AD | IFS-sector trekt onjuist beeld recht

Curaçao ‘staat’ voor transparantie, compliance en substance | Extra

Willemstad – Het ministerie van Financiën, met Kenneth Gijsbertha (MAN) als minister aan het roer, en de belangenvereniging Curaçao International Financial Services Association (Cifa) ‘staan’ – als het gaat over het Land Curaçao als financieel dienstencentrum – voor: ,,Transparantie, compliance en substance, en dit als resultaat van 25 jaar inspanningen.”

Hoewel niet vermeld in een zondag uitgestuurde gezamenlijke verklaring, moet dit waarschijnlijk worden gezien als een reactie van IFS-sector (international financial services) en Financiën op het optreden en de vaak naïeve vragen/suggesties – waaruit een groot gemis aan kennis blijkt – van de ondervragingscommissie Fiscale constructies van de Tweede Kamer vrijdag, toen ceo Gregory Elias van United Trust werd gehoord.

Bijna ten einde raad gaan ze wel héél ver terug in de tijd en komen vervolgens met chronologisch overzicht van talloze wetswijzigingen en getroffen acties, om aan te tonen dat Curaçao wilt voldoen aan de internationale regels en richtlijnen: ,,Curaçao heeft reeds vanaf 1993, als onderdeel van de Nederlandse Antillen, de vereiste maatregelen genomen om enerzijds in wereldwijde samenwerking te komen tot het uitbannen van internationaal fiscaal schadelijke regimes en anderzijds tot het bestrijden van witwaspraktijken, ongebruikelijke transacties en financiering van terrorisme”, aldus een communiqué van Cifa en ministerie.

,,Curaçao – zowel de overheid, Cifa, Centrale Bank CBCS en alle stakeholders – spant zich al jaren en blijft zich actief inspannen om te blijven voldoen aan alle internationale criteria van onder meer de Oeso en de Europese Unie inzake het bestrijden van schadelijke belastingregimes en te zorgen dat het zich blijft ontwikkelen en positioneren als solide en dienstbaar financieel centrum.” Cifa en minister benadrukken dat het huidige rulingbeleid van Curaçao ‘is gebaseerd op en in lijn met de Nederlandse praktijk’.

,,De wetgeving kenmerkt zich door dezelfde faciliteiten die ook Nederland kenmerken, zoals de deelnemingsvrijstelling, fiscale eenheid, een vrijgestelde beleggingsinstelling (die niet in aanmerking komt voor verdragstoepassing) en een op individuele basis geschoold ATR/APA-rulingbeleid.” Dit laatste staat voor: Advanced Tax Ruling (ATR) of een Advanced Price Agreement.

Het eiland heeft, zo zijn particuliere sector en publieke sector eens, de laatste kwart eeuw ‘zowel in de wet- en regelgeving als in de uitvoeringspraktijk’ steeds maatregelen genomen om te blijven voldoen aan de internationale normen van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), de Europese Unie (EU), de Financial Action Task Force (FATF) en de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF).

Historisch overzicht van inspanningen

In de persverklaring van Cifa en ministerie van Financiën een historisch overzicht van alle inspanningen van Curaçaose overheid en Cifa: Witwassen van geld, melding ongebruikelijke transacties en bestrijding financiering terrorisme Curaçao heeft zich als lid aangesloten bij de CFATF en voldoet aan de richtlijnen van de FATF. Daartoe werden reeds in 1993 de eerste stappen gezet.

Nadien werd de benodigde wetgeving telkens aangepast en uitgebreid teneinde te voldoen aan de wens om samen met andere lidstaten van de FATF witwassen, terrorismefinanciering en andere bedreigingen van het internationaal financieel stelsel te bestrijden. De volgende maatregelen werden in de loop der jaren genomen.

1993

In dit jaar trad de Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld (P.B. 1993, no. 52) in werking. Deze landsverordening werd in 1997 aangepast aan nieuwe richtlijnen van de FATF.

1997

In dat jaar wordt de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties (P.B. 1996, no. 21) ingevoerd. Curaçao houdt internationale ontwikkelingen en de richtlijnen van de FATF nauwlettend in de gaten. Zo heeft Curaçao in 2001, 2009 en 2015 voornoemde Landsverordening gewijzigd om steeds te blijven voldoen aan de nieuwe richtlijnen van de FATF. In hetzelfde jaar trad tevens de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening (P.B. 1996, no. 23) in werking. Ook deze wet werd in 2009 en 2015 gewijzigd in navolging van nieuwe richtlijnen van de FATF. Curaçao voldoet ook op dit onderdeel volledig aan de richtlijnen van de FATF.

1999-2001

In overleg en samenwerking met Nederland werd in de jaren 1999-2001 het oude offshore-regime, dat zich kenmerkte door ring-fencing, afgeschaft en werd het Nieuw Fiscaal Raamwerk (NFR) ingevoerd, een belastingstelsel met kenmerken die bekend zijn uit Oeso-landen, waaronder Nederland en Luxemburg, zoals de deelnemingsvrijstelling en de fiscale eenheid. Het oude offshore-regime mocht voor toen reeds gevestigde bedrijven in stand blijven tot en met 2019.

Deze periode is nu bijna voorbij en het offshore-regime is dan geheel uitgebannen.

2002

In 2002 trad de Landsverordening aanmeldingsplicht van grensoverschrijdende geldtransporten P.B. 2002, no. 74) in werking, die regelt dat grensoverschrijdend vervoer van liquide middelen van meer dan 20.000 gulden (circa 10.000 euro) moeten worden gemeld bij de douane.

Dit was mede het gevolg van het feit dat in 2013 nieuwe wetgeving was geïntroduceerd ten aanzien van het beschikbaar hebben van uiteindelijk begunstigden en dat ten tijde van de Peer Review die kort daarna plaatsvond, de Global Forum van oordeel was dat de effectiviteit van deze nieuwe wetgeving op dat moment van de Peer Review nog niet kon worden beoordeeld.

2006

Op aanwijzing van de Code of Conduct Group van de Europese Unie (de Primarolo-groep), werd in 2006 het reeds jaren bestaande rulingbeleid afgeschaft en de belastingpraktijk op dit punt in lijn gebracht met de eisen van de Code of Conduct Group.

In navolging van Nederland werd het mogelijk om op individuele basis een Advanced Tax Ruling (ATR) of een Advanced Price Agreement (APA) te vragen aan de belastingdienst.

2002 – 2016

De Oeso kwam in 2002 met het plan om internationale samenwerking en inlichtingenuitwisseling te bevorderen door middel van Tax Information Exchange Agreements (TIEA). Curaçao was een van de voorlopers en sloot in hetzelfde jaar een TIEA met de Verenigde Staten (Tractatenblad 2002, no. 102) dat in 2007 in werking trad.

In de jaren daarna werden diverse TIEA’s gesloten met onder meer Australië (inwerkingtreding 2007), Spanje (2010), Canada, Mexico, Nieuw-Zeeland en Zweden (2011), Frankrijk (2012) het Verenigd Koninkrijk (2013) en Argentinië (2016).

2013

Naar aanleiding van de Phase 1 Peer Review van de Global Forum werden in de wetgeving van Curaçao uitgebreide bepalingen opgenomen ten aanzien van onder meer identificatie van uiteindelijk begunstigden, internationale inlichtingenuitwisseling en verbeterde transparantie (P.B. 2013 no. 50).

2014

In december 2014 werd ten behoeve van Curaçao een verdrag getekend tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten ten behoeve van de uitwisseling van gegevens in het kader van de Amerikaanse Fatca- wetgeving. Curaçao heeft daartoe inmiddels een portal ingevoerd door middel waarvan lokale financiële instellingen de benodigde gegevens kunnen uitwisselen met de VS.

Curaçao heeft zich tevens toegewijd aan de implementatie van de Common Reporting Standard (CRS) van de Oeso waarbij informatie over belastingplichtigen met circa 100 andere landen zal worden uitgewisseld. Curaçao participeert in Common Reporting Standard in de zogeheten Second Wave. Dezelfde portal dat gebruikt wordt voor Fatca zal derhalve ook met ingang van 2018 gaan functioneren ten behoeve van de uitwisseling in het kader van de Common Reporting Standard van de Oeso.

2016

Per 1 januari 2016 trad de nieuwe Belastingregeling tussen Nederland en Curaçao (P.B. 2015, no. 61) in werking op basis waarvan de voordelen van de regeling ten aanzien van de dividendbelasting beperkt worden tenzij sprake is van een relevante substance in Curaçao. Deze substance-vereisten zijn evenals in de lokale fiscale wetgeving geheel in lijn met de nieuwste internationale ontwikkelingen zoals deze ook volgen uit de nieuwe richtlijnen die voortvloeien uit het Base Erosion and Profit Shifting (Beps)-project van de Oeso.

2017

Op 1 januari 2017 werd in Curaçao wetgeving ingevoerd ten aanzien van zogeheten transfer pricing (P.B. 2016, no. 37). Deze wetgeving geeft uitvoering aan de richtlijnen van het voornoemde Beps-project op dit punt. Op basis van deze wetgeving zullen lokale bedrijven in hun administratie documentatie moeten opnemen ter zake van de zakelijkheid van transacties die worden aangegaan met verbonden lichamen.

Curaçao International Financial Services Association (Cifa) en het ministerie van Financiën concluderen daarom: Curaçao heeft dus al in 1993 de eerste stappen gezet om de integriteit van haar financiële sector en haar reputatie als Internationaal financieel centrum hoog in het vaandel te houden. Daartoe zijn in de loop der jaren diverse maatregelen genomen en is de benodigde wetgeving in werking getreden.

Curaçao volgt ook nauwlettend de aanwijzingen van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) en heeft het meest recent op 12 mei 2017 de handhaving van de toepassing van de Sanctieregeling Jemen gepubliceerd (P.B. 2017, no. 46). Op het terrein van bestrijding van witwassen, terrorismefinanciering en andere bedreigingen van de integriteit van de financiële sector voldoet Curaçao derhalve aan de huidige internationaal geldende normen. Ring-fencing, transparantie en voorkoming van het gebruik van schadelijke belastingregimes Curaçao is tevens lid van het Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes (Global Forum) en is op basis van de Phase 2 Peer Review aangemerkt als ‘partially compliant’.

Curaçao heeft nimmer een bankgeheim gekend

Curaçao heeft nimmer een bankgeheim gekend en heeft zich reeds vanaf 2002 ingezet om verdragen te sluiten in het belang van internationale inlichtingenuitwisseling en voorkoming van dubbele belasting. Gedurende de jaren werd wetgeving ingevoerd gericht ter bevordering van ‘substance, transparantie, inlichtingenuitwisseling’ en de beschikbaarheid van afdoende informatie ten aanzien van uiteindelijk gerechtigden van op Curaçao gevestigde rechtspersonen.

Met ingang van 2017 stelt Curaçao in overeenstemming met de nieuwe internationale criteria eisen aan documentatie over de zakelijkheid van transacties tussen verbonden lichamen. De Belastingdienst voert boekenonderzoeken uit en houdt toezicht op de aanwezigheid van de benodigde relevante substance voor bedrijven die in Curaçao een onderneming drijven.

De Kamer van Koophandel houdt toezicht op het naleven van de verplichting dat in Curaçao gevestigde rechtspersonen een of meer lokale vertegenwoordigers moeten hebben.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *