31 C
Willemstad
• maandag 22 juli 2024

Extra | Journaal 19 juli 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Thursday, July 18, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 18 juli 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Wednesday, July 17, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 17 juli 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Tuesday, July 16, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...
- Advertisement -spot_img

Amigoe | Plasterk: Aanwijzing viel binnen kader

HomeMediaAmigoe | Plasterk: Aanwijzing viel binnen kader
Plasterk: Aanwijzing viel binnen kader
Plasterk: Aanwijzing viel binnen kader

DEN HAAG — De aanwijzing van de Rijksministerraad voor Aruba verliep geheel volgens de procedure en regels. Dat meldt minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een reactie op de voorlichting van de Raad van State vorige week.

Op verzoek van de Tweede Kamer gaf de Raad van State een toelichting op de procedure en juridische ruimte voor een aanwijzing, waarbij met name ingegaan werd op aanwijzingen via de gouverneurs van Aruba, Curaçao en St. Maarten.

Verschillende media, waaronder de Amigoe, interpreteerden het advies als kritiek op de procedure die de Rijksministerraad in juli 2014 volgde bij de aanwijzing. Gouverneur Fredis Refunjol kreeg opdracht om eerst onderzoek te laten verrichten naar de houdbaarheid van de begroting en pas daarna zijn handtekening te zetten.

Dat leek in strijd met de opvatting van de Raad van State dat de gouverneur nooit een aanwijzing kan krijgen die buiten zijn bevoegdheden als Koninkrijksorgaan liggen. De ondertekening van een begroting en andere landsverordeningen is een bevoegdheid als landsorgaan.

Ook meldde de Raad van State dat de vaststelling van een landsverordening of landsbesluit niet gedurende een lange termijn opgeschort kan worden door middel van een aanwijzing.

Plasterk benadrukt dat het advies van de Raad van State niet specifiek van toepassing was op de aanwijzing voor Aruba maar slechts de algemene regels voor de procedure die gevolgd moet worden. Maar afgezien daarvan, viel de aanwijzing van de Rijksministerraad volgens hem wel binnen de juridische kaders, laat hij via zijn woordvoerder weten.

Die reactie is in lijn de antwoorden van de minister op vragen van de Tweede Kamer in november vorig jaar. Plasterk schreef toen dat met de aanwijzing geen inbreuk werd gemaakt op de bevoegdheden van de gouverneur op landsniveau, aangezien hij nog steeds zelf de beslissing mocht nemen om de begroting te ondertekenen of alsnog voor te dragen voor vernietiging, hetgeen overigens weer wel een bevoegdheid is als vertegenwoordiger van het Koninkrijk.

De gouverneur kreeg alleen de opdracht om eerst onderzoek te doen op basis waarvan hij die beslissing kon nemen. Ook was er volgens Plasterk geen sprake van langetermijnuitstel.

“De aanwijzing bepaalt ook wanneer die aanhouding vervalt”, schreef de minister.

De Raad van State meldt in een reactie dat de voorlichting inderdaad niet specifiek betrekking heeft op de aanwijzing voor Aruba, maar gebaseerd was op vragen van de Tweede Kamer over aanwijzingen aan de gouverneur.

“Ze beogen juist in het algemeen meer te weten te komen over de procedure rondom aanwijzingen en de positie van de gouverneur”, meldt persvoorlichter Sabine Heijstek desgevraagd. “In de voorlichting worden meerdere aspecten besproken. Het is dus niet onverwacht dat zowel de Caribische landen als de minister van BZK op verschillende punten nadruk leggen.”

De Tweede Kamer moet de uitkomsten van de voorlichting nog inhoudelijk bespreken.

Bron: Amigoe

Dit artikel is geplaatst in

4 reacties

  1. Dit geeft Nederland nog geen recht om eenzijdig in te grijpen. Er liggen 4partijen in het Koninkrijksbed. Laten ze elkaar met egards behandelen.
    Respect, daar gaat het om. Van alle kanten

  2. In 1986 heeft Aruba een status aparte gekregen. Hierbij zijn geen financiele toezichthouders voorzien. De 10-10-10 overeenkomst met Curacao heeft kennelijk voor verwarring gezorgd bij de amateurs in Den Haag. Het was een financieel rommeltje, maar Eman had wel gelijk in deze. Vindt de Raad van State dus ook.

  3. @Renée van Aller

    Over recht en krom gesproken:
    Het onderwerp was een “begroting” die niet deugde en véél te laat kwam. Die financiele wanorde moest zo snel mogelijk worden opgelost.
    Eman maakte er een potje van!

    Een – eventuele – gemaakte procedurefout poetst het laakbare handelen van de Regering Eman niet weg. Dáár hoor ik u niet over.

  4. Minister Plasterk probeert recht te praten wat krom is. Foei! Hij zou beter moeten weten. De Gouverneur als landsorgaan moet altijd de hem voorgelegde besluiten tekenen. De Koning moet toch ook tekenen? Die kan geen opdracht krijgen van de regering om niet te tekenen? De Gouverneur is de vertegenwoordiger van de Koning. Het was vanaf het begin onduidelijk of de aanwijzing bedoeld was voor de Gouverneur als landsorgaan of Koninkrijksgorgaan. Terzake verwijzen wij naar de affaire De Wit. Deze speelde van 1957 tot 1959. De Wit, die sinds 1940 op Curaçao woonde, had als journalist naar het oordeel van de landsregering voor het land schadelijke artikelen geschreven. Hij had een kritisch artikel overgenomen uit het Amerikaanse weekblad `Time’ over de Venezolaanse vakbeweging. De Antilliaanse regering nam hem dit kwalijk, omdat hij daardoor de goede betrekkingen met Venezuela zou vertroebelen. De hele economie van de Nederlandse Antillen was naar het oordeel van de landsregering immers afhankelijk van de olietoevoer van Venezuela. Minister van Justitie Van der Meer gaf in mei 1957 aan de Procureur-Generaal W.C. van Binsbergen opdracht De Wit uit te wijzen. Dit was mogelijk omdat De Wit als Europese Nederlander op basis van een verblijfsvergunning in de Antillen verbleef. De Wit tekende administratief beroep aan (beroep op de Gouverneur), maar het kabinet wees dit af. De Gouverneur weigerde toen het besluit dat de uitspraak in beroep bevatte, te bekrachtigen omdat hij het in strijd achtte met de fundamentele rechten, waarvan de waarborging een aangelegenheid van het Koninkrijk is. Door de Koninkrijksregering van zijn weigering in kennis te stellen maakte de Gouverneur de zaak tot Koninkrijksaangelegenheid. De Antilliaanse Raad van Ministers achtte de Gouverneur echter niet tot weigering bevoegd. De zaak liep na Nederlandse bemiddeling met een sisser af. Het kabinet-Jonckheer zei het conflict aan de kiezers te willen voorleggen en schreef vervroegde verkiezingen uit. Kort na de verkiezingen die geen duidelijkheid brachten, verliet De Wit uit eigen beweging de Nederlandse Antillen. Dit is een voorbeeld van een situatie dat de Gouverneur als Landsorgaan verplicht is zijn handtekening onder een besluit te zetten, maar dit op grond van zijn bevoegdheid als Koninkrijksorgaan toch zou kunnen weigeren.
    Sinds de affaire De Wit betracht de Gouverneur in de uitoefening van zijn Koninkrijksbevoegdheden uiterste terughoudendheid, want zijn handelen als Koninkrijksorgaan heeft onwillekeurig repercussies op zijn positie als niet zelfstandig handelend Landsorgaan. Aangezien de positie van de Gouverneur als Landsorgaan uit constitutioneel oogpunt de doorslag dient te geven, zal de Gouverneur alles doen om een conflict te vermijden. Toch geeft de Koninkrijkspet aan de Gouverneur een ander gewicht in de interactie met de Antilliaanse of Arubaanse ministers dan aan de Koningin in de vergelijkbare Nederlandse situatie. Uiteindelijk was het gevolg van de affaire De Wit dat de Gouverneur in het Antilliaanse staatsbestel hem voorgelegde ontwerp-landsverordeningen en landsbesluiten moet tekenen en dit niet kan weigeren. Zijn functie is als die van een staatshoofd, althans in zijn relatie tot regering en Staten. Renée van Aller&John de Vries

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties