Opinie | Aangekondigde Curacaose fiscale wetswijzigingen

Door Farine Torres-Larmonie en Behnaz Hasanzadah

Farine Torres-Larmonie en Behnaz Hasanzadah | Grant Thornton DC

In het licht van de internationale ontwikkelingen is het Curaçaose belastingrecht onderworpen (geweest) aan hervormingen om zo te kunnen voldoen aan de standaarden van de Europese Unie (hierna: EU) en de Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna: Oeso).

Het einde van het jaar is in zicht en er dienen nog een aantal belangrijke fiscale wetswijzigingen te worden doorgevoerd om te voldoen aan de normen van de EU en de Oeso. Daarnaast bestaan er ook nog onduidelijkheden over de voorgestelde wetswijzigingen, die tot onzekerheid leiden voor bedrijven die op korte termijn over hun fiscale positie een beslissing dienen te nemen.

Voor het ministerie van Financiën vormde dit aanleiding om op 22 november jl. het Curaçaose parlement te verzoeken met spoed te stemmen op de voorgestelde wetswijzigingen. De voorgestelde wetswijzigingen zien op de winstbelasting en indien deze worden aangenomen, zal de belastingherziening met ingang van 1 januari 2020 in werking treden. We zullen de belangrijkste voorgestelde wetswijzigingen voor u toelichten.

Territorialiteitsbeginsel in de winstbelasting

Op basis van de huidige belastingwetgeving dienen Curaçaose belastingplichtigen, die onderworpen zijn aan de winstbelasting, het wereldinkomen aan te geven. Het wereldinkomen bestaat uit het binnenlands en mogelijk buitenlands inkomen. Daarnaast kent de belastingwetgeving diverse vrijstellingen die in mindering kunnen worden gebracht op het wereldinkomen (bijvoorbeeld de buitenlandse winstvrijstelling en de vaste inrichting vrijstelling).

Op basis van de ontwerp-wetswijzigingen vindt er een verschuiving plaats in de heffingsgrondslag. In tegenstelling tot de huidige regels waarbij het wereldinkomen in aanmerking wordt genomen, zal de heffing worden beperkt tot uitsluitend binnenlandse winst. Dit wordt ook wel het territorialiteitsbeginsel genoemd.

Onder dit nieuwe regime is het de bedoeling dat passief inkomen, bijvoorbeeld royalty-inkomen en inkomen uit niet-actieve financieringsactiviteiten, per 1 januari 2020 als binnenlands inkomen wordt gekwalificeerd. Daarnaast is in het wetsvoorstel opgenomen dat slechts kosten die betrekking hebben op het genereren van binnenlandse winst in aftrek komen. Bij lichamen met gemengde inkomsten (binnenlandse en buitenlandse inkomsten) zal een onderscheid moeten worden gemaakt tussen directe en indirecte kosten. Door middel van een ministeriële richtlijn zal worden toegelicht wanneer sprake is van voordelen uit binnenlandse onderneming en hoe de binnenlandse winst dient te worden berekend bij lichamen met gemengde inkomsten.

Afschaffing buitenlandse winstvrijstelling / vrijstelling buitenlandse vaste inrichting

Door de gewijzigde benadering van de heffingsgrondslag waarbij uitsluitend de binnenlandse winst wordt belast, zijn de buitenlandse winstvrijstelling en de buitenlandse vaste inrichtingvrijstelling overbodig geworden. Daarom is voorgesteld om deze vrijstellingen per 1 januari 2020 te laten vervallen.

Winstbelastingtarief voor e-zone vennootschappen
Het e-zoneregime kent momenteel een tarief van 2 procent winstbelasting. Aanvankelijk zou het e-zoneregime vanaf 2026 worden afgeschaft. Echter, op grond van aanwijzingen van de EU dient het winstbelastingtarief van 2 procent versneld te worden afgeschaft. Om die reden is voorgesteld dat het 2 procent winstbelastingtarief voor e-zonevennootschappen per 1 januari 2020 niet meer van toepassing zal zijn. Voor bedrijven die op 31 december 2019 gebruikmaken van het huidige e-zoneregime zal waarschijnlijk een overgangsregeling komen die geldig is tot en met 31 december 2022.

Drie procent winstbelasting voor kwalificerende activiteiten

Om bepaalde sectoren op Curaçao te stimuleren c.q. nieuwe activiteiten te accommoderen, voorziet het wetsvoorstel in een verlaagd tarief van 3 procent winstbelasting voor een aantal specifiek aangewezen activiteiten (kwalificerende activiteiten). Het gaat hierbij om de volgende activiteiten:

– het bouwen dan wel verbeteren van vliegtuigen en vaartuigen alsmede het verrichten van reparaties en onderhoud aan vliegtuigen en vaartuigen van ten minste 10 meter;
– call-, service- of datacenters voor zover zij ondersteunende dienstverlenende activiteiten verrichten aan ondernemingen met een omzet van minimaal 50 miljoen gulden;
– het veembedrijf en bijbehorende logistiek; en – in Curaçao verrichte diensten aan niet verbonden beleggingsinstellingen en beheerders van beleggingsinstellingen.

Hierbij maakt het niet uit of de beleggingsinstelling op Curaçao of in het buitenland is gevestigd. Verder is aangegeven dat hieronder niet wordt begrepen diensten ter zake van het optreden als directie van vennootschappen wier statutaire zetel of feitelijke leiding op Curaçao gevestigd is, alsmede dienstverlening van notarissen, advocaten, openbare accountants, fiscale adviseurs en aanverwante dienstverlening. In principe zal 3 procent een maximumtarief zijn voor de hierboven genoemde kwalificerende activiteiten.

Substance vereisten

De eis van substance (reële aanwezigheid) is reeds vereist voor een E-zonevennootschap en de Curaçaose beleggingsvennootschap. Op grond van het wetsvoorstel wordt de eis van reële aanwezigheid uitgebreid naar de groep lichamen die buitenlandse winst genieten en lichamen die een beroep doen op het verlaagde winstbelastingtarief van 3 procent.

Daarnaast is in het wetsvoorstel opgenomen dat aan lichamen die buitenlandse winst genieten en die de eis van reële aanwezigheid wegens opzet of grove schuld niet nakomen, een boete kan worden opgelegd oplopend van 50.000 gulden tot ten hoogste 500.000 gulden.

Dividendbegrip

De Landsverordening op de Winstbelasting 1940 omvat een eigen definitie voor dividend. Op grond van deze definitie valt niet onder dividend hetgeen door een vennootschap wordt betaald ter verkrijging van eigen aandelen, liquidatie-uitkering, uitreiking van bonusaandelen en terugbetaling van kapitaal. Met het wetsvoorstel zal de beperkte definitie van dividend komen te vervallen en wordt aangesloten bij de maatschappelijk gebruikelijke betekenis van dividend.

Definitie vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger

In het wetsvoorstel is de definitie van de vaste inrichting en vaste vertegenwoordiging gewijzigd en uitgebreid conform de definitie zoals opgenomen in het Oeso Modelverdrag en de Belastingregeling Nederland en Curaçao. Een van de wijzigingen betreft de plaats van uitvoering van werkzaamheden. Op grond van de huidige wet wordt de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden gekwalificeerd als een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt. Op grond van het wetsvoorstel wordt de termijn verkort naar 183 dagen.

Het wetsvoorstel kan voor uw bedrijfsvoering grote gevolgen hebben. We raden dan ook aan om alvast met uw adviseur de mogelijke gevolgen in kaart te brengen zodat een alternatief tijdig kan worden geïmplementeerd. Wilt u meer informatie over de voorgestelde wetswijzigingen, neem dan gerust contact met ons op.

De auteurs, Farine Torres-Larmonie (tax director) en Behnaz Hasanzadah (tax manager) zijn werkzaam bij Grant Thornton Dutch Caribbean op Curaçao. Farine Torres-Larmonie Behnaz Hasanzadah Aangekondigde fiscale wetswijzigingen. www.grantthornton-dc.com

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *