AD | Terecht ontslag RdK-employées

‘Groot belang ordelijk verloop biedingsproces’

Willemstad – De twee RdK-functionarissen zijn terecht op staande voet ontslagen. Vast is komen te staan, aldus het gerecht, dat zij – naast het officiële aanbestedingstraject – actief betrokken zijn geweest bij het ‘parallelle traject’ om een nieuwe exploitant voor de Isla-raffinaderij te vinden, waarvan zij redelijkerwijs moeten hebben geweten dat dit ‘niet passend was’.

Het gaat hier om Gilbert Gregory Cijntje, technical manager, en Michèle Mario Kinburn, projectcoördinator van Refineria di Kòrsou (RdK). Zij wisten bovendien, aldus het vonnis van gisteren, dat dit parallelle traject heeft geleid tot ‘een concrete poging om (aanzienlijke) betalingen van Count Energy Trading los te krijgen’.

Cijntje en Kinburn hebben er op geen enkel moment blijk van gegeven dat zij zich van een en ander hebben willen distantiëren. Bij deze stand van zaken kan de conclusie geen andere zijn dan dat deze RdK-werknemers een dringende reden hebben gegeven om hen op staande voet te ontslaan.

Het gerecht op Curaçao heeft gisteren uitspraak gedaan in beide zaken. Cijntje en Kinburn waren eerst met verplicht verlof gestuurd en later ontslagen omdat ze betrokken waren geweest bij de vermeende poging tot uitlokking van omkoping. Dat geldt ook voor de toenmalige statutair directeur Roderick van Kwartel en een door hem ingehuurde consultant. In de rechtszaken wilden Cijntje en Kinburn het ontslag nietig laten verklaren.

De rechter gaat uitvoerig in op wat er vooraf was gegaan aan het ontslag, waarvoor ‘stelplicht en bewijslast bij de werkgever rusten’. Uit de ontslagbrief blijkt dat RdK het ontslag heeft gebaseerd op het bestaan van het zogenoemde ‘paralleltraject’ en de betrokkenheid van Cijntje en Kinburn bij dat traject. RdK gebruikt hiervoor de resultaten van het onderzoek van Ivy.

In het vervolg van het artikel gaat het verder vooral over Cijntje, die anders dan Kinburn wel lid was van het projectteam PMO dat tot taak had een nieuwe exploitant voor de Isla te vinden en die als technical manager een bruto maandsalaris had van ruim 16.700 gulden.

In haar ontslagbrief heeft RdK zeven ‘concrete aanwijzingen’ genoemd die tezamen de dringende reden vormen voor het ontslag. Cijntje heeft – kort samengevat – als verweer gevoerd dat hij zich slechts, conform de instructies van directeur Van Kwartel, heeft beziggehouden met het verstrekken van technische informatie. Ook heeft hij een zogenoemde ‘background check’ uitgevoerd met betrekking tot Colás Bos (vertegenwoordiger van Count en later degene die het schandaal meldde bij premier Eugene Rhuggenaath en later bij de Raad van Commissarissen, red.). Er is niet met Cijntje gesproken over winstdeling of een andere vorm van beloning en hij heeft ook nooit bij Bos aangedrongen op ondertekening van enigerlei overeenkomst met de onderneming van de consultant. Ook kleven volgens Cijntje aan het onderzoek van Ivy wezenlijke gebreken.

Het gerecht maakt stuk voor stuk korte metten met zijn punten van verweer. Onder meer het punt dat Cijntje zich heeft verweerd door aan te voeren dat hij slechts de opdracht van directeur Van Kwartel uitvoerde. ,,Naar het oordeel van het gerecht doet Cijntje zich daarmee tekort. Cijntje is geen starter op de arbeidsmarkt. Gelet op de hoogte van zijn salaris moet aangenomen worden dat hij een hoge functie bekleedt binnen RdK. Bij een dergelijke positie horen navenante verantwoordelijkheden. Die verantwoordelijkheden eindigen niet waar de directeur een opdracht geeft.”

Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, mag – aldus het vonnis – van een goed werknemer in een positie als die van Cijntje worden verwacht dat hij zich afvraagt of die opdracht deugt. ,,Uit niets blijkt echter dat Cijntje zich dergelijke vragen heeft gesteld. Hij heeft de statutair directeur kennelijk geen vragen gesteld, hij heeft geen zorgen geuit en hij heeft zich op geen enkel moment gedistantieerd van het proces. Hiervan moet Cijntje een verwijt worden gemaakt.”

‘Groot belang ordelijk verloop biedingsproces’

Het gaat hier om Gilbert Gregory Cijntje, technical manager, en Michèle Mario Kinburn, projectcoördinator van Refineria di Kòrsou (RdK) | Antilliaans Dagblad

Het gerecht stelt het volgende voorop.

,,Het is een feit van algemene bekendheid dat met de exploitatie van de raffinaderij op Curaçao grote economische belangen zijn gemoeid. Vaststaat dat het contract met de huidige exploitant (PdVSA) per einde 2019 tot een einde komt. RdK heeft onbetwist gesteld dat een eerder traject om te komen tot een nieuwe exploitant spaak is gelopen, hetgeen onder andere heeft geleid tot het ontslag van de toenmalige statutair directeur (José van den Wall-Arneman, red.). Gelet op dit alles en mede in aanmerking genomen dat RdK een zogenoemde overheids- nv is – met het Land als enig aandeelhouder – kan RdK in redelijkheid zeer groot belang hechten aan een ordelijk en transparant verloop van het proces om te komen tot een nieuwe exploitant. Vast staat verder dat RdK voor de zoektocht naar een nieuwe exploitant een biedingsproces heeft ontworpen en dat zij een derde partij (IHS Markit) heeft ingeschakeld om dit proces te begeleiden.”

Tegen deze achtergrond overweegt het gerecht verder het volgende. Naar het oordeel van het gerecht is komen vast te staan dat zich buiten dit ‘officiële’ biedingsproces een afzonderlijk proces heeft ontwikkeld dat niettemin in allerlei opzichten met het biedingsproces in verband staat. Vast staat immers dat vertegenwoordigers van RdK (onder wie statutair directeur Van Kwartel en Cijntje) vanaf juli 2018 veelvuldig hebben gecommuniceerd met vertegenwoordigers van Count, die inmiddels was aangewezen als een van de ‘preferred bidders’ in het biedingsproces. Wat er ook zij van de precieze inhoud van deze contacten, niet ter discussie staat dat die contacten juist plaatsvonden vanwege de betrokkenheid van Count in het biedingsproces.

,,Het moet in redelijkheid voor ieder van de betrokkenen aan de zijde van RdK duidelijk zijn geweest dat deze contacten geen deel uitmaakten van het biedingsproces.” Gesteld noch gebleken is immers dat IHS Markit en/of de projectleider van PMO bij de contacten een rol speelden. ,,Ook het feit dat de betrokkenen elkaar meestal bij een van hen thuis ontmoetten wijst erop dat een en ander niet plaatsvond in het kader van het formele biedingsproces.”

Cijntje heeft betwist dat er een dergelijk paralleltraject was, maar die betwisting is ‘onvoldoende onderbouwd’. Onvoldoende is in elk geval zijn standpunt dat de contacten niets te maken kónden hebben met het streven van Count om het contract met RdK binnen te halen omdat hij (Cijntje) daarover niet besliste. In beginsel mag juist worden aangenomen dat directbetrokkenen, zeker van een hoog niveau als dat van de statutair directeur en een manager als Cijntje, wel degelijk invloed hebben op de uitkomst van een aanbesteding als hier aan de orde, ook al ligt de formele beslissingsbevoegdheid bij een ander orgaan.”

De technical manager had zich als goed werknemer in redelijkheid moeten realiseren dat een paralleltraject ‘niet passend was’.

,,De wijze waarop dat paralleltraject was vormgegeven – informele ontmoetingen in privésetting, met één enkele gegadigde, zonder verslaglegging en zonder betrokkenheid van hoofdrolspelers zoals IHS Markit – staat haaks op de noties van ordelijkheid en transparantie die juist van wezenlijk belang waren.”

Vast staat, vervolgt het vonnis, dat de contacten tussen de betrokkenen aan de zijde van RdK en de vertegenwoordigers van Count hebben geleid tot een voorstel dat de chief financial officer (cfo) van Count op 17 augustus 2018 per mail aan de consultant heeft gestuurd. Dat voorstel had als strekking dat een overeenkomst zou worden gesloten tussen Count en een door de consultant op te richten vennootschap en dat Count aan die vennootschap bepaalde vergoedingen zou betalen indien tussen RdK en Count een overeenkomst tot stand komt.

,,Vast staat ook dat de consultant (van RdK, red.) op 23 augustus 2018 aan de cfo van Count een (aanzienlijk) aangepast tegenvoorstel heeft gedaan, waarin de door Count aan de vennootschap te betalen bedragen fors waren verhoogd in vergelijking met het eerste voorstel. Op grond van dit voorstel diende Count een vergoeding van 750.000 dollar te betalen zodra tussen RdK en Count een Memorandum of Understanding (MoU) zou worden getekend, naast onder andere een ‘fixed administration fee’ van 20.000 dollar per maand.”

Uit de ontslagbrief volgt dat RdK van mening is dat Cijntje van een en ander op de hoogte was. Hijzelf heeft dat betwist. Het gerecht is echter van oordeel dat die betwisting onvoldoende is onderbouwd en dat daarom als vaststaand moet worden aangenomen dat Cijntje wist dat sprake was van voorstellen over en weer, met als doel dat Count geld zou betalen aan (de vennootschap van) de consultant als Count de nieuwe exploitant.

Eerst ‘proces’ doorlopen, dan MoU

 

De mail van de cfo van Count met het eerste voorstel dateert van 17 augustus 2018 en is gestuurd aan de consultant. De vier betrokkenen aan de zijde van RdK (onder wie Cijntje, Van Kwartel, Kinburn en de externe consultant) hadden elkaar toen al herhaaldelijk ontmoet en gesproken, al dan niet in aanwezigheid van de vertegenwoordigers van Count.

Vervolgens heeft op 23 augustus 2018 een meeting plaatsgevonden van vertegenwoordigers van Count met het PMO van RdK, onder wie directeur Van Kwartel en Cijntje. Colás Bos van Count was ontevreden over het resultaat van die meeting, naar eigen zeggen omdat hij ervan uit was gegaan dat bij die gelegenheid het MoU tussen RdK en Count zou worden getekend. Cijntje heeft verklaard dat tekenen van het MoU niet aan de orde was,omdat ‘het proces’ moet worden gevolgd en omdat directeur Van Kwartel het MoUniet wilde tekenen.

Diezelfde dag (23 augustus 2018) heeft de consultant het tegenvoorstel aan Count gestuurd (‘met aanzienlijk verhoogde betalingsverplichtingen voor Count jegens de vennootschap van de consultant’, voegt het vonnis eraan toe). Enkele dagen later (op 29 augustus2018) heeft Cijntje per WhatsApp aan Bos gevraagd of zij ‘het contract’ al hebben getekend. Cijntje heeft tijdens het Ivy-onderzoek verklaard dat hij hiermee doelde op het MoU tussen RdK en Count en dat hij wilde informeren naar de stand van zaken omdat hij met vakantie in het buitenland was.

Zonder nadere toelichting, die Cijntje niet heeft gegeven, kan deze verklaring niet worden gevolgd. Hij wist dat ondertekening van het MoU op 23augustus 2018 in de visie van RdK niet aan de orde was omdat ‘het proces’ moest worden doorlopen. Met ‘het proces’ bedoelt Cijntje kennelijk het (officiële) biedingsproces.  Hij heeft op geen enkele  wijze verklaard waarom dit proces enkele dagen later dan zo veel verder zou zijn gevorderd dat het MoU wél kon worden getekend en de statutair directeur zijn eerdere bedenkingen had laten varen.

,,Ook ligt zonder nadere toelichting niet voor de hand dat hij Bos benadert voor een update over de stand van zaken en niet zijn statutair directeur,met wie hij overigens steeds alles deelde. Deze vragen liggen zozeer voor de hand dat van Cijntje verwacht had mogen worden een en ander nader te onderbouwen. Nu hij dat niet heeft gedaan,moet worden aangenomen dat hij met ‘het contract’ in zijnWhatsApp doelde op het tegenvoorstel van de consultant, zodat ook moet worden aangenomen dat hij van de inhoud van dat voorstel op de hoogte was.”

Bron: Antilliaans Dagblad

7 Reacties op “AD | Terecht ontslag RdK-employées

  1. Curacao revisited

    Helemaal eens rens: wel een vorstelijk salaris incasseren maar vervolgens geen verantwoordelijkheid nemen (opdrachten directeur uitvoeren). Reinald, kop in het zand hopen dat het over waait, Curiel doet bij ennia exact hetzelfde.

  2. Krijgen ze ook nog ‘n flinke duit mee??

  3. Gehandeld als ware YDK. Zelfbevoordeling zit hier ingebakken.

  4. Curacao revisited

    Voor 16700 per maand kan je iedere week tijdens ladies night echt goed aan je trekken komen of niet ericlapas?

  5. BlasdePhemy

    En Ashley Isidora? Eigenaar van Shon Fia, UTS Super Consultant; horen we nog iets van zijn handelen of nalaten in het geheel?

  6. Leer mij een integere Cijntje kennen.

    Of niet, Anthony ‘Centje’ Cijntje, net zo’n schande voor het RA beroep als Victor Bergisch en Neysa Amnesia.

  7. Als een eenvoudig managertje van de RdK, niet meer dan een berg roestend schroot, al 16.700 gulden verdient (met ongetwijfeld nog een hoop benefits die je daarbij op moet tellen) dan zullen de directeuren daar wel Franklin Sluisianse bedragen verdienen.

    Dat de private sector dergelijke bedragen betaalt is prima, maar dit komt uit belastingmiddelen van een eiland hard op weg naar een bankroet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *