27 C
Willemstad
• donderdag 6 mei 2021 00:09

ParadiseFM | ‘Einde Korsou di Nos Tur nabij’

Het einde van de politieke partij Korsou di Nos Tur is nabij. Dat zegt Meindert ‘Menki’ Rojer, de nummer twee op lijst, vandaag in het Antilliaans Dagblad. Het...

Democracy now! | Monday, May 5, 2021

Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience with...

Extra | Journaal 5 mei 2021

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Nu.cw | Semper: Gemiddeld 100 prikken per dag in de wijken

Er wordt door de mobiele vaccinatieteams in de wijken hard gewerkt voor elke prik. Per locatie worden er gemiddeld zo’n honderd prikken per dag gegeven, zegt Jerry...

DolfijnFM | Drastisch minder huwelijken dit jaar op Curaçao

Er wordt minder getrouwd op Curaçao. Drastisch minder zelfs. In 2018 waren er nog 744 paren die hun ja-woord gaven, vorig jaar was dat aantal nog maar...

DolfijnFM | Sportschooleigenaren willen weer open

Eigenaren van sportscholen op Curaçao luiden de noodklok. Het voortbestaan van individuele scholen in de bedrijfstak op het eiland is in gevaar. De versoepeling van de coronamaatregelen afgelopen...
- Advertisement -spot_img
HomeMediaAmigoe | Opeenstapeling van falend handelen bij CBCS

Amigoe | Opeenstapeling van falend handelen bij CBCS

CBSC centrale_bank_op_curacao
Opeenstapeling van falend handelen bij CBCS

WILLEMSTAD — Niemand is in staat geweest om de bestuurlijke impasse die bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) is ontstaan na de oprichting op 10-10-‘10 te doorbreken, constateert PricewaterhouseCoopers (PwC) in zijn onderzoek naar het functioneren van de CBCS. De besluitvorming binnen de Bank moet collegiaal plaatsvinden. Nu is het de voorzitter van de Raad van Bestuur (RvB), Emsley Tromp, die uiteindelijk beslist.

Echter niet alleen de RvB maar ook de ministers van Financiën van Curaçao en St. Maarten als vertegenwoordigers van de vermogensgerechtigden van de Bank, alsmede de Raad van Commissarissen (RvC) hebben gefaald in hun functioneren. Dat staat in de samenvatting van het onderzoeksrapport dat minister van Financiën José Jardim (namens onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran) maandagavond naar de Staten heeft gestuurd.

“Het Bankstatuut van de CBCS kent een bijzondere positie aan de bankpresident toe. Zo wordt de RvB weliswaar geacht te streven naar consensus, maar beslist de bankpresident indien dit niet bereikt kan worden, aldus het Bankstatuut. We treffen een cultuur aan waarin medewerkers de bankpresident behandelen als het enige en laatste centrum van besluitvorming.”

Deze cultuur wordt volgens PwC versterkt door de lange zittingsduur van de bankpresident. “Hoewel sommige gesprekspartners vertellen dat de bankpresident best van tegenspraak gediend is, lijkt het handelen van de medewerkers geheel gericht te zijn op de beslissingen van de bankpresident of op zijn geuite of vermeende opvattingen.”

In dit kader worden de ministers van Financiën van Curaçao en St. Maarten aanbevolen de bepaling in het Bankstatuut ten aanzien van de besluitvormingsmacht van de bankpresident aan te passen naar een collegiaal bestuursmodel. Ook bevelen de onderzoekers de RvC aan er op toe te zien dat de RvB een collegiale bestuursstijl ontwikkelt. Tevens moet er een nieuw profiel van de RvB worden samengesteld en dient men na te gaan of en in hoeverre de huidige leden daarin effectief kunnen functioneren, vindt PwC.

Het valt de onderzoekers op dat volgens het organisatieschema van de CBCS de twee adjunct-directeuren leiding geven aan de verantwoordelijkheidsgebieden ‘Toezicht’ en ‘Risk & Compliance’, terwijl zij geen onderdeel uitmaken van de RvB, maar wel zitting hebben in het managementteam. Deze adjunct-directeuren vallen direct onder de verantwoordelijkheid van de bankpresident en rapporteren niet aan het gehele bestuur. De onderzoekers bevelen de RvB dan ook aan de Internal Audit en Risk & Complinace functies binnen de CBCS hoger in de organisatie te verankeren.

Ook hebben de onderzoekers geconstateerd dat diverse interne compliance regelingen ontbreken of aan actualisering toe zijn. Dat geldt ook voor de geldende procuratieregelingen. De interne organisatie moet dan ook op een aantal punten verbeteren en ontbrekende interne compliance regelingen, die binnen een Centrale Bank verwacht mogen worden, moeten worden opgesteld. De geldende procuratieregeling dient ook te worden geactualiseerd.


Vergaderingen

“De vergaderingen van de RvB worden niet met een vaste regelmaat gehouden. De besluitvorming is niet navolgbaar en op systematische wijze gedocumenteerd. Veel onderwerpen worden tussen de RvB-leden en andere functionarissen van de Bank informeel (bijvoorbeeld per e-mail) afgestemd en afgehandeld.”

Ook blijkt uit de notulen, aldus PwC, van verschillende vergaderingen die wel zijn opgesteld dat vaak niet van tevoren een agenda is gedeeld met aanwezigen. “Veel van notulen hebben – voor zover is na te gaan – nog steeds de status ‘concept’. De notulen wisselen voorts sterk in mate van detail, waardoor in sommige gevallen niet goed is vast te stellen welke overwegingen aan een besluit vooraf zijn gegaan. De genoemde constateringen komen de effectiviteit van de RvB en het onderlinge vertrouwen niet ten goede.”

Hierop bevelen de onderzoekers aan een specifiek op de eisen van de RvB van de CBCS toegesneden secretariaatsfunctie in te richten. Het secretariaat is belast met het opstellen en verspreiden van de vergaderagenda met bijbehorende documenten, het opstellen van een jaarplan, het toezien op de voorbereiding en juiste opvolging van genomen besluiten. Het secretariaat ziet tevens toe op naleving van constitutionele documenten (zoals het Bankstatuut) en het behalen van organisatiedoelstellingen.

 

Integriteit

PwC constateert dat vanaf de oprichting van de CBCS sprake is van diverse openlijke beschuldigingen ten aanzien van de integriteit van individuele leden van de bestuurlijke organen. De integriteit van de leden van de bestuurlijke organen van een Centrale Bank behoort echter, aldus de onderzoekers, boven iedere twijfel verheven te zijn.

“Daar waar serieuze beschuldigingen worden gedaan, dienen deze te allen tijde terstond onderzocht te worden. De reputatie van de Bank lijdt immers onder dergelijke beschuldigingen.” Een toets op integriteit zou dan ook bij de benoeming en herbenoeming van leden van de bestuurlijke organen van de Bank onderdeel van het selectieproces moeten uitmaken, vindt PwC.

 

Bankstatuut

Het Bankstatuut dat de juridische basis voor het functioneren van de bestuurlijke organen van de CBCS vormt, is op onderdelen niet scherp geformuleerd. Hierdoor ontstaat er voortdurende onduidelijkheid en discussie over taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de diverse bestuurlijke organen van CBCS zoals de RvB, de Raad van Commissarissen (RvC) en de vermogensgerechtigden. De onderzoekers bevelen de ministers van Financiën aan het Bankstatuut te laten evalueren en op basis daarvan aan te passen. Gezien de vele discussies hierover binnen de RvC, bevelen de onderzoekers specifiek aan in de evaluatie aandacht te besteden aan een quorumregeling voor de RvC.

 

Beleidskader

Er is in de praktijk, zo stelt PwC, onduidelijkheid ontstaan over de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de RvB en RvC en binnen deze organen over de bevoegdheidsverdeling ten aanzien van transacties in de verschillende beleidsgebieden van de Bank. De onderzoekers bevelen aan voor elk van die beleidsgebieden kaders op te stellen en ter goedkeuring aan de RvC voor te leggen. In die kaders moet niet alleen de doelstellingen van het beleid worden vastgelegd, maar ook de wijze waarop deze worden gerealiseerd. “Het dient duidelijk te zijn welke specifieke transacties binnen dat beleid vooraf aan de RvC ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.”

 

Ministers

De onderzoekers hebben op verschillende punten geconstateerd dat de ministers van Financiën als vertegenwoordigers van de vermogensgerechtigden niet of laat hebben gehandeld. Zo heeft het acht maanden geduurd voordat de eerste zes leden van de RvC benoemd waren. Het zevende lid is pas na benoeming door de president van het Gemeenschappelijk Hof aangesteld.

Ook zijn de ministers in deze functie niet in staat gebleken een vergadering van vermogensgerechtigden te organiseren. “Dit terwijl men al geruime tijd op de hoogte was van het disfunctioneren van de RvC en de mogelijke reputatieschade van de Bank. De vergadering van vermogensgerechtigden is dus niet in staat gebleken de bestuurlijke patstellingen te doorbreken.”

De onderzoekers bevelen de ministers van Financiën in hun rol als vertegenwoordigers van de vermogensgerechtigden van CBCS aan om de komende periode strak de regie te voeren over acties als het evalueren van het Bankstatuut en het heroverwegen en verstevigen van het profiel en de samenstelling van zowel de RvC en de RvB en conclusies te trekken uit de aanbevelingen en daarop gebaseerde maatregelen te treffen. Ook moeten de ministers een zorgvuldige evaluatie en mogelijk herontwerp van de economische en monetaire samenwerking tussen de landen uitvoeren.

Bron: Amigoe

Dit artikel is geplaatst in

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties