Ingezonden | ‘Bestuurder Bonaire Holding Maatschappij stapt op’

Ingezonden brief

Uw ingezonden brief in de Knipselkrant Curacao? Stuur uw brief voor 21:00 uur naar emailadres INGEZONDEN. Wij publiceren uw brief zonder deze in te korten. De redactie van de Knipselkrant Curacao is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Ingezonden stukken die opruiende of dreigende taal bevatten worden door ons niet gepubliceerd.

Vandaag laten we Paul Janssenaan het woord.

Met enige verbazing heb ik kennisgenomen van het artikel onder de kop ‘Bestuurder Bonaire Holding Maatschappij stapt op’ in het Antilliaans Dagblad van 18 mei 2020.

Het artikel beschrijft het voorgenomen opstappen van de interim- directeur van BHM geheel vanuit het perspectief van het Bestuurscollege (BC), grootaandeelhouder van BHM, en de Raad van Commissarissen (RvC), geheel geïnstalleerd door datzelfde BC. Enige controle van de juistheid van de ‘officiële stukken’ van de RvC en de AvA lijkt geheel achterwege te zijn gebleven.

Zo is de zogenaamde koerswijziging die de tijdelijk bestuurder ‘eenzijdig heeft ingezet’ geen koerswijziging, maar het simpel vervullen van het mandaat dat hij bij aanstelling kreeg, namelijk: zorgen voor een bestuurlijk apparaat bij de overheidsentiteiten conform de regels van good corporate governance zodat ze, nadat BHM eventueel zou zijn opgeheven, zouden kunnen functioneren als zelfstandig opererende en politiek volledig onafhankelijke bedrijven.

Dat een ongebonden tijdelijk bestuurder anders over politieke onafhankelijkheid denkt dan een BC betekent waarschijnlijk vooral dat een aantal gedeputeerden de regels van behoorlijk bestuur nog eens goed moet bestuderen. Ook ‘ontmanteling van BHM’ was geen kernopdracht, maar een bijzaak. Het weinig aan duidelijkheid te wensen overlatende onderzoeksrapport van crmLiNK constateerde inderdaad dat de situatie rond BHM bestuurlijk ‘onwenselijk’ was.

Die conclusie stoelde onder andere op het feit dat BHM op dat moment geen statutair directeur had, net als de onder BHM vallende overheidsentiteiten nog altijd geen (volledige) RvC en dat het BC veel te veel invloed had op het reilen en zeilen van de holding. Het rapport suggereerde opheffing en omzetting naar een meer dienstverlenende structuur nadat bij de dochterbedrijven orde op zaken zou zijn gesteld.

Uit de brieven en documenten die – zoals u als betrokken dagblad ongetwijfeld weet – niet in eerste instantie door de tijdelijk bestuurder naar de media gelekt zijn, kunt u tevens opmaken dat het streven naar good governance dat bij de BHM-directie het doel was, vooral is tegengewerkt door het BC en de RvC van BHM dat slechts als verlengstuk van de politiek lijkt te opereren.

Sluitstuk in dezen is wel het monddood willen maken van de heer Oleana en hem, zoals opgemaakt kan worden uit de berichtgeving in de krant, te verplichten louter uit te voeren wat de AvA en de RvC hem opdraagt. Mede omdat dit een constructie is die indruist tegen alles wat met behoorlijk bestuur te maken heeft (een RvC en een AvA hebben normaliter immers vooral een controlerende taak achteraf en geen direct besturende functie) kan ik mij voorstellen dat de tijdelijk bestuurder zijn functie neerlegt.

Tegen de bierkaai is nu eenmaal niet te vechten. Dit alles was op te maken uit al lang en breed en zeker voor het Antilliaans Dagblad openbare bronnen. Dat dit niet gebeurd is en het artikel eenzijdig de visie van het BC naar buiten brengt, betekent dat er of sprake is van partijdigheid en dus een gebrek aan journalistieke onafhankelijkheid, of van slecht geïnformeerde journalistiek.

Beide gevallen zijn laakbaar en schreeuwen om correctie.

Paul Janssen,
Nederland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *