Trouw | Palmpasen in de tropen

Jeannette van Ditzhuijzen

Op Palmzondag zegent pastoor Marc Hooijschuur de palmtakken. © Sinaya Wolfert

Vandaag is het Palmpasen. Op Curaçao wordt het groots gevierd. De processie met palmtakken en gezang op het eiland markeert het begin van de Goede Week. Een van die processies wordt geleid door Marc Hooijschuur, de enige Nederlandse pastoor op het eiland.

De grote kerk van Santa Famia in de volkswijk Otrobanda van Willemstad stroomt geleidelijk vol. Door de grote openstaande ramen waait een koele bries, die wordt versterkt door de ventilatoren die vanaf de pilaren hun rondjes draaien. Desondanks wuiven enkele dames zich met waaiers extra koelte toe. Langs de wanden staan heiligenbeelden, ook het beeld van een gekleurde heilige: Martín de Porres, de patroon van sociale gerechtigheid. Een gitarist, drummer en zangeres zorgen voor muzikale begeleiding. Enkele dames swingen mee op de maat van de muziek.

‘Bon dia’, zegt pastoor Marc Hooijschuur voordat hij met de mis begint – goedemorgen. Want dat heeft hij wel geleerd: je moet altijd eerst groeten. “Na de zegen zeg ik dan ook ‘pasa bon dia’ – nog een fijne dag – dat is echt belangrijk hier.”

Nog lang nadat hij met de mis is begonnen komen er weer mensen binnen. Aan dat te laat komen moest Hooijschuur wel wennen, toen hij tweeënhalf jaar geleden naar het eiland kwam. Het was zijn eigen idee om naar Curaçao te verkassen. Niet omdat hij het niet naar zijn zin had in Midden-Limburg, geenszins, maar omdat het leven te voorspelbaar werd en hij meer spanning zocht. Met toestemming van bisschop Wiertz van Roermond werd hij naar het eiland gedetacheerd. Het was oktober, de warmste maand op Curaçao, en de kerk werd net gerestaureerd. Daarom droeg hij de mis op in een klein zaaltje, waar het niet zo koel was als in de grote kerk. De taal sprak hij nog niet. “Ik had iedere week een les waarin ik mijn preek vertaalde. Zeker in het begin was de taal een kwestie van veel kunst- en vliegwerk. Achteraf realiseer ik me dat de mensen een heleboel hebben moeten verdragen, maar ze waarderen je inzet om hun taal te leren en hun cultuur te begrijpen.”

De Curaçaoënaar gelooft met overgave, merkte Hooijschuur al snel. Driekwart van de automobilisten die de kerk passeren, slaat een kruisteken. Maar de gelovige Curaçaoënaar is ook bijgelovig. “Wanneer ik ’s avonds na een bezoek lopend naar huis ga, vragen de mensen heel serieus of ik het niet eng vind om langs het kerkhof te lopen. Want daar zijn mal spiritu, boze geesten. Bij een overlijden worden de geesten verdreven door emmers water achter de lijkwagen aan te gooien. En na de begrafenis komen de nabestaanden nog zeven dagen in het huis van de overledene de rozenkrans bidden, alweer om de geesten te verdrijven.”

Uitvaarten zijn bijzonder, vertelt hij. Dan loopt het halve eiland door de kerk om te condoleren, want wegblijven is geen optie. “Al ben je hooguit bevriend met het achternichtje van de overledene, je moet gaan. Het is een gevoelig volk en ze laten het ook merken wanneer je niet bij de uitvaart bent geweest. Vervolgens komt de ceremonie van het sluiten van de kist, een heel emotioneel gebeuren met nog enkele laatste woorden tot de overledene. Maar na die emoties komt er tijdens de mis toch een bepaalde rust over de mensen. Heel apart, dat contrast.”

© Sinaya Wolfert

Vrede wensen

Dat uitbundige is ook merkbaar tijdens de mis. Wanneer de mensen elkaar vrede toewensen, laten ze het niet bij het schudden van een hand. De gelovigen lopen de banken uit, omhelzen elkaar, zwaaien naar elkaar zodat ze niemand missen. “Op een gegeven moment ga ik gewoon door met de mis, anders houden ze nooit op.”

Vandaag begint de Goede Week en zal Hooijschuur voorafgaand aan de mis de palmtakken zegenen. “Dan is het altijd heel druk, want iedereen wil een palmtak. Daarna lezen we tijdens de mis het verhaal van de intocht in Jeruzalem en dat verhaal beelden we daarna uit in de Palmpaasprocessie, waaraan jong en oud meedoet. Iedereen is op zijn paasbest gekleed, er wordt gezongen en met de palmtakken gezwaaid.”

“De Goede Week heeft hier echt een grote lading en wordt ook serieus genomen. Op Goede Vrijdag zijn alle winkels gesloten en gaat iedereen naar de kerk om de kruisweg te bidden. Daarnaast komen er ’s ochtends om vijf uur zo’n honderd mensen uit de parochie bij elkaar en lopen we langs veertien punten in de buurt waar het lijden van Jezus wordt herdacht. Er is ook een school in de wijk die verspreid over de straten een levende kruisweg uitbeeldt. Compleet met houten kruis en doornenkroon.”

© Sinaya Wolfert

Zegeningen

In het begin dacht Marc Hooijschuur dat hij het geen jaar zou volhouden in de totaal andere cultuur van Curaçao. Nu telt hij zijn zegeningen. “De mensen leven hier meer bij de dag en zijn ondanks de beperkte middelen blij en goedlachs. De economische situatie is niet denderend, toch vieren ze altijd feest met veel eten. En weigeren kan niet, dus dan neem ik het maar mee naar huis.”

In Nederland had Hooijschuur collega’s die de situatie op dezelfde manier als hij beleven. “Hier kun je je gevoelens moeilijker delen, want de andere priesters komen uit Polen, de Filippijnen en Zuid-Amerika. Ook zijn er twee Curaçaose pastoors. Maar qua geloofsbeleving is het hier bepaald niet eenzaam. Het geeft me juist veel energie, omdat God en geloof een wezenlijke rol spelen in het dagelijks leven. In Nederland worden overal vragen bij gesteld, hier leven ze met overgave en gevoel.

Als ik het zwart-wit zeg: Nederlanders hebben structuur, maar geen leven. Hier leven ze, maar er is geen structuur. De vraag die zich nu opdringt is hoe lang ik op het eiland blijf. Het leven hier went snel en voor je het weet ben je vervreemd van de Nederlandse geloofsbeleving.”
Geen slaven in de kerk

Direct na de verovering van Curaçao in 1634 bouwden de Hollanders een gereformeerd kerkje in het fort.

De dominee was in dienst van de West-Indische Compagnie en de directeur van Curaçao (later: gouverneur) was qualitate qua voorzitter van de kerkenraad. Hij diende onder ede te verklaren ‘… dat ik de gereformeerde religie zal helpen handhaven en bekendmaken onder de blinde heidenen’, waarmee slaven, indianen, Spanjaarden en Portugezen werden bedoeld.

In de praktijk kwam het daar nauwelijks van. De gereformeerde Hollanders wilden hun kerk niet delen met slaven en weigerden hen als broeders in de Heer te beschouwen. Door hun de doop te onthouden hielden ze op het eiland een blanke, gereformeerde elite in stand.

Het gevolg was dat rooms-katholieke priesters uit Zuid-Amerika en later uit Nederland zich bekommerden om het zielenheil van de slaven. Daardoor is de gekleurde bevolking van Curaçao nu overwegend katholiek.

Er zijn 24 katholieke kerken op het eiland die onder het bisdom Willemstad vallen. Bijna driekwart van de Curaçaose bevolking noemt zich rooms-katholiek.

Goede Week

Met Palmpasen (ook wel Palmzondag genoemd) begint vandaag de Goede Week (die ook wel Stille Week wordt genoemd). Op die eerste dag van de Goede Week wordt de intocht van Jezus in Jeruzalem gevierd. De Goede Week telt de laatste dagen van de veertigdagentijd en de opmaat naar Pasen, het hoogtepunt van het kerkelijk jaar, waarmee de opstanding van Jezus uit de dood wordt gevierd. In veel kerken in het land worden in de Goede Week elke avond vespers of vieringen gehouden. Op Witte Donderdag of op Goede Vrijdag wordt in veel protestantse kerken een avondmaalsviering gehouden. Op Stille Zaterdag vindt in rooms-katholieke kerken de paaswake plaats: de opstanding van Jezus in de paasnacht wordt dan herdacht. In toenemende mate gebeurt dat ook in protestantse kerken.

Bron: Trouw

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *