mobile

desktop

NOS | Kruisgesprek NOS over vliegveld Sint Maarten

Verslaggever Jurgen van den Berg vanochtend op NPO radio 1 in gesprek met NOS correspondent Dick Drayer over het stopzetten van coronasteun door Knops op Sint-Maarten. Nederland en...

Column Youp | Popster op Urk

Is die Haga nog bij elkaar? Of is zijn kompaan Smolders inmiddels ook al voor zichzelf begonnen? En had Thierry nou wel of geen corona? En was...

Column Kunneman | Bijl

Juridische column mr. Frank Kunneman Een boete van meer dan een half miljard euro is niet meer extreem hoog als een bank zijn compliance onvoldoende op orde heeft....

Column Hessels | Van red tape naar red carpet

Door Armand Hessels Ruim 25 jaar geleden uitte de directeur van een belangrijke overheidsentiteit tegen mij zijn frustratie over de enorme bureaucratie die investeerders moesten ondergaan om nieuwe...

Column Den Cayente | Say his name

Column Arien Rasmijn De openbare bijeenkomst eerder deze week waarin uitleg werd gegeven over het forensisch rapport over Refineria di Aruba was, zoals te verwachten viel, boven alles...

PBC | Kan iemand op het strand Fort Amsterdam even corrigeren?

Redactioneel Commentaar | Dick Drayer De stranden van Curaçao zijn sinds vandaag weer toegankelijk voor het publiek. Dat waren ze eigenlijk al vanaf het begin van de Coronacrisis,...
- Advertisement -spot_img

Column Youp | Fietsie foetsie

HomeColumnColumn Youp van 't HekColumn Youp | Fietsie foetsie

Youp van ‘t Hek voor NRC Handelsblad | Fietsie foetsie

Gistermiddag liep ik op een bijna verlaten Binnenhof omdat Wybren, Thierry en ik binnenkort een gezellig reisje gaan maken. We moesten nog even wat details bespreken. Opeens zag ik een radeloze Rutte.

Hij zocht wanhopig naar zijn fiets die hij donderdag in grote haast ergens had neergezet. Hij had geen idee waar, omdat hij donderdag best druk was geweest. Waarmee? Dat wist hij niet meer precies. Gewoon druk.

“Dat wordt nog wat met die eieren dit weekend”, schaterde hij uitbundig om zijn eigen grapje. De fiets kon volgens hem niet gejat zijn omdat hier uitsluitend betrouwbare mensen rondlopen. Nu moest hij weer lachen. Ik ook.

“Is zij ook betrouwbaar?” Ik wees hem op een enigszins radeloze zwerfster, die turend naar de grond in zichzelf liep te murmelen. Door haar mondkapje kon je niet goed verstaan wat ze zei. Ze hield een stapeltje papieren angstvallig tegen zich aan.

“Dat is haar gekkenhuisrapport”, fluisterde Mark, “daarin staat dat ze knettermesjogge is”.

Ik vroeg hoe ze heette. Mark had geen idee. Zijn fiets heette trouwens Pieter. Soms kwam hij als hij hem riep, maar vandaag lukte dat niet. Pieter stond waarschijnlijk op slot.

Ik liep naar de zoekende vrouw en zag dat het onze Kajsa was. Toen ik haar naam noemde tikte ze met haar wijsvinger tegen haar mondkapje en siste: “Ssssttt!”

“Ze bedoelt dat je niet moet praten”, fluisterde Mark, “je moet hier altijd heel erg op je woorden letten. Niet praten en zeker niks opschrijven”.

Op dat moment kwam Henk Krol aanlopen. Hij drukte mij een foldertje van een nogal tuttig Bed & Breakfast in de hand. Dat ging hij samen met zijn man vanaf volgende maand runnen.

“Eerst trouwen Henk”, riep Mark.

“Sssst”, siste Kajsa en hield haar stapeltje papieren nog steviger tegen zich aan.

Ik vroeg aan Henk of hij wist wat het geheim van een goed huwelijk was. Een slecht geheugen. Mark rolde over de kasseien van het lachen. Daarop vroeg ik aan Mark of hijzelf getrouwd was. Dat wist hij niet. Hij dacht van niet en als het wel zo was dan was het alweer zo lang geleden.

Ik vroeg of Kajsa het misschien wist. Mark had geen idee wie ik bedoelde. Ik wees op de naar de grond starende vrouw. Hij wist niet hoe ze heette.

Krol vroeg wat ik op het Binnenhof kwam doen. Ik zei dat ik dat beter aan hem kon vragen. Hij vertelde dat hij aan het afkicken was. Hij mocht om de dag iets tegen Jaïr zeggen en dat werd dan uitgezonden bij Beau. Hij was te bang dat mensen hem zouden vergeten. Mark vroeg wat hij bedoelde met vergeten. Kajsa mompelde dat je dan iets niet meer weet. Mark vroeg zich af hoe zijn fiets heette. Hij dacht: Tamara.

Henk wilde nogmaals weten wat ik daar nou precies kwam doen. Ik vertelde dat ik binnenkort met Thierry en Wybren naar Brazilië ga om te kijken hoe efficiënt ze daar de coronapandemie aanpakken.

“Gaan jullie vliegen?”, vroeg Kajsa.

“Nee, dat mag niet. We gaan per Urker kotter met een dominee aan het roer. Dus er kan ons niets gebeuren. God is onze gps en die zorgt dat we veilig aan de overkant komen En als de boot zinkt dan gaan we het laatste stukje lopen!”

“Ik doe alles op de fiets” zei Mark, “maar dan moet ik wel weten waar die is! Mijn fiets heet trouwens Wouter.”

Ik vertelde onderhand dat ik ontzettend veel zin in het reisje had. En Thierry en Wybren ook. En dat ik midden op zee door Martijn Koning verzonnen Jodenmoppen zou gaan tappen.

Op dat moment ging er op de eerste etage met veel lawaai een raam open en schreeuwde een oude verwarde vrouw iets over een nieuwe lente en een nieuw geluid.

Ik zei tegen Mark dat dat Annemarie Jorritsma was. Mark had geen idee. Hij kende geen Annemarie. Hij had wel ooit een oude fiets met die naam gehad. Toen keek hij mij angstaanjagend aan en vroeg: ”Heet u Mark?”

Bron: NRC Handelsblad op https://www.nrc.nl/nieuws/2021/04/02/fietsie-foetsie-a4038368

Dit artikel is geplaatst in

Zoeken

Recente reacties