32 C
Willemstad
• zondag 26 mei 2024

Extra | Journaal 24 mei 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Thursday, May 23, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 23 mei 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Wednesday, May 22, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...

Extra | Journaal 22 mei 2024

Elke werkdag het laatste nieuws van Extra, nu ook in het Nederlands. Bron: Extra

Democracy now! | Tuesday, May 21, 2024

 Democracy Now! is a national, daily, independent, award-winning news program hosted by journalists Amy Goodman and Juan Gonzalez. Democracy Now!’s War and Peace Report provides our audience...
- Advertisement -spot_img

Amigoe | ‘Opbouw natie bij jeugd’

HomeMediaAmigoe | ‘Opbouw natie bij jeugd’

door Peter Verton

Peter Verton | ‘Opbouw natie bij jeugd’
Peter Verton | ‘Opbouw natie bij jeugd’

‘Jongeren hebben een centrale rol in de ontwikkeling van onze natie. Zij kunnen de natie weer opbouwen tot wat die moet zijn. Daarom moeten ze gekoesterd worden en moet er geïnvesteerd worden in hun toekomst.’ Dit was de kern van de boodschap in de nieuwjaarstoespraak 2015 van premier Ivar Asjes.

Verder werd een ‘nationaal plan voor de ontwikkeling van Curaçao 2030’ aangekondigd, dat zowel de ontwikkeling van de jongere als zijn/haar familie en de wijk moet vergroten om zo meer gedisciplineerde, gezonde en vaderlandslievende jongeren te creëren.

Hoe staat het ervoor met de jongeren, wat doet Curaçao voor hen? Wat moet worden ondernomen om jongeren inderdaad te laten bijdragen aan natievorming? Op deze twee vragen wordt hier een antwoord gezocht. Eerst wordt kort ingegaan op sociaal-culturele verandering die zich voordeed. Daarna richt zich de blik op drop-outs en jeugdwerklozen en hun nieuwe opvoeders.

Vervolgens wordt er stilgestaan bij de inhoud en vorm van educatie en wijkopbouw. Afgerond wordt met het voorstel een Educatiekamer in te stellen, een eerste stap die tot doel heeft bestuur gericht op jongeren en natievorming buiten de politiek te houden. Hier volgt het eerste deel. In volgende edities zullen nog deel twee en drie verschijnen.

Van rechten en plichten naar luxe en lusten

In de tweede helft van de 20e eeuw voltrok zich een ingrijpende sociaal-culturele verandering in de westerse wereld. Die verandering lijkt samen te hangen met een gestage groei in de koopkracht van veel gezinnen. Steeds vaker was er meer te besteden dan alleen het dagelijks brood.

Het voorhanden zijn van anticonceptiva voor eenieder, betekende dat een kind niet langer een geschenk van God was, maar door zijn ouders werd gepland. Van belang is ook de doorbraak van de televisie in nagenoeg alle huiskamers, waardoor welvaart van anderen zichtbaar werd en voorheen onbekende behoeften werden aangewakkerd.

Het gaat enerzijds om veranderingen in het doen en laten van de mensen. Het geboortecijfer is sterk gedaald, het aantal mensen dat alleen woont neemt toe, evenals het aantal echtscheidingen. Gezinnen individualiseren, ze maken zich los van het gezag van de kerk, van de familie waartoe ze behoren en los van de wijk waarin ze wonen. Daarmee wordt steeds minder sociale controle uitgeoefend.

Anderzijds zijn de opvattingen over huwelijk en gezin veranderd. Er is een vrijere moraal, seks voor het huwelijk wordt minder dan vroeger afgewezen, evenmin het hebben van buitenechtelijke relaties.

Normen die vroeger golden, bepalen niet langer het gedrag van vandaag. Het doen en laten van velen wordt meer en meer bepaald door de vraag of het materieel voordeel en het genot van luxe en lusten oplevert.

Opvoeding en ontsporing van jongeren

Op Curaçao daalde het geboortecijfer van 5,12 in 1960 tot 2,13 in 2011. De levensverwachting van mannen en vrouwen steeg van respectievelijk 70,4 en 74,4 in 1960 tot 74,2 en 80,4 in 2011. Van oudsher kende Curaçao relatief veel éénoudergezinnen. Die trend werd door de genoemde ontwikkelingen versterkt.

In de onderlaag van de bevolking staat in circa de helft van de huishoudens een vrouw aan het hoofd, die in veel gevallen overdag werkt. Aan de opvoeding van kinderen wordt in een toenemend aantal gevallen weinig of geen aandacht besteed.

Veel kinderen leren niet meer dat deelnemen aan de samenleving niet kan op basis van free for all. Veel kinderen krijgen de aloude principes van geven en nemen, rechten en plichten niet overgedragen. Zij krijgen daardoor een gebrekkige voorbereiding op het functioneren in een samenleving. Het is niet zo dat iedereen de afbrokkeling van de oude maatschappelijke indeling en samenhang en het verdwijnen van de overtuigingen van ouders en grootouders gelaten over zich heen heeft laten komen.

Er zijn zeker nog groepen mensen bij welke de kerk, de familie en de wijk de functie van vroeger hebben. Daarnaast zijn in de afgelopen decennia nieuwe religieuze bewegingen, zoals die van de Zevendedags-adventisten, de Jehova Getuigen en de Pinkstergemeente, sterk gegroeid in ledental.

Het lidmaatschap van deze religieuze bewegingen wordt veelal gezien als een strategie om greep te krijgen op situaties waarin de zekerheid van vaste overtuigingen en sociale cohesie ontbreekt. De leden treden als het ware toe tot een extended family nieuwe stijl.

Desondanks geldt dat het vervagen van normen en het veranderen van mentaliteit in de hele westerse wereld actueel is. Het openbaart zich in veel gevallen doordat jongeren ontsporen en de maatschappij de rug toekeren.

Bij het zoeken naar oplossingen heeft men in de eerste plaats te maken met het feit dat de ontsporing van jongeren veelal plaatsvindt in de wijk en op school.

Achterstandswijken, drop-outs en jeugdwerklozen

Van de 123 wijken op Curaçao zijn er door het Centraal Bureau voor de Statistiek 55 gekenmerkt als achterstandswijk en 34 als welstandswijk. In achterstandswijken wonen veel alleenstaanden met een inkomen onder de armoedegrens, het opleidingsniveau is lager dan gemiddeld, het aantal schoolgaande kinderen is onder het gemiddelde, de werkloosheid erboven, dit in tegenstelling tot de welstandswijken.

Achterstandswijken herbergen drop-outs en jeugdwerklozen. Het aantal drop-outs, het percentage van de niet-schoolgaande bevolking ouder dan 15 jaar dat geen diploma bezit van voortgezet onderwijs, is de afgelopen decennia teruggelopen van 50,3 procent in 1992, via 41,8 procent in 2001 tot 35,5 procent in 2011.

De jeugdwerkloosheid is niet teruggelopen, maar zelfs enigszins toegenomen: in 1990 beliep die 35,8 procent, in 2001 33,8 procent en in 2013 was 37 procent van de jongeren werkloos. Drop-outs en jeugdwerklozen kunnen hun best doen om alsnog een kans te verwerven op werk en inkomen.

Er zijn instanties en instellingen die met name door ‘werkend leren’ en door sociale vorming proberen deze groepen weer aan boord van de maatschappij te trekken. Drop-outs en jeugdwerklozen kunnen zich ook afkeren van de maatschappij door niet te streven naar werk en inkomen en wel in drugsgebruik en/of criminaliteit te belanden.

Bij inspanningen die erop gericht zijn jeugdigen te behoeden voor ontsporen, wordt de sociale controle die voorheen in de kerk, het gezin en/of de wijk werd uitgeoefend voor een belangrijk deel opgedragen aan het onderwijs, de politie en aan diverse instellingen van maatschappelijke zorg. Deze nieuwe opvoeders moeten trachten scholieren in de schoolbanken te houden en jongeren aan het werk te krijgen.

Het is de overheid die de maatregelen moet nemen om de nieuwe opvoeders in staat te stellen hun taak te verrichten. Hoe staat het er op Curaçao voor met de nieuwe opvoeders? Nieuwe opvoeders in onderwijs en politie?


Onderwijzers die niet kunnen onderwijzen

In het onderwijs is al decennialang vernieuwing aan de orde, maar over de aard van de vernieuwing, met name de instructietaal, konden overheid, schoolbesturen, ouderverenigingen en vakbonden het lange tijd niet eens worden. Intussen is een groot deel van het lesmateriaal verouderd, is het onderwijzerskorps aan het vergrijzen en ontbreekt het veel leerkrachten aan motivatie om de nieuwe generatie met aandacht te onderwijzen.

Paul de Rooy heeft een carrière in het onderwijs achter de rug. Hij is geboren op Curaçao en 64 jaar oud. In 1971 begon hij als onderwijzer op de Trupial School, een school voor moeilijk lerende kinderen destijds in de Wageningenstraat. In 1980 is hij opgeklommen tot inspecteur voor het basis- en speciaal onderwijs en in 2000 werd hij, onder minister Stanley Lamp, eerst waarnemend en later directeur van het Ministerie van Onderwijs van de Nederlandse Antillen.

In 2010 is De Rooy met pensioen gegaan.

“Goed onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de onderwijzers. Er stromen tegenwoordig onderwijzers binnen die niet adequaat zijn opgeleid. Men heeft de toelatingseisen versoepeld zodat behalve studenten met Havo – die een theoretische achtergrond hebben – ook studenten met een praktische opleiding van het SBO worden toegelaten.

Deze docenten hebben onvoldoende achtergrond om leerlingen lezen, taal en rekenen bij te brengen. Daarnaast werden binnen de onderwijzersopleiding voorheen verschillende richtingen didactiek gedoceerd: vakdidactiek lezen, rekenen, Nederlandse taal.

Nu heeft men dat afgeschaft en is er general teaching volgens het principe ‘one size fits all’ voor in de plaats gekomen. Er komen daarmee onderwijzers voor de klas die niet geleerd hebben de leerlingen te onderwijzen.”

Papiamentu ta bai skol


De Rooy vervolgt:

“Begin jaren tachtig onder minister Jack Veeris en in samenwerking met de Sitek, die toen veel MAN-stemmers onder haar leden telde, moest hals over kop Papiamentu worden ingevoerd als instructietaal. ‘Papiamentu ta bai skòl’ was de slogan. ‘Maar wel met jas en das’, heb ik toen in de krant geschreven, want de school was er niet klaar voor. Er was geen vastgestelde spelling, er waren geen opgeleide leerkrachten, geen leermiddelen, toch moest en zou het doorgaan. Papiamentu werd pas in 2008 een officiële taal met een spelling en grammatica.

Onderwijsvernieuwing heeft bakken met geld gekost, waarvan heel weinig bij de leerling is terechtgekomen. Dit Nederlandse geld werd voor een groot deel door Nederlandse consultants besteed aan theoretische projecten.

Onderwijsvernieuwing had gestalte moeten krijgen met experimenten die geëvalueerd worden zodat bijsturing kan plaatsvinden. Vernieuwingen werden zonder experiment zo ingevoerd. De Landsverordening Funderend Onderwijs werd in 2008 aangenomen.

Het ontbreken van doordacht overheidsbeleid op het gebied van vernieuwing werd opgevangen door de schoolbesturen die met hun daadkracht en creativiteit de onderwijszaak bij elkaar wisten te houden. Ten slotte heeft men de vangnetten van voorheen afgeschaft.

Vroeger fungeerden scholen als de LTS, de huishoudschool, de ETAO als vangnetten voor leerlingen die het niet bolwerkten op Havo en of Mavo. Als leerlingen nu niet meer mee kunnen op Havo of SBO worden ze drop-out omdat ze niet naar een opleiding van een wat lager niveau meer kunnen.

De onderwijsvernieuwing heeft er zo aan bijgedragen dat het aantal drop-outs nog steeds ruim eenderde beslaat. Gezien de kwaliteit van de onderwijzers die voor de klas komen, is het twijfelachtig of onderwijzers als nieuwe opvoeders kunnen optreden.

Geen wijkteams door geldgebrek

Kan de politie gaan fungeren als nieuwe opvoeder? Bij het politiekorps heeft men in de loop der tijd de aanstellings- en opleidingseisen verlaagd om maar voldoende agenten van eigen bodem te kunnen recruteren.

Broek wijst erop dat de leuze ‘awor nos ta manda’ (nu zijn wij aan de macht) later werd aangevuld met ‘nos mes por’ (wij kunnen het zelf) en dat het denken achter deze leuze leidde tot genoegen nemen met minder, om toch maar niet om hulp bij een ander te hoeven vragen.

Bij de politie lijkt handelen dat steunt op de nos-mes-por-gedachtegang tot ernstige gevolgen te hebben geleid. Al in 1981 werd bij een onderzoek melding gemaakt van onder andere teruglopende discipline, sterk teruglopende effectiviteit van de recherche, mankementen bij de leiding en sterk toenemende ontevredenheid onder het lagere personeel.

In de loop van de jaren negentig is aan reorganisatie gewerkt. De rechtspositie van de politieambtenaren is daardoor verbeterd. Voor wijkteams bleek echter geen geld en onvoldoende materieel te zijn. Terwijl wijkteams nu juist de functie van nieuwe opvoeders op zich hadden kunnen nemen.

Uit recent onderzoek verricht door het Opleidingsinstituut Rechtshandhaving & Veiligheidszorg blijkt dat er in de wijken grote behoefte is aan ‘sociale politie’, die hulp verleent in plaats van politie die alleen repressief te werk gaat. Er is dus zeker behoefte aan politie als nieuwe opvoeder.

‘Un bon pais tin bon polis’

De politie is als enige in de samenleving gerechtigd tot het legitiem gebruik van geweld. Politieagenten verkeren dus in de bijzondere positie dat zij bij de uitoefening van hun taak, indien noodzakelijk, wapens mogen gebruiken. Van die bijzondere bevoegdheid is nogal eens misbruik gemaakt.

Leden van het narco-team gingen zelf cocaïne smokkelen, een rechercheur schoot met zijn dienstwapen zijn vrouw (een politieagente) dood, politieagenten die verdacht werden van de moord op twee Venezolanen stichtten een brand om zo bewijsmateriaal te vernietigen.

In maart 1999 werd bekend dat in de periode van vijftien jaar daaraan voorafgaand 45 politieagenten werden veroordeeld, disciplinair gestraft, en/of voorgedragen voor ontslag. In september 1999 werd een commissie ingesteld die corruptie binnen de politie moest onderzoeken.

‘De commissie heeft een door interne problemen geteisterd en verzwakt politiekorps aangetroffen’, zo luidt de algemene conclusie van het onderzoek. Als een belangrijke oorzaak wordt genoemd gebrek aan toezicht en controle van hogerhand.

Het instellen van dat onderzoek heeft tot een zekere sanering binnen het korps geleid. Het heeft de meerderheid van eerlijke politiemensen een hart onder de riem gestoken.

De politie op Curaçao doorloopt nu een proces om zelf een evenwichtige organisatie te worden. Pas na afronding daarvan kan zij misschien een taak als nieuwe opvoeder op zich nemen.

Dit artikel is geplaatst in

Geef een reactie

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Zoeken

Recente reacties