Column Zambesi revisited | Over een foute arbiter en toedekken van onwelriekende zaken (14)

Column door dr. Jose M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia

Over een foute als arbiter bijklussende rechter en het verzwijgen en toedekken van onwelriekende zaken. Ik deel de communis opinio dat de meeste rechters integere functionarissen zijn die hun functie naar eer en geweten uitoefenen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat er een minderheid is onder de rechters die bereid is grof misbruik te maken van hun ongecontroleerde macht.

De mening dat de meeste rechters integere functionarissen zijn, wordt niet door iedereen gedeeld. Een bekende medestrijder tegen “kromspraak” stelt met verwijzing naar de zegswijze ”wie zwijgt, stemt toe”, dat alle tot die minderheid behorende rechters bij de rechtbanken bekend zijn, maar geen enkele rechter of rechterlijke organisatie het zal wagen actie tegen die foute collegae te ondernemen.

Het standpunt van de vermelde medestrijder komt erop neer dat als rechters hun foute collegae dekken, ook zij in strijd met het fundamentele beginsel van onkreukbaarheid handelen.

Ik vind dat er veel voor dat standpunt valt te zeggen.

Dat standpunt lijkt bovendien te worden bevestigd door het optreden van de Raad voor de Rechtspraak. Die Raad lijkt vooral bezig te zijn met het schoonvegen van het eigen stoepje door elke kritiek op individuele rechters af te wijzen met een verwijzing naar de in de grondwet vastgelegde onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

Men zou van deze organisatie veeleer verwachten dat het op een zichtbare wijze afstand neemt van de rotte appels in de mand. Maar niets lijkt minder waar.
De Raad voor de Rechtspraak (RvdR) is de liegende rechter Westenberg financieel blijven ondersteunen in zijn kruistocht tegen een bekende slachtoffer van kromspraak; ook toen het voor iedereen met een modale intelligentie duidelijk was dat Westenberg gewoon aan het liegen was. Het had er meer dan de schijn van dat de RvdR met het voortzetten van de financiële ondersteuning van Westenberg zijn poging om zijn slachtoffer kapot te procederen ondersteunde.

Toen het recht uiteindelijk toch zegevierde, was het niet de liegende rechter Westenberg, maar de belastingbetaler die mocht opdraaien voor de vele tonnen die de RvdR aan de juridische ondersteuning van mr. Westenberg had uitgegeven.

Dit is een niet te ontkennen voorbeeld van hoe de rechterlijke macht misbruik maakt van haar macht en daar mee wegkomt. Maar het is ook een klassiek voorbeeld van klassenjustitie. Ongehoord dat een persoon met geld uit de staatskas in staat wordt gesteld, met een door hem zelf aangewezen peperdure advocaat, zonder enige controle van geldschieter (de overheid) aan de slag kan gaan. En toen uiteindelijk bleek dat deze rechter een ordinaire bedrieger was, mocht hij in plaats van verantwoording af te leggen voor zijn verwijtbaar optreden, stilletjes met vervroegd pensioen gaan.

Uit een op 31 augustus 2002 in het dagblad Trouw gepubliceerd artikel van mr. Paul Ruijs getiteld “Hoe partijdig is de rechter? ”, blijkt dat rechters zich in die tijd niets maar dan ook niets aantrokken van de negatieve gevolgen van de verschillende petten die zij door hun nevenfuncties op hadden. Ik verwijs naar een voorval dat in het opgemeld artikel van Ruijs is beschreven en die door haar bizarheid de media heeft gehaald.

………………..’Wereldberoemd’ in juridisch Nederland werd de Ohra-zaak uit 1991. De advocaat van de verzekeraar, mr. Elzas, was niet alleen tevens raadsheer in het Arnhemse gerechtshof dat zijn zaak tegen de heer Rem behandelde, maar trof bij die behandeling zijn oud-kantoorgenoot Van der Grinten als rechter aan. Om niets aan het toeval over te laten zat vice-president Lion, die een betaalde nevenfunctie bij Ohra had, de zaak voor. Dat de derde raadsheer getrouwd was met een juist daarvoor opgestapte advocate van hetzelfde kantoor als dat van Elzas zal geen afbreuk hebben gedaan aan het grenzeloze vertrouwen dat Ohra in de onafhankelijkheid van de Nederlandse rechter stelde. Geheel volgens plan en aankondiging(!) won Ohra deze zaak………………………

Maar sterker nog, Ohra had van tevoren aangekondigd dat ze in hoger beroep zouden winnen. Dit kon natuurlijk niet en dat snapte iedereen zodat Ohra na het gewonnen appèl en de publicitaire verontwaardiging daarover toch maar uitbetaalde om verdere publiciteit rond een cassatieprocedure te voorkomen.

Uit het op 18 november 2019 in Risk & Compliance gepubliceerd interview van Michel Klompmakers met Paul Ruijs kan worden opgemaakt dat de wetgever zich na deze uitwassen gedwongen voelde om iets aan deze juridische misstanden te doen. Onder leiding van de toenmalige minister van justitie Winnie Sorgdrager werd in 1997 een wet van kracht waarin rechters werden verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken.

Maar papier lijkt bij rechters nog geduldiger te zijn dan bij “gewone mensen”. Want het blijkt dat er tot op de dag van vandaag genoeg rechters zijn die de instructie die hun verplicht melding te maken van hun nevenwerkzaamheden, gewoonweg aan hun laars lappen. Deze rechters overtreden dus doelbewust de wet.

De wetgever moet van wege de door haar in de grondwet vastgelegde onafhankelijkheid van de rechter soms gedwee aanvaarden dat de rechter hun soms (terecht) de les leest. Maar de wetgever meent van wege de door haar in diezelfde in de grondwet vastgelegde onafhankelijkheid van de rechter, machteloos te moeten toezien dat rechters de wetten gewoon aan hun laars lappen. Het heeft er dus alle schijn van dat er in de Trias Politica geen sprake is van gelijkheid van machten, maar dat de rechters de baas zijn.

De verplichting van rechters om nevenfuncties op te geven, is in de wet vastgelegd, maar heeft nog steeds er niet toe geleid dat rechters die doelbewust hun nevenfuncties verzwijgen worden aangepakt.

Waar deed mij het bizarre Ohra verhaal aan denken……..? Precies! Aan advocaat mr. Ruben D die niet schroomde om van de daken te roepen dat “ik er beter aan deed mij bij de zaken neer te leggen; ik zou de zaak tegen hem toch nooit kunnen winnen”. Een zaak niet kunnen winnen van een advocaat die eerder van wege fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf was veroordeeld en nu weer in de fout was gegaan? Dat leek mij een gelopen race. Het ging toch om een zaak waarvan onweerlegbaar was aangetoond dat hij via knip- en plakwerk een akte had gemanipuleerd…..?!

De braniepraat van mr. Ruben D kwam mij, die toen nog steeds geloofde in de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters als onwerkelijk en onwezenlijk voor.

Maar mr. Ruben D werd tot mijn absolute verbijstering wél in het gelijk gesteld; hij en zag zijn “gelijk” zelfs tot in hoger beroep bevestigd.

Ik worstel nu met de vraag of ik mr. Ruben D heb onderschat of de bereidheid van de rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Caribisch Nederland (GHvJ) om zich te houden aan de beginselen van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit, heb overschat.

Feit is dat de rechters van het GHvJ in hun mateloze ijver om hun frauduleuze bloedbroeder mr. Frans V uit de wind te houden, een staaltje kromspraak hebben afgegeven waar de door de Nederlandse rechters zo bekritiseerde rechters in Polen en Hongarije een puntje aan kunnen zuigen.

Misschien dat ze in de Centraal Afrikaanse Republiek wel gelijkgezinde collegae kunnen aantreffen, die begrip opbrengen voor hun inzet om een foute collega ten koste van een recht zoekende klager uit de wind te houden.

Ik zal aantonen dat de rechters van het GHvJ in deze zaak met voorbij zien aan alle beginselen van onpartijdigheid en onkreukbaarheid, een onvervalst staaltje juridische acrobatiek ten beste hebben gegeven. Die rechters hebben aangetoond dat zij – indien daartoe genoodzaakt – bereid zijn te “bewijzen” dat de aarde plat is.

Ik vraag me dan ook soms af of de consigliere achtige advocaat mr. Ruben D, meer weet van de rechters van het GHvJ. Want zo als deze eerder voor fraude tot een gevangenisstraf veroordeelde advocaat in deze op de klippen gelopen arbitrage zaak door de rechters van het GHvJ is gepamperd, laat zich moeilijk beschrijven. Deze advocaat leek de rechters in zijn zak te hebben. Niet alleen de als arbiter bijklussende rechter mr. Frans V die hij met ik weet niet met wat voor beloften had “omgepraat” en tot zijn levende buiksprekerspop had gemaakt.

Deze consigliere achtige advocaat heeft ook gehakt gemaakt van mijn raadslieden en kon ongestoord zijn frauduleuze besluiten dwingend aan de rechters ter uitvoering opleggen. De doodsangst van advocaten voor rechters heeft daar uiteraard wel een rol bij gespeeld.

Mr. Ruben D had niet gebluft. Hij wist net als zijn Italiaanse collegae consiglieri, waar Abraham zijn voor speciale gelegenheden gereserveerde mosterd haalde.

De vraag die ik in deze columns aan de orde stel, is of je met de beschreven onvervalste en onweerlegbare voorbeelden van corruptie tot de zoveelste macht, ook bij de hoogste rechter wegkomt. En met de hoogste rechter bedoel ik niet God maar de rechters van het Europees Hof voor de rechten van de mens.

Het valt niet te ontkennen dat de rechters van het GHvJ alle kromspraak uit de kast hebben gehaald om hun foute collega mr. Frans V te “redden”. Want die rechters hebben ondanks dat zij in mijn zeer uitgebreide verweerschriften hebben gelezen, hoe sluw, geniepig en doortrapt consigliere mr. Ruben D met een door hem gemanipuleerde akte was opgetreden, hij toch van alle blaam werd gezuiverd.

Laat ik het ronduit zeggen: ONMOGELIJK dat de rechters van het GHvJ het door mr. Ruben gepresenteerde vod voor een authentieke akte hebben aangezien. Als dat zo is, moeten die rechters per omgaande naar een oogarts of een psychiater worden verwezen.

Maar laten we niet op de zaak vooruitlopen, maar mr. Ruben D vanaf het begin op de zoektocht volgen die hem uiteindelijk naar de door hem voor zijn zaak geschikte rechter heeft geleid.

Mr. Ruben D is zeer systematisch te werk gegaan. Hij begon met op zoek te gaan naar een rechter die aan de kwalificaties voldeed om als ”zijn” arbiter op te treden. Hij kwam in die zoektocht uit bij de op Bonaire gevestigde rechter commissaris mr. Frans V, die in ongeveer diezelfde periode bij een lopend strafrechtelijk onderzoek betrokken was. Het was mr. Frans V gelukt dat strafrechtelijk onderzoek aan een zodanig korte tijd te binden dat het vakkundig werd getorpedeerd. Dit althans naar de in opperste verontwaardiging geuite mening van mr. LM (Mario) Angela. De toentertijd als officier van Justitie op Bonaire werkzame mr. Angela is inmiddels Advocaat-generaal op Curaçao. Dus zo verkeerd zal hij het toentertijd handelen van mr. Frans V niet hebben ingeschat.

Consigliere Ruben D wist meteen in rechter mr. Frans V de persoon te hebben gevonden die exact aan zijn integriteitsnorm voldeed. Hij slaagde er dan ook zonder al te veel moeite in, om mr. Frans V “om te praten” en voor zijn zaak te winnen.

Na het bereikte akkoord, werd mr. Frans V door mr. Ruben D zonder veel omhaal van woorden het arbitrageproces ingeparachuteerd. Dit uiteraard tegen alle procedurele regels in en met slechts een “verklarend” briefje dat niet anders was dan een schoolvoorbeeld van valsheid in geschrifte.

Arbiter mr. Frans V had alle begrip voor het plannetje van zijn opdrachtgever om in plaats van de formele akte (bijlage 1a), stiekempjes een gemanipuleerde akte (bijlage 1b) als leidraad voor het door hem te leiden arbitrageproces te gebruiken.

“Ach” zo zal mr. Frans V hebben geredeneerd: “het is maar een bescheiden ingreepje. Alleen de enige solvente wederpartij (de VOF) wordt aan de akte onttrokken. Als de andere partij daar niet mee eens was, moesten ze maar protesteren”.

Maar dat de enige solvente partij aan het arbitrageproces was onttrokken, is gedurende het hele twee jaar durende arbitrageproces, nooit ter sprake gekomen; In tegendeel, dat werd vakkundig geheim gehouden.

Och dat akkevietje met die akte dat was volgens arbiter mr. Frans V maar klein bier; het grote werk zou volgens hem nog moeten beginnen. De “omgeprate” mr. Frans V meende zich niet alleen tot de vervalste akte te moeten beperken, maar het onderste uit de kan te halen om zijn opdrachtgever zo tevreden mogelijk te stemmen.

Mr. Frans V heeft zich gedurende het door hem geleide arbitrageproces dan ook niet laten intomen, maar de een na de ander het zij partijdige, foute of ronduit corrupte besluiten afgegeven. Consigliere mr. Ruben D en zijn cliënten konden tevreden terugkijken op wat zij meenden een “mission completed” te zijn.

Maar ik vocht terug via 4 (vier!) wrakingsprocessen. Rechter mr. Frans V heeft geen minuut wakker gelegen van die vier tegen hem ingezette wrakingsprocedures. Hij heeft zich met een slechts oppervlakkig en leugenachtig verweerschrift geweerd. Meer inspanning was niet nodig. De edelachtbare mr. Frans V wist immers dat zijn very good friends over die wrakingsverzoeken gingen. Dus geen reden voor zorg.

Over de terechtwijzingen van de door mr. Frans V zélf als accountant deskundige aangewezen account, was hij echter minder te spreken. En bij zijn cliënten was er na het verschijnen van het definitieve accountantsrapport zelfs sprake van hevige consternatie.

Mr. Ruben D besloot dan ook in allerijl een mail naar de arbiter te versturen met verzoek om het opgemelde accountants-rapport aan een indringende analyse te onderwerpen.

Mr. Frans ging onmiddellijk akkoord. Dat was in zoverre opmerkelijk, omdat het arbitrageproces was afgesloten en mr. Frans V inmiddels naar Nederland was vertrokken. Maar mr. Frans stond wanneer nodig altijd paraat voor zijn opdrachtgever en diens cliënten/witteboordencriminelen.

Mr. Frans maakte in de agenda die hij voor de extra in te lassen sessie had opgesteld, de volgende kanttekening (ik citeer):

“De arbiter zal ook moeten onderzoeken of op basis van het definitieve rapport onderdelen van de beslissing van 13 september 2010 heroverweging behoeven”.

Aan huisaccountant drs. Terry H was de taak toevertrouwd de extra ingelaste sessie te gebruiken om met de van hem bekende bluf en grootspraak, het rapport van de accountant deskundige tot de grond toe af te branden. Omdat drs. Terry H inmiddels een in brede kring bekende reputatie van foute accountant had opgebouwd, verwachtte ik weinig goeds van dat optreden.

En dat te meer niet, daar verwacht mocht worden dat de “omgeprate” arbiter mr. Frans V het bla bla geroeptoeter van drs. Terry in begrijpelijke juridische taal zou redigeren.

Een en ander uiteraard naar volle tevredenheid van mr. Ruben D en zijn dubieuze cliënten. Mr. Frans V bleek wel bereid te zijn de reis naar Curaçao te maken om de cliënten van consigliere mr. Ruben D hun zegje te laten doen. Maar hij wilde mij per se niet toestaan om ook mijn pijnpunten te bespreken.
Van mij werd wél verwacht dat ik een aandeel in de kosten van de reis van de arbiter naar Curaçao op mij zou nemen.

Toen ik stelde alleen dan aan de kosten bij te dragen, indien ook aan mijn pijnpunten in die extra ingelaste sessie aandacht zou worden besteed, weigerde arbiter mr. Frans V dat resoluut en blies de reis naar Curaçao af.

Hij besloot vervolgens eigenmachtig het door de accountant deskundige bepaalde bedrag van de goodwill met maar liefst 70% te verlagen. Het is duidelijk dat hij hierin op het kompas van accountant drs. Terry Hernandez voer en zich door niets en niemand van zijn koers zou laten afbrengen.

De door de arbiter bepaalde goodwill zou overigens sowieso te laag zijn uitgevallen. Want de arbiter besliste – het advies van Terry H volgend – dat de goodwill slechts op basis van de drie jaar die ik aan de maatschap had deelgenomen, zou worden bepaald.

Dat het bedrijf meer dan twintig jaar geleden door mij was opgezet; dat met de ex-partners was afgesproken dat ik mijn bedrijf in een maatschap met hen zou voorzetten; dat de partners die afspraak hadden geschonden en ik onder valse voorwendselen uit mijn eigen bedrijf was verwijderd…… Niets hielp. De “omgeprate” mr. Frans toonde zich onverbiddelijk.

De arbiter ging ook met het grootste gemak voorbij aan meer objectiveerbare bezwaren.

Drie accountants (twee RA-accountants en een CPA-accountant) hadden in schriftelijke adviezen de arbiter er op gewezen dat het volgens internationale normen gebruikelijk was de goodwill aan de hand van een langere periode dan drie jaar – vijf jaar was een goede norm- vast te stellen. Dit om de in beginjaren obligate bedrijfsverliezen op te vangen die anders de goodwill onredelijk negatief zouden beïnvloeden.

Ook deze adviezen werden door de arbiter achteloos weggewuifd stellende dat de maatschap waaraan ik had deel genomen slechts drie jaar had bestaan. De arbiter volgde ook in deze blindelings de adviezen van drs. Terry H.

Het zal niemand verbazen dat drs. Terry H uiteindelijk toch tegen de lamp liep.
Hij werd in mei 2012 (vlak voor het in juni 2012 gepubliceerde arbitrale eindvonnis) door de Accountantskamer voor zes maanden in het accountantsregister geschrapt. Hij had een ondeugdelijk rapport opgesteld dat tot het onterechte ontslag van de persoon had geleid, die de klacht tegen hem had ingediend.

Drs. Terry H leek hierna achter de horizont te zijn verdwenen. Er is sindsdien hoegenaamd niets meer van hem vernomen.

Maar hoeveel rechters zouden er niet zijn veroordeeld, indien er ook voor rechters een neutraal en onafhankelijk instituut zou hebben bestaan, aan wie men deze zaak had kunnen voorleggen?

Als we de door mr. Ruben D gemanipuleerde akte (vide bijlage 1a en lb) aan een nader onderzoek onderwerpen, stuiten we op merkwaardigheden waar men niet zomaar aan voorbij mag gaan. Bepaald opmerkelijk is dat die uit doorhalingen bestaande akte een formele (definitieve) akte beoogt te zijn.

Mr. Ruben D meent dat elke buitenstaander direct door zal hebben dat hij met een definitieve akte te maken heeft, omdat het woord “concept” op alle bladzijden van de akte is doorgehaald en bij die doorhalingen parafen zijn geplaatst.

Mr. Ruben D gaat dan wel voorbij aan het feit dat men in dit digitale tijdperk met de nodige verwondering zal opmerken dat dit een wel hoogst ongebruikelijke manier is om aan te geven dat men niet met een concept, maar met een definitieve akte te doen heeft.

De objectieve bijstander zal zich verbaasd afvragen of met het uitprinten van een opgeschoonde versie, niet minder tijd gemoeid zou zijn geweest en een geloofwaardiger resultaat had opgeleverd. Een akte die bedoeld is om partijen aan bepaalde overeenkomsten te binden mag immers niet onderhevig zijn aan de twijfels die de “akte van mr. Ruben D oproept.

Er zijn twee groepen te onderscheiden onder de personen die zonder aarzeling aangeven met een authentieke en definitieve akte te maken te hebben.
Dat zijn enerzijds de complotteurs die bij het opmaken van deze akte betrokken zijn. Die zullen te allen tijde veinzen dat het een legitieme akte is. Tot die groep behoren ook de rechters van het GHvJC die om hun foute collega te dekken er belang bij hadden om deze zg akte, die reeds a prima vista wantrouwen wekte, als een legitieme akte te beschouwen.

De andere groep bestaat uit zwakbegaafden die men van alles wijs kan maken.

Maar de bedoeling van mr. Ruben D was niet alleen zijn akte voor de definitieve akte te laten doorgaan.

De akte moest ook aangeven dat van de in de akte vermelde partijen, één, in casu de VOF, geen deel meer zou uitmaken van de overeenkomst. Bepaald opmerkelijk omdat die partij op élke pagina van de akte prominent als partij wordt vermeld.

Het aan de overeenkomst onttrokken zijn van de VOF zou moeten worden afgeleid uit het geïsoleerd op de laatste pagina van de akte geplaatst zijn van de VOF; terwijl alle overige partijen op de vorige pagina werden vermeld en daar de handtekeningen zijn geplaatst.

Heeft u ooit zo’n bizarre lay out meegemaakt? Moet dit van doorhalen en van een bizarre lay out voorziene product een formele overeenkomst voorstellen?

Zou u zonder de “uitleg” van de Heer Ruben Diaz gewoon op basis van “ gezond boerenverstand” hebben begrepen dat u met een formele akte te doen heeft, waar een van de partijen aan de overeenkomst is onttrokken? Niemand, behalve de complotteurs onder wie mr. Ruben D himself, zijn cliënten en de door mr. Ruben D “omgeprate” als zijn arbiter bijklussende rechter mr. Frans V die dit zonder de nodige uitleg doorhebben. Tot deze groep mogen ook de rechters van het GHvJL worden gerekend die voorgaven rotsvast in de echtheid van dit schotschrift te geloven.

Maar laten we voor dat we eerst alle twijfel aan de mogelijke echtheid van dit door mr. Ruben D gemanipuleerd vod wegnemen. De overeenkomst is per definitie ongeldig omdat het niet de wil van alle partijen vertegenwoordigt.

Niemand zal naar eer en geweten durven verklaren dat ik ten zij laveloos dronken of door een zonnesteek geveld, een akte zou ondertekenen, waarbij ik mij akkoord verklaar met het aan de akte onttrekken van de enige solvente wederpartij; de enige partij die ik met succes tot betaling kon dwingen.

De overeenkomst is op basis van dwaling en bedrog tot stand gekomen en dus per definitie vernietigbaar.

Mr. Ruben D was om te beginnen niet gerechtigd om een niet door hem opgestelde akte te bewerken en naar de arbiter door te geleiden. Maar daar heeft hij zich niets van aangetrokken. Hij heeft zijn gemanipuleerde akte via de secretaris van de arbitragecommissie die ook bij zijn complot betrokken was, naar de “omgeprate” arbiter mr. Frans V laten doorsturen.

Hij heeft vervolgens de door hem “omgeprate” arbiter opgedragen om de gemanipuleerde akte als de door partijen geaccordeerde akte in het arbitrageproces te gebruiken.

Ik heb dit alles tot vervelens toe de rechters van het GHvJC voorgehouden, maar die gaven er de voorkeur aan geloof te hechten aan de verhaaltjes van de eerder voor fraude veroordeelde advocaat mr. Ruben D.

Mr. Ruben D heeft, zoals eerder gesteld, beweerd dat hij de akte, via de (overigens ook bij het complot betrokken) secretaris van de arbitragecomissie, mr. Jos D naar de arbiter heeft doorgeleid. Maar op dit punt geven de advocaten verschillende en met elkaar in strijd zijnde lezingen. Niet verwonderlijk overigens wanneer het om een hoax gaat.

Mr. Ruben D wordt om te beginnen tegengesproken door de advocaat mr. K Fr van rechter mr. Frans V. Mr. K Fr liet die in de door hem ondertekende conclusie van antwoord optekenen dat partijen voor de aanvang van de eerste mondelinge arbitragesessie, gezellig met elkaar om de tafel zijn gaan zitten om van de concept akte het woord concept door te halen, parafen bij de doorhalingen te plaatsen. De door alle partijen ondertekende concept akte werd hierdoor de definitieve akte.

Als het niet om zo’n ernstige zaak ging, zou het om te bulderen zijn van het lachen. Deze advocaat die doorgaans stukjes schrijft over de ontoelaatbaarheid van het door advocaten liegen voor de rechter, gaat in deze alle perken te buiten.
Maar hij wist dat hij met die baarlijke nonsens bij de rechters van het GHvJC terecht kon. Sterker nog die verwelkomden elk argument waarmee die valse akte als echt kon worden voorgesteld. Het ging die rechters niet om de waarheid, maar alleen maar om het uit de wind houden van hun foute collega mr Frans V.
En daarvoor was elke dwaling, elke leugen en elk bedrog, hoe bizar ook, OK.

Och, het verontwaardigd ach en wee geroep zal bij die opmerking niet van de lucht zijn. Rechters zijn toch integer en onkreukbaar…?

Maar het is de simpele waarheid en de trieste werkelijkheid van nu:
Indien een lokale Curaçaose politicus zich aan deze manipulatie had bezondigd, zou vanuit de ivoren toren van de rechterlijke macht, het zwaarste oordeel over deze fraudeur zijn geveld. Maar mr. Frans V is geen Curaçaose politicus, maar een edelachtbare, onafhankelijke, onpartijdige en onkreukbare Nederlandse rechter. Dan gelden naar het zich laat aanzien andere normen.

Ik zal in de volgende column meer argumenten presenteren waarmee wordt aangetoond dat de akte van advocaat mr. Ruben D en rechter mr. Frans V een product is van manipulatie en valsheid in geschrifte. Ten overvloede weliswaar, maar voor de illustratie hoe in deze zaak, kromspraak in de plaats van rechtspraak is gekomen, toch van nut.

Ik zal tevens aantonen dat de “omgeprate” mr. Frans V zich niet alleen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte, maar zijn opdrachtgever mr. Ruben D ook anderszins met volle inzet heeft gediend. Mr. Frans V heeft in het arbitragetraject een twintigtal deels foute, deels partijdige maar merendeels corrupte voor partijen bindende besluiten gegeven.

Besluiten waarvoor hij in enkele gevallen zelfs door de officieel aangestelde accountant deskundige terug werd gefloten.

Wordt vervolgd

Dr. Jose ‘Joe’ M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Lees meer…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *