30 C
Willemstad
• woensdag 21 april 2021 16:18

PBC | Curaçao is het snelst vaccinerende land ter wereld

Persbureau Curacao Curaçao is op dit moment het land waar de meeste vaccins worden gezet. Met 13,44 prikken per 100 bewoners is Curaçao volgens De Volkskrant het snelst...

PBC | Advocaten en Notarissen hebben weer ontheffing

Persbureau Curacao Weer is de lijst met ontheffingen aangepast. Vanaf vandaag staan onder andere advocaten en notarissen weer op de lijst van vitale functies en processen maar ook...

Democracy now! | Wednesday April 20, 2021

Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience with...

Extra | Journaal 21 april 2021

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Nu.cw | Zon vanmiddag recht boven Curaçao

Vanmiddag om precies 12.34 uur zal de zon recht boven Curaçao staan, het zogenaamde zenit. Dit verschijnsel komt slechts twee keer per jaar voor. Dat meldt de Meteorologische...

Nu.cw | Mc William stelt vragen over sluiting ABN Amro-rekeningen

MAN-Statenlid Giselle MC William heeft schriftelijk vragen gesteld aan demissionair premier Eugene Rhuggenaath (PAR) over sluiting van ABN Amro-rekeningen. Ook de Tweede Kamer en commissie Koninkrijksrelaties ontvangen...
- Advertisement -spot_img
HomeLandenCuraçaoArbeidsrecht: Wie is de baas?

Arbeidsrecht: Wie is de baas?

Door Martine Hofhuis en Annemarijke Bach Kolling

Enkele weken geleden oordeelde de kortgedingrechter dat UTS niet verplicht was om de flexibele arbeidskrachten die daar bij UTS werkzaam zijn een vast contract aan te bieden. Deze uitspraak heeft veel stof doen opwaaien. De discussie rondom flexibele arbeidskrachten die werkzaam zijn bij enkele overheidsorganisaties woedt echter al enige tijd. Even het geheugen opfrissen. In juni 2011 heeft premier Schotte de directies van overheidsorganisaties per brief laten weten dat de regering het wenselijk acht dat er bij deze organisaties zo min mogelijk gebruik wordt gemaakt van werknemers met een flexibel dienstverband.

Onder werknemers met een flexibel dienstverband (ook wel genoemd: ‘flexwerkers’) wordt verstaan:

– uitzendkrachten,

– oproep- of invalkrachten

– en werknemers met een kortlopend arbeidscontract.

De achterliggende gedachte van de regering is dat van overheidsorganisaties wordt verwacht dat zij naast hun commerciële doelstellingen, ook hun sociaal maatschappelijke taken vervullen, waaronder ook het bieden van rechtszekerheid aan werknemers.

Flexibele arbeidskrachten hebben die rechtszekerheid niet.

Eind 2011 kwamen de flexibele arbeidskrachten die al sinds jaar en dag werkzaamheden verrichten bij Aqualectra en UTS in opstand omdat zij niet dezelfde arbeidsvoorwaarden hadden als hun collega’s in loondienst.

De Staten spraken de wens uit dat de betreffende organisaties de flexibele arbeidskrachten in dienst zouden nemen. Schotte concludeerde zelfs dat er sprake was van misbruik van de uitzendkrachten.

Helaas voor de uitzendkrachten, maar het mocht allemaal niet baten. In maart 2012 besloot een aantal van de flexibele arbeidskrachten bij UTS/TDS om verhaal te halen bij de rechter. In totaal 27 arbeidskrachten die werkzaam waren bij UTS en TDS op grond van een detacheringsovereenkomst tussen UTS/TDS en een viertal detacheringsbureaus spanden een kort geding aan tegen zowel UTS en TDS als de detacheringsbureaus.

De arbeidskrachten beklaagden zich erover dat zij al jaren bij UTS en TDS werkzaamheden uitvoerden, zonder zicht op een vaste aanstelling bij UTS en TDS. UTS en TDS zouden stelselmatig weigeren om hun een vaste dienstbetrekking aan te bieden, niet alleen tegen de wil van de werknemers, maar ook tegen de wil van de overheid in. Dit is volgens hen in strijd met het beginsel van het goed werkgeverschap. De rechter in kort geding volgde de standpunten van de arbeidskrachten niet en oordeelde dat UTS en TDS niet tegen hun wil in gedwongen kunnen worden om de arbeidskrachten in dienst te nemen. Dat Schotte heeft aangegeven dat hij en het parlement het wenselijk vinden dat de bedrijven hen wel in vaste dienst zouden nemen, is niet van belang.

Schottes wil is vooralsnog geen wet. Een tegenvaller natuurlijk voor de arbeidskrachten maar is deze uitspraak vanuit juridisch opzicht verrassend te noemen? Hierna volgt een korte toelichting op de juridische positie van uitzendkrachten.

Bij ‘uitzending’ zijn drie partijen betrokken:

1)- de uitzendkracht,

2)- het uitzendbureau

3)- en de opdrachtgever.

We spreken van een uitzendkracht als een werknemer ter beschikking wordt gesteld aan een derde, de opdrachtgever die ook wel inlener wordt genoemd. Hoewel de uitzendkracht de werkzaamheden feitelijk bij de opdrachtgever/ inlener uitvoert en deze ook het gezag heeft over de uitzendkracht, bestaat er tussen hen geen arbeidsovereenkomst. Tussen de uitzendkracht en het uitzendbureau kan daarentegen wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. De uitzendkracht valt daarmee qua arbeidsrechtelijke bescherming dus niet tussen wal en schip.

Detachering’ is een bijzondere vorm van uitzending. Bij uitzending heeft de uitzendkracht doorgaans een arbeidsovereenkomst voor de duur van de opdracht en bij detachering is de werknemer veelal voor een langere (of vaste) periode in dienst van het detacheringsbureau. In het geval van UTS en TDS hadden de vier bedrijven een detacheringsovereenkomst met UTS en TDS.

In de Landsverordening op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten is geregeld dat uitzendbureaus en detacheringsbureaus een vergunning nodig hebben. Of deze landsverordening in de praktijk ook wordt nageleefd en gehandhaafd is echter de vraag. In de landsverordening is ter bescherming van de arbeidskrachten ook geregeld dat uitzending slechts in een beperkt aantal gevallen toegestaan is. Bijvoorbeeld bij tijdelijke afwezigheid van een vaste werknemer, bij toevallige vermeerdering van werk en spoedeisend werk. De uitzendkrachten worden voorts beschermd doordat zij slechts voor een periode van maximaal 12 maanden ter beschikking gesteld mogen worden.

Wat nu als wordt gehandeld in strijd met deze voorwaarden, zoals volgens de arbeidskrachten bij UTS/TDS het geval zou zijn?

Als hiervan sprake is, heeft dat niet tot gevolg dat er automatisch een arbeidsovereenkomst tussen de uitzendkracht en de opdrachtgever ontstaat. Het is vaste rechtspraak dat de rechtszekerheid zich hiertegen verzet. Er kan wel – gelet op de criteria van de zogenaamde kettingregel – een vast dienstverband ontstaan tussen het uitzend- of detacheringsbureau en de uitzendkracht of gedetacheerde. Ook hier op Curaçao is dit onlangs nog bevestigd.

Op 11 mei 2012 heeft de rechter geoordeeld dat er tussen de opdrachtgever en de uitzendkrachten in die zaak geen (stilzwijgende) arbeidsovereenkomst was ontstaan omdat hiervoor geen wettelijke grondslag is dan wel anderszins steun voor is in het recht. Dat er gedurende meer dan twaalf maanden ter plaatse van de opdrachtgever is gewerkt, heeft dus niet tot gevolg dat er tussen de opdrachtgever en uitzendkracht een arbeidsovereenkomst tot stand komt.

De overschrijding van de maximale duur van de ter beschikkingstelling van arbeidskrachten kan wel gevolgen hebben voor het uitzendbureau; de vergunning kan namelijk worden ingetrokken.

Interessant is dat de rechter in deze laatstgenoemde uitspraak ook een beroep van de uitzendkrachten op het initiatiefontwerp Landsverordening kortlopende contracten passeert, omdat dit wetsvoorstel ‘een controversiële kwestie betreft en het zeer de vraag is of het ontwerp in zijn huidige vorm zal worden aangenomen’.

Het wetsvoorstel kortlopende contracten beoogt het gebruik van kortlopende contracten tegen te gaan en zou meer bescherming moeten bieden aan werknemers met kortlopende contracten. Het wetsvoorstel bevat een aantal ingrijpende maatregelen om te voorkomen dat werkgevers veelvuldig gebruik (en derhalve volgens de initiatiefnemers ‘misbruik’) maken van contracten voor bepaalde tijd.

Een van die (controversiële) maatregelen is dat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde zou ontstaan indien uitzending langer dan een jaar voortduurt en zelfs als de inlener besluit om na een jaar een andere uitzendkracht of werknemer aan te nemen voor dezelfde functie.

De Raad van Advies heeft inmiddels overigens – naar onze mening terecht – kritische kanttekeningen geplaatst bij dit wetsvoorstel. Het laatste woord is hierover dus nog niet gezegd. Kortom, het kortgedingvonnis van de UTS/TDS-uitzendkrachten is naar onze mening niet erg verrassend. Een wettelijke grondslag voor het aannemen van contractsdwang ontbreekt en vaste rechtspraak heeft uitgewezen dat de rechtszekerheid zich daartegen verzet. Het is wel verrassend dat uitzendkrachten en gedetacheerden desondanks nog steeds volharden in hun algemene stellingname dat er automatisch een vast dienstverband zou moeten ontstaan tussen hen en de opdrachtgever en dit in rechte proberen af te dwingen. Dit alles neemt overigens niet weg dat er bijzondere situaties kunnen zijn waarbij misbruik gemaakt wordt van uitzendkrachten of gedetacheerden en dat zij in die specifieke gevallen wèl bescherming kunnen afdwingen bij de rechter. Het beëindigen van de uitzend- of detacheringsovereenkomst kan namelijk in bijzondere omstandigheden ‘misbruik van bevoegdheid’ opleveren.

Van ‘misbruik van bevoegdheid’ is sprake als iemand een bevoegdheid uitoefent met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hierbij valt te denken aan het beëindigen van de opdracht om discriminatoire redenen (geslacht, seksuele gerichtheid, godsdienst et cetera). Ook kan het ‘schuiven’ van de werknemer tussen twee uitzendondernemingen behorende tot hetzelfde concern, met geen ander doel dan het voorkomen van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd tussen de uitzendkracht en het uitzendbureau, misbruik van bevoegdheid opleveren. Er zijn dus wel situaties denkbaar waarbij uitzendkrachten of gedetacheerden met succes een beroep op de rechter kunnen doen. Echter, om dergelijke misbruiksituaties aan te tonen ligt een gezamenlijke actie van meerdere uitzendkrachten tegen meerdere gedaagden – en al helemaal in kort geding – niet voor de hand. Al met al kan de rechter dus wel degelijk een vangnet bieden als er van de geboden flexibiliteit misbruik wordt gemaakt en de flexibiliteit ten koste gaat van de rechtszekerheid van de werknemer. Die balans tussen enerzijds flexibiliteit op de arbeidsmarkt en anderzijds rechtszekerheid voor werknemers is van groot belang. Echter, opdrachtgevers kunnen niet gedwongen worden tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met deze arbeidskrachten. Het beginsel van contractsvrijheid is nog altijd de baas.

ACTUALITEITEN ARBEIDSRECHT

Martine Hofhuis en Annemarijke Bach Kolling zijn werkzaam als advocaten bij Spigthoff Advocaten en Belastingadviseurs op Curaçao.

Bron: Antiliaans Dagblad

Dit artikel is geplaatst in

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties