Ingezonden | Verhaal van Stichting Tegen Kindermishandeling

Ingezonden brief

Uw ingezonden brief in de Knipselkrant Curacao? Stuur uw brief voor 21:00 uur naar emailadres INGEZONDEN. Wij publiceren uw brief zonder deze in te korten. De redactie van de Knipselkrant Curacao is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Ingezonden stukken die opruiende of dreigende taal bevatten worden door ons niet gepubliceerd.

Vandaag laten we Coraline Kooistra aan het woord.

Het is nu half 2 s’nachts en ik kan nog steeds de ogen niet dicht doen na een zware avond. Niet alleen van het werk maar van alles wat ik gezien had die dag. Het was al een zwaar begin van de nieuwe week geweest in verband met de voorbereidingen voor zo’n 500 voedselpakketten.

De middelen van de Crisis Bank raken bijna op maar voor nu moeten wij gewoon even verder want niemand weet hoe wij verder moeten met Covid19. Na gast te zijn in een radio programma 7 PM bij 94.5 FM Kòrsou gisteravond dacht ik, ik ga vanavond lekker vroeg naar bed. Het programma heette ‘Taboe Breken’ en Stichting Tegen Kindermishandeling werd uitgenodigd om over sexuele mishandeling en andere vormen van mishandeling te praten.

Een uur ging snel voorbij en aan het einde van het programma stapte ik in de auto en zag een stuk of 30 whatsapp berichten op mijn mobiele telefoon. Ik dacht, die zal ik morgen open maken, niet nu. Maar in een van de chats waren er 8 ongelezen berichten, ik dacht laat ik het maar open maken. Het waren 8 berichten waar een dame mij haar verhaal begon te vertellen en mij vroeg of ik op dat moment langs kon komen.

Ik vertelde haar dat het voor mij te laat was en ik heel eerlijk echt moe was na het programma. Ik vroeg haar waar zij woonde en tot mijn grote verbazing woonde ze 5 minuten van waar ik op dat moment was. Ik besloot ik ga even langs, niet uitstappen, gewoon buiten bij de auto praten. De locatie was makkelijk te vinden omdat Google map dat wees. Kwam ik bij haar thuis aan, was het donker en geen licht dat aan stond. Ik keek rond en zag dat de huizen in de buurt wel stroom hadden.

Ik vroeg haar of ze misschien problemen had met stroom en zo en ze antwoordde van ‘nee’. Ze schaamde zich alleen maar voor haar woning. Bij een van de ramen zag ik een jongetje loeren. ‘Wat kan ik voor u doen, mevrouw. U stuurde mij een bericht en vroeg mij om nu langs te komen”. Zij begon mij haar verhaal te vertellen en opeens kwam dat jongetje van het raam erbij staan.

“Mama, is mevrouw politie?” Vroeg het 5 jarige jongetje. “Nee, schat. Ga naar binnen. Mama komt zo.” Vroeg moeder hem.

Ik kon haar gezicht niet zo goed zien omdat het te donker was. Ik stapte daardoor uit de auto zodat ik haar toch beter kon zien en spreken.

“Mevrouw. U moet mij helpen,” zei ze. “mijn zoon is ziek en ik heb een heleboel problemen. Na de lockdown dacht ik dat ik mijn baan zou houden zodat ik voor hem en de anderen kon zorgen maar dat was niet het geval. Mijn baas gaf ons 250 gulden en tot daar bleef ik. Ik had geen contract.” Vertelde ze met een haast.

De dame was jong, 22 jaar misschien. Zij vroeg me om binnen te komen, ik wilde het echt niet maar vroeg haar eerst om het licht aan te doen. “Ja…ja. Als u binnen bent dan doe ik het licht aan. Anders kunnen de buren alles zien.” Legde ze uit. Ik liep naar het balkon en toen ik bij de voordeur stond, deed ze het licht aan. Ik zag een stuk of 9 of 10 personen in de zitkamer. Ze lagen allemaal op een matras op de vloer. 9 of 10 personen waarvan een volwassene. De leeftijden varieerden tussen de 2 en de 11 of 12. Het waren 3 matrassen waar ze in alle vormen mogelijk er op probeerden te passen. De kleinsten sliepen al. De matrassen waren alles wat ik kon zien. Er was niets meer in de zitkamer. Ze vroeg me om te gaan zitten maar ik zag geen stoel. Ze wilde dat ik op het matras ging zitten. “Nee, dat doe ik niet, mevrouw. Dat is persoonlijk.” Zij ging wel op het matrasje bij de deur zitten en begon:

“Sinds ik mijn baan verloor, verloor ik 20 kilo’s. Zij haalde een foto tevoorschijn. “Dit ben ik. En dit is mijn zusje. Hier was het 3 maanden geleden. Toen het nog een beetje ging.” Vertelde ze in een zachte stem.

“En deze kinderen? Kunt u mij vertellen over deze kinderen?” Ik wees naar al de kinderen op de matrassen. “Jazeker. We wonen hier met 10 personen. Acht kinderen en twee volwassenen. Ik heb zelf twee, een van 3 en een van 2. Drie van de kinderen zijn van mijn zus en drie van een broer. Mijn broer zit nu opgesloten in Nederland. Dus ik moet voor zijn kinderen zorgen en ook voor die van mijn zusje. Mijn zusje was vorig jaar aan een overdosis aan drugs overleden. Ze wilde cocaine gaan transporteren maar ze werd ziek vanaf toen haar vriend de bolitas in haar darmen wilde stoppen. Ze vond het niet fijn wat ze deed maar niemand die haar kon stoppen. Éen of twee van de bolitas werden niet goed dichtgemaakt en braken in haar darmen. Ik was erbij toen. Zij had het geld nodig, had ze gezegd. Ik vond het nooit goed wat ze deed. Elke keer probeerde ik haar uit te leggen hoeveel mensen aan drugs dood gaan en hoeveel families hierdoor kapot zijn gegaan. Mijn zusje had de overheid zoveel keren voor hulp gevraagd maar niemand die contact met haar zocht. Ze was het wachten zat, denk ik want ondertussen moesten de kinderen eten en naar school en dat kost geld. Mijn zus zelf gebruikte geen drugs. Ze wilde alleen maar transporteren. Voor het geld. Zij had het gedaan omdat ze op dat moment ook zwanger was en geld nodig had om voor haar baby te zorgen wanneer deze geboren wordt. Ze hadden haar beloofd dat de bolitas geen probleem voor de ongeboren baby zouden veroorzaken. Ze was 5 en een halve maand zwanger van die vriend. Het zou een dochtertje worden.

Mijn zus was blij met haar zwangerschap alleen was ze erg bang dat zij na de geboorte niet voor haar baby kon zorgen. Een week voordat ze stierf zaten we te eten en zei ze: ‘Maga weet je, ik heb zo’n sterk gevoel vandaag dat ik deze baby nooit zal kennen. Ik had gisteren een slechte droom’. Mijn zus is jonger dan mij; zij was 19 toen en wilde zo graag weer moeder worden. Maar die dag zou ze met een vriend naar Nederland vliegen. Zij vroeg mij om haar naar de airport te brengen. Maar toen ik bij het huis aankwam zat ze in een sofa te zweten. Ik heb nooit iemand op zo’n manier zien zweten. Het leek alsof zij in een zwembad viel. Haar kleur veranderde en ze sprak wartaal. Het was eng. Haar vriend bracht haar een glas melk en ik vroeg haar wat er aan de hand was. Ze zei “e bolitanan”. Ik vroeg haar hoezo bolitas? Ik dacht dat je met vakantie zou gaan.

Zijn vriend vond het niet leuk dat zij dat aan mij vertelde. Opeens zag ik schuim uit haar mond komen en haar ogen bleven rond draaien. Het laatste wat ze zei was “mama…mama..” en toen bleef ze stil en sloot ze haar ogen. Met beide handen op haar buik. Als ik eraan denk moet ik echt huilen want ik kon niets doen of zeggen. Dit is voor het eerst na haar dood dat ik haar verhaal vertel…aan u.

Mijn moeder was die dag ziek en was niet op de hoogte van wat er op die dag met mijn zus gebeurde. Wel vroeg ze, ondanks haar ziekte, de hele tijd naar mijn zus. ‘Waar is Shari. Ik wil Shari zien’ en terwijl ze dat vroeg, huilde ze. Maar toen zij erachter kwam, was het een grote schok voor haar. Het was het einde. Ineens sprak mama geen woord meer. Vanaf het overlijden van mijn zusje, was mijn moeder niet dezelfde vrouw meer. Ze ging sterk achteruit. Een maand na de dood van mij zusje stierf ze van de pijn en het verdriet. Zij was jong, maar 52 jaar. Dit doet mij pijn als ik eraan denk. Allemaal het gevolg van drugs. Drugs helpt je niet. Vroeg of laat merk je het. Ik denk dat als de overheid mijn zus had geholpen, zij deze beslissing zeker niet had genomen. Die dag, toen dit gebeurde, nam ik de telefoon om het ziekenhuis te bellen maar die vriend rukte de telefoon uit mijn hand. Hij had mij gewaarschuwd. Mijn zus overleed ter plekke. Hij deed alsof het een hartstilstand was, een complicatie als gevolg van de zwangerschap. De baby in haar buik had het ook niet gehaald. Bij haar begrafenis legden we extra bloemetjes in haar kist en een knuffelbeertje voor mijn ongeboren nichtje.” Vertelde zij verder.

“Dat vind ik vreselijk…heel erg. Dat moet wel heel zwaar zijn geweest voor jou.” Probeerde ik haar te troosten. Zonder dat ik het merkte zat ik toch naast haar op het matrasje. “En wat kan ik nu voor jou betekenen”, vroeg ik haar weer.

“Ik voel me goed omdat ik met u kon praten. Maar ik wilde toch voor iets vragen. De school gaat zo weer beginnen. Ik kan geen kant uit. Kunt u ons helpen met schooltassen en schoolspullen voor de kinderen en wat te eten?” Vroeg ze.

Ik heb haar beloofd dat een en ander de volgende dag, vandaag dus geregeld zal worden. We zullen er ook voor zorgen dat deze familie op de lijst komt voor het project Sponsor A Child, Sponsor A Family van de Stichting. De overheid kan de armoede situatie op Curaçao niet alleen aan.

Daarnaast hebben we ook gemerkt dat de woning helemaal geen ijskast heeft, maar een jug, ook geen gasfornuis maar een electrische 2 pit op een tafel. Er waren geen bedden en er waren geen kasten. Nou DIT is armoede. Een familie die hulp van alle kanten nodig heeft. Een situatie die slecht was vóór het Covid19 maar die daarna is verslechterd.

Wij werden op het juiste moment benaderd. Alles was gewoon perfect gepland. Want voor wat ik zag aan dat ‘bot-dunne’ jongetje van 5 die aan het begin bij het raam stond, kan ik zeggen dat dit armoede die uit de hand gelopen is. 😪

Wilt u de Crisis Bank van de Stichting Tegen Kindermishandeling steunen? MCB bank 330-000-000.

Coraline Kooistra
Stichting Tegen Kindermishandeling
tel. 5221235

11 Reacties op “Ingezonden | Verhaal van Stichting Tegen Kindermishandeling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *