32 C
Willemstad
• vrijdag 12 augustus 2022

Laatste reacties

AD | DNB verliest zaak Ennia

Ennia wint kort geding inzake bevoegdheden tegen De Nederlandse Bank in aanloop van een bodemprocedure | Jeu Olimpio

Willemstad – De Nederlandsche Bank (DNB), de Centrale Bank van Nederland, heeft een rechtszaak aangespannen door de Curaçaose verzekeraar Ennia verloren.

Dat blijkt uit een vonnis in handen van het AntilliaansDagblad na een zitting die – naar nu pas blijkt – in juni ‘met gesloten deuren’ heeft plaatsgevonden.Ennia zelf weigert pertinent de uitspraak aan deze krant beschikbaar te stellen, terwijl DNB er vermoedelijk niet bij is gebaat de publiciteit te zoeken. Het betreft een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) die fysiek plaatsvond bij het Gerecht Curaçao.

Ennia is met hoofdkantoor gevestigd op Curaçao en staat als zodanig onder toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). Maar omdat Ennia ook een bijkantoor heeft op Bonaire – overigens met ‘een relatief geringe groep polishouders’, aldus het gerecht – beschikt de verzekeraar sinds het opheffen van de Nederlandse Antillen, waarbij de BES-eilanden integraal onderdeel werden van Nederland, sinds 10-10-’10 van rechtswege ook over een vergunning van DNB.

,,Zowel de CBCS, die op Curaçao toezicht houdt op de bedrijfsvoering van Ennia op grond van de daar geldende Landsverordening toezicht verzekeringsbedrijf (LTV), als DNB heeft solvabiliteitsproblemen bij Ennia vastgesteld, die nopen tot ingrijpen. Kern van die problemen is dat het grootste deel van de activa op de balans van Ennia bestaat uit leningen van rekeningcourantverhoudingen binnen de Ennia Groep (intragroepsposities), waarmee een onacceptabel hoog risico is gemoeid.”

Zo meldt het vonnis in het kader van de Wet administratieve rechtspraak BES (War BES) in de overwegingen. Er zijn aanwijzingen gegeven door DNB en door de CBCS, en door de Centrale Bank in Willemstad zijn ook nog vergaande aanvullende maatregelen ten aanzien van de directie opgelegd.

Het gerecht stelt als eerste vast dat de door DNB in Amsterdam onder dwangsom opgelegde lastonderdelen ‘onmiskenbaar diep ingrijpen in de bedrijfsvoering van Ennia op Curaçao’. ,,DNB begeeft zich met de (door Ennia, red.) bestreden besluiten dan ook op het terrein waarop de CBCS (…) in beginsel bij uitsluiting bevoegd is (…)”, overweegt de rechter.,,Nu Ennia, een financiële instelling met substantieel gewicht voor de Curaçaose economie, met kracht van argumenten betoogt met conflicterende handhavingslijnen van de CBCS en DNB te worden geconfronteerd ter zake van haar bedrijfsvoering in Curaçao, kan naar het voorlopig oordeel van het gerecht DNB niet staande houden dat een beroep op het territorialiteitsbeginsel hier niet op zijn plaats is.”

De rechter verder: ,,Dat Curaçao geen soevereine staat is, maar een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden maakt dat, anders dan DNB kennelijk meent, niet anders. In koninkrijksverband geldt immers, met uitzondering van hier niet aan de orde zijnde rijksaangelegenheden, dat ieder land autonoom zijn eigen aangelegenheden behartigt.”

‘Gezag CBCS niet doorkruisen’

De Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam krijgt van de rechter een lesje staatsinrichting Koninkrijk en daarmee ook een gevoelige tik op de vingers:

,,Dat er bij het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is voorzien in onderlinge bijstand, overleg en samenwerking tussen de landen, doet er niet aan af dat bij ontstentenis van een gezamenlijke regeling op het gebied van financieel toezicht, DNB de bevoegdheid van de CBCS in Curaçao heeft te respecteren, wat wil zeggen dat zij het aan CBCS toekomende binnenlandse gezag niet mag doorkruisen.”

Naar het ‘voorlopig oordeel’ van het gerecht doorkruist DNB met de aan Ennia opgelegde lastonderdelen de toezichtsbevoegdheid van de CBCS in Curaçao ‘waarnaar Ennia zich primair heeft te richten’.

De rechter onderkent overigens dat DNB bij elke stap in het handhavingstraject de CBCS heeft geïnformeerd en daarover herhaaldelijk met haar in overleg is gegaan, maar dat kan er niet aan afdoen dat de CBCS blijkens haar aanwijzingen aan Ennia (van september 2016) van oordeel is dat Ennia maximaal drie jaar moet worden gegund om de solvabiliteitsproblemen op te lossen, terwijl DNB een begunstigingstermijn van een half jaar heeft gesteld.

Uit de briefwisselingen tussen beide Centrale Banken blijkt volgens de uitspraak ‘een daadwerkelijk verschil van inzicht over de passende handhavingsaanpak’, in aanmerking genomen de mogelijkheden op de lokale markt en de belangen van de polishouders.

,,Het territorialiteitsbeginsel brengt dan mee dat DNB niet kennelijk in afwijking van de uitdrukkelijke opvatting van de CBCS haar eigen lijn mocht doorzetten, daarmee Ennia confronterend met een hardere opstelling dan volgens de CBCS wenselijk en noodzakelijk was.”

Aldus de beslissing van het gerecht. Tegen deze beslissing in het kader van de War BES staat geen gewoon rechtsmiddel open. Overigens wijst het gerecht erop dat gebleken is dat Ennia inmiddels aan een lastonderdeel heeft voldaan, ‘waarmee de zwaarste financiële risico’s voor de polishouders van het bijkantoor op Bonaire zijn afgedekt’. Mede daarom ziet de rechter aanleiding om de belangenafweging ten gunste van Ennia te laten uitvallen, door andere lastonderdelen van de door Ennia bestreden DNB-besluiten te schorsen.

,,Todat het gerecht uitspraak zal hebben gedaan op het beroep van Ennia tegen de door DNB te nemen besluiten op de bezwaren van Ennia of de beroepsmogelijkheden daartegen zijn verstreken.”

DNB werd veroordeeld in de proceskosten van Ennia. De uitspraak is gedaan op 29 juni jongstleden, maar zoals aangegeven heeft Ennia (als winnende partij) noch DNB (als verliezende partij) medewerking verleend aan het openbaar maken ervan. Het betreft een zaak tussen Ennia Caribe Leven nv en Ennia Caribe Schade nv enerzijds en De Nederlandsche Bank anderzijds.

Gemachtigde van Ennia was Imrat Narain van FCW-Legal, terwijl namens DNB optraden de advocaten Jeroen de Baar en Ursus van Bemmelen van BBV Legal. De zitting vond plaats bij het gerecht Curaçao en met een videoconference- verbinding bij het kantoor van DNB in Amsterdam. Voor Ennia waren op Curaçao aanwezig de gemachtigde vergezeld door Ennia-directeur Ralph Palm en de Nederlandse advocaat G. Roth, en in Amsterdam M. Hosemann, advocaat in Nederland.

Voor DNB waren op Curaçao aanwezig haar gemachtigden, vergezeld door de Nederlandse advocaat P. Reeser Cuperus, en in Amsterdam de advocaten A. Boorsma en F. de Bruijn. Getuige het proces-verbaal ging het er tijdens de terechtzitting een maand geleden, op 15 juni, soms hard aan toe.

Bron: Antilliaans Dagblad

Artikel delen

2 reacties

  1. Het wordt tijd om KPMG voor de tuchtrechter te dagen, want zij hebben jarenlang de zwaar overgewaardeerde activa van Ennia in Sint Maarten genegeerd. En stopten ineens met het goedkeuren van de jaarrekening over 2015 en 2016 toen dat publiek werd. Maar in de jaren dat ze wel aftekenden was er geen enkele basis voor een goedkeurende verklaring!

    Waarschijnlijk heeft Ennia de hoofdprijs moeten betalen voor haar accountantsverklaring over 2016, want de Grote Vier (PWC, Deloitte, EY en KPMG) weigerden hun handen aan Ennia te branden.

    De Paus en Vessuer, een B accountantskantoortje op zoek naar omzet, wilde wel aftekenen, en liet dat doen door… een door de tuchtrechter veroordeelde RA afkomstig van… jawel, KPMG.

    De veroordeling door de tuchtrechter (zie beneden) was notabene voor misslagen in de beroepsuitoefening bij… een verzekeringskantoor! En wel vanwege het doen van “mededelingen waarvoor geen enkel bewijs is”.

    Raad van Tucht waarschuwt KPMG accountant / Schriftelijke waarschuwing voor accountant

    In verband met de zaak van Nagico tegen Inter-Assure was laatstgenoemde een procedure gestart bij de Raad van Tucht voor Registeraccountants en Accountants-Administratie-consulenten in Den Haag in verband met een verklaring van KPMG partner accountant Victor Bergisch van KPMG op Curaçao ten behoeve van Nagico in de rechtszaak.

    Bergisch heeft als maatregel een ‘schriftelijke waarschuwing’ gekregen omdat hij in zijn rapportage “mededelingen heeft gedaan waarvoor geen enkel bewijs is”. Hij maakte in een half jaar tijd drie rapporten met de zelfde datum en referentienummer, over dezelfde kwestie met een verschillende inhoud. Gelet op de aard en de ernst van de begane overtreding en de slordige wijze waarop de KPMG registeraccountant is omgegaan met het aanpassen van de rapporten, meent de Raad van Tucht de genoemde maatregel passend en geboden.

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Lees ook

Zoeken

- Advertentie -

Democracy now! | Thursday, July 28, 2022

Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 28 juli 2022

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

DH | Wuite reminds The Hague to include Caribbean Netherlands

THE HAGUE--Member of the Second Chamber of the Dutch Parliament Jorien Wuite of the Democratic Party D66 on Thursday reminded the Dutch government of the fact that...

Democracy now! | Wednesday, July 27, 2022

Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 27 juli 2022

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

DH | Jacobs: Secret audio recordings create a dangerous precedent

PHILIPSBURG--Prime Minister Silveria Jacobs (National Alliance) does not condemn the threats made by Minister of Public Housing, Environment, Spatial Development and Infrastructure VROMI Egbert Doran (National Alliance)...