Column Zambesi revisited | Hoe het allemaal is begonnen (7)

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Ik verbaas me over het gemak waarmee de overheid en de pers kritiekloos en volgzaam blijven beweren dat de Nederlandse rechter altijd onafhankelijk, onpartijdig en integer is. De mainstream media weten nu immers beter dan wie ook dat niet álle rechters altijd onpartijdig en integer zijn. Er zijn in de laatste jaren te veel publicaties verschenen over liegende en bedriegende rechters om als verzamelde pers vol te houden daar niet van op de hoogte te zijn. Er is sprake van doelbewust zelfcensuur.

Zelfcensuur heeft er toe geleid dat het misbruik in de kerk zeer lang kon voortduren. Want jarenlang ging de pers zwijgend voorbij aan de grimmige werkelijkheid van het vermeende “vrome” kloosterleven. De verhulde echte werkelijkheid bood aan honderden prelaten, pastoors, priesters, paters en fraters de gelegenheid om de aan hun zorg toevertrouwde minderjarige kinderen op de meest barbaarse wijze te misbruiken.

Voor de vrije pers van wie men mag veronderstellen dat speuren naar de waarheid haar core business is, betekent dit dat ze het risico lopen om eerder vroeg dan laat in een onmogelijke spagaat terecht te komen. Want als ook aan het sprookje van de altijd onafhankelijke integere en onpartijdige rechter abrupt een definitief einde mocht komen, zullen die media wel iets uit te leggen hebben. Ze zullen in elk geval geen beroep kunnen doen op het “wir haben es nicht gewusst”.

Inmiddels gelooft slechts een verwaarloosbare, voornamelijk uit kwezels bestaande minderheid, nog in de volstrekte integriteit van priesters en de andere tot het celibaat veroordeelde beambten van de katholieke kerk. Ik ben er van overtuigd dat zelfs de Paus van Rome niet gelooft in de absolute deugdzaamheid van zijn katholieke geestelijken.

Er zal op dezelfde wijze een eind komen aan het geloof in de tot nu toe steevast als integer voorgestelde Nederlandse rechter.

Alhoewel ze dat niet openlijk zullen zeggen, gelooft het overgrote deel van de tot kritisch denken in staat zijnde mensen niet meer in dit sprookje dat de overheid, de rechterlijke macht en de pers hen steevast voorhoudt.

In de discussie van een recentelijk op Curaçao gehouden lezing liet fraudeonderzoeker mevr dr Nelly Schotborgh van de Ven zich ontvallen dat als er twijfel zou gaan ontstaan aan de onafhankelijkheid van de rechter dit zou kunnen leiden tot het in het geding zijn van de rechtsstaat. Mijn reactie dat er reeds breed gedeelde twijfel is over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, werd door een veelzeggende stilte gevolgd.

Die twijfel ís er, maar velen durven gezien de grote gevoeligheid van het onderwerp daar niet rond voor uit te komen. Bij een in aantal toenemende groep is er geen sprake meer van twijfel, maar van zekerheid. Zij laten zich dan ook nadrukkelijk horen. Het is een feit dat er zoveel rotte appels in de mand zijn dat het niet langer mogelijk is ongeclausuleerd te blijven stellen dat dé Nederlandse rechter onafhankelijk, onpartijdig en integer is.

Ondanks het ongehoord aantal scheve schaatsen dat rechter mr. Frans V in zowel de Zambezi strafzaak als in mijn arbitrageproces heeft gereden, heeft deze ex-magistraat niet het monopolie op partijdigheid. Mr. Frans V heeft het begrip rechterlijke partijdigheid echter wel naar een ongekend hoog niveau verheven. Het lijkt er zelfs op dat mr. Frans V in zijn functie van arbiter het verschil tussen de begrippen partijdigheid en onpartijdigheid volledig kwijt was. De waarheid werd voor hem een abstract begrip, waarmee je alle kanten uit kon; zelfs een aperte leugen kon in zijn getroebleerde beleving als absolute waarheid worden voorgesteld.

Uit mijn volgende publicaties in de columns Zambesi revisited zal blijken dat een tiental rechters van het gemeenschappelijk Hof van Justitie in navolging van mr. Frans V doelbewust hebben gekozen voor leugens en een partijdige opstelling. Zij hebben zich volledig ingezet voor het uit de wind houden van hun foute collega mr. Frans V.

Het fenomeen foute rechter komt niet alleen voor in ons niet Europees deel van het Koninkrijk. Er zijn veel meer voorbeelden van in Nederland gevestigde rechters die in bepaalde casussen nadrukkelijk hebben gekozen voor het aan hun laars lappen van de rechterlijke integriteit. Er zijn ook meerdere rechters die openlijk de wet overtreden door het hardnekkig weigeren te voldoen aan de wettelijke verplichting opgave te doen van hun nevenfuncties en bijbehorende inkomsten.

De gewoonlijk voorspelbare reactie van de minister van justitie, de Raad voor de Rechtspraak en de pers is tegen beter weten in doen alsof er niets aan de hand is. Zij blijven de hoge kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak benadrukken. Zij schromen er zelfs niet voor om hun stelling te onderbouwen door te blijven verwijzen naar een in kwalitatief opzicht dubieus onderzoek van het World Justice Project, waarin hoog wordt opgegeven van de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak. Maar dat onderzoek is door ir Toon Peters in de Volkskrant van 21 maart 2019 feitelijk als een hoax bestempeld.

Voor mensen die nog nooit een rechtbank van binnen hebben gezien, is de vraag naar het al dan niet integer zijn van een rechter een ver van hun bed show. Dat is een vraagstuk waar ze zich niet mee ophouden. Ze zullen dan ook graag de interviewer die hun de vraag voorlegt of de Nederlandse rechters integer is, het antwoord geven dat de interviewer wil horen. In de opgemelde publicatie van ir Toon Peters wordt geen spaan heel gelaten van dit World Justice Onderzoek. Dat onderzoek blijkt niet alleen gebaseerd te zijn op interviews die voor een groot deel zijn afgenomen bij op juridisch gebied ongeschoolde mensen, maar er lijkt ook sprake te zijn van data gebaseerd op jaren, waarin er helemaal geen sprake was van enig onderzoek. In zekere zin dus een gemanipuleerd onderzoek.

Maar dat laat zoals eerder vermeld onverlet dat zowel ministers, rechters en journalisten ook ná het breed gedeelde kritisch artikel van ir Peters, blijven verwijzen naar de publicatie van het World Justice Project om aan te geven op welk “hoog niveau” de Nederlandse rechtspraak functioneert. Kortom doelbewuste volksverlakkerij.

Maar waarom wordt dit zelfbedrog zo consistent volgehouden? Dat komt omdat er met name bij de overheid inderdaad de vrees bestaat dat de erkenning van het voorkomen van liegende Nederlandse rechters, het vaste fundament van de rechtsstaat zal aantasten. Men heeft daarbij in gedachte hoe het de katholieke kerk is vergaan na de publicaties over het misbruik door de geestelijken van die kerk. Er is na die publicaties bij grote groepen onzekerheid ontstaan, die gevolgd werd door een leegte, waarvan velen niet wisten hoe deze anders op te vullen dan de kerk te verlaten.

Men vreest dat het doorprikken van het sprookje van de integere rechter de bij bepaalde groepen bestaande anarchistische tendensen zou kunnen doen opleven. Groepen die streven naar een samenleving, waarin minder sprake is van een machtige autoriteit zouden inderdaad in een dergelijk vacuüm hun kans zien.

Maar het geneesmiddel mag niet zijn bedrog met bedrog af te dekken. Het binden van rechters aan regels, waardoor er een betere garantie is voor integere rechtspraak zal juist een heilzame invloed hebben op de geloofwaardigheid van de rechtspraak. Maar dat ziet men niet bij een commissie als de commissie J&V van de Tweede Kamer. Die commissie verstuurt wel uitnodigingen uitgaan om over de kwaliteit van de rechtspraak na te denken, maar zal elk verstrekt concreet voorbeeld van corruptie in de rechtspraak afdoen met een nietszeggend briefje in de trant van “wij hebben kennis genomen van uw brief”.

Het is te verwachten dat het effect van dit soort zoethouders en wegkijkoperaties spoedig uitgewerkt zullen zijn. Het wordt daarom tijd om de daad bij het woord te voegen en de al vanaf 2015 aangekondigde en steeds weer herhaalde corrigerende maatregelen om de rechterlijke onpartijdigheid te garanderen en de rotte appels uit de mand te vissen, daadwerkelijk uit te voeren. Het blijft tot nu toe echter bij voornemens. Die in 2015 aangekondigde maatregelen zijn anno 2020 nog steeds niet uitgevoerd. De bij het Nederlandse parlement bestaande aarzeling die aangekondigde maatregelen uit te voeren, is gebaseerd op het bij de parlementariërs bestaand koudwatervrees dat “aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wordt getornd”.

Maar de structureel over foute Nederlandse rechters zwijgende Nederlandse pers bericht wel steeds vaker in extenso over foute rechters in andere landen; met name in de zuidelijke Europese landen en Polen, Hongarije en de VS. Over de rechtszekerheid in de zg ontwikkelingslanden, laat men zich nauwelijks uit; vriend en vijand gaan er sowieso van uit dat het in die landen qua rechtszekerheid kommer en kwel is.

Zelfs personen met een iets meer dan modaal intelligentieniveau zullen zich afvragen waarom het fenomeen foute rechters overal ter wereld schijnt voor te komen, maar in het Koninkrijk der Nederlanden niet voorkomt. Gaat men er soms van uit dat de Nederlandse rechter van een andere planeet komt? Of dat de Nederlandse rechters, in aansluiting aan hun benoeming als rechter, bezocht worden door de heilige geest? De heilige Geest die bij die gelegenheden geen maagdelijke geboorte komt aankondigen, maar die de pas benoemde rechter effectief komt helen van de gebreken, waarmee alle leden van de mensheid kampen……..?!

Mag men van mij vragen, laat staan eisen, dat ik absoluut overtuigd moet zijn van de absolute integriteit van de ietwat dommig ogende persrechter die ik een van mijn procedures, als lid van het college van hoger beroep mocht meemaken? Het betreft een beginnende rechter(sic) die doelbewust in de functie van raadsheer(sic!) in dat college van hoger beroep werd benoemd. Men mocht er immers gif op innemen dat deze beginnende rechter zijn wonderlijke aanstelling als raadsheer in het door mij tegen mr. Frans V ingesteld aangespannen hoger beroep zou misbruiken voor zijn eigen rancuneuze belangetjes.

Maar de doelbewuste aanwijzing van deze onervaren rechter in een college van hoger beroep was met name bedoeld, om te garanderen dat mr. Frans PJ V en zijn kompaan mr. Ruben D van alle blaam zouden worden gezuiverd. Ik zal in een van mijn volgende columns wat explicieter berichten over deze aankomende rechter, die zich als de eerste de beste loopjongen door zijn meerderen voor de foute zaak heeft laten gebruiken. Deze aankomende rechter heeft de foute zaak met hart en ziel gediend. Men mag zich afvragen wat je in de toekomst anders dan kromspraak van zo’n “rechter” mag verwachten?

Terug naar hoe het allemaal is begonnen.
Op 1 juli 2004 werd op bescheiden, maar toch gepaste wijze de oprichtingsakte gevierd van de maatschap VOF laboratorio de medicos. Bij thuiskomst werd ik als dank verblijd met een reusachtige potplant die ik met enige moeite door de huisdeur naar binnen kreeg. Dit geschenk was door mijn partners bedoeld als dank voor het in hun gesteld vertrouwen. De personen die mij met name naar aanleiding van mijn column deel 6 terecht enige naïviteit hebben toegedicht, zullen naar mate dit verhaal in de volgende columns meer vorm krijgt, tot mijn verontschuldiging moeten erkennen dat ik in mijn ex-partners niet alleen met uiterst geraffineerde witte boord criminelen te doen had, maar dat die witte boord criminelen zich ook verzekerd hadden van de diensten van de in fraudezaken gepokt en gemazelde advocaat mr. Ruben D. Deze advocaat heeft zich op zijn beurt van de diensten verzekerd van mr. Frans PJ V die hij op deskundige wijze voor zijn karretje wist te spannen.

Men moet bedenken dat de uitspraken van een arbiter in een arbitrageproces absoluut bindend zijn en door een rechter slechts zeer marginaal kunnen worden getoetst. Het hoeft geen betoog dat rechter mr. Frans V zich daar terdege van bewust was. Hij heeft mijn advocaat en mij toen we hem berichtten dat wij zijn arbitraal vonnis voor vernietiging zouden voordragen, in ons gezicht uitgelachen.

De later gebleken oplichters met wie ik als partners in zee ben gegaan, hebben hun plannetjes twee jaar voorafgaand aan de oprichting van de maatschap grondig voorbereid. Zij hebben daarna gedurende een jaar na de oprichting van de maatschap als volwaardige acteurs hun rol als toegewijde partners gespeeld.

Ik kan zonder te veel gêne over deze pijnlijke episode berichten. Onvermijdelijk; want deze episode maakt onverbrekelijk onderdeel uit van het hele te publiceren verhaal. Daar komt bij dat mijn gram weliswaar primair uitgaat naar deze witte boord criminelen die het vertrouwen dat hun REDDER IN DE NOOD in hen heeft gesteld op schaamteloze wijze hebben beschaamd; maar het is een feit is dat zij nooit in hun opzet zouden zijn geslaagd als het door de statuten voorgeschreven arbitrageproces op een eerlijke wijze was verlopen. Ik was immers sowieso van plan mijn bedrijf te verkopen.

De statuten van de maatschap schreven voor dat, indien er sprake was van een conflict binnen de maatschap, er eerst een poging moest worden gedaan om via mediatie een oplossing voor dat conflict te vinden.

Indien mediatie niet de gewenste oplossing zou leveren, diende het conflict via arbitrage te worden beslecht. Nogmaals: indien er sprake was geweest van een reguliere mediatieproces en een arbitrageprocedure geleid door een eerlijke en rechtvaardige arbiter, er zeker een voor mij naar tevredenheid stemmende oplossing voor het conflict zou zijn bereikt. Dat zou ondanks de misselijk makende opstelling van de door mij als witteboord criminelen aangeduide ex-partners zijn gelukt.

Maar tegen de door mr. Ruben D “omgeprate” en ingehuurde arbiter mr. Frans V was geen kruid gewassen. Die man deed niets anders dan uiterst consistent zijn afspraken met de hem ingehuurde mr. Ruben D nakomen. Mr. Ruben D zou na mr. Frans V grondig te hebben “bewerkt en omgepraat”, hem vervolgens als het paard van Troje het arbitrageproces inparachuteren.

De oprichting van de maatschap was niet van een leien dakje verlopen. Toen het proces van de voorbereiding grotendeels leek te zijn afgerond, bleek een van de toekomstige partners, RB, in eens last te krijgen van koudwatervrees. Hij was ineens niet meer bereid deel te nemen aan de op te richten maatschap omdat hij zijn twijfels had over de overlevingskans van de maatschap. Het financiële risico werd door hem te hoog geacht.

Al eerder bleek dat de hechtheid van de als drie-eenheid optredende partners haarscheurtjes vertoonde. In de periode voorafgaand aan de oprichting van de maatschap, waarin dit driemanschap leiding gevende functies in het laboratorium vervulde, was er meer dan eens kritiek van de zijde van de zijde van dr CH en dr EB op het functioneren van RB. Men had kritiek op de matige inzet van RB die naar verluidt minder dan de voorgeschreven uren aan de maatschap in oprichting besteedde. Men verweet deze partner meer aandacht te hebben voor het schoonmaakbedrijf, waarin hij zich zou hebben ingekocht en die hem kennelijk meer financiële zekerheden leek te bieden.

Voor dr EB en dr CH leek de plotselinge twijfel van RB niet minder dan een geschenk uit de hemel. Ze meldden zich onaangekondigd bij mij thuis met het dringend verzoek RB als monster zonder waarde te lozen. Alhoewel ik nooit een echt hoge pet van RB op had, moet worden toegegeven dat hij voor de dagelijkse praktijk van een klein huisartsenlaboratorium beter geëquipeerd was dan de meer voor de zuivere wetenschap aangelegde CH en EB. RB had jarenlang ervaring opgedaan bij het Landslaboratorium en mocht dan wel geen wetenschappelijke hoogvlieger zijn, maar dat hoef je als manager van een klein huisartsenlaboratorium ook niet te zijn.

Ik legde de twee partners beleefd uit dat zij geen van beiden enig ervaring hadden met het managen van een huisartsenlab. Dr CH en dr EB waren beiden laboratoriumspecialisten van een zekere wetenschappelijk niveau. Zij beschikten beiden over een doctorsgraad, waarbij met name klinisch immunoloog dr EB aanvankelijk voorbestemd leek voor een veelbelovende wetenschappelijke carrière. Een carrière die door het voormalige hoofd van het Landslaboratorium op basis van louter kleinzieligheid in de kiem werd gesmoord. Zijn specialisatie bood hem voldoende mogelijkheden om ook voor een huisartsenlab van waarde te zijn. Aan zijn mogelijke inbreng voor de Laboratorio de medicos bestond dan ook bij mij niet de minste twijfel.

Dr CH deed als wetenschapper niet veel onder voor dr EB. Maar met haar specialisatie toxicologie was zij minder van waarde voor een huisartsenlaboratorium. Dit werd later bevestigd. Zij heeft vooral de rol vervuld van human ressource en financieel manager van het laboratorium. Een job die zij – ik heb me voorgenomen objectief verslag te doen – tot haar overlijden op zeer kundige wijze heeft uitgevoerd.

Ik ben er in geslaagd RB binnen boord te houden. Dat echter wel ten koste van enige financiële risico. Ik heb de maatschap een lening verstrekt dat als aanvullend werkkapitaal mocht worden ingezet, waarmee de salarissen van de academici voor de duur van een jaar zou zijn gegarandeerd. Bij een onverhoopt mislukken van de maatschap zou ik dat bedrag zijn kwijt geraakt. Dat is gelukkig niet het geval geweest.

Het zou later blijken dat mevr dr CH al vóór de totstandkoming van de maatschap de maatregelen had voorbereid om bij gebleken levensvatbaarheid en winstgevendheid van de maatschap de niet actief in het laboratorium werkende partner uit de maatschap te lozen. Maar dat juist RB die zijn plaats in de maatschap aan mijn risicovolle lening te danken had een bepalende rol claimde in deze mensonterende operatie, tart de verbeelding. De rol van de verraderlijke Judas lijkt deze verachtelijke figuur op het lijf te zijn geschreven.

Mevr dr CH. had maanden vóór de oprichting van de maatschap in nauwe samenwerking en in absolute geheimhouding met de corrupte fiscalist mr Dennis E een fiscale ruling voorbereid die ze tegen alle wettelijke regelingen in voor goederenrechtelijke transacties wilde gebruiken.

Mr Dennis E slaagde er in van de Directie der Belastingen, alwaar hij in betere dagen als directeur werkzaam is geweest gedaan te krijgen de door hem buiten mij om opgestelde ruling te accorderen. Die voor mij toen nog onbekende ruling was door mevr dr CH voorbestemd om als vehikel te dienen om goederenrechtelijke transacties mogelijk te maken. Een oneigenlijk gebruik van een fiscale ruling, waarvan fiscalist mr. Dennis E beter dan wie ook op de hoogte was. Aan deze ruling zouden later aanhangsels worden bevestigd die ten doel hadden om zonder enige betaling de overname van zo veel mogelijke assets van het moederbedrijf zich oneigenlijk toe te eigenen.

Voor de toekomstige leden van de maatschap stond dus al vóór de oprichting van de maatschap vast dat men na de moeilijke beginperiode, waarin men nog aangewezen zou kunnen zijn op de solvente partner, men deze zodra dit mogelijk was bij het oud vuil zou plaatsen.

Arbiter mr. Frans V heeft voor de financiële afwikkeling de voorkeur gegeven aan de berekeningen van de door de ex-partners ingehuurde accountant drs Terry H.

Ik heb me bij een tot een maximum van hooguit drie jaar waardebepaling van de maatschap moeten neerleggen. Ondanks dat dit inging tegen de nadrukkelijke adviezen van twee onafhankelijke register accountants en een ervaren CPA-accountant.

Ik heb me ook moeten neerleggen bij een door arbiter mr. Frans V met 70% verlaging van het bedrag dat door de accountant deskundige als goodwill was berekend.

Ik heb me ook moeten neerleggen bij een door de arbiter bepaalde afkoopsom, die zonder meer te laag was voor een bedrijf met een van mij overgenomen vergunning die niet meer verstrekt wordt en dus enig in zijn soort is.

Ik heb me ook moeten neerleggen bij besluiten van de arbiter dat de ex-partners mijn persoonlijke goederen die zij zich wederrechtelijk hadden toegeëigend niet hoefden terug te geven. Van een uit zijn behuizing gestolen telefooncentrale hoefden zij slechts de dagwaarde van de centrale te betalen, terwijl de opnieuw aanschaf en installatie tot wel 10 maal het door de arbiter toegewezen bedrag beliep. Ook voor een vergoeding van de doelbewust aan mijn gebouw toegebrachte schade hoefden de ex-partners van hun “patron” mr. Frans V zich geen zorgen te maken.

Ik ben ervan overtuigd dat deze in een arbitrageproces afgewikkelde overname qua bizarheid enig is in zijn soort; althans enig in de annalen van de Nederlandse arbitrageprocedures, waar een overname, voor zover bekend, niet eerder op die frauduleuze wijze is afgehandeld.

Deze wijze van afwikkeling van een goederentransactie was mogelijk, doordat de als arbiter bijklussende rechter mr. Frans JP V vooraf door de voor fraude veroordeelde advocaat mr. Ruben D was ingehuurd.

Na vakkundig op rechter mr. Frans V te hebben ingepraat, is het mr. Ruben D gelukt om deze rechter “om te praten” en voor zijn mestkarretje te spannen. Dit zijn zaken die men mr. Ruben D die wat fraude betreft als ervaringsdeskundige kan beschouwend, met een gerust hart kan toevertrouwen.

Accountant Terry H die samen met mr Frans V aan de wieg stond van deze als overname aangeduide plundering, werd later wegens niet objectief en integer handelen in een andere zaak aangeklaagd. Die klacht werd gehonoreerd en drs Terry H werd voor de duur van negen maanden uit het accountantsregister geschrapt.

KNIPSELKRANT 27 MEI 2012
Hernandez 9 maanden geschrapt
Geplaatst op 27 mei 2012 door redactie_curacao
Willemstad – Accountant Terrence ‘Terry’ Hernandez is zwaar gestraft door de accountantskamer in Zwolle waar tegen hem drie aangiftes werden gedaan, te weten door de inmiddels ontslagen rector magnificus van de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA), Miguel Goede, de ontslagen directeur van Curaçao Ports Authority (CPA), Marcelino ‘Chonky’ de Lannoy en de ex-directeuren van CPA, Richard Lopez Ramirez en Augustin Diaz. Het schrappen uit het accountantsregister houdt in dat hij gedurende 9 maanden niet als registeraccountant mag werken.

Niet integer en objectief’
In alle drie de gevallen concludeert de tuchtrechter dat Hernandez heeft gehandeld in strijd met de eisen, voortvloeiend uit de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit en deskundigheid en zorgvuldigheid.
Drs Terry H is een van de drie adviseurs op wiens “deskundigheid” het driemanschap dr CH, dr EB en RB een beroep heeft gedaan.

Hun onvolprezen raadsman mr. Ruben D die voor fraude eerder tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf was veroordeeld, is reeds bij u bekend.
Fiscalist mr. Dennis E behoorde ook tot het “adviescollege” van het driemanschap. Deze fiscalist is tot twee maal toe gedwongen geweest bij twee separate organisaties zijn functie op directieniveau op te geven. Alhoewel er geen officiële mededelingen zijn gedaan, weten insiders dat hij in beide gevallen met stille trom en met virtueel pek en veren overladen, via de achterdeur de twee kantoorpanden waar hij werkzaam was, heeft moeten verlaten.

De ex-partners vormden samen met hun “adviseurs” een hecht kwartet . De leden van dit kwartet die zich er op hadden toegelegd alles recht te praten wat ook maar zelfs op krom leek, hadden met elkaar gemeen dat zij allen een twijfelachtige reputatie genoten.

De als arbiter bijklussende rechter mr. Frans V heeft als capo di tuti capi aan het hoofd van dit maffieuze “kwartet” gestaan en hun dubieuze besluiten steeds van een juridisch “jasje” voorzien.

In de volgende aflevering zal ik een representatief aantal presenteren van de ca twintig concrete voorbeelden van corrupte arbitrale besluiten met de er bij horende toelichting. En tevens het onweerlegbaar bewijs van de manipulatie van de statuten van de maatschap door de ex-partners van de maatschap.

De onweerlegbaar bewezen manipulatieve bewerking van de statuten werd door de als arbiter bijklussende rechter mr. Frans straal genegeerd.

Mr. Frans V heeft als rechter commissaris een zeer scheve schaats gereden in het Bonairiaanse Zambezi strafrechtelijk onderzoek. Vanuit Bonaire overwippend naar Curaçao heeft hij als voorzitter van een arbitrageproces zich een zo mogelijk nog schevere schaats aangemeten.

Mr. Frans V werd na zijn vertrek uit Bonaire niettemin tot rechter en vicevoorzitter bij de prestigieuze rechtbank van Haarlem benoemd.

Hij is tot aan zijn pensioen als rechter bij de rechtbank van Haarlem werkzaam geweest; alhoewel reeds lang voor zijn pensioen niet meer als vice voorzitter …………Misschien na de toenemende negatieve publiciteit toch lichtelijk aan zijn oortjes getrokken en vermanend toegesproken ???

Wie het weet mag het zeggen.

Dat mr. Frans V nooit is voorgedragen voor ontslag, is voor mij de absolute bevestiging dat Nederlandse rechters NOOIT worden ontslagen.

Wordt vervolgd.

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

4 Reacties op “Column Zambesi revisited | Hoe het allemaal is begonnen (7)

  1. Aanrader: Het gewicht van de woorden van Pascal Mercier.

  2. Deze reactie is verwijderd wegens strijd met de regels

  3. @ Maja Lang: U kunt niet goed lezen of leest DOELBEWUST verkeerd. In het artikel wordt OVERDUIDELIJK gesteld dat de arbiter, een reeds eerder in de fout gegane rechter, mij middels een frauduleus foefje DOOR DE STROT IS GEDUWD. Geen enkele advocaat die zich er aan zal wagen zich tegen een rechter te keren, hoe fout deze rechter ook mag zijn. Je blijft daarom gedurende een hele arbitrageproces met zo’n CORRUPT specimen opgescheept. DAT IS DE KERN VAN HET PROBLEEM . Ik heb uit betrouwbare bron vernomen dat NA deze zaak is besloten dat een arbitraal vonnis WEL kan worden geappeleerd. Verstandig besluit dat uiteraard slechts voor toekomstige zaken geldt. Voorkomen moet worden dat men aan de besluiten van een CORRUPTE arbiter gebonden is. Van uw door mij niet gevraagde wens mbt vrede en berusting heb ik kennis genomen. Maar of ik machteloos zal moeten leven met de gevolgen van deze “keuze” ……. ..? Dat valt nog te bezien.

  4. Op wie bent u nu eigenlijk zo boos dat u uw leven erdoor laat beheersen? U bent kennelijk met bepaalde partners in zee gegaan. Vervolgens heeft u zelf ingestemd met de benoeming van een bepaalde arbiter. Achteraf zegt u zowel de partners als de arbiter zijn niet betrouwbaar. Tja we maken allemaal wel eens verkeerde keuzes. En t.a.v. de arbiter zegt u zelf terecht: diens handelen kan slechts marginaal getoetst worden door een rechter. Dat is het gevolg van partij autonomie. U zult moeten leven met de gevolgen van uw keuzes.
    Ik wens u vrede daarmee en berusting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *