Column Zambesi revisited | Excuses waarom en waarvoor? (4)

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Een vriend die als “reviewer” voor mij optreedt, heeft mij de vraag gesteld van waar mijn preoccupatie met Booi cs. Ik ben door die directe vraag aan het denken gezet. Het antwoord is dat ik eigenlijk geen andere bezwaren tegen Booi cs heb, dan dat zij de begunstigden zijn van een rechter voor wie ik de diepste verachting koester. Het laatste dat ik en elk weldenkend mens immers van een rechter verwacht, is dat hij/zij corrupt is.

 

Booi cs maken deel uit van de Zambezi-zaak, waarin mr. Frans V de godfathers rol speelt.

Mr. Frans V heeft niet alleen in de Zambezi zaak een bedenkelijke rol gespeeld, maar deze rechter heeft zich ook in de door mij aangevraagde en door hem geleide arbitragezaak openlijk als een partijdige en foute scheidsman opgesteld.

Dit is niet zo maar roeptoeterij. De twee in Zambesi revisited deel 3 aangehaalde voorbeelden van arbitrale partijdigheid kunnen op onweerlegbare bewijzen steunen. De in de komende columns te vermelden voorbeelden van deels partijdige, deels foute en deels corrupte arbitrale besluiten zullen het aantal van tien ruimschoots overschrijden.

Rechter mr. Frans V is toentertijd door de voor fraude tot een gevangenisstraf veroordeelde advocaat mr. Ruben D “omgepraat” om in het arbitrageproces als zijn scheidsman te fungeren. De bewijzen daarvoor zijn zo overvloedig dat ik dit met een gerust hart kan verklaren.

Ik geef toe dat ik door dit onfortuinlijk lot diep en blijvend ben geraakt. Want het is voor mij nog steeds nauwelijks te begrijpen dat een rechter, van wie je normaliter aanneemt dat hij aan zijn ambtseed van integriteit is gebonden, zich op deze schaamteloze wijze kan misdragen.

Mijn pijlen zullen dan ook blijvend gericht zijn op de door mij openlijk van fraude beschuldigde inmiddels ex-rechter mr. Frans V. Maar die pijlen zullen ook gericht blijven op de foute rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie die hun foute collega mr. Frans V met kinderlijk doorzichtige kromspraak uit de wind hebben gehouden. Het hoeft geen betoog dat deze rechters hun ambtseed hebben geschonden; en dat ten gunste van een foute collega voor wie het absoluut niet waard is om je nek uit te steken; laat staan om voor zo’n foute collega de ernstige misstap te begaan waarvan ik de betrokkenen beschuldig.

Ik erken dat ik net als menig ander niet het minste geloof hecht aan Booi cs’ beweerde schone handen, maar moet tevens tot mijn spijt erkennen dat het wettig bewijs voor de volgens het OM door hen gepleegde ambtsmisdrijven niet is te leveren. En dat is mede het gevolg van de curieuze interventie van mr. Frans V. die het strafrechtelijk onderzoek met zijn interventie heeft getorpedeerd: Rechter commissaris mr. Frans V besloot in 2010 dat het Zambezi strafrechtelijk onderzoek “ongewenst lang had geduurd” en daarom “binnen vijf maanden moest zijn afgerond”. Een curieus besluit, want dat onderzoek had toen amper negen maanden geduurd.

Een nauwelijks goed opgestart strafrechtelijk onderzoek binnen vijf maanden afronden……..?! Ga daar maar eens aanstaan als het OM met onderbezetting kampt en bovendien niet over voldoende gekwalificeerde know how beschikt. Mr. Frans V was als de op Bonaire gevestigde rechter commissaris beter dan wie ook op de hoogte van de bij het OM bestaande manco’s.

Het heeft er dan ook de schijn van dat hij met zijn interventie doelbewust op deze manco’s heeft willen inspelen.

De interventie van mr. Frans V heeft dan ook een niet te ontkennen negatieve invloed op de loop van het strafrechtelijk onderzoek gehad.

Iedereen beschouwt OJ Simpson, ondanks zijn vrijspraak, als een moordenaar. En dat zal ook voor Holleeder gelden in het onverhoopte maar niet ondenkbare geval hij in hoger beroep wordt vrijgesproken. En dat is ook precies hoe menigeen tegen de vrijspraak voor de ambtsmisdrijven waarvan Booi cs werden beschuldigd, zal blijven aankijken.

Er is geen sluitend bewijs maar wel indirecte aanwijzing (circumstantial evidence) om te besluiten dat het aanbieden van excuses aan Booi niets anders is dan een goedkope juridische klucht met Knoops en van Zutphen in de hoofdrollen.

Ik heb recentelijk kennis genomen van het proefschrift van cultureel antropologe, criminologe en certified fraud examiner mevr Nelly Schotborgh van de Ven. Mevr Schotborgh is oprichter en vice voorzitter van Fundashon Korsou Transparante, een non profit organisatie die zich richt op het bevorderen van integriteit en transparantie en het bestrijden van corruptie in Curaçao.

Haar proefschrift, is getiteld “De wortels van publieke fraude en corruptie in het Caribisch deel van het Koninkrijk”.

Op de pagina’s 163-164 en 166 van het recentelijk gepubliceerd proefschrift trof ik een paragraaf aan die bij mij de vraag opriep waarom er in deze aan een hoog OJ Simpson gehalte lijdende zaak met zoveel vertoon excuses worden aangeboden. Ik citeer uit de vermelde pagina’s 163-164 en 166 van het opgemelde proefschrift:

“……………In de zogeheten Zambezi-zaak spelen twee prominente politici van Bonaire, Booi en El Hage een rol. De Zambezi-zaak kwam voort uit de Fijizaak, een omvangrijk witwasonderzoek. Het Zambezi-onderzoek resulteerde in acht dossiers: vijf over onroerendgoed-/investeringsprojecten, twee over moratoria, en een over andere issues. In het geval van de ene politicus stelde het Openbaar Ministerie dat hij zich als ambtenaar in de periode van juni 2004 tot en met februari 2006 had laten omkopen om te bevorderen dat een eerdere overeenkomst uit april 2004 tussen het Eilandgebied Bonaire en een stichting werd nagekomen, al dan niet door tussenkomst van bepaalde overheids-nv’s (Bonaire Holding Maatschappij NV en/of Bonaire Overheidsgebouwen NV). Hiermee zou het Eilandgebied Bonaire het erfpachtrecht van de stichting overnemen voor 2.250.000 Antilliaanse gulden. Daarnaast stelde het Openbaar Ministerie dat de publieke ambtsdrager zich tussen april 2006 en december 2007 of in augustus 2011 als ambtenaar had laten omkopen om te bevorderen dat aan het Eilandgebied behorende erfpachtrechten aan een Besloten Vennootschap zouden worden gegund. De tegenprestatie bestond uit een voorkeursbehandeling van het bedrijf ten opzichte van andere gegadigden, én bespoediging van het proces van de beoogde ontwikkeling van een resort/hotelcomplex, inclusief verstrekking van de benodigde vergunningen en/of toestemmingen zoals bouwvergunningen en wijzigingen van het bestemmingsplan. Over de andere politicus te Bonaire stelde het Openbaar Ministerie dat deze zich van juli 2007 tot en met oktober 2009 als ambtenaar had laten omkopen om te bevorderen en er aan mee te werken dat een bepaald bedrijf een vestigingsvergunning en directievergunningen zou krijgen terwijl er toen een moratorium gold voor de bouwsector, waartoe het bedrijf behoorde.”

In de Zambezizaak in Bonaire twijfelt de rechter niet per se aan de gepleegde publieke fraude en/of corruptie, maar werd het Openbaar Ministerie niet ontvangen in de vervolging van de twee politici voor ambtelijke corruptie. Er werd dus geen proces gevoerd.

De rechter kwam tot dit besluit, omdat zij van mening was dat het Openbaar Ministerie met de vervolging van de twee politici de grenzen had overschreden van een eerder bevel van het Hof (procedure volgens artikel 15 uit het Wetboek van Strafvordering).

Men lette op de veelzeggende passage: In de Zambezi-zaak in Bonaire twijfelt de rechter niet per se aan de gepleegde publieke fraude en/of corruptie.

Een kanttekening die extra lading krijgt als men bedenkt dat de politieke voorgangers van de heer Booi zich in de door structurele corruptie doordrenkte politieke geschiedenis van de voormalige Nederlandse Antillen beslist niet onbetuigd hebben gelaten.

De ouderen onder ons herinneren zich nog levendig de geruchtmakende Parker Hotel fraude zaak.

Het Reformatorisch Dagblad berichtte in haar editie van 15 september 1995 dat de regering van de Antillen in deze fraudezaak werd opgezadeld met een hotel dat nooit is afgebouwd en een schuld van ongeveer 80 miljoen gulden bij een Zwitserse bank.

Volgens de toenmalige, hoofdofficier van justitie mr. Piar was het nooit de bedoeling geweest op Bonaire het Parker-hotel te bouwen zoals wel was afgesproken. Door in een haalbaarheidsstudie het project groter en mooier voor te stellen, kon een hoger financieringsbedrag worden bedongen. De valse haalbaarheidsstudie is gebruikt om de Antilliaanse regering en het parlement te bewegen tot het afgeven van een bankgarantie voor de benodigde lening van 40 miljoen Zwitserse frank.

Volgens toenmalig hoofdofficier mr. D Piar waren er sterke aanwijzingen dat de bouwsom was opgehoogd om het project voor 100 procent te kunnen financieren. Daarvoor moesten het aannemingscontract en de leenovereenkomst worden ‘aangepast’. Bij dit soort overeenkomsten is een eigen inbreng van 15 procent normaal. Deze hoefde echter niet te worden betaald. Zo’n afspraak kan alleen in overleg met alle betrokkenen zijn gemaakt, aldus mr. Piar, die meent dat het de bedoeling was de Antilliaanse regering een rad voor ogen te draaien om de gevraagde garantie af te geven.

De betrokkenen worden niet bij naam genoemd maar het moet voor ieder weldenkend mens duidelijk zijn dat hooggeplaatste bestuurders bij deze frauduleuze opzet betrokken waren. Let wel de Antilliaanse regering werd kennelijk door de eigen bestuurders een rad voor ogen gedraaid.

Doordat de verdachten die door het OM werden verhoord aan een plotseling bij hun optredende raadselachtige amnesie bleken te lijden, konden de voor deze fraude verantwoordelijke politici niet worden opgespoord. Maar de welstand van politici die indertijd niet welgesteld de politieke arena zijn ingetreden, vertellen vaak een verhaal zonder woorden dat door de goede verstaander zeer goed begrepen wordt. Je mag je afvragen of de politieke opvolgers van politici uit de tijd van de Parkerhotel fraude een zodanig wonderbaarlijke gedaantewisseling hebben ondergaan, waardoor zij totaal van hun voorgangers zijn gaan verschillen.

Ik ben bepaald niet de enige die zijn twijfels heeft over de vermeend schone handen van Booi cs.

De politieke tegenstanders van Booi vonden het indertijd moeilijk verteerbaar dat er nooit een rechtszitting is geweest over de corruptieverdenking. Oud-PDB-leider Jopie Abraham stelde in een interview dan ook dat niet kan worden gesproken van ‘vrijspraak’.

Die vraagtekens waren er kennelijk ook bij onderzoeksjournalist Dohmen. Ik verwijs naar zijn interview met Knoops dat in de NRC van 2 december 2015 werd gepubliceerd en door de Knipselkrant integraal werd overgenomen.

Dohmen: Volgens het OM was er, door een besluit van de rechter-commissaris om het onderzoek voortijdig te stoppen, te weinig tijd voor een goed corruptieonderzoek.

Knoops: „Als ik naar de procesgang kijk, zie ik dat het OM daarna toch nog onderzoek naar corruptie heeft gedaan. Maar of dat een volwaardig onderzoek was, zou u bij het OM moeten vragen.”

Dohmen : De conclusie is dus dat de corruptiebeschuldigingen nooit inhoudelijk zijn onderzocht door de rechter?

Knoops: „Dat klopt. Ze zijn dus formeel niet van corruptie vrijgesproken, want die zaak is inhoudelijk niet beoordeeld. Het OM is op dat punt niet-ontvankelijk verklaard. Het hof sprak eerder impliciet wel uit dat voor het vervolgen van de corruptie onvoldoende basis bestond.”

In de vrijspraak van Booi cs speelt rechter commissaris mr. Frans V een zoals eerder gesteld doorslaggevende rol. Het is diezelfde rechter mr. Frans V die zich als arbiter in de door mij aangevraagde arbitragezaak door mr. Ruben D, de advocaat van de tegenpartij, heeft laten “ompraten”.

Mr. Ruben D is verantwoordelijk voor het middels een valse verklaring doordrukken van de benoeming van mr. Frans V als arbiter.

Mr. Ruben D is ook verantwoordelijk voor het heimelijk aan arbiter mr. Frans V toespelen van een valse akte waarover we in de volgende columns uitgebreid zullen berichten.

Mr. Ruben D is een advocaat die eerder vanwege fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld. Hij lijkt dan ook vertrouwd te zijn met het via “ompraten” en gebruik maken van vervalste documenten de zaken naar zijn hand te zetten.

De door mr. Ruben D “omgeprate” rechter mr. Frans V, heeft zich in het arbitrageproces getrouw aan zijn opdrachtgever opgesteld en zijn functie als arbiter op de meest abjecte en partijdige wijze misbruikt.

Deze foute rechter werd in de talrijke door mij tegen hem aangespannen procedures steevast door opeenvolgende rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie met de meest lachwekkende kromspraak uit de wind gehouden.

De valse akte die mr. Ruben D stiekem aan mr. Frans V had aangereikt om in het arbitrageproces te worden gebruikt, mocht van geen enkele rechter aan forensisch onderzoek worden onderworpen. De kans was immers 100% dat het forensisch onderzoek zou uitwijzen dat mr. Frans V en zijn compagnon mr. Ruben D zich aan valsheid in geschrifte schuldig hadden gemaakt. En dat moest coûte que coûte worden voorkomen. Want rechters maken zich immers niet schuldig aan valsheid in geschrifte.

Van mij wordt slechts verwacht dat ik uit “eerbied voor de rechterlijke macht” in deemoed de enorme schade aanvaard die de foute rechter mr. Frans V en zijn kompanen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie mij hebben bezorgd.

Als ik via ingezonden stukken tegen dit onrecht protesteer, word ik door onwetende of onwetendheid veinzende journalisten bestraffend verweten een onsportieve verliezer te zijn die Facebook boven een rechtelijk vonnis stelt.

En het zijn diezelfde onwetende of onwetendheid veinzende journalisten die geen vraagtekens plaatsen bij de bizarre actie van de heren Knoops en van Zutphen.

Wordt vervolgd.

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *