29 C
Willemstad
• zondag 28 november 2021 14:37

Laatste reacties

- Advertentie -

Column Zambesi revisited | Op welk gezag mag Nederland de Poolse en Hongaarse overheid de les lezen? (19)

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia
Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Men mag zich afvragen op basis van welk moreel gezag Nederland de Poolse en Hongaarse overheid de les mag lezen. Ik heb in mijn uit de jaren 2016-2018 daterende columns “Zambesi foute rechters” en in de van meer recentere datum daterende columns “Zambesi revisited”, onweerlegbaar bewijs geleverd dat de mij als arbiter door de strot geduwde rechter mr. Frans V een foute rechter was.

U kunt via de link https://knipselkrant-curacao.com/category/diversen/_column/column-jose-eustatia/ kennis nemen van mijn eerder in de Knipselkrant gepubliceerde columns Zambezi revisited deel 1 – 18.

Ik heb in de procedures die ik had opgestart om de partijdige en corrupte opstelling van mr. Frans V aan de kaak te stellen, meegemaakt dat de een na de andere rechter besloot zijn integriteit aan zijn laars te lappen, om hun corrupte collega rechter mr. Frans V in bescherming te nemen.

- Advertentie -

Het toentertijd, op enkele uitzonderingen na, door Europees Nederlandse rechters bemenste Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, St Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna te noemen het Gemeenschappelijk Hof), heeft in mijn casus er letterlijk álles, maar dan ook álles aan gedaan, om in de reeks van elkaar door mij opgestarte juridische procedures, de boodschapper de vernieling in te vonnissen.

Ik heb de Raad voor de Rechtspraak, de Hoge Raad en de Raad van State per brief op de hoogte gesteld van de bij het Gemeenschappelijk HOF bestaande hoogst ongewenste situatie. Maar hun reacties kwamen alle erop neer dat het Gemeenschappelijk Hof niet onder de jurisdictie van de Nederlandse rechtspraak viel “omdat Curaçao een ‘zelfstandig land’ zou zijn”. Alsof het om Tadzjikistan of een ander afgelegen Verwegistan zou gaan. En alsof het overgrote deel van de bij het Gemeenschappelijk Hof werkzame rechters niet door Nederland zouden zijn uitgezonden. Die rechters zijn toch niet uit zichzelf naar dit zogenaamd onafhankelijk eilandje komen zwemmen?

Je mag je dan ook in gemoede afvragen op basis van welk moreel gezag Nederland de Poolse en Hongaarse overheid de les mag lezen.

Een vriend die bekend staat als een onvermoeide strijder tegen foute rechtspraak, hekelt mijn stelling “dat de meeste Nederlandse rechters integer zijn en dat het aantal rotte appelen in de mand beperkt is”. Hij stelt dat de rechters die op de hoogte zijn van foute rechtspraak, en dat zijn ze volgens hem allemaal, en er toch het zwijgen toe doen, ook foute rechters zijn.

- Advertisement -

Als men de artikelen van Prof dr. Roos Vonk op internet leest, lijkt hij een punt te hebben. Volgens dr. Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie https://www.animalstoday.nl/roos-vonk-wie-getuige-is-van-onrecht-en-niets-doet-maakt-zich-medeplichtig-aan-dat-onrecht/
is zwijgen niet neutraal; want – het spreekwoord zegt het al – wie zwijgt stemt toe. Vonk is de mening toegedaan dat wie getuige is van onrecht en niets doet, zich medeschuldig maakt aan dat onrecht. Zij haalt een citaat van Edmund Burke aan: “Er is maar een ding nodig om het kwade te laten zegevieren: goedwillende mensen die niets doen”.

Het aantal rechters van het Gemeenschappelijk Hof dat zich in deze zaak heeft laten verleiden tot niet integer handelen roept vragen op. Er moet in deze per se sprake zijn van groepsdruk: individuen die door de groep waar zij deel van uitmaken worden gedwongen, dan wel onder zware druk worden gezet tot afwijkend gedrag.

Let wel: het aantal rotte appelen in de mand (het aantal foute rechters) is weliswaar beperkt, maar dat betekent niet dat de foute Nederlandse rechter een totaal onbekend fenomeen zou zijn. De bekende publicist mr. Paul Ruijs schat het percentage foute rechters op 5%. Op het totaal aantal van +/-2500 rechters zou dat neerkomen op meer dan honderd(!) foute rechters. Deze foute rechters zullen hun foute gedrag minder snel overdragen dan de delta variant van het Covid-19 virus zijn ziekmakende effecten doorgeeft. Maar men mag hun op socialisatie gebaseerde negatieve invloed op de zwakke broeders, toch niet onderschatten. Zij zouden met name voor de zwakke broeder en/of de beginnende rechter als negatieve rolmodel kunnen dienen.

Het in mijn columns beschreven geval, waarbij een jonge en onervaren, maar mij slecht gezinde beginnende (pers)rechter, doelbewust werd aangewezen om in het door mij opgestarte Hoger Beroep als “raadsheer” te dienen, lijkt hiervan een triest stemmend voorbeeld. Want men mag ervan uitgaan dat in een Hoger Beroep ervaren rechters worden aangewezen.

Beginnende rechters die voornamelijk met kleine klusjes worden belast, of voor hun opgestelde persberichten naar de media mogen versturen, hebben niets te zoeken in een college van rechters die een Hoger Beroep zaak moeten behandelen. Er was dus hier onmiskenbaar sprake van boos opzet!

De rechters die niet aan de kromspraak-procedures hebben deelgenomen, maar wel van mijn casus op de hoogte waren, hebben door hun zwijgen ook bijgedragen aan het in stand houden van de bestaande frauduleuze “doofpotcultuur”.

Maar dat geldt ook voor de media. De media maakten en maken er immers nog steeds een gewoonte van te zwijgen over foute rechtspraak. De MSM leggen zich in dit soort zaken een zelfcensuur op dat veel weg heeft van de bij de maffia bekende OMERTA. De pers heeft zich bij het misbruik in de RK kerk op die vrijblijvende, wegkijkende houding ingesteld. Het misbruik, kon mede door het zwijgen van de pers, jarenlang ongestoord voortduren. Ook nadat het misbruik al lang in brede kring bekend was en er besmuikt over werd gefluisterd. De pers die al langer van het bestaan van die misstanden wist, gaf de voorkeur aan wegkijken en zwijgen. Tot dat de journalisten van het Spotlight team van The Boston Globe besloten dat het tijd werd om deze verderfelijke omerta te doorbreken.

Maar de media hebben kennelijk niets geleerd van hun ervaring met het misbruik in de katholieke kerk. Want ze zwijgen (een enkele uitzondering daargelaten) systematisch over elk bericht dat over foute rechtspraak gaat; ook als dat bericht met onweerlegbare bewijsstukken is onderbouwd. Een enkel medium gaat zelfs zo ver om tegen beter weten in de klager als onsportieve verliezer weg te zetten.

De media bevorderen door dit soort zelf opgelegde censuur het fenomeen foute rechtsspraak en bevorderen ongewild de frauduleuze doofpotcultuur.
Zij maken het mogelijk dat mr. Naves van de Raad van de Rechtspraak in vol vertrouwen zegt onderzoek te laten doen naar de eigen reputatie (https://www.mr-online.nl/de-rechtspraak-laat-onderzoek-doen-naar-eigen-reputatie/), maar daarbij niet de brieven vermeldt die hem over foute rechtspraak hebben bereikt. 
Ik ben niet de enige die mr. Naves een spiegel over foute rechtspraak heeft voorgehouden. Ik heb echter net als de anderen nooit een reactie op mijn brief mogen ontvangen.

Als de media blijven zwijgen zal corruptie in de rechtspraak alleen maar toenemen.

De media halen wel breed uit tegen partijen die zij, in tegenstelling tot de door hen gevreesde rechters, als niet onaantastbaar beschouwen. De Curaçaose media hebben recentelijk notaris mr. J Kleinmoedig die men ervan beschuldigt zich aan ambtsmisdrijven schuldig te hebben gemaakt, niet gespaard. Ze hebben zelfs nog vóór dat het vonnis was uitgesproken, de eis van het OM “dat de betrokkene de cel in moet”, met koeienletters in de krant afgedrukt.

Ik vraag me af waar die media waren, toen ik in publicaties in de Knipselkrant en op social media het ONWEERLEGBAAR BEWIJS leverde van het samenspannen van de als arbiter bijklussende rechter mr. Frans V met de valsheid in geschrifte plegende mr. Ruben D. Het OM zweeg, geheel anders dan nu in het geval van de Curaçaose notaris, in alle talen. Het OM heeft later de door mij beschreven misstanden zelfs ten stelligste ontkend en geweigerd een strafrechtelijk onderzoek tegen mr. Frans V en mr. Ruben D op te starten. Het OM werd in deze foute opstelling van harte gesteund door, hoe kan het ook anders, de rechters van het Gemeenschappelijk Hof van justitie.

Hoe moet ik dit verschil in aanpak duiden? Als veranderend inzicht? Als klassenjustitie? Als racisme? Of als een mengeling van klassenjustitie en racisme?

Advocaat mr. Ruben D die eerder wegens fraude wel door de rechters van het Gemeenschappelijk Hof tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf was veroordeeld, werd ondanks zijn onweerlegbaar bewezen gebruik van een valse akte, in mijn casus door diezelfde rechters onschuldiger bevonden dan het kindeke Jezus in zijn kribbe. De rechters van het Gemeenschappelijk Hof bleken bereid te zijn alles uit de kast te halen om hun corrupte collega mr. Frans V uit de wind te houden.

Feit is dat mr. Ruben D de als arbiter bijklussende rechter mr. Frans V heimelijk een valse akte had aangeboden. Die valse akte moest door de als arbiter bijklussende mr. Frans V als leidraad worden gebruikt bij het leiden van de door mij aangevraagde arbitragezaak.

De rechters die over mr. Ruben D moesten oordelen, waren voldoende bij de tijd om te beseffen dat indien zij mr. Ruben D voor valsheid in geschrifte zouden veroordelen, hij zijn kompaan rechter mr. Frans V in zijn val zou meeslepen. Dus besloten de rechters van het Gemeenschappelijk Hof de volstrekt ongeloofwaardige verklaringen van mr. Ruben D, als zoete koek te slikken. En dit ondanks zijn bevestigde track record van een voor fraude veroordeelde advocaat.

Maar de boodschapper, in casu ondergetekende, die zo brutaal was geweest met de vinger naar de zg “integere en onkreukbare” rechter mr. Frans V te wijzen, werd zonder pardon geslachtofferd. Men zal zich afvragen of dit bizarre verhaal zich in Polen, Rusland of in een zogenaamd achterlijk land afspeelt? Neen; het gaat om rechtspraak van uitgezonden Nederlandse rechters in Curaçao, een Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Het OM heeft er alles aan gedaan om het onweerlegbaar bewijs van het in samenwerking door mr. Frans V en advocaat mr. Ruben D gebruik maken van een gemanipuleerde akte niet op te pakken.

Het is niet aan mij uitspraken te doen over het al dan niet schuldig zijn van wie dan ook die door het OM wordt aangeklaagd. Het recht moet zijn beloop hebben. Het verbaast me alleen hoe anders het indertijd is gegaan, toen ik ook melding maakte van de foute kandidaat notaris mevr mr. A Ch die mijn ex-partners heeft geassisteerd bij het manipuleren van de statuten van de op te richten maatschap. Op de avond voorafgaand aan het tekenen van de statuten, besloot zij buiten mijn medeweten om, op verzoek van ex-partner mevr. dr Cl Hz onbekende addenda aan de volgende dag te ondertekenen statuten toe te voegen. Addenda die het voor mr. Frans V of welke andere corrupte arbiter mogelijk moest maken het door mijn ex-partners gepland roven van mijn bezittingen moest faciliteren.

Dezelfde zich nu zo streng in de leer manifesterende voorzitter van een stichting van de overheid, oordeelde toen als voorzitter van de Raad van Toezicht voor het notariaat dat er niets mis was met het handelen van de betrokken kandidaat notaris.

De waarschijnlijke reden voor dit wegkijken: het feestje van de aangekondigde benoeming tot notaris van de betreffende kandidaat notaris mocht niet worden verstoord. Een van de vele momenten dat ik door een corrupte functionaris, een advocaat, notaris of rechter, het bos werd ingestuurd. Geen enkele journalist, die daarover heeft bericht en op een enkele zeer gewaardeerde uitzondering na geen enkele journalist die ooit over de casus van de valsheid in geschrifte plegende rechter mr. Frans V ook maar iets uit eigen initiatief heeft bericht.

Ik moet hierbij wel aantekenen dat de Curaçaose media (AMIGOE, Antillaans Dagblad en met name EXTRA) zich in deze dapperder hebben getoond dan hun Nederlandse counterparts.

Mr. Frans V en zijn kompaan mr. Ruben D werden ondanks keihard bewijs tot in Hoger Beroep met kromspraak uit de wind gehouden. Toen was ondanks mijn zeer frequente publicaties in de sociale media en in de Knipselkrant niet één journalist in de rechtszaal aanwezig om te rapporteren over hoe Nederlandse rechters van een rechtszaak een nog macabere en sinistere show konden maken dan waarvan zij hun Poolse collegae beschuldigen.

Het is een onweerlegbaar feit dat rechter mr. Frans V zich gewillig door de eerder voor fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeelde advocaat, mr. Ruben D heeft laten “ompraten”. De eerder voor fraude veroordeelde mr. Ruben D heeft de “omgeprate” rechter Frans V vervolgens als een moderne versie van het Trojaanse paard het door mij aangevraagde arbitrageproces “ingeparachuteerd”.

Mr. Frans V was voorbestemd om in het arbitrageproces de rol van de mr. Ruben D’s getrouwe arbiter te vervullen. De “omgeprate” mr. Frans V gehoorzaamde met de gewilligheid van een gedresseerde hond en vervulde zijn rol van “omgeprate” arbiter met verve.

Ik kwam er pas na de publicatie van het arbitrale eindvonnis achter dat mr. Frans V de solvente wederpartij heimelijk aan het arbitrageproces had onttrokken. Het arbitrale eindvonnis was door het ontbreken van de solvente wederpartij niet executeerbaar. Daar was per se de medewerking van de door mr. Ruben D vertegenwoordigde wederpartij voor nodig.

Ik heb de rechters van het Gemeenschappelijk Hof erop gewezen dat mr. Ruben D al eerder in twee aan het arbitrageproces voorafgaande procedures hetzelfde geintje had proberen uit te halen. Hij heeft ook in die twee processen de solvente wederpartij aan mijn vorderingsmogelijkheid trachten te onttrekken. Hij werd toen echter in beide gevallen door de rechter teruggefloten.

Mr. Ruben D heeft uit die twee “vervelende” ervaringen de nodige lering getrokken. Hij zorgde er ditmaal voor dat zijn actie in het diepste geheim werd uitgevoerd; men mocht pas bij het definitieve en beslissende arbitrale eindvonnis, achter het bestaan van de valstrik komen.

Ieder verstandig mens zou zich afvragen of het niet al te toevallig was dat het mr. Ruben D na twee eerdere mislukkingen, bij zijn “omgeprate” rechter wel was gelukt dit geintje te flikken. De rechters van het Gemeenschappelijk Hof hebben – opmerkelijk genoeg – zich dit nooit afgevraagd.

Ik heb mr. Frans V in mijn columns steeds aangeduid als de rechter die door de eerder voor fraude veroordeelde advocaat mr. Ruben D was “omgepraat”. Het spreekt voor zich dat het woord “omgepraat”, in de context van mijn columns niets anders is dan een eufemisme. Alles wijst er immers op dat rechter mr. Frans V door de eerder voor fraude veroordeelde advocaat mr. Ruben D was omgekocht.

Daarvoor pleitten:

  1. De bizarre manier waarop mr. Frans V door mr. Ruben D het arbitrageproces werd “ingeparachuteerd” en mij door de strot werd geduwd.
  2. Mr. Frans V had stiekem een valse akte als basis voor het door hem geleide arbitrageproces gebruikt. Die valse akte was hem door zijn opdrachtgever mr. Ruben D toegespeeld. De valsheid van de akte is aan de hand van bewijsstukken aangetoond. De rechters van het Gemeenschappelijk Hof hebben hardnekkig geweigerd de akte aan forensisch onderzoek te laten onderwerpen, maar geloofden de volstrekt ongeloofwaardige verhaaltjes van de advocaten van mr. Frans V op hun woord: Ik zou volgens die advocaten vóór de start van de eerste arbitrage sessie, gezellig met de wederpartij aan tafel zijn gaan zitten om parafen en handtekening te plaatsen bij de door mr. Ruben D aangeboden akte. Ik zou volgens de advocaten van de wederpartij en de rechters van het Gemeenschappelijk Hof daarmee mijn besluit om de enige solvente wederpartij aan het arbitrageproces te onttrekken hebben bevestigd (sic!!!). Men mag zich afvragen hoe gestoord een persoon (in casu ondergetekende) moet zijn om zich te laten verleiden om vrijwillig aan de door mr. Ruben D bedoelde zelfmoordactie mee te werken. Maar hoe gestoord moet ook een rechter zijn om geloof te hechten aan het bizarre verhaal van mr. Ruben D en de advocaten van mr. Frans V?
  3. Mr. Frans V had in de loop van het arbitrageproces meer dan 20 deels partijdige, deels foute en merendeels corrupte arbitrale besluiten afgegeven. Het waren bewezen corrupte besluiten waarvan op zijn minst vier door een onafhankelijke en neutrale instantie (het kantoor van de accountant deskundige) aan de arbiter ter correctie werden voorgehouden. Rechter mr. Albert Beukenhorst heeft desondanks hierin geen aanleiding gezien om op mijn verzoek in te gaan, de bewezen partijdige mr. Frans V van de zaak te halen. Bepaald opmerkelijk!

Ik heb besloten dat ik mij niet zal neerleggen bij het corrupte arbitrale eindvonnis dat door het Gemeenschappelijk Hof tegen beter weten in tot in Hoger Beroep werd bevestigd.

Ik ben in dat voornemen te meer gesterkt na lezing van een informatieve brief die ik op 23 april 2021 van de stichting “Vrouwe Justitia in Verval” mocht ontvangen.

Ik citeer uit de brief van Vrouwe Justitia in Verval:

Reeds sinds 1971 geldt volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 3 december 1971, NJ 1972, 137) het uitgangspunt, dat het niet mogelijk is om de Nederlandse Staat op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk te stellen voor schade als gevolg van rechterlijke beslissingen, waarbij wel wordt aangegeven, dat een uitzondering op dit uitgangspunt moet worden gemaakt als bij de voorbereiding van de rechterlijke beslissingen zulke fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd, dat er van een eerlijke en onpartijdige behandeling geen sprake is geweest.
Let wel, met het veronachtzamen van fundamentele rechtsbeginselen wordt in deze echter bedoeld: schending(en) van een procedurele norm, waaronder niet vallen juridische misslagen en andere fouten……… (einde citaat).

Ik heb me jarenlang oprecht verbaasd over de brutaliteit en de schaamteloosheid die mr. Frans V in mijn arbitragezaak ten toon heeft gespreid. Ik vraag me tot op de dag van vandaag ook af of de rechters van het Gemeenschappelijk Hof die met de frauduleuze advocaat mr. Ruben D hebben samengewerkt, soms de schaamte voorbij zijn. Trekken zij zich dan niets aan van de verhalen die in de frauduleuze kringen van de foute mr. Ruben D, rondgaan? Hebben zij er geen bezwaar tegen dat men hen voor hun rol in deze casus als bondgenoten beschouwt?

Het antwoord op mijn overpeinzingen werd me via de bijgaande citaten uit de brief van “Vrouwe Justitia in Verval” geleverd:

“……  Tevens blijkt dat er ook geen enkel middel bestaat om rechters tot de orde te roepen, laat staan dat zij bloot staan aan sancties”.
“Deze kwaadwillende rechters menen kennelijk dat, omdat hun integriteit en professionaliteit nooit ter discussie staat, zelfs vanwege het rechtssysteem niet ter discussie mag staan, zij in de uitoefening van hun beroep de maatstaf “wat aanrommelen” kunnen hanteren, waarbij zij bovendien niet schuwen vriendjespolitiek en partijdigheid tot norm te verheffen”.

Het is dus zoals het is. Rechters gaan meer dan eens hun foute gang en laten zich in die gevallen niets aan omstanders gelegen. Dit in het volle besef “qu’ils sont la loie et les rois” en dat niemand iets tegen hen kan ondernemen.

Het komt erop neer dat, als je net als ik de pech mocht hebben een bevooroordeelde, partijdige of in het ergste geval een corrupte rechter te treffen, je afhankelijk van de kant die de rechter kiest, de kans loopt ten onrechte het onderspit te delven. Want zijn collegae zullen doe foute rechter nooit laten vallen.

Het doet er niet toe hoe hard je bewijzen zijn, de corrupte rechter is desnoods bereid te verklaren dat de aarde plat is om een hem niet welgevallige klager te kunnen veroordelen. En meerdere rechters hebben in mijn casus aangetoond bereid te zijn dit foute pad te bewandelen in de wetenschap dat hun immuniteit in de grondwet is gegarandeerd en door hun collegae zal worden bevestigd.

Ik wil de laatste columns Zambesi revisited afsluiten met de vermelding van enkele hoogst saillante voorbeelden uit mijn ervaring met foute rechters. Er rest in deze column deel 20A slechts ruimte voor één van de vele tot treurnis stemmende voorbeelden van apert foute, maar ook maligne rechtspraak.

Ik meldde me na bericht te hebben ontvangen van een verstekvonnis, schriftelijk bij de voorzitter van de tuchtraad om een verklaring af te geven voor het misverstand.

De zaak werd behandeld in een periode, waarin sprake was van de nodige mutaties. Data van zittingen werden gewijzigd van wege de nog niet definitieve benoeming van een nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht op de advocatuur (kort gezegd de tuchtraad). Ik meldde mij bij de griffie onder vermelding van wat ik dacht een voorlopige datum te zijn en verzocht de medewerkers van de griffie mij op de hoogte te stellen van de definitieve datum.

De medewerkster van de griffie deelde mij mee dat zodra de definitieve datum van de behandeling van de zaak bij hun zou zijn aangemeld, zij mij een officiële oproep zou doen toekomen. Ik heb regelmatig bij de griffie geïnformeerd en kreeg steeds te horen dat de zaak nog niet bij hun was aangemeld.

Het is achteraf gebleken dat de datum van de behandeling van de zaak nooit bij de griffie was aangemeld. De datum die mij door de secretaresse van de Raad was gemeld en door mij als een voorlopige datum was beschouwd, bleek de definitieve datum te zijn. Ik werd dus bij verstek veroordeeld in een door advocaat mr.QS aangevraagd begrotingsonderzoek.

De manier waarop de tuchtrechter mijn klacht na mijn uitleg had afgehandeld, was ronduit onaanvaardbaar.

De tuchtrechter berichtte mij per e mail dat het hem speet dat het op die manier mis was gegaan, maar stelde zich op het standpunt dat ik wel op correcte wijze was opgeroepen. En daar bleef het bij.

Ik heb de met de tuchtrechter/voorzitter tuchtraad gevoerde correspondentie later overgelegd aan een jurist. Die wees mij erop dat de betrokken rechter ernstig in gebreke was gebleven. Hij had immers uit mijn correspondentie kunnen opmaken dat ik, die niet door een advocaat was vertegenwoordigd, het vonnis niet juist had geïnterpreteerd.

Ik schreef in totale onwetendheid iets in de zin van “aangezien deze zaak op kort termijn in Hoger Beroep zal worden behandeld, zal ik het hierbij laten”. De tuchtrechter was volgens de jurist als onafhankelijke rechter, verplicht mij op mijn verkeerde interpretatie te attenderen en aan te geven binnen welke periode ik alsnog tegen het vonnis in beroep had moeten gaan of voor een revisie had moeten kiezen. Dat zou volgens de jurist te meer gelden nu er bewijsbaar sprake was van een vergissing, waarvoor de rechtbank via de griffie ook mede verantwoordelijk was.

De tuchtrechter volstond met slechts zijn spijt te betuigen. Een doelbewuste omissie.

Daar het een executoire vonnis betrof, is deze zaak mij zeer
duur komen te staan. Geheel onnodig, gezien de informatie waarover ik toen al beschikte en te meer onnodig met de additionele informatie waar ik NU via de SVB – de grootste zorgverzekeraar van het Caribisch deel van het koninkrijk – over beschik.

Deze zaak die voor mij in een drama was uitgelopen, had gemakkelijk kunnen worden voorkomen, indien de zaak door een integere tuchtrechter was behandeld.

Er was in deze bewijsbaar sprake van boos opzet van de kant van de tuchtrechter EN van mr QS met zijn dubieuze declaraties. Een gezien de speciale relatie tussen die rechter en de advocaat een niet onverwachte besluit van die foute rechter

Advocaat mr. QS wist dat hij met zijn dubieuze declaraties makkelijk bij de mij niet welgezinde rechters van het Gemeenschappelijk Hof en hun handlangers terecht kon. Een naar alle waarschijnlijkheid afgesproken opzetje tussen advocaat en rechter in de wetenschap dat de rechters elke stok die zij konden grijpen om op mij in te slaan, direct zouden grijpen.
De jurist heeft mij uitgelegd dat mr. QS door met zijn niet declareerbare declaraties een zaak tegen mij te beginnen, misbruik van procesrecht heeft gepleegd. Dit maakt de opgemelde advocaat aansprakelijk voor de door mij geleden schade.

Ik heb deze tuchtrechter bij nog een gelegenheid op foute rechtspraak betrapt. Het wordt dan ook de hoogste tijd om dit soort verrotte appelen uit de mand te vissen en met een welgemikte worp in het dichtstbijzijnde afvalputje te laten belanden.

Stevo Akkerman publiceerde op 23 juli jl. een column in dagblad TROUW die begon met de volgende inleiding:

“Nadat ik woensdag Hongarije en Polen voor de laatste keer had gewaarschuwd vanwege de uitholling van de rechtsstaat, schreef een lezer mij dat het met Nederland niet veel beter was gesteld. Ook hier ‘schijnt de wet alleen voor het volk te gelden en niet voor de bestuurlijke elite”.

Dat kon ik alleen al gezien het toeslagenschandaal moeilijk ontkennen. Toch was er, antwoordde ik, een wezenlijk verschil. Bij ons vindt zulk onheil plaats binnen een democratisch en rechtsstatelijk systeem; de regering is in overtreding als ze zich niet houdt aan de wet. In Polen en Hongarije wordt een stelsel gebouwd, waarin wet en rechtspraak zélf ingaan tegen democratie en rechtsstaat”.

Ik ben het volledig eens met de lezer die schreef dat het met Nederland qua de uitholling van de rechtsstaat niet beter gesteld is dan met Hongarije. Dat het onheil volgens Stevo Akkerman plaats kon vinden binnen een democratisch en rechtsstatelijk systeem, maakt de zaak niet dragelijker, maar juist erger. Het benadrukt immers het falen van ons democratisch en rechtsstatelijk systeem, waarin dit soort misstanden lange tijd ongehinderd blijven voortwoekeren.

Ik zou Stevo Akkerman graag de vraag willen voorleggen in hoeverre het door mij ondervonden onheil dragelijker is, nu het binnen een zg rechtstatelijk systeem heeft plaats gevonden.

Wordt vervolgd

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

- Advertisement -

Artikel delen

Dit artikel is geplaatst in

1 reactie

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

- Advertentie -

Lees ook

- Advertentie -
- Advertentie -

Zoeken

NOS | Prinses Beatrix laat flamingo vrij op Curaçao

Prinses Beatrix, de oma van de prinsessen is op bezoek op Curaçao. Ze is op bezoek vanwege de bijzondere natuur op het eiland. Ook praat ze met...

PBC | Beatrix bezoekt voedselbos tijdens bezoek aan Curaçao

Persbureau Curacao Prinses Beatrix werd zaterdag tijdens haar bezoek aan Curaçao flink aan het werk gezet. Bij een bezoek aan het voedselbos kreeg de 83-jarige prinses een oranje...

PBC | SER maakt zich sterk voor innovatie

Persbureau Curacao De Sociaal-Economische Raad heeft een verkenning uitgebracht aan de regering en de Staten over de mogelijkheden van de invoering van een missie gedreven innovatiebeleid. Dat moet...

ParadiseFM | Mauritsz de Kort wordt definitief nieuwe Hof-president

Hij was al voorgedragen, maar de benoeming is nu officieel rond: rechter Mauritsz de Kort is vanaf 1 januari de nieuwe president van het Gemeenschappelijk Hof van...

ParadiseFM | Staten eisen aanwezigheid president Centrale Bank

De president van de Centrale Bank Richard Doornbosch moet de minister van Financiën assisteren in het parlement. Dat zegt regeringspartij MFK. De partij neemt het Doornbosch kwalijk...

Opinie | ‘Inspecteur Keli is een gevaar voor de volksgezondheid van Curaçao’

Opinie | Jan Huurman, arts en voormalig Inspecteur-generaal Volksgezondheid Curaçao   Het recente vonnis naar aanleiding van een klacht en een eis over het handelen van chirurg Misset legt...
- Advertentie -