankelijk en rechtvaardig te zijn.

De genoemde vriend blijft hardnekkig bij zijn standpunt dat álle rechters corrupt zijn. Hij stelt dat alle rechters weten wie de foute rechters van hun rechtbank zijn, maar dat zij zich daar nooit over uitlaten. Door stelmatig daarover te zwijgen, maken ook zij zich schuldig aan het ongestraft hun gang laten gaan van de foute rechters. Die vriend is dan ook niet bereid zich in deze een ander standpunt te laten opdringen.

Er valt wel iets voor zijn standpunt te zeggen, maar ik wil vooralsnog toch niet zó ver gaan.

Degenen die wél volmondig eens zijn met het advies om te berusten zijn de foute rechters. Het gaat deze rechters uiteraard niet om het belang van hun slachtoffer, maar om hun eigen belang. Zolang slachtoffers berusten of hun tanden in post traumatische stress stuk bijten maar wél blijven zwijgen, vinden deze in toga vermomde hypocrieten dat prima. Ze kunnen dan verder ongestoord hun gang blijven gaan, verzekerd als ze zijn van het niet aflatend applaus van de advocaten die terdege beseffen afhankelijk te zijn van de goodwill van de almachtige rechters. Die rechters weten bovendien dat zij hélémáál niet bang hoeven te zijn voor de main stream media, omdat geen van de tot de main stream behorende kranten het zal wagen iets fouts te beweren van zelfs de foutste rechter.

Ook de doorsnee burger is, het zij uit onwetendheid of uit gewoonte, geneigd braaf weg te kijken bij de steeds zichtbaarder wordende gebreken van het enige bolwerk dat na de val van de RK kerk nog steeds over ongecontroleerde macht beschikt.

Maar er zijn publicisten die zich de mond niet laten snoeren. Arnold van der Voort, heeft in zijn boek “RECHTSPRAAK IN OPSPRAAK” foute rechters passend aangeduid met “schurken in jurken”.

De parlementen van het Koninkrijk der Nederlanden en de pers zijn helaas nog steeds te weinig doordrongen van het besef dat macht corrumpeert en ongecontroleerde macht, ook als die van rechters afkomstig is, des te meer corrumpeert.

Dat de ongecontroleerde macht van de rechters een risicofactor is en door een minderheid onder de rechters dan ook wordt misbruikt, is een zorgwekkend gegeven.

Tot nu toe verschuilen de Overheden en de parlementen van het koninkrijk zich uit gemakzucht en uit angst voor het aanzwengelen van een discussie met vergaande consequenties, achter de slogan dat niet tegen rechters kan worden opgetreden, omdat dit in strijd zou zijn met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Men mag echter veronderstellen dat de parlementen van het Koninkrijk niet zo naïef zijn dat ze écht geloven dat alle rechters de integriteit zelve zijn Het is dan ook niet te verwachten dat ze tot in de eeuwigheid het fenomeen foute rechters zullen blijven gedogen. In België is het al lang zo ver dat een corrupte rechter in de gevangenis belandt.

Het schrijven van deze columns is niet louter tijdverdrijf. De columns passen in een plan: het nauwgezet en met bewijsstukken onderbouwd presenteren van mijn ervaring met foute rechters, moet een bijdrage leveren aan initiatieven die het abjecte fenomeen foute rechters, een halt moeten toeroepen. Ik ben niet zo maar wat aan het roeptoeteren, maar breng ernstige, de rechtsstaat bedreigende gebreken voor het voetlicht. Ik heb dan ook nooit overwogen mij zo maar neer te leggen bij de besluiten van een stelletje corrupte functionarissen die zich met toga en bef als rechters hebben vermomd. De foute daden van deze foute rechters dienen voor een groot lezerspubliek geëtaleerd en afgewezen te worden.

In dat scenario past een nauwkeurige beschrijving van de gebeurtenissen. Er zal moeten worden begonnen met een objectieve beschrijving van de rol die de ex-partners in dit drama hebben gespeeld. Niet alleen omdat ze met hun frauduleuze praktijken dit tragische traject hebben ingeluid; niet van wege het dubieus genoegen hen aan de virtuele schandpaal te nagelen; en ook niet om stil te staan bij een eventuele heroverweging van mijn standpunt over het besluit van het toenmalig hoofd Landslaboratorium die er niet lang over hoefde na te denken om zich resoluut van deze lieden te ontdoen.

De ex-partners hebben op het moment dat het water hun na aan de lippen stond, mijn reddende hand met beide graaiende en klauwende handen gegrepen. In de voorgaande columns is reeds gepreludeerd op de wonderbaarlijke gedaante-verandering die de ex-partners van lam tot wolf hebben ondergaan.

Ik zal beginnen met een nauwgezette beschrijving van de rol die de ex-partners, die achteraf witteboorden criminelen bleken te zijn, in dit drama hebben vervuld. De met onweerlegbare bewijsstukken beschrijving van de rol van deze witteboorden criminelen moet er toe leiden dat het voor iedereen duidelijk wordt dat de keuze van de arbiter om vól achter deze lieden te gaan staan, hem per definitie meer dan de schijn gaf dat hij een omgekochte arbiter was.

Elke integere persoon, rechter of geen rechter, die als arbiter in deze zaak zou hebben opgetreden, zou zich extra hebben moeten inspannen om zich gedurende het arbitrageproces onpartijdig op te stellen. Niet uit mededogen met de ex-partners die met hun onrechtmatige daden een dossier hadden kunnen vullen, maar met het slachtoffer van deze criminelen. Mr. Frans V heeft als arbiter zijn oor echter uitsluitend te luisteren gelegd bij de oplichters en hun dubieuze adviseurs.

En dit ondanks dat ik deze arbiter met meerdere dossiers heb geconfronteerd die samen wel twee ordners hadden konden vullen met de voorbeelden van onrechtmatige daden die de ex-partners hadden gepleegd. In deze aan de arbiter gepresenteerde publicaties was vastgelegd hoe deze ex-partners een ruling hadden laten opmaken die tegen alle wettelijke regels in bedoeld was om goederenrechtelijke transacties te faciliteren (lees: mijn bedrijf leeg te roven). Die ruling was al vóór de oprichting van de maatschap opgemaakt; toen het niet eens zeker was of de ex-partners hun lening om zich in de maatschap in te kopen, wel bij elkaar gesprokkeld zouden krijgen.

Zij hebben op de meest knullige wijze de statuten gemanipuleerd, waardoor zij in staat waren mijn bedrijf praktisch over te nemen. Zij hebben boekhouder mr. J. Martina van TAM-consultants met de hulp van de corrupte fiscalist mr. Dennis E misleid waardoor deze een foute jaarrekening 2004 heeft opgesteld. Een manco, waarvoor de heer Martina uitgebreid zijn schriftelijke excuses heeft aangeboden. Zij hebben de jaarrekeningen van de maatschap zodanig gemanipuleerd dat de in hoog aanzien staande registeraccountant drs. W Curiel RA in een boekenonderzoek een “gat” constateerde tussen eindsaldo jaarrekening 2004 en begin saldo 2005 van bijna NAF 400.000.00. De ex-partners hebben in samenwerking met de door hun advocaat “omgeprate” arbiter Mr. Frans V meegewerkt aan het manipuleren van een akte, waardoor de enige solvente partner valselijk aan het arbitrageproces werd onttrokken. Zij hebben zich daarmee schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte.

Een saillant detail is dat mr. Ruben D, de advocaat van mijn ex-partners, al vóór het arbitrageproces bij TWEE gelegenheden had geprobeerd op die manier de enige solvente partij aan de vorderingsmogelijkheid van mijn bedrijf te onttrekken. Maar hij heeft door twee rechterlijke beschikkingen van die plannen moeten afzien.

Het betreft de vonnissen dd 4 mei 2009 KG102/2009 en 11 mei 2009 KB 16/2009, waarin de ex-partners pretenderen de VOF te hebben voortgezet onder de naam VOF 2, welke niet dezelfde entiteit zou zijn als de VOF ten laste van wie door Artsenlab conservatoir beslag was gelegd.

In vonnis dd 4 mei 2009 KG 102/2009 en 11 mei 2009 KG 116/2009 stelt de rechter het volgende:

vonnis dd 4 mei 2009 KG 102/2009 en 11 mei 2009 KG 116/2009 Artsenlab – J.M. Eustatia

Dit gegeven zegt niet alleen iets over deze witteboorden criminelen, maar vooral over de door hun ingehuurde arbiter mr. Frans V. Bij mr. Frans V lukte de eerder tot twee maal mislukte verdwijntruc van de frauduleuze advocaat mr. Ruben D echter moeiteloos.

Het is de vraag of de witteboorden criminelen zonder de frauduleuze steun van hun ”omgeprate” arbiter de VOF hadden kunnen voortzetten zonder aan mijn voorwaarden te voldoen. Alles is echter mogelijk wanneer een arbiter en de hem steunende rechters besluiten even hun integriteit bij het grof vuil te parkeren om oplichters en bedriegers te sauveren. Dat terwijl het opgelichte en bedrogen slachtoffer niet alleen via foute vonnissen het bos wordt ingestuurd en zijn bewijsbare claims worden ontkend, maar hij bovendien tot het betalen van hoge proceskosten wordt veroordeeld.

De ex-partners die zich gaandeweg als witteboorden criminelen waren gaan manifesteren, zijn gedurende twee jaar in de gelegenheid geweest om tegen betaling in mijn laboratorium proef te draaien. Ze hebben in die periode hun ogen goed de kost gegeven en kwamen snel tot de ontdekking dat ze met een best profijtelijke business te doen hadden. Een business die ze best voor zich zelf zouden willen bemachtigen.

Ze hebben dan ook al vóór de oprichting van de maatschap hun tijd besteed aan het maken van plannetjes om hun door mij verzekerde toekomst nog profijtelijker te maken.

Reeds is vermeld dat de ex-partners nog vóór de oprichting van de maatschap de corrupte fiscalist Mr. Dennis E hadden ingehuurd om zg. namens mij met de inspectie der belastingen een ruling af te spreken waarmee de mogelijkheid van goederenrechtelijke transacties werd beoogd. Goederenrechtelijke transacties die het de betrokkenen in de toekomst mogelijk zouden moeten maken om mijn bedrijf Artsenlab nv, de enige solvente aan de maatschap deelnemende partij, professioneel leeg te roven.

Een scherp protest leidde tot de bijgaande zich verontschuldigende brief van de Inspectie der Belastingen waarin wordt vastgesteld dat een ruling nooit goederenrechtelijke transacties beoogt.

Artsenlab J.M. Eustatia – uitleg belasting ruling

Maar in die brief werd hun vroegere roverhoofdman, al dan niet op zijn verzoek, verdere schande bespaard door in de verklaring te stellen dat zijn overige beweringen wel juist zouden zijn. Mr. Dennis E die eerder de prestigieuze functie van directeur der belastingen had bekleed, maar het Belastingkantoor overhaast en overdekt met pek en veren via de achterdeur had moeten verlaten, beschikte daar kennelijk nog over hem de helpende hand biedende vriendjes.

Ik heb de (nieuwe) Directeur der Belastingen per brief laten weten dat de verstrekte informatie voor wat het gestelde mbt de goederenrechtelijke transactie voldoet, maar dat het gestelde mbt het overige feitencomplex volledig onjuist is.

We zullen mr. Dennis E vaker tegenkomen als een van de leidsmannen betrokken bij het voor de ex-partners aan instanties verstrekken van doelbewust foute informatie.
De in de volgende column te vervolgen nauwkeurige vastlegging van de snode daden van mijn ex-partners is een tijdrovende bezigheid. Maar het is onvermijdelijk en noodzakelijk. Want het schrijven van deze publicaties is niet alleen maar tijdverdrijf. Deze publicaties dienen een doel. De door mij verstrekte informatie moet daarom onweerlegbaar juist zijn en wel zodanig dat het zelfs voor de meest doorgedraaide trol niet mogelijk is het gestelde geloofwaardig te ontkennen. (Ter zijde: uit het voorgaande blijkt dat we in deze voor rechters wel een uitzonderinkje moeten maken. Voor hen heeft de waarheid immers onverwachte kanten).

Als een arbiter zijn oor uitsluitend bij de criminele wederpartij te luisteren legt, kan de conclusie niet anders zijn dan dat deze arbiter is “omgepraat”. Dat betekent dat de rechters die steevast en hardnekkig de waarheid hebben ontkend om hun collega mr. Frans V uit de wind te houden, valse vonnissen hebben afgegeven.

Voor de lokale kranten was de recente veroordeling van ex-minister en tegenwoordig parlementariër Jacinta Constancia groot nieuws. Jacinta Constancia kreeg 21 maanden celstraf opgelegd.

Ik citeer uit een van de media:

In Hoger Beroep werd de ex-minister van volksgezondheid veroordeeld tot 21 maanden cel voor ambtelijke corruptie. Constancia moet een gevangenisstraf uitzitten voor MISBRUIK VAN HET POLITIEKE AMBT.

Dit roept bij mij reminiscentie op aan de frase “Sed quis custodiet ipsos custodes?” van de beroemde oud- Romeinse dichter Junevalis. De vertaling luidt:

“WIE BEWAAKT DE BEWAKERS”.

Mijn prangende vraag die veel eeuwen na Junevalis wordt gesteld luidt: hoe zit het dan met de opeenvolgende rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie die de foute rechter/arbiter mr. Frans V met valse verklaringen in bescherming hebben genomen?

Die hebben toch óók hun ambt, HET RECHTERLIJK AMBT, misbruikt?

Parafraserend op de frase van Junevalis kom ik tot een eigentijdse versie:

WIE ZAL DE RECHTERS BERECHTEN?

Wordt vervolgd.

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

2 Reacties op “Column Zambesi revisited | Hoe het allemaal verder is verlopen (8)

  1. Jose Eustatia

    Een zo domme reactie die geen weerwoord waard is.

  2. misschien dat Dr. Eustatia goed was in geneeskunde en virologie maar hij zou iedereen een groot plezier doen zich te onthouden van rechtszaken en ongefundeerde domme opmerkingen over het rechtssysteem en de rechterlijke macht. Hij is daar niet enkel onkundig in maar slaat volkomen de plank mis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *