Beklag over huiszoeking

President Hof weerlegt brief advocaten Schotte

Archief KKC

Archief KKC

Willemstad – De huiszoeking van 9 december bij MFK-leider Gerrit Schotte en zijn partner Cicely van der Dijs is niet correct verlopen. Dat stellen advocaten Eldon ‘Peppie’ Sulvaran en Chester Peterson in een brief aan de president van het Gemeenschappelijk Hof.

Advertentie

Er zou sprake zijn van een ‘onherstelbaar vormverzuim’, zo staat in de brief die op 22 januari is verstuurd.
Deze krant is in het bezit van deze brief.
De advocaten stellen dat zij op 30 oktober een brief hebben gestuurd aan de president met een reactie van hun cliënt Schotte op het klaagschrift van Fundashon Akshon Sivil (FAS).
Die brief zou niet aan de rechter-commissaris overlegd zijn die uiteindelijk besliste over de huiszoeking.

,,De conclusie is dus, dat zowel de president als de optredende voorzitter binnen het Hof, op de hoogte was van het standpunt van cliënt in relatie tot de klacht van de FAS en desondanks de rechtercommissaris als centrale autoriteit bij de huiszoeking, al dan niet bewust, niet van cruciale informatie heeft voorzien. Hierdoor is naar onze mening doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van cliënt aan diens recht op een behoorlijke afweging van alle belangen bij de toepassing van een ingrijpend dwangmiddel als de huiszoeking ernstig tekort gedaan”, stellen de advocaten in de brief aan hofpresident Evert-Jan van der Poel.

Nog diezelfde dag, 22 januari, heeft de hofpresident in een brief aan Sulvaran en Peterson, gereageerd.
Ook die brief is in het bezit van deze krant.
De president van het Hof stelt dat hij in de zaak van Schotte geen ambtshandelingen heeft verricht.

,,In algemene zin merk ik op dat er regelmatig stukken worden ingediend met daarop de functie en soms de naam van de president. Indien het niet voor mij bestemde zaaksgebonden correspondentie is, worden die stukken zonder enige inhoudelijke bemoeienis van mijn kant door mijn secretariaat onmiddellijk naar de griffie doorgeleid. Dat is ook gebeurd met uw brief van 30 oktober waaraan u refereert en die blijkens het op de enveloppe geplaatste stempel van 31 oktober ter griffie is ingediend”, aldus de president.

Ook de e-mail die Sulvaran en Peterson aan de president hadden gericht, is doorgestuurd naar de voorzitter van de raadkamer zonder inhoudelijke bemoeienis van de president, zo schrijft Van der Poel.
Hij eindigt zijn brief met een verzoek aan de advocaten van Schotte:

,,Wilt u voortaan geen zaaksgebonden correspondentie via de mail of per post ter attentie van mij sturen, maar die op reguliere wijze ter griffie indienen.
Dit voorkomt vertraging en mogelijke misverstanden.
Anders zie ik mij genoodzaakt om niet voor mij bestemde post voortaan te retourneren.”

Sulvaran en Peterson betogen in hun brief aan de president dat het de vraag is of de rechter-commissaris niet ten onrechte op de stoel van het Hof is gaan zitten en een beslissing heeft genomen waarmee de vervolging definitief is begonnen.

,,Wij hebben onze bedenkingen betreffende het tijdstip van handelen, juist in de periode vlak voor de behandeling van het klaagschrift en tevens in een periode waarin Schotte als politicus met zijn hervormingsplannen nadrukkelijk genoemd werd. Daarmee is gegeven dat de inzet voor het Openbaar Ministerie hoog is”, aldus de advocaten.

Ze stellen dat de reputatie van Schotte als mens en zijn aanzien als politicus zijn aangetast door de huiszoeking.

Bron: Antilliaans Dagblad

Advertentie

back home

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *