27.6 C
Willemstad
• donderdag 29 juli 2021 18:13

Laatste reacties

- Advertentie -

Column Zambesi revisited | Deel 11

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia
Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Hoe bewijsbare leugens door een tuchtcommissie worden gesanctioneerd en hierna een eigen leven als pseudowaarheid gaan leiden. In deze column zal ik een poging doen de negatieve rol te analyseren die kandidaat-notaris mr. A Ch heeft gespeeld, bij het opmaken van de statuten van de maatschap.

De prangende vraag die gesteld zal worden is of er misschien sprake was van een “een tweetje” tussen dr. Cl Hz en kandidaat-notaris mr. A Ch. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor de wijzigingen die ná de goedkeuring van de door oud notaris mr. Palm gecontroleerde statuten, heimelijk aan de statuten zijn aangebracht.

- Advertentie -

De statuten spelen een belangrijke rol in alle fasen van dit verhaal dat in de vorm van elkaar opvolgende columns wordt gepresenteerd. De beschreven gebeurtenissen spelen zich af in een periode van meer dan 10 jaar. Het is om de lezer de verhaallijn goed te laten volgen dan ook noodzakelijk dat vaak teruggevallen wordt op eerder in voorgaande columns beschreven voorvallen.

De gevolgde setting van niet met gelijke regelmaat gepubliceerde columns, die bovendien niet chronologisch zijn opgebouwd, maakt dat ik regelmatig gebruik moet maken van herhalingen en flash backs.

Oud notaris mr. RJA Palm gaf op een aan hem voorgelegde vraag een verklaring af, waarin hij bevestigde dat er géén bijlagen behoorden bij de concept statuten die hij in 2003 had beoordeeld en goedgekeurd.

Het betreft de concept statuten van een maatschap die in 2004 zou worden opgericht en waarin ik mijn bedrijf met de bedrijfjes van drie ex-partners, een samenwerkingsverband zou aangaan.

- Advertisement -

De betreffende concept statuten werden na door zowel de ex-partners als door mij en mijn adviseur mr. Palm te zijn goedgekeurd, geacht de definitieve status te hebben verkregen. Er moest nog slechts de gang naar de notaris worden gemaakt voor de officiële ondertekening. Er zijn hierna dan ook geen andere concepten door kandidaat notaris mr. A Ch aan ons ter goedkeuring verstuurd.

In het najaar van 2005 ontstonden er heftige meningsverschillen tussen de partners van de nog geen twee jaar oude maatschap.

In de vorige column is door mij ruim aandacht besteed aan die meningsverschillen. De ex-partners konden het niet met mij eens worden over de aanpassing van de huur van mijn gebouw en de noodzaak een begin te maken met een aanbetaling van een door de maatschap overgenomen generator. Maar zij konden ook geen redelijke argumenten voor hun weigering bedenken. Toen men door had dat ik mij niet met een kluitje in het riet zou laten wegsturen, besloten zij noodgedwongen een geheim prijs te geven dat zij liever voor een geschikter moment hadden gereserveerd.

Niet meer wetend hoe te reageren op mijn redelijke eisen, confronteerden zij mij met APPENDIX 1, een naar hun zeggen bij de statuten behorend addendum. Dit addendum was mij echter volledig onbekend.

Bijlagen bij de statuten???
Bij de door partijen geaccordeerde statuten behoorden toch geen bijlagen………….
En ik was tot mijn niet geringe schrik ook niet in het bezit van statuten die een wijziging zouden hebben ondergaan.

Het als een duveltje uit een doosje tevoorschijn komende APPENDIX 1 bewees dat de ex-partners al geruime tijd vóór de oprichting van de maatschap al begonnen waren met het smeden van snode plannen.

APPENDIX 1 met zijn leugenachtige bewering dat de generator voor ANG 300.00 per maand werd gehuurd en ik voor elke huuraanpassing de toestemming van de partners nodig had, kon direct als “fake” worden weggezet.

Opmerkelijk is dat pas na het door mij gesteld ultimatum, waar de ex-partners geen antwoord op hadden, zij het addendum APPENDIX 1 uit de hoge hoed toverden. Zij wisten dat ik niet op de hoogte was van heimelijk aan de statuten aangebrachte wijzigingen. Ze hadden anders direct bij de aanvang van de besprekingen naar de in APPENDIX 1 vermelde “beperking van mijn zeggenschap” kunnen verwijzen. Die besprekingen hadden immers pas na langdurig over en weer vruchteloos gediscussieer en na niet beantwoorde rappelbrieven, tot mijn ultimatieve brief geleid.

Met APPENDIX 1 werd een nieuwe fase in de verhouding met de partners ingeluid. Want toen pas bleek dat er bij de statuten sprake was van meerdere mij volledig onbekende bijlagen.

De vraag is “Ra ra hoe kan dat”?

Kandidaat notaris mr. A Ch reageerde tegenover de leden van de tuchtcommissie (Kamer van Toezicht op het Notariaat) als volgt:

De bijlagen zouden ‘vlak’ vóór de ondertekening van de statuten door een van de partners van de vennootschap, aan haar zijn aangeboden met verzoek deze addenda aan de statuten te hechten. De aanbieder van de bijlagen, mw dr. Cl Hz, had haar verzekerd dat de partners die bijlagen recentelijk hadden geaccordeerd en in consensus hadden besloten dat deze bijlagen aan de op de volgende dag te ondertekenen statuten moesten worden toegevoegd.

Kandidaat- notaris mr. A Ch twijfelde niet aan de oprechtheid van dr. Cl Hz en vond het daarom niet nodig haar te vragen een machtiging van de overige partners te overleggen. Zij heeft na het verhaaltje van de “last minute”- aanbieder als zoete koek te hebben geslikt, gedaan wat van haar werd verwacht: de addenda bestemmen als integraal onderdeel van de statuten.

Dat is althans het verhaal dat mr. A Ch de tuchtcommissie heeft voorgehouden.

De vraag of dat verhaal wel op waarheid berustte, zal in deze column aan de orde komen.

Indien mr. A Ch de moeite had genomen om al was het maar oppervlakkig kennis te nemen van de haar aangeboden stukken, zou het addendum “strategic overtaking van artsenlaboratorium”, beslist haar aandacht hebben getrokken.

Het betreft immers een addendum waarin wordt aangegeven hoe enkele onbeduidende NV’tjes mijn al twintig jaar bestaande middelgroot bedrijf Artsenlab nv zouden gaan overnemen. NV’tjes, die er meer dan een jaar over hebben gedaan om een bescheiden lening bij elkaar te sprokkelen en die nu effetjes de enige kapitaalkrachtige partner van de maatschap gaan overnemen……….

Uit het addendum STRATEGIC OVERTAKING blijkt dat de ex-partners hun ideeën over de overname van mijn bedrijf (lees: overname van alle activa van mijn bedrijf) reeds in concrete uitvoeringsplannen hadden verwerkt.

Tot die plannen behoorde uiteraard ook het besluit mij en mijn inmiddels vakkundig leeg gehaald bedrijf op het meest geëigende moment uit de maatschap te werken.
Het is dan ook niet meer dan begrijpelijk dat ik niet vroegtijdig achter het bestaan van de statuten, waarin al dat moois was verwerkt, mocht komen.

Ik realiseerde me dan ook toen pas waarom mr. A Ch nooit haar belofte is nagekomen mij een kopie van de statuten toe te sturen. Ik heb er ook geen moeite voor gedaan aan kandidaat notaris mr. A Ch een exemplaar van de door partijen getekende statuten aan te vragen. Ik wist immers niet beter dan dat er geen andere statuten waren dan de bij het notariskantoor geregistreerde door mr. Palm goedgekeurde statuten.

Ik heb ongeweten de betrokkenen volledig in de kaart gespeeld.

Als er geen ruzie was ontstaan over de aanpassing van de huur en over de betaling van de generator, zou het nog veel langer geduurd hebben voor ik achter het bestaan van de gecorrumpeerde statuten zou zijn gekomen.

Maar door het vasthouden aan mijn eisen mbt de huur en de generator, waren de witteboordencriminelen gedwongen hun valse kaarten op tafel te leggen.

Een beetje notarieel jurist zou bij het lezen van de in de addenda vervatte nonsens zich achter de oren hebben gekrabd en zonder meer hebben besloten deze last minute addenda voor nader overleg aan te houden.

Mr. A Ch heeft echter kritiekloos genoegen genomen met de bewezen leugenachtige beweringen van mw dr. Cl Hz. Er was immers geen sprake van door partijen geaccordeerde bijlagen en nog minder van een in consensus genomen besluit de bijlagen aan de statuten te hechten.

Kandidaat- notaris mr. A Ch heeft zonder meer verwijtbaar gehandeld door de last minute addenda ongelezen en zonder de andere partijen te consulteren, aan de statuten te hechten.

Dat een vooringenomen tuchtcommissie daar anders over heeft geoordeeld, maakt dat niet anders.

Mr. A Ch heeft door haar nalatigheid mw dr. Cl Hz in staat gesteld om haar frauduleuze addenda integraal onderdeel te laten uitmaken van de statuten die de volgende dag zouden worden getekend.

In APPENDIX 1 staat onder andere dat de maatschap voor de HUUR van een generator van ANG 50.000.00, ANG 300.00 per maand aan mijn bedrijf moest betalen.

De ex-partners wilden dan ook niets weten van mijn voorstel het bedrag voor de overname van de generator op basis van een gespreide betaling tegen de afgesproken rente van 7% af te lossen. Bij hun verhuizing besloten zij zelfs de generator uit zijn behuizing te slopen en hem naar hun nieuw onderkomen te verslepen.
Ik heb de ex-partners voor het stelen van de ANG 50.000.00 kostende generator voor het gerecht gedaagd. De ex-partners hebben er alles aan gedaan om rechter mr. P v Sch er van te overtuigen dat zij mij niets verschuldigd waren.

Zij hielden de rechter voor dat de generator bij de oprichting van de maatschap met de rest van de overgenomen boedel aan de maatschap was overgedragen. En nu de maatschap door hun drieën werd voortgezet, meenden ze dat de generator hun rechtmatige eigendom was geworden.

Rechter mr. P v Sch moet donders goed hebben geweten met een stelletje oplichters te maken te hebben. Hij koos er echter voor geen vonnis te wijzen, maar droeg partijen op hun geschil, conform hetgeen in de statuten was bepaald, via mediatie op te lossen.

Rechter mr. P van Sch benoemde zich zelf tot toehoorder en speelde daardoor een medebepalende zo niet dé bepalende rol in de afloop van het mediatieproces. Dat zou geen probleem zijn geweest ware het niet dat rechter mr. P v Sch getrouw het in dergelijke procedures in Nederland geldend scenario volgde: het slachtoffer moest het ontgelden en de daders mochten op alle begrip rekenen:

”Ze vechten voor hun voortbestaan; u moet daar begrip voor hebben” was het terugkerend lemma van deze edelachtbare.

Een mediatie neemt normaliter hooguit drie maanden in beslag. Maar omdat rechter mr. P v Sch per se een voor de oplichters gunstige oplossing nastreefde, duurde de door hem als “toehoorder” bijgewoonde mediatie welgeteld negentien maanden.

Maar zelfs rechter mr. P v Sch die de witteboordencriminelen zeer welgezind was, slaagde er niet hen gunstig te stemmen. Ze waren op basis van het addendum STRATEGIC OVERTAKING niet bereid met minder dan met de overname van alles genoegen te nemen. Na negentien maanden steeds voorgehouden te zijn dat een oplossing in zicht was, terwijl die oplossing steeds verder weg leek dan ooit, besloot ik de stekker uit het amechtige mediatieproces te trekken.

Na het zeer langgerekte mediatieproces volgde een wederom zeer lange periode tot de benoeming van een arbiter. De ex-partners waren pas tevreden toen het hun advocaat mr. Ruben D was gelukt ZIJN arbiter het arbitrageproces in te parachuteren. Rechter mr. Frans V werd ons, tegen alle procedurele regels in, door advocaat mr. Frans V door de strot geduwd.

Deze arbiter bleek zoals verwacht mocht worden, grondig door mr. Ruben D voor zijn “taak” te zijn voorgemasseerd. Mr. Ruben D die eerder voor fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf was veroordeeld kende het klappen van de zweep: de door hem “omgeprate” arbiter mr. Frans V bleek de vleesgeworden partijdigheid te zijn. Ik heb vier wrakingsprocedures tegen deze “omgeprate” en door en door partijdige arbiter moet aanspannen.

Over deze wrakingsprocedures in een volgende column meer. Een wrakingsprocedure is een praktisch zinloze onderneming, omdat in die procedure rechters over hun collega rechters oordelen. Zij doen dat normaliter net zo als de slager die zijn eigen vlees keurt.

Die vier wrakingsprocedures hebben toch enig effect gehad. Het lukte mij door die terugkerende procedures de “omgeprate” arbiter een klein beetje in toom te houden. De als arbiter bijklussende rechter mr. Frans V heeft het daardoor niet aangedurfd om ál de onredelijke eisen van de cliënten van mr. Ruben D toe te wijzen. Maar veel scheelde het niet.

In het geval generator zag de “omgeprate” mr. Frans V, zich door het overvloedig bewijsmateriaal zelfs gedwongen, toe te geven dat het verhaal van de ex-partners over de generator niet klopte. Hij kon niet anders dan de ex-partners te veroordelen tot betaling van het bedrag dat zij mij voor de overname van de generator verschuldigd waren.

In de columns waarin ik het arbitrageproces, de wrakings-procedures, de tuchtprocessen en de civiele procedures behandel, zal ik aantonen hoe ver rechters, onder de paraplu van de grondwet durven te gaan, in dun streven naar behoud van het eigen gelijk.

Het is na van het voorgaande kennis te hebben genomen niet meer nodig te blijven benadrukken dat de door dr. Cl Hz aan mr. A Ch aangeboden addenda niets anders zijn dan fake.

Ik heb bij de tuchtcommissies gehamerd op het feit dat er in de door mr. Palm en mij gecontroleerde en goedgekeurde statuten niets over addenda werd vermeld.
De statuten waarop de ex-partners zich beriepen móésten volgens mij dus vals zijn.

Het is een feit dat kandidaat-notaris mr. A Ch bij het kritiekloos uitvoeren van de opmerkelijk opdracht van dr. Cl Hz, verwijtbaar slordig is opgetreden. Mr. A Ch wist wel degelijk dat het in de door haar opgemaakte statuten om een overeenkomst ging tussen twee ongelijke en dus separate partijen: de bij het Landslaboratorium ontslagen ex-partners met hun onbeduidende NV’tjes ter ener zijde en ondergetekende met zijn reeds 20 jaar bestaand zich inmiddels bewezen bedrijf ter andere zijde.
Waarom heeft zij met die wetenschap dan niet gehandeld zoals zij normaliter wel heeft gehandeld? De door haar opgemaakte concept statuten werden immers na akkoord van de ex-partners altijd separaat aan mij ter finale accordering aangeboden. Waarom heeft zij bij deze haar op het laatste moment aangeboden addenda niet op dezelfde wijze gehandeld?

Ik houd in dit ministaatje, waar corruptie tot het dagelijks leven behoort, ook ter dege rekening met de mogelijkheid dat dit scenario op een “een tweetje” tussen dr. Cl Hz en kandidaat notaris mr. A Ch berust. Zij kenden elkaar naar alle waarschijnlijkheid van het academisch vrouwennetwerk. Ze hebben elkaar in elk geval in de voorbereiding naar de ondertekening van de statuten leren kennen.
Mr. A Ch zou het in een juryrechtspraak, waar aan indirect bewijs meer belang wordt toegekend, nooit zo maar zijn weggekomen.

Maar sterker nog ik heb van deskundigen begrepen dat zij in Nederland bij een niet vooringenomen tuchtcollege zeker tegen een disciplinaire maatregel zou zijn opgelopen.

Er is simpelweg geen rechtvaardiging voor het gedrag van deze kandidaat-notaris. Het is rond uit bizar dat een kandidaat notaris daags voor de ondertekening van de statuten van een maatschap, een stapeltje last minute addenda van een van de partners in ontvangst neemt en deze addenda zonder alle partners te raadplegen, aan de statuten hecht.

Het (valselijk) beweerde dat de statuten tijdens de ondertekening op tafel lagen en dat zij aan partijen zou hebben gevraagd of zij vragen hadden over die addenda, is absoluut geen verzachtende verklaring. Hier gelden veeleer verzwarende omstandigheden.

Ik ben dan ook absoluut niet bereid de gemelde mogelijkheid van samenspanning tussen dr. Cl Hz en mr. A Ch uit te sluiten. In tegendeel. Ik ben er van overtuigd dat mijn klachten doelbewust en op valse gronden door de tuchtcolleges voor het notariaat zijn afgewezen.

Ik kan me overigens niet goed voorstellen dat mr. A Ch werkelijk zo achteloos heeft gehandeld, als zij toegeeft te hebben gehandeld. Een kandidaat-notaris die zonder vragen te stellen, een aantal last minute aangeboden addenda, ongezien en ongelezen aan de volgende dag te ondertekenen statuten hecht; en wanneer die addenda gecorrumpeerd blijken te zijn, zich beroept op “in goed vertrouwen” te hebben gehandeld, dat is toch hoogst ongeloofwaardig! Het gaat hier immers niet om een ongeletterde schoonmaakster, die een stapeltje papier aanneemt en er mee doet wat de boodschapper haar opdraagt; het ging in dit geval om een kandidaat-notaris die op kort termijn tot notaris zou worden benoemd.

Kandidaat- notaris mr. A Ch wist tegenover de tuchtcommissies niet veel meer naar voren te brengen dan dat de addenda tijdens het ondertekenen zichtbaar op tafel hadden gelegen en zij nog gevraagd had of er behoefte was om over die addenda vragen te stellen. Haar baas notaris mr. M A liet zich ondanks dat hij zich geen moment met deze overeenkomst had bezig gehouden, niet onbetuigd. Hij spande zich in door bij elk leugentje van zijn protegé, het leugentje met een bevestigend knikje tot notariële waarheid te promoveren.

Want het waren inderdaad abjecte leugens. Er lagen helemaal geen bijlagen op tafel en er is zeker geen vraag gesteld over de door mw dr. Cl H daags te voren aangeleverde aan de statuten toe te voegen addenda. Ik zou in dat geval zeker hevig zijn gealarmeerd.

Maar toegegeven een tuchtcollege dat in deze mini- gemeenschap, waar de notabelen elkaar allemaal kennen, werkzaam is, zal onvermijdelijk uit met mr. MA bevriende notarissen bestaan. Zo’n college zal minder gewicht toekennen aan mijn beweringen dan aan de leugens en halve waarheden van een kandidaat-notaris van het kantoor van de bekende al decennia lang als notaris functionerende mr. MA.

Het verhaal van mr. A Ch past absoluut niet bij de verklaring van mr. Palm over de door hem gecontroleerde statuten. Die statuten bevatten immers geen addenda.
Haar verhaal spoort ook niet met het verhaaltje van dr. Cl Hz dat partijen de addenda hadden geaccordeerd en hadden besloten dat deze addenda aan de statuten moesten worden gehecht. Dat verhaaltje is nadat men kennis genomen heeft van het APPENDIX 1 en de STRATEGIC OVERTAKING te ongeloofwaardig om zo maar als waar aan te nemen.

Dat mr. A Ch kritiekloos het leugenachtig verhaaltje van dr. Cl Hz heeft geloofd, zou haar positie voor elke integere tuchtcommissie onhoudbaar hebben gemaakt.
Haar bewering dat de addenda op tafel hadden gelegen en haar bewijsbaar leugenachtig verhaaltje dat zij partijen gevraagd had of zij soms vragen over de addenda hadden, maakt dat mede gezien de gecorrumpeerde inhoud van die addenda niet anders.

Mr. A Ch zal bij een integer tuchtcollege ook niet makkelijk zijn weggekomen met de uitvlucht dat men niet van haar mocht verwachten op de hoogte te zijn van generatoren en de tarieven die voor het huren van die apparaten gelden. Van een kandidaat-notaris die op kort termijn tot notaris zou worden benoemd, mag men verwachten dat zij over enige basale warenkennis en enige kennis van de waarde van goederen beschikt.

Een kandidaat-notaris en leden van tuchtcolleges die menen dat een generator die een middelgroot gebouw bij stroomuitval van stroom moet voorzien, voor ANG 300.00 per maand kan worden gehuurd, zijn niet tot oordelen bevoegde wereldvreemden.
Dat deze zg tuchtcolleges alleen maar geloof hebben gehecht aan de als waarheid vermomde leugens die door mr. A Ch en haar baas, notaris mr. M A, werden gedebiteerd, zegt alles over hun niveau. Een niveau dat kennelijk niet veel hoger was dan dat van hun in bescherming genomen mr. A Ch.

Waarschijnlijker is dat de leden van de tuchtcolleges zich er wel wel degelijk van bewust waren dat kandidaat-notaris mr. A Ch en haar baas notaris mr. MA hen een samenraapsel van abjecte leugens en ongeloofwaardige verzinsels voorschotelden. Maar ze waren zich kennelijk nog meer bewust van het feit dat zij het feestje van hun very good friend mr. MA en zijn protegé mr. A Ch niet mochten verstoren. Het aan mr. A Ch opleggen van een disciplinaire straf had gevolgen kunnen hebben voor haar benoeming tot notaris. En naar het oordeel van deze in moreel opzicht falende tuchtcolleges woog mijn belang daar niet tegen op.

De leden van de tuchtcolleges gingen dan ook (te) gemakkelijk mee met mr. A Ch’s leugenachtig verhaal dat de addenda bij het ondertekenen van de statuten op tafel lagen en dat zij meer malen uitdrukkelijk naar die addenda had verwezen.

Hoe moet verklaard worden dat de tekst van de statuten, waar de op het laatste moment aangeboden addenda aan moesten worden gehecht, in sommige bladzijden op essentiële punten afweek van de tekst van de door mr. Palm goedgekeurde statuten? Hoe moet verklaard worden dat de doorgenummerde pagina’s van de addenda naadloos aansloten bij de doorgenummerde pagina’s van de ondertekende statuten?

Het kan niet anders dan dat er aan de door mr. Palm en mij geaccordeerde statuten stiekem wijzigingen zijn aangebracht. Die wijzigingen bestonden uit verwijzing naar mij onbekende addenda en een paragraaf over de honorering van de ex-partners. Er is reeds in voldoende mate aangetoond dat die addenda niet meer waren dan fake. De eis dat het kleinste laboratorium van het eiland drie full time academici in dienst moet nemen, komt niet alleen niet overeen met de tijdens de beraadslagingen gemaakte afspraken, maar is bovendien begrotingstechnisch bezien, klinkklare waanzin.
Die wijzigingen zullen ongetwijfeld door dr. Cl Hz in het kader van de STRATEGIC OVERTAKING zijn voorgesteld.

Dr. Cl Hz zal vervolgens in goed overleg en in nauwe samenwerking met mr. A Ch de door mr. Palm geaccordeerde tekst hebben laten wijzigen in de tekst die zij voor het door haar middels het addendum STRATEGIC OVERTAKING te bereiken doel wenselijk achtte.

De aangebrachte wijzigingen in de tekst van de statuten wijzen nadrukkelijk in de richting van de door dr. Cl Hz geplande overname van de maatschap zoals verwoord in het addendum STRATEGIC OVERTAKING.

Dr. Cl Hz is dank zij de hulp van kandidaat-notaris mr. A Ch en de “omgeprate” arbiter rechter mr. Frans V deels in haar poging geslaagd de in het addendum voorgestelde STRATEGIC OVERTAKING tot een goed einde te brengen. Dat zij daar niet volledig in is geslaagd komt door dat ik eerder dan door haar gepland, achter de in het geniep gewijzigde statuten ben gekomen.

Mr. A Ch kan geen verklaring geven voor de vervanging van de door mr. Palm geaccordeerde statuten door de doorgenummerde statuten die op 1 juli 2004 zijn getekend. Dat de nummering van de last minute aangeboden addenda merkwaardigerwijs naadloos aansloot bij de nummering van de te ondertekenen statuten mag opmerkelijk worden genoemd.

Mr. A Ch en dr. Cl Hz hadden dan ook alle redenen om mij de tekst van die gewijzigde statuten niet toe te zenden en mij in de waan te laten dat ik met de door mr. Palm geaccordeerde statuten te maken had.

Indien er geen ruzie was ontstaan over niet nagekomen beloften zou ik heel lang in die waan zijn blijven verkeren.

Daar dr. Cl Hz inmiddels is overleden, zal er nooit duidelijkheid kunnen worden verkregen over haar frauduleuze interventies.

Ik kan niet ontkennen dat mijn overdreven, tot op het schaapachtige op goed vertrouwen gebaseerde naïviteit, het voor dr. Cl Hz mogelijk heeft gemaakt een perfect uitgevoerde maffiose operatie te realiseren. Dat Cl Hz daarvoor wel de onontbeerlijke medewerking van mr. A Ch nodig had, doet daar niets aan af.

Maar feit is ook dat ik door tijdig herstel van het overdreven goed van vertrouwen, die operatie had kunnen blokkeren. Mijn klachten werden echter doelbewust en op valse gronden door de tuchtcolleges voor het notariaat afgewezen.

De “omgeprate” rechter mr. Frans V die mij als arbiter door de strot werd geduwd, heeft daarna definitief de deur naar gerechtigheid voor mijn neus dichtgesmeten. Dat hij daarvoor de steun nodig had van de hem in bescherming nemende rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, maakt de zaak voor mij alleen maar pijnlijker.

In de volgende columns zal systematisch aandacht worden besteed aan het bizarre optreden van de als arbiter bijklussende rechter mr. Frans V in het door hem geleid arbitrageproces. Een optreden dat laat zien hoe gemakkelijk de bovenwereld en de onderwereld met elkaar vervlochten kunnen raken en zelfs tijdelijk in elkaar kunnen overgaan.

Wordt vervolgd

Klik hier voor het document als u met uw browser het onderstaand Scribd document niet kan lezen of downloaden.

Jose Joe Eustatia-Appendix 1pdf by Knipselkrant Curacao on Scribd

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

- Advertisement -

Artikel delen

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

- Advertentie -

Lees ook

- Advertentie -

Zoeken

- Advertentie -

Democracy now! | Thursday, July 29, 2021

Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience with...

Extra | Journaal 29 juli 2021

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

PBC | Regering Pisas neemt 42 vriendjes aan op negen ministeries

Persbureau Curacao De personeelsstop bij ministeries lijkt niet meer te bestaan. De regering Pisas heeft sinds haar aantreden 42 nieuwe mensen aangenomen op negen ministeries. Dat meldt de...

PBC | CMC: meeste Covid19-patiënten niet of niet volledig gevaccineerd

Persbureau Curacao De meerderheid van patiënten die met Corona worden opgenomen in het Curaçao Medical Centre blijkt niet gevaccineerd. Vandaag meldden zich drie nieuwe patiënten, twee moesten direct...

PBC | Economie Curaçao krimpt met 18,4 procent

Persbureau Curacao Curaçao zag in 2020 een zware terugval in economische activiteiten met een krimp in het bruto binnenlands product van 18,4 procent. Een krimp van die aard...

PBC | Curaçao host Concacaf under-20 kwalificatietoernooi vrouwen

Persbureau Curacao Het Concacaf Women’s U-20 Championship Qualifiers wordt op Curaçao afgewerkt. Het kwalificatietoernooi vindt plaats in het Ergilio Hato Stadion en het nabijgelegen FFK-stadion van 13 tot...
- Advertentie -