Column Zambesi revisited | Hoe het allemaal is begonnen (6)

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Het is de bedoeling dat deze columns later zullen worden bewerkt om als E boek te worden uitgegeven. Ik zal daarom twee columns (deel 6 en deel 7) aan de voorgeschiedenis wijden. Uit de voorgeschiedenis zal blijken hoe emotieloze ondankbaarheid, van elke empathie gespeende hebzucht en totaal gemis aan moreel besef, het handelen van personen hebben bepaald van wie men anders had mogen verwachten. Het zijn het handelen van deze figuren die de wordingsgeschiedenis van dit boek zullen bepalen.

De valkuil waarin men bij de beschrijving van zo’n voorgeschiedenis dreigt te vallen, is dat emoties een te grote rol gaan spelen en dat men bij de beschrijving van de gebeurtenissen vervalt in geweeklaag. Ik heb mijn best gedaan om door een zo afstandelijk mogelijke beschrijving van de gebeurtenissen te voorkomen dat het verhaal vervalt in larmoyantheid.

Conflictbemiddelaar Friedrich Glasl (NRC 12 augustus 2020) stelt dat je in de behandeling van een conflict in elk geval er voor moet zorgen dat men het eens wordt over de feiten. In dit specifieke geval betekent dit dat ik de lezers moet zien te overtuigen van de echtheid van de door mij vermelde feiten. Deze noodzaak heeft er toe geleid dat ik met nadruk een plaats geef aan herhaling.

Mijn telkens in andere bewoordingen herhaalde stellingen zullen bovendien steeds met onweerlegbare bewijsstukken worden onderbouwd. Mijn uitgangspunt en de door bewijsstukken bevestigde slotconclusie is dat ik het slachtoffer ben geworden van een “omgeprate” rechter. Een rechter die bijklussend als arbiter het door mij aangevraagde arbitrageproces heeft geleid en zich daarin als partijdig en corrupt heeft opgesteld.

Mr. Frans V was door advocaat mr. Ruben D “omgepraat”. Mr. Ruben D is een advocaat die van wege fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf was veroordeeld. Heel opmerkelijk dus dat het gerecht alleen geloof wilde hechten aan het woord van deze advocaat die bewezen heeft niet vies te zijn van frauduleuze acties.

De kromsprekende rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Caribisch Nederland wilden echter niets anders dan hun corrupte als arbiter bijklussende collega uit de wind te houden.

De lezers die met het idee zijn opgegroeid en gebrainwasht dat rechters niet kunnen liegen, zullen na lezing van de columns die ik aan dit onderwerp zal wijden, met een nieuwe werkelijkheid worden geconfronteerd. Die werkelijkheid is dat rechters wel degelijk kunnen liegen. Rechters zijn mensen net zoals u en ik. Het dragen van een toga maakt hun niet anders. Rechters blijken, wanneer hun dat uitkomt, bereid hun integriteit aan hun laars te lappen en naar hartenlust te liegen en te bedriegen.

Het zal niet lukken iedereen van mijn stelling te overtuigen. Dat komt omdat je altijd te maken hebt met een klein groepje dat zelfs na 20 onweerlegbare voorbeelden van corruptief rechterlijk handelen, blijft vragen naar “het bewijs”. Ze kunnen de voor hen nieuwe werkelijkheid niet aan. Daar komt bij de altijd zwijgende pers, die zelfs in gevallen waar er geen twijfel is over rechterlijk falen, zich doelbewust zelfcensuur opleggen en het zwijgen er toe doen.

Ik heb er naar gestreefd het zeer traumatische gebeuren van het slachtoffer zijn geweest van corrupte rechters, met voldoende afstandelijkheid te beschrijven.
De door mij getoonde nog steeds volgehouden strijdvaardigheid tegen een stoet rechters die de waarheid aan hun laars hebben gelapt en er alleen maar naar gestreefd hebben een van hun corrupte collega’s uit de wind te houden, zal elke verwijzing naar zieligheid doen vervagen.

Voorgeschiedenis

In 2000 kreeg ik een harde klap te verwerken: Violette, mijn vrouw en beste vriend overleed na een kort maar heftig ziekbed en liet mij in een moeilijke toestand achter. Violette was de drijvende kracht achter de oprichting van de naamloze vennootschap Artsenlab met als handelsnaam Laboratorio de medicos.

Met mijn expertise en ervaring en haar ondernemingszin en zakelijke scherpzinnigheid, groeide Laboratorio de medicos snel uit tot een succesvolle onderneming. Laboratorio de medicos, in de dagelijkse omgang al snel kortweg ‘Lab de Med’ genoemd, legde zich toe op het verrichten van medisch laboratoriumonderzoek voornamelijk voor huisartsen.

Reeds toen ik had vernomen dat mijn vrouw aan een terminale ziekte leed, verdween bij mij de belangstelling voor het eigen bedrijf dat voor een belangrijk deel op haar ondernemerschap had gerust. Haar overlijden dat door mij als uiterst pijnlijk werd ervaren, leidde dan ook vrijwel direct tot het besluit mijn private laboratorium te verkopen.

Via een tussenpersoon werd de directeur van het concurrerende, particuliere laboratorium Medical Laboratory Service (MLS), benaderd met het aanbod om mijn laboratorium over te nemen. De directie van MLS was maar al te blij zich van een kleine maar lastige concurrent te kunnen ontdoen. De onderhandelingen, die ik toch met pijn in mijn hart, maar in zeer goede verstandhouding met MLS voerde, waren de aanzet van de gebeurtenissen die aan de basis liggen van hoe het allemaal is begonnen en op welk een tragische wijze alles is geëindigd.

Het is een verhaal dat laat zien tot waar hebzucht en het totaal ontbreken van enig moreel besef kan leiden. Ik heb dan ook bij meerdere gelegenheden erkend het te betreuren dat ik op basis van weliswaar ideële motieven voor een andere partij dan MLS heb gekozen. Maar gedane zaken nemen geen keer.

Een van de belangrijke hobbels in de onderhandelingen met MLS was de weigering van de directie van dat laboratorium om het bij de Laboratorio de medicos werkzame personeel over te nemen. Ik had grote moeite met die eis. Het personeel dat mij jaren trouwe dienst had bewezen te moeten ontslaan, was voor mij een brug te ver. Zonder deze eis zouden we gemakkelijk tot overeenstemming zijn geraakt.

Maar dat pakte door de vasthoudende opstelling van MLS in deze anders uit. Want het was juist in deze periode waarin deze eis van MLS mij voor een moeilijk dilemma plaatste, dat drie oud academische medewerkers van het Landslaboratorium zich bij mij aanmeldden met het verzoek om ook hen bij de onderhandelingen voor overname te betrekken.

De door hen gepresenteerde mogelijkheid het gedwongen ontslag van het Artsenlab personeel af te wenden, gevoegd bij de hierna te vermelden tragische arbeidsgeschiedenis van deze drie academici, was voor mij reden om hen een welwillend oor te bieden. Aan hun ontslag hing immers een luchtje. Het ontslag was het gevolg van een rancuneuze opstelling van de in die periode politieke benoeming van het nieuwe hoofd van het Landslaboratorium voor de Volksgezondheid, waar zij werkzaam waren. Het nieuwe hoofd keerde zich onmiddellijk na zijn benoeming tegen allen die de juistheid van zijn benoeming hadden betwist.

In het indertijd on going privatiseringsproces van vele overheidsdiensten waarin snelle besluiten moesten worden genomen, presenteerde drs FvD de drie opgemelde academici die hij als zijn tegenstanders beschouwde al spoedig als “overcompleet”. Zij werden in de loop van het privatiseringsproces dan ook voor ontslag voorgesteld. FvD had het tij mee.

De toenmalige minister van Volksgezondheid, die hem tegen alle adviezen in tot Hoofd had benoemd, bediende hem op zijn wenken. Het duurde dan ook niet lang, of het doek viel voor dit drietal. Daar zij nergens anders terecht konden, leek een vertrek naar het buitenland aanvankelijk voor hun dan ook de enige, maar wel pijnlijke oplossing.

De betrokkenen zagen in de onderhandeling over de overname van Laboratorio de medicos (Lab de Med) een gouden kans die zij op slimme wijze hebben weten te benutten.

Lang heeft het rancuneuze bewind van FvD overigens niet geduurd. Als gevolg van een megafraudezaak die zich kort na zijn benoeming als directeur van het inmiddels geprivatiseerde Landslaboratorium voordeed, moest hijzelf de weg gaan die hij voor zijn tegenstanders in gedachten had gehad: bij gebrek aan mogelijkheden om op Curaçao als klinisch chemicus aan de slag te gaan, zag hij zich gedwongen zich in Nederland te vestigen. Ley di Karma, de wet van de Karma, noemen ze dit in het Papiaments.

Intussen verkeerden mevr dr CH, dr EB en RB MSC na de rancuneuze daad van FvD wel in een staat van totale desolaatheid. Zij konden nergens anders op Curaçao als laboratoriumspecialisten aan de slag. Maar het ontslag en met name de wijze waarop dit tot stand was gekomen, smeedde hen wel tot een sterke drie-eenheid.

De onderhandelingen met MLS waren – zoals reeds vermeld- in een vergevorderd stadium, toen deze drie werknemers zich bij mij vervoegden met het dringend verzoek de op handen zijnde verkoop aan MLS “on hold” te zetten om hen in de gelegenheid te stellen met een alternatief bod te komen. Ik reageerde aanvankelijk terughoudend van wege de vergevorderde staat van de onderhandelingen met MLS.

Toxicologe mevr dr CH, klinisch immunoloog dr EB en biochemicus RB MSc toonden zich vaardige onderhandelaars die alles uit de kast haalden om hun doel te verwezenlijken. Zij beriepen zich nu eens met tranen trekkende smeekbeden op het feit dat hun groot onrecht was aangedaan; dat zij bij een negatief besluit gedwongen waren naar het buitenland te verhuizen, om vervolgens zakelijk te wijzen op de belangrijke overwegingen om wel met hen in zee te gaan. Dat hun aantreden bij ons later voor zulke problemen zou zorgen had ik niet kunnen bevroeden, al moet ik erkennen dat ik vanaf het begin blind moet zijn geweest voor karaktertrekken die wel degelijk wezen op die mogelijkheid. Ik geef toe dat hun aanbod alle personeelsleden in dienst te behouden en hun voorstel om de naam van het laboratorium wel te zullen handhaven, voor mij doorslaggevende factoren waren om uiteindelijk ten gunste van hen te beslissen. Toen daar het aanbod bij kwam om het laboratorium samen met hen in een maatschap voort te zetten en als medisch adviseur actief te blijven bij het laboratoriumbedrijf, was mijn besluit snel genomen.

Hoewel ik met MLS zakelijk gezien een aanzienlijk betere, maar een in elk geval veel zekerder deal had kunnen sluiten, gaven deze persoonlijke overwegingen de doorslag. Dat laat onverlet dat ik me er terdege van bewust was dat ik door met de drie insolvente partners in zee te gaan een behoorlijk risico liep. Deskundige vrienden en bekenden wezen mij er op dat de betrokken academici mij, vanwege hun gebrek aan fondsen, geen enkele garantie konden bieden en dat mijn bedrijf de enige factor was waarop de bank bij een onverhoopt mislukken van het nieuwe bedrijf een beroep zou doen.

Menigmaal werd ik door deze adviseurs gemaand verstandig te zijn en de deal met MLS niet te laten ploffen. Deze adviseurs verzekerden mij dat de directie van MLS, om de concurrentie uit te schakelen, zonder meer bereid zou zijn “zeer diep te gaan”; en dat ik daar mijn voordeel mee zou kunnen doen. Het moet gezegd worden dat MLS veel meer zekerheden had kunnen bieden dan die drie destijds niet erg draagkrachtige academici. Men wees mij er verder op dat het maar de vraag zou zijn of de banken aan de betrokkenen de benodigde leningen zouden willen verstrekken die voor hun deelname aan de maatschap noodzakelijk waren. Bovendien, zo vroeg men mij retorisch, als MLS definitief zou afhaken en het plan met de drie academici in duigen zou vallen, welke andere geïnteresseerde overnamekandidaat er dan nog zou overblijven?

Helemaal doof voor deze overwegingen en adviezen was ik niet. Ik heb de partners-in-spe van de bezwaren op de hoogte gesteld. Zij bezwoeren mij als onder ede dat ik te allen tijde op hen zou kunnen rekenen en dat zij van de samenwerking een daverend succes zouden maken. Zij stelden bovendien dat er geen reden was om te twijfelen aan het door de banken verstrekken van de benodigde leningen.

Om mij “gerust te stellen“ voegde een van hen er toe dat “de bank er immers van zou uitgaan dat Artsenlab nv als deelnemer aan de maatschap de nodige zekerheid zou bieden……………………………”

Ik besefte terdege dat ook nadat de toekomstige partners een akkoord met de banken zouden hebben bereikt, het ondernemersrisico grotendeels voor mijn rekening zou komen. Ik was immers met mijn Artsenlab nv de enige kapitaalkrachtige partner in de maatschap waar de bank in het geval van een debacle op terug kon vallen. De bedrijven van de drie partners waren niets meer dan insolvente papieren NV’tjes die bij een eventuele debacle zich failliet zouden laten verklaren waarbij ik voor de schulden zou mogen opdraaien.

Ik heb mij ondanks alle waarschuwingen door de argumenten, smeekbeden en bezweringen van de drie medevennoten in spe over de streep laten halen. Daarbij speelden mijn eigen toekomstvisioen om het bedrijf in haar traditionele vorm verder te laten gaan een belangrijke rol. Het was een gevoelsmatig, instinctief besluit waarvan ik destijds overtuigd was dat ik er goed aan deed, voor zowel het personeel van Artsenlab nv, voor Artsenlab zelf, voor de drie academici en mijzelf.

Hoewel ik op dat moment niet kon bevroeden dat mijn drie kersverse partners zich zouden ontpoppen tot ordinaire oplichters, neem ik de volle verantwoordelijkheid op me voor het debacle dat inderdaad volgde. Want uiteindelijk hadden mijn betrokkenheid bij en het behoud van het bedrijf dat ik samen met Violette had opgebouwd een belangrijke rol gespeeld in mijn besluitvorming. Je mag je achteraf afvragen in welke mate wijsheid nog een rol heeft kunnen spelen onder omstandigheden die zo door sentimentele overwegingen werden bepaald.

Er verliepen ongeveer twee jaar voor de drie een akkoord voor een lening met de banken hadden bereikt, waarmee zij het vereiste kapitaal voor de overname van 75% van de over te dragen assets van mijn bedrijf bij elkaar gesprokkeld hadden.
In die twee jaar durende onderhandelingen werd het management van het laboratorium waargenomen door RB met op sommige deelgebieden ondersteuning door mevr. Dr CH en dr EB.
Tijdens de onderhandelingen, die in die periode van twee jaar werden gevoerd, werden de volgende afspraken gemaakt:

  • Aan de maatschap zou worden deelgenomen door de naamloze vennootschappen van CH, EB, RB en Eustatia, respectievelijk Toximed NV, Repromed NV, Dynamic Lab Consultants NV (Dylabco) en Artsenlab NV, allen ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Curaçao.
  • Deelname zou geschieden op basis van 25% per deelnemende partij.
    De maatschap zou het gebouw van Artsenlab NV huren, totdat zij in staat zou zijn tot koop over te gaan.
  • Het huurbedrag werd door makelaarskantoor Caresto op NAF 30.00 per vierkante meter grondoppervlak getaxeerd wat neer kwam op een huur van NAF 12000.00 per maand.
  • Artsenlab zou bij de opstart van de maatschap niet het volledige huurbedrag in rekening brengen. Voor de maatschap zou aanvankelijk het gematigde huurbedrag ad NAF 8000.00 per maand worden gehanteerd, welk huurbedrag afhankelijk van de winstgevendheid van de maatschap geleidelijk aan zou worden aangepast tot het door partijen erkende en op de marktwaarde gebaseerde huurbedrag zou zijn bereikt.
  • Als handleiding voor de maatschap zouden de standaard statuten voor een vennootschap onder firma dienen. Deze werden door cand. notaris mr. A Chatlein opgemaakt en door oud notaris mr. R Palm geaccordeerd. Afgesproken werd verder dat de noodzakelijke in- en aanvullingen zoals een huurcontract, de exacte beschrijving van de over te dragen goederen, de definitieve vaststelling van de taakstellingen en toekomstige honoreringen later in een11 door alle partijen te accorderen huishoudelijk reglement zouden worden vastgelegd. Van enig wantrouwen was geen sprake: we waren immers vrienden die elkaar, nu we samen een zakelijk avontuur aangingen, blind moesten kunnen vertrouwen.

Geld legt eerste haarscheuren bloot

Wat betreft salariëring werd afgesproken dat het laatste salaris dat het meer dan 10 maal grotere Landslaboratorium aan CH, EB en RB had uitbetaald, als richtlijn zou dienen voor de beloning van de binnen de maatschap met de leiding te belasten academicus. Dat zou neerkomen op NAF 10.000,00 per maand voor één op full time basis werkende academicus. Gezien de omvang van het lab, het kleinste van Curaçao, leek het aanstellen van één leidinggevende mij voor de hand te liggen. Immers, ook het MLS- laboratorium, met zijn toentertijd drie maal grotere patiëntenbestand en navenante omzet, draaide succesvol onder leiding van één academische manager.

De nog vele malen grotere laboratoria van de Landsoverheid en het St Elisabeth Hospitaal hadden ook maar één, maximaal twee academici, als leidinggevende voor de klinisch chemische afdeling van hun laboratoria. Wat mij veel meer aan het hart ging was het aantrekken van bekwame analytische medewerkers. Ik wilde het many chiefs, no indians scenario per se vermeiden. Daar waren de drie aanstaande partners het evenwel niet mee eens. Ze bepleitten alle drie de aanstelling van drie academici, namelijk zijzelf, en nota bene op full time basis!

Ik stelde dat de maatschap het betalen van zulke salarissen aan DRIE academici niet zou kunnen dragen. Trouwens de full time aanstelling van drie academici aan een klein huisartsenlab zou neerkomen op een organisatie met een waterhoofd. Ik denk dat dit achteraf louter als drukmiddel moet worden bezien.

Ik kan me namelijk niet voorstellen dat het de betrokkenen ernst was een klein huisartsenlab plotseling te belasten met het betalen van NAF 30.000.00 per maand aan academici voor wie er geen echte taak was.

Na lang gedelibereer werd een akkoord bereikt op basis van een 1,5 academische formatieplaats en dus een uitgave van NAF 15.000,00 per maand voor aan leidinggevende academici te betalen salaris. Meervoud, omdat CH, EB en RB voorstelden gezamenlijk die formatieplaats in te vullen en wel op basis van een part time aanstelling van vier uur per dag, per persoon. Elk van de drie academici zou zodoende met NAF 5.000,00 per maand worden beloond.

Deze uitkomst lag dichter bij mijn wens dan die van de aanstaande partners, maar uit de onderhandelingen werd duidelijk dat ik niet langer bij machte was een voortrekkende rol in te nemen. Met hun wachtgeld van maandelijks NAF 10.000.00 zou er dus ook na verrekenen met de Overheid een inkomen overblijven van tenminste NAF 10.000.00 rondkomen. Met toepassing van de inflatie correctie zou dit in 2010 genoten inkomen uitkomen op minimaal NAF 15.000.00 nu.

Het zal bovendien blijken dat de betrokkenen zeker niet van plan waren dit extra inkomen bij de Overheid op te geven. Zij hebben dan ook jarenlang zowel een inkomen gehad uit de maatschap naast het zonder enige korting door de Overheid uitgekeerde wachtgeld.

De onderhandeling met MLS waren intussen, zoals men mij had voorspeld, definitief afgeketst. Dit reduceerde mijn opties tot: de maatschap verder invulling geven, in casu verkopen aan de drie partner NV’s, of op oude voet verder gaan. In dat laatste had ik helemaal geen trek. Ik was absoluut niet bereid en achtte mij gezien mijn pensioengerechtigde leeftijd bovendien niet meer in staat om het bedrijf alleen voort te zetten.

Mijn toekomstvisioen van het in stand houden van wat Violette en ik samen hadden opgebouwd, verwerd zo tot een noodzakelijke, en steeds meer als dwangmatig ervaren voortzetting van de deal met CH, EB en RB.

In vervolg column 7 zal uitgebreid worden verhaald hoe de drie door mij “geredden” met bedrog en vals spel, maar vooral met de “onvolprezen” steun van de door hun advocaat mr. Ruben D “omgeprate” rechter mr. Frans V zich meester hebben gemaakt van het bedrijf dat we in moeizame jaren hadden opgebouwd.

Ik heb een flink deel van het leefplezier dat aan pensioenjaren kan worden genoten, verloren zien gaan in procedures die het gevolg waren van het optreden van een als arbiter bijklussende rechter. Een rechter die zich door een voor fraude veroordeelde advocaat voor zijn mestkar heeft laten spannen. Of er in klinkende munt of op een andere manier voor die medewerking is betaald, zal naar alle waarschijnlijkheid voor altijd een geheim blijven.

Feit is dat de kompanen van mr. Frans V bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie een belangrijke negatieve rol in dit drama hebben gespeeld. Zij hebben doelbewust hun integriteit aan hun laars gelapt en volledig voorbij gezien aan mijn rechten. Zij hebben zich slechts er om bekommerd om hun corrupte collega rechter mr. Frans V met alle mogelijke en onmogelijke middelen uit de wind te houden.

Wordt vervolgd.

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

3 Reacties op “Column Zambesi revisited | Hoe het allemaal is begonnen (6)

  1. Chris Schmitz

    Bon bon Djo.
    Klabanan manera bo por.
    Dal bai

  2. Beste Dr. Eustatia,
    Jaren ben ik bezig geweest om te strijden tegen onrecht en fraude.
    Ja, ook ik heb de ervaring van foute rechters en advocaten die heulen met de tegenpartij.
    Uiteindelijk verlies je toch, recht hebben is iets anders dan recht krijgen.
    Dit zal nooit veranderen op Curaçao.
    Frida heeft gelijk met het prachtige spreekwoord.

  3. Beste Dr. Eustatia, het is duidelijk dat u, zoals veel wetenschappers, geen business man bent. Wij hebben niet daarvoor geleerd en er zijn advocaten zoals die u noemt met alleen voornaam en achter initiaal, die zeker niet de enige is op Curacao,bijvoorbeeld ook ene S.S., die van alles en nog iets frauduleus doen voor hun foute klanten, van alles in staat zijn. Dit soort mensen kan u niet winnen zelf niet als u rechten en wetten aan u zijde heeft. Op u leeftijd zou het gezonder voor u zijn, zich niet meer kapot te ergeren met wat gebeurd is. U bent opgelicht. Ik ben ook opgelicht, met hulp van zo een advocaat die krachtiger is geweest voor de rechter als ik met de feiten. Maar het is er een Lei di Karma! De chinezen hebben een spreekwoord: Zit voor de ingang van uw huis, en u zou de lijkwagen van uw vijand voorbij zien komen. Die u (en mij) opgelicht hebben zullen zeker voor betalen, ze zijn al aan het betalen, zoals ook de foute advocaten en/of rechters. Het laatste woord is nog niet uitgesproken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *