Pilotproject Engelstalige school | Antilliaans Dagblad

Susan Larmonie-van Heydoorn, beleidsdirecteur bij OWCS

Willemstad – Er komen pilotscholen met het Engels als instructietaal, het praktisch ambachtsonderwijs komt terug, er zal meer gedigitaliseerd worden en er wordt geëxperimenteerd met de verlengde schooldag.

Een greep uit de vernieuwingen die het onderwijs te wachten staan als het aan de huidige regering en beleidsmakers ligt. Dat blijkt uit het programma deze week waarbij de overheid informeert en dat dit keer specifiek ging over het ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport (OWCS).Prangende vraag is natuurlijk hoe dit alles gefinancierd gaat worden.

Eugene Rhuggenaath in zijn hoedanigheid van minister van OWCS stelt: ,,Er is 46 miljoen gulden minder beschikbaar voor het hele ministerie. Dat is een uitdaging, maar tegelijkertijd een kans om efficiënter te gaan werken binnen het hele ministerie. Wat betreft het onderwijs garandeer ik dat er niet dusdanig gekort wordt dat we niet meer kunnen voldoen aan de vereisten van de wet. Ook wordt er niet gekort op de subsidie van materialen die scholen nodig hebben en ook niet op personeelskosten.”

Het programma begon met te stellen dat er een Onderwijsagenda gereedligt waarin het beleid uitgeschreven staat. ,,Niet dat het wiel opnieuw uitgevonden is, maar het is een plan waarin wel alles bij elkaar gebracht is van al eerder beschreven initiatieven en projecten en in overleg met alle stakeholders”, zo licht Susan Larmonie-van Heydoorn, beleidsdirecteur bij OWCS nader toe. De agenda gaat uit van een holistische visie waarbij zo veel mogelijk actoren uit de samenleving bij het onderwijs betrokken worden. Niet alleen kinderen, leerkrachten en hun ouders, maar ook andere ministeries, het bedrijfsleven, de wijken en bijvoorbeeld instanties als de Kamer van Koophandel (KvK). Verder is het niet de bedoeling dat het kind alleen intellectueel gevormd wordt, maar dat er meer aangesloten wordt bij andere talenten van het kind. Om dit te bereiken wordt gewerkt aan een nieuw curriculum en eindtermen. Het praktisch onderwijs begint overigens niet na het basisonderwijs, maar al in het basisonderwijs, zo is uit de doeken gedaan.

In het programma is verder gesproken over de vrije toegankelijkheid van scholen. Volgens de panelleden – onder wie Lizette Sambo-Velder, sectordirecteur Cultuur en Sport en Wladimir Kleinmoedig, sectordirecteur Onderwijs en Wetenschap – mag er geen verschil zijn en wordt het onderwijs dusdanig ingericht dat de brede schouders meer zullen bijdragen en de minvermogenden minder of niet. Maar, zo stelt Kleinmoedig, veel hangt af van de participatie van ouders. Als er meer betrokkenheid is van ouders, en dat hoeft niet alleen financieel te zijn, en van bedrijven en instellingen waar die ouders bijvoorbeeld werken, dan kan dat een grote positieve bijdrage zijn voor de school.

Sambo-Velder haakt hierop in: ,,De sport- en cultuuractiviteiten die vaak buiten schooltijd plaatsvinden moeten aansluiten bij het onderwijs, maar er moet ook samenwerking zijn met andere ministeries en instanties. Zo is er nu een samenwerking met het ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN) wat betreft landbouw. Op sportterreinen wordt ook deels landbouw bedreven. Gezond eten en sporten gaan hand in hand. Kinderen worden zo bij de landbouw betrokken en de opbrengsten kunnen weer gebruikt worden voor onderhoud van de sportterreinen.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *