28 C
Willemstad
• woensdag 22 mei 2024

Extra | Journaal 17 mei 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Thursday, May 16, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 16 mei 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Wednesday, May 15, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 15 mei 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Tuesday, May 14, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...
- Advertisement -spot_img

Column Vaders | Allemaal verliezers

HomeNieuwsColumn Vaders | Allemaal verliezers

Column Vaders |  Allemaal verliezers

hans-vaders1 - kopie
Column Vaders | Allemaal verliezers

‘s Gravenhage, weduwe van Indië, grootsteeds dorp en mijn geboorteplaats. Zo was en is de stand van zaken, in die volgorde, zoals door Louis Couperus, de homofiele Haagse dandy die op Java zijn jeugd doorbracht, eind negentiende eeuw al uitputtend werd neergeschreven. Het waren de dingen die voorbij gaan, het heimwee naar die – in de wende der jaren – steeds meer lokkende gordel van smaragd van de oude eenzame plantersvrouw achter het door een winterregen beslagen raam.

Deze weduwe nam behalve haar dierbare tropische herinneringen uiteraard ook haar eetgewoontes mee, vandaar dat Den Haag – waar de meeste wat meer gefortuneerde ‘gerepatrieerde’ planters en ambtenaren neerstreken, zo ze geen buitenplaats aan de Vecht kochten – nog steeds over de beste Indisch georiënteerde restaurants ter wereld beschikt. Behalve die in Batavia zelf natuurlijk, zonder die vermakelijke ‘Hollandse’ touch.

‘Baboe, pergi kepasar dan beli satoe kati daging’,

murmelt de oude tandenloze vrouw – gevangen in het web van haar perkamenten vel, in gedachten verzonken voor zich heen, terwijl ze onderwijl in haar spionnetje spiekt naar de grote buitenwereld die niet de hare meer is.

‘Baboe, ga naar de markt en koop zes ons vlees.’

‘Daging apa, njonja. Daging kerbo atau daging sapi?’ ‘

Wat voor vlees, mevrouw? Moet het karbouw- of rundvlees zijn?’ En:

‘Apan toean soeka makan nasi goring.’ ‘Houdt u van nasi goréng?’

En ach nee, het vlees van de karbouw is taaier dan rund- of varkensvlees. Dit alles heeft toch wel zijn charme.

Toentertijd was het leven op de grote magische vulkanische eilanden aan de andere kant van de gezapige provinciaalse Nederlandse wereld toch lang niet zo slecht.

Toen waren er de diepverstilde tropennachten met parelmoeren maanlicht mysterieus als een derwisj dansend over de steile hellingen van de vulkanen, de krijsende bavianen in de bomen rond de desa, het geritsel van de slangen in de velden, de doodskreet van een rijstrat en in het bijgebouw van het ruime plantagehuis het onderdrukte gegiechel – de redu over hun incompetente vrijers – van de wasvrouwen en baboes.

Mijn eigen achtergrond is doordrenkt van de sfeer van deze immense eilanden in het oosten, waar ik overigens nog nooit ben geweest en met zeer grote waarschijnlijkheid ook nooit meer zal komen; de groene eilanden van de specerijen, sateh, sambal en rijsttafels. Ik ben met dit verrukkelijke vaak scherpe eten opgegroeid.

Mijn tantes, broodmager en aangeslagen maar levend terug uit de Jappenkampen, mijn ooms, vel over been en chronisch ziek terug na hun ‘werkcorvee’ aan de Birma-spoorweg, maakten geregeld de meest exotische gerechten uit hun verloren vaderland en mijn vader, broer en een oom van moederskant deden daar na de politionele acties – de vreedzame zuiveringen die Nederlands-Indië tenslotte haar onafhankelijkheid bezorgden – nog een schepje bovenop.

Met een vriend uit Amsterdam reis ik naar Assen in Drenthe. We zijn via via uitgenodigd om bij een grote Molukse familie te komen eten. Er wordt iets gevierd, maar ik weet bij god niet wat. De vrouwen hebben in ieder geval aan de voorbereiding van de nasi ramés diverse dagen besteed, zoals het eigenlijk ook hoort bij het toebereiden van gerechten uit Indië, en het resultaat is dan ook buitengewoon.

Onder de aanwezigen een jongeman met donker krullend haar en rusteloze ogen. Een paar jaar later staat deze verliezer in de trein bij Wijster tijdens de kaping met een vuurwapen in de hand, mijn oom een van de geselecteerde gegijzelden geknield in de deuropening. ‘We zijn allemaal verliezers’, zal journalist Ger Vaders een aantal jaren later na een hernieuwd bezoek aan Indonesië en met name aan de Nederlandse deserteur en verliezer Jan ‘Poncke’ Princen noteren.

Wat niet verloren is gegaan zijn, nogmaals, de herinneringen en het kruidige voortreffelijke eten. Mijn lagereschoolvriendje Herbert W. voelde zich nog het meest senang in het rommelige voorkamertje waar zijn grootvader eens een blauwe maandag huisde en in de keuken van zijn moeder, een kleine antieke wajangpop, constant in de weer met het bereiden van voortreffelijke copieuze maaltijden voor drie personen.

De vrienden van vroeger zijn er niet meer, zegt ze. Ze zijn ver weg of voorgoed verdwenen, proviand wordt steeds duurder, en dan die sfeerloze, schoongeboende winkels van de orang blanda, zonder die zware, overweldigende geur van ketjap, ketoembar en klapperolie.

En, niet te vergeten, de stugge bloedeloze gezichten achter de toonbank, zure gruttersgezichten zonder mededogen in de ogen; blauwe, harde ogen die in zich de koude kilte van een walvisjager meedragen. Vissenogen, winnaarsogen.

Herbert W. en ik kijken stiekem in de ‘verboden’ schrijn. Daar hangen kleurige, gebatikte kleedjes: een reusachtige ondergaande zon spoelt over eindeloze sawa’s met diffuus, hemels licht; een tanige koelie ploegt verbeten voort met zijn waterbuffel, en toean matjan bengis, de wrede heer tijger loert, zijn gelige ogen tot nauwe spleetjes toegeknepen, in het hoog opgeschoten gras. Maar gelukkig, ter geruststelling glinsteren altijd nog de bij het hecht vergulde krissen van grootpa aan de muur.

‘En toen, toen’, fluistert Herbert W., ‘hoorden mijn ouders vanaf ver in de gekartelde bergen het hese geblaf van de wilde honden van de oorlog, het slinks naderbij sluipende artillerievuur van de Nederlandse 7 December Divisie in nu vergeten knappe manoeuvres en schielijke confrontaties tijdens de pacificatie van Java; darah mérah, rood bloed bij de kali’s en in de verradelijke, getande ravijnen.

Vergeten valt zwaar voor mij, wanneer niets meer vergeten kan en mag worden. Maar krissen of klewangs helpen niet meer tegen buitensporig geweld. En we zijn per slot allemaal slechts de verliezers, zonder uitzondering.’

Lees meer… 

Bron: Facebook Hans Vaders

Slangenkuil – serie columns van auteur Hans Vaders over breed uiteenlopende  onderwerpen en actualiteiten van Curaçao

Dit artikel is geplaatst in

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties