Column JM Eustatia | Foute rechter(s): Zambesi (2)

Column door dr. Joe M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

De vraag naar de bedenkelijke rol van rechter-commissaris mr Veenhof in de affaire Booi / El hage blijft, ondanks het feit dat de lokale pers doelbewust weigert daar nadere aandacht aan te besteden, toch op Curacao rondzingen.

De verwondering over het lokaal getoonde gebrek aan aandacht van de pers voor dit interessante gegeven is te meer opmerkelijk, omdat niet alleen Dohmen in zijn artikelen in de NRC vraagtekens heeft geplaatst bij de integriteit van mr. Veenhof.

Ook ik plaats al jaren, middels ingezonden stukken waarin man en paard worden genoemd, vraagtekens bij het gebrek aan integriteit van de betreffende rechter-commissaris. Een gebrek aan integriteit, dat uit zijn optreden als voorzitter van een arbitrage-commissie zou blijken.

Dat de interventie door toentertijd rechter-commissaris mr. Veenhof om een ongoing strafrechterlijk onderzoek te blokkeren opmerkelijk was, blijkt uit het feit dat deze interventie toentertijd aanleiding is geweest voor het door van Raak en Bosman stellen van Kamervragen.

Na de weinig zeggende antwoorden van de, inmiddels vanwege de Teevendeal tot aftreden gedwongen, toenmalige minister van Justitie Opstelten, is het opvallend stil gebleven rond deze affaire. Zelfs een van Raak, die bekend staat voor het vasthouden aan zijn stellingen, heeft zich na de onopvallende antwoorden van minister Opstelten niet meer over deze zaak uitgelaten.

Wat zouden de redenen kunnen zijn voor het feit, dat ook de verschillende door mij met deze problematiek persoonlijk benaderde lokale journalisten zich als een haas uit de voeten maakten alsof hen een oneerbaar voorstel was gedaan? Wat is de reden, dat ook meerdere rechters zich in bochten hebben gewrongen om deze rechter uit de wind te houden?

Wat is de reden voor het toentertijd door de toenmalige persrechter K. (naar ik mag aannemen in opdracht van ‘boven’) telefonisch benaderen van het ochtendblad EXTRA met het verzoek hun toon te matigen? Lees:

“minder ruimte te geven aan mijn kritische kanttekeningen bij het optreden van mr Veenhof, die ik in interviews openlijk van corruptie beschuldigde”.

Ook op de brief, waarin ik het SP-lid van Raak, een van de stellers van Kamervragen, wees op mijn zeer dubieuze ervaring met deze rechter-commissaris aan wiens integriteit, blijkens zijn aan de Minister van Justitie gestelde Kamervragen, ook híj twijfelde, werd door de betrokkene volstaan met een korte, beleefde reactie, waarin mij succes werd gewenst met mijn tegen de betreffende rechter-commissaris te nemen juridische stappen.

Het Antilliaans Dagblad, dat normaliter al mijn stukken plaatst, weigerde de plaatsing van mijn laatste aan het dagblad gepresenteerde ingezonden artikel. In dat ingezonden artikel wees ik de redactie er op, dat zij met hun naschrift op een eerder door mijn ingezonden artikel, de plank behoorlijk hadden misgeslagen: ik had het in mijn ingezonden artikel, in tegenstelling tot wat het AD in hun naschrift leek te willen suggereren, niet gemunt op de personen Booi en El Hage, maar op mr. Veenhof.

Het heeft er de schijn van (ik kan uiteraard niet met zekerheid stellen dat het zo ís), dat het naschrift vooral bedoeld was om door mr Knoops de nadruk te laten vestigen op de vrijspraak van Booi/El Hage-, waardoor de aandacht van juist de persoon voor wie mijn pijlen waren bedoeld kon worden afgeleid.

Met name het door de redactie van opgemeld dagblad nadrukkelijk ontkennen van de mogelijkheid dat mr, Knoops met zijn stelling

“Het is slecht gesteld met de rechtspraak in Caribisch Nederland”

ook op het functioneren van bepaalde lokale rechters zou kunnen doelen, was in het kader van mijn tegen rechter mr. Veenhof gerichte klachten bepaald opmerkelijk.

Te meer opmerkelijk, omdat de Tweede Kamer erkent dat er ook in Nederland foute rechters zijn: In februari 2015 pleitte een meerderheid van de Tweede Kamer voor een hardere aanpak van foute rechters. Ik sta in deze discussie dus bepaaldelijk niet alleen.

Het kritiekloos uitgaan van het feit, dat de integriteit van alle lokale rechters boven elke verdenking staat is kortzichtig. NRC journalist Dohmen wijst op de directe relatie tussen de KLM en Booi/El Hage enerzijds en mr. Veenhof anderzijds als verklaring voor het gewraakte optreden van mr. Veenhof.

In zijn laatste in de NRC van 23 december 2015 gepubliceerde artikel, dat door de KKC in zijn geheel is overgenomen, komt Dohmen met zeer sterke argumenten om aan te tonen dat het opmerkelijk besluit van mr. Veenhof mede was ingegeven door persoonlijke belangen: Veenhof had een belangenconflict toen hij het corruptie-onderzoek liet stoppen. Zijn oudste zoon was als piloot in dienst van KLM. Zijn jongste zoon stond – na een opleiding aan de KLM Flight Academy – bij de luchtvaartmaatschappij op de wachtlijst. Het waren moeilijke tijden voor piloten. In april 2013 zou ook de jongste zoon door KLM als piloot in dienst worden genomen.

De door Dohmen aangevoerde argumenten wijzen nadrukkelijk in de richting van handelen uit persoonlijk belang. Maar als mr. Veenhof en Booi/El Hage en de KLM in zwijgen en/of niets zeggende verklaringen blijven volharden, zal het harde directe bewijs nooit boven water komen.

Als mr. Veenhof, ondanks ernstig beschadigd door het boven water komen van nieuwe voor hem incriminerende feiten, toch besluit te blijven zitten, zullen ook die additioneel aangeleverde indirecte bewijzen van niet-integer en onprofessioneel gedrag niet per sé aanleiding hoeven te zijn voor disciplinair ontslag door de Hoge Raad. Rechters worden benoemd voor het leven. Ze kunnen niet door de regering of het parlement worden geschorst of ontslagen.

De Hoge Raad kan wel ingrijpen, maar dat kan tot nu toe alleen met een schriftelijke waarschuwing of door een rechter te ontslaan. En dat laatste zal niet snel gebeuren.

Maar een ernstig beschadigde en daardoor in zijn functie gehinderde rechter zou zelf kunnen besluiten op te stappen. Mr. Veenhof heeft echter bewezen, dat hij -hoe heftig ook aangevallen- bereid is te blijven zitten: Ik heb vier wrakingsprocedures tegen hem opgestart, waarin ik onomwonden en met degelijke bewijsstukken onderbouwd aangaf hem als een partijdige en foute arbiter te beschouwen.

Maar in géén van deze gevallen was dit voor hem aanleiding om op te stappen. Ik heb hem ten minste één keer schriftelijk verzocht de eer aan zich te houden, door zelf op te stappen, maar mr. Veenhof wist van geen wijken.

Ik weet nu, dat hij wist wat ík toen nog niet wist: nl dat hij er zonder meer op mocht rekenen, dat hij door zijn collega-rechters, zelfs als deze hiervoor ongeloofwaardige argumenten zouden moeten hanteren, uit de wind zou worden gehouden. Hij hoefde zich dus van mijn tegensputteren en gespartel niets aan te trekken.

Ook uit de behandeling van de thans in gang zijnde civiele procedure, waarin het partijdig en zelfs fout optreden van mr. Veenhof met nóg meer voorbeelden wordt onderbouwd, kan uit de procedurele afhandeling opgemaakt worden, dat het Gerecht er de voorkeur aan zal blijven geven mr. Veenhof coûte que coûte de hand boven het hoofd te houden. Ik zal hier nader op terugkomen!

U zult zelf kunnen besluiten of de door mij in de hierna volgende artikelen te presenteren voorbeelden van door Veenhof partijdig en zelfs frauduleus handelen kunnen worden weerlegd.

Meerdere intelligente lezers, waaronder twee oud rechters, aan wie deze feiten zijn voorgelegd, waren met mij van mening dat de besluiten van mr Veenhof

“nergens op leken, elke geloofwaardigheid misten en dat partijdigheid er duimen dik bovenop lag”.

Foute rechters brengen, doordat zij het vertrouwen in de rechtszekerheid ondermijnen de rechtstaat ongelooflijke schade toe. Als het Gerecht het zeer noodzakelijke zelfreinigend vermogen mist om zélf de rotte appelen uit de mand te lichten, is het de heilige plicht van met name de pers om voor het nodige klokgelui te zorgen.

Alhoewel in het Nederlandse rechtssysteem minder bewijskracht wordt toegekend aan indirect bewijs, zal bij het aanwezig zijn van meerdere aanwijzingen, daaraan toch de nodige conclusies moeten worden verbonden.

Het is in elk geval zo, dat indien op goede gronden, in meerdere zaken sprake is van ernstige twijfel aan de integriteit van een rechter, zijn geloofwaardigheid een zodanige deuk zal oplopen, dat normaal functioneren niet meer mogelijk is.

Na deze in deel I en II gepresenteerde inleidende betogen, volgen in deel III en volgende publicaties mijn concrete aanwijzingen voor het feit, dat terecht aan de integriteit van mr. F.J.P. Veenhof (en wellicht ook aan de hem in bescherming nemende rechters) mag worden getwijfeld.

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. J.M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Zijn werkzaamheden op dat gebied hadden als resultaat dat Curacao het eerste eiland in de Cariben was met een veilige bloeddonatie–organisatie. Curacao mocht tevens samen met Barbados als eerste landen in de Cariben de beschikking krijgen over het toentertijd enige en zeer beperkt beschikbare HIV bestrijdingsmiddel AZT. Lees meer…

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *