HOF | Persbericht naar aanleiding van de vrijlating van de heer Carvajal

Gemeenschappelijk hof van Justitie

Gemeenschappelijk hof van Justitie

Naar aanleiding van de vrijlating van de heer Carvajal acht het gerecht het wenselijk om de vrijdag 25 juli jl. door de rechter-commissaris genomen beslissing dat de aanhouding van de heer Carvajal rechtmatig was, hieronder nader toe te lichten.

Op 24 juli jl. is de heer Carvajal aangehouden in Aruba in verband met een uitleveringsverzoek dat door de Verenigde Staten van Amerika op 4 juli jl. was ingediend bij de Procureur-Generaal van Aruba. Vervolgens is hij op 25 juli jl. voorgeleid aan de rechter-commissaris in strafzaken van het GEA Aruba. Op grond van artikel 15 sub 2 van de Staatsregeling Aruba jo. artikel 5 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens behoorde de rechter-commissaris te toetsen of de aanhouding van de heer Carvajal door het Openbaar Ministerie rechtmatig was.

Volgens de heer Carvajal was de aanhouding niet rechtmatig omdat hij door de overheid van Venezuela tot consul-generaal in Aruba was benoemd en hem door de Venezolaanse overheid een diplomatiek paspoort was verstrekt, zodat hij immuniteit genoot in Aruba.

Tijdens de voorgeleiding bij de rechter-commissaris werd door het Openbaar Ministerie naar voren gebracht dat op grond van door het Ministerie van Buitenlandse Zaken te Nederland verstrekte informatie bleek dat de heer Carvajal geen immuniteit genoot, omdat de benoeming van de heer Carvajal niet door de Nederlandse overheid was aanvaard. Voor een dergelijke aanvaarding is een exequatur nodig zoals bedoeld in artikel 12 van het Verdrag van Wenen inzake Consulaire Betrekkingen en deze exequatur was volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken niet door de Nederlandse overheid verleend. In dat verband werd ook nog naar voren gebracht dat de benoeming van de heer Carvajal tot consul-generaal door de Venezolaanse overheid  niet op de voorgeschreven wijze via de Venezolaanse ambassade in Den Haag was aangemeld en dus nog niet eens officieel bekend was.

Op grond van de aldus door het Ministerie van Buitenlandse Zaken via het Openbaar Ministerie ter beschikking gestelde informatie, is de rechter-commissaris tot het oordeel gekomen dat de benoeming van de heer Carvajal niet conform de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake Consulaire Betrekkingen was goedgekeurd, zodat hij op grond van dat Verdrag ook geen immuniteit genoot.

De Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland is dit weekend, na nadere bestudering van het dossier, tot de bevinding gekomen dat de benoeming van de heer Carvajal tot consul-generaal in Aruba weliswaar niet op de juiste wijze bij de Nederlandse overheid ter goedkeuring was aangemeld, maar dat de benoeming wel was aangemeld bij het Bureau Buitenlandse Betrekkingen in Aruba. Omdat naar aanleiding van deze aanmelding niet aan de Venezolaanse regering was bericht dat geen exequatur aan de benoeming zou worden verleend, heeft de Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland om hem moverende redenen geoordeeld dat de heer Carvajal op grond van artikel 13 van het Verdrag van Wenen inzake Consulaire Betrekkingen(1) voorlopig immuniteit bezat (waarbij hij tegelijkertijd tot persona non grata is verklaard).  Het Openbaar Ministerie heeft daarop besloten dat hij niet langer gehecht kon blijven.

De rechter-commissaris was met de informatie, op grond waarvan de Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland dit weekend de beslissing heeft genomen dat de heer Carvajal wel immuniteit geniet, ten tijde van de voorgeleiding van de heer Carvajal niet bekend.

(1) Artikel 13 van het Verdrag luidt:

Pending delivery of the exequatur, the head of a consular post may be admitted on a provisional basis to the exercise of this functions. In that case, the provisions of the present Convention shall apply.

Bron: Persbericht Gemeenschappelijk hof van Justitie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *