Amigoe | ‘Lat financieel toezicht wordt steeds hoger gelegd’

door Amigoe correspondent Otti Thomas

Rijkssanctiewet middel in de strijd tegen mensenrechtenschendingen en terrorisme

‘Lat financieel toezicht wordt steeds hoger gelegd’

DEN HAAG — Als de spelregels voortdurend worden aangepast, is het lastig om de wedstrijd te winnen. Die boodschap had de regering van Curaçao vandaag voor de Nederlandse regering met betrekking tot het financieel toezicht.

Volgens Nederland zijn de afspraken echter helder.

De Raad van State van het Koninkrijk luisterde vandaag naar de visie van beide partijen over de verlenging van het toezicht en de werkzaamheden van het College financieel toezicht (Cft). De Rijksministerraad besloot in oktober vorig jaar om het toezicht op Curaçao en St. Maarten met een nieuwe termijn te verlengen, in lijn met de aanbeveling van de Evaluatiecommissie voor de Rijkswet financieel toezicht onder leiding van Ron Gomes Casseres.

Curaçao erkent dat de begrotingen in de periode 2012-2014 niet aan alle vereisten voldeden, zeker in het eerste jaar toen er een aanwijzing van de Rijksministerraad voor nodig was om de begroting in evenwicht te krijgen, zei Rogier van den Heuvel, advocaat van VanEps Kunneman VanDoorne.

Het bezwaar is vooral gericht tegen de schijnbare uitbreiding van die vereisten met financieel beheer als extra criterium. Financieel beheer is essentieel om tot een evenwichtige begroting te komen. Maar als de begrotingen een aantal jaren in evenwicht zijn, is het niet meer nodig om vervolgens het financieel beheer tegen het licht te houden, zei Van den Heuvel. “Als Curaçao aan de normen voldoet, dan is het niet nodig om te vragen of Curaçao nog beter aan de normen zou kunnen voldoen. Er is nu sprake van een bewegend doel en een lat die omhoog beweegt”, zei hij.

Bijkomend probleem is dat er geen duidelijke definitie is van de term en de vereisten van financieel beheer, aldus Van den Heuvel.

Slotverklaring

Volgens Nederland zijn de afspraken wel helder, zei Elisabeth Pietermaat van advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vertegenwoordigde. “Alle partijen zijn ervan uitgegaan dat financieel beheer ook getoetst zou worden”, zei ze. Ze verwees onder meer naar de Slotverklaring uit 2006, waarin afspraken werden gemaakt over de schuldsanering. Financieel beheer werd hierin expliciet genoemd als onderdeel van financieel toezicht. “Dat ligt ook voor de hand: zonder adequaat financieel beheer zal er geen sprake kunnen zijn van een duurzaam gezonde financiële huishouding.”

Ze zei verder dat Curaçao en Nederland gaandeweg ook invulling hebben gegeven aan de term financieel beheer en hoe de kwaliteit daarvan gemeten wordt, op dit moment via het zogeheten Performance Measurement-framework (Pefa).

De Staatsraden van de afdeling advisering beperkten zich tijdens de hoorzitting tot het stellen van enkele vragen ter verduidelijking. “U suggereert dat Nederland toch wel een beetje overvallen is met dit bezwaar, aangezien u ervan uitging dat iedereen het met elkaar eens was”, zei Staatsraad Hans Borstlap tegen Pietermaat, die bevestigde dat de hele discussie wel een beetje als verrassing kwam. Dat gold overigens ook voor het Curaçaose bezwaar tegen het feit dat er een gezamenlijk besluit voor Curaçao en St. Maarten werd genomen, in plaats van een besluit voor elk land.

Van Curaçao wilde Borstlap weten wat er is gedaan met de aanbevelingen van de evaluatiecommissie, waarop Van den Heuvel antwoordde dat er wel stappen zijn gezet, zoals de oprichting van een eigen begrotingskamer ter vervanging van het Cft.

Het is nog niet bekend wanneer de Raad van State met haar advies komt. “We zullen ons best doen om het niet al te lang te laten duren”, zei zittingsvoorzitter Jan-Kees Wiebenga.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *