FD | AFM: controles door accountants zijn nog beroerder dan drie jaar geleden

Bas Knoop Jeroen Piersma • Financieel Dagblad

AFM-bestuurslid Gerben Everts tijdens een persconferentie. De accountantsorganisaties die de boeken mogen controleren van banken en beursgenoteerde bedrijven laten nog steeds te veel steken vallen, blijkt uit twee onderzoeken van de toezichthouder | Foto: ANP/Koen van Weel

De grote accountantskantoren in Nederland hebben ‘een joekel van een probleem’. Zij doen hun werk nog steeds niet goed en de verandering gaat te traag. Dat zegt bestuurder Gerben Everts van de Autoriteit Financiële Markten. Hij baseert zich op een woensdag gepubliceerd onderzoek van de AFM naar de kwaliteit van het controlewerk van de zogeheten Big 4 kantoren, EY, Deloitte, PwC en KPMG.
Van de 32 onderzochte controledossiers voldeden er 19 (59%) niet aan de eisen. Dat is nog meer dan bij het vorige onderzoek uit 2014, toen 18 van de 40 dossiers (45%) een onvoldoende kregen. Het resultaat valt ook tegen omdat de sector in 2014 aan de slag is gegaan met een groot hervormingsplan, dat 53 maatregelen omvat. De aanleiding voor dat plan was een reeks affaires, waaronder die rond rond Vestia, Imtech en Ballast Nedam, en de maatschappelijke verontwaardiging hierover.

EY op één hoop met middelgrote kantoren

Behalve een onderzoek naar de controledossiers bij de Big 4, heeft de AFM bij acht accountantskantoren (de Big 4 en Mazars, BDO, Accon en Baker Tilly Berk) ook gemeten welke veranderingen zij hebben doorgevoerd om tot een meer kwaliteitsgerichte cultuur te komen. Ook over die inspanningen is de AFM niet tevreden, al maakt zij hier wel onderscheid.

AFM-bestuurslid Gerben Everts tijdens een persconferentie. De accountantsorganisaties die de boeken mogen controleren van banken en beursgenoteerde bedrijven laten nog steeds te veel steken vallen, blijkt uit twee onderzoeken van de toezichthouder.

De drie grote kantoren Deloitte, KPMG en PwC hebben meer bereikt dan de rest op het gebied van gedrag, cultuur en bestuur (governance). Everts spreekt in dit verband van een ‘lichtpuntje’. Een kantoor, Grant Thornton, is niet in het rapport meegenomen, omdat dit kantoor zo weinig aan verandering heeft gedaan dat het eigenlijk niet te meten viel.

Opvallend is dat EY op dit punt op één hoop wordt gegooid met de middelgrote kantoren Mazars, BDO, Accon en Baker Tilly Berk. In 2014 kwam EY relatief het best uit het AFM-onderzoek, met ‘slechts’ 3 van de 10 dossiers onvoldoende. Deze keer zijn dat er 6 van de 8, terwijl EY het ook bij het verandertraject niet goed heeft gedaan. Everts noemt EY ‘een casus apart’. Hij bevestigt dat het slechte rapport van de AFM een rol heeft gespeeld bij de ingreep in top van de accountantspraktijk bij EY. Het EY-bestuur verving eerder dit jaar de voorzitter van de accountantspraktijk en twee bestuurders.

De groep middelgrote kantoren blijft nog ver achter op de meeste onderzochte onderdelen van de veranderprogramma’s. Bij deze groep stuurt het bestuur niet voldoende op kwaliteit, wordt er onvoldoende gemeten of de acties ook resultaat hebben en schieten de analyses van oorzaken en het beloningsbeleid van de partners nog te kort. Everts wil dat de middelgrote kantoren een serieuze concurrent zijn voor de Big 4. ‘Als ze dat niet kunnen, moeten ze andere maatregelen nemen.’ Daarbij denkt hij aan fuseren of eventueel het inleveren van de vergunning om grote ondernemingen te controleren.

Tekortkomingen vergelijkbaar met 2014

Bij het onderzoek naar de controledossiers van de Big 4 constateert de AFM dat de tekortkomingen vergelijkbaar zijn met die uit het vorige onderzoek. De controle op het interne beheersingssysteem van de gecontroleerde ondernemingen schiet te kort. Ook de detailcontroles en cijferanalyses worden niet goed uitgevoerd. Everts; ‘Wij kunnen niet accepteren dat 19 van de 32 controledossiers onvoldoende waren. Een accountantscontrole moet spic en span zijn, het is geen “rocket science”.’

Maar ook hier is er onderscheid. Bij Deloitte waren drie van de acht dossiers onvoldoende, bij PwC vier, terwijl KPMG, en dus ook EY, zes ondermaatse dossiers hadden. Dat KPMG niet, net als EY, bij de middelgrote kantoren wordt ingedeeld, komt doordat KPMG op het punt van cultuurverandering wel goed heeft gescoord.

Om de druk op de ketel te houden gaat de AFM de komende tijd ook bij de middelgrote kantoren onderzoek doen naar de controledossiers. Dat onderzoek moet in de loop van 2018 ter beschikking komen. Ook houdt hij de mogelijkheid open om net als na het rapport uit 2014 boetes uit te delen aan de kantoren.
Niet verrast, maar ook niet blij

Anders dan in 2014 vraagt de AFM nu niet om aanvullende maatregelen van de politiek. In 2014 kondigde minister Dijsselbloem een aantal wettelijke maatregelen aan, zoals de verplichting voor de kantoren om een onafhankelijke raad van commissarissen aan te stellen. Die maatregelen zijn inmiddels grotendeels ingevoerd. Zo krijgt de AFM binnenkort de bevoegdheid om bestuurders van accountantskantoren te toetsen op geschiktheid, een toets die al een aantal jaren bestaat in de financiële wereld.

De sector zelf reageert met gemengde gevoelens op het rapport. Pieter Jongstra, voorzitter van beroepsvereniging NBA, zegt dat het rapport hem niet heeft verrast, maar dat hij de uitkomsten graag anders had gezien. ‘Er zijn voor de fijnproever wel een paar lichtpuntjes, maar ik moet toch constateren dat de hervormingsmaatregelen uit 2014 nog niet het gewenste effect hebben gehad.’

Tot de ‘lichtpuntjes’ rekent hij de verbetering van de rapportcijfers voor de dossiers van 2015 ten opzichte van die in 2014. ‘Het zit hem vooral in de tijd die we nodig hebben. Het gaat om een fundamentele verandering en we hebben niet de beschikking over een lichtknopje wat we om kunnen zetten.’

KPMG, Deloitte en PwC omarmen in hun reactie alle drie de relatief goede scores die zij hebben behaald in de meting van de cultuurveranderingen. Wat betreft de onvoldoendes op de controledossiers erkennen zij dat het ‘nog beter kan en moet’. PwC plaatst ook een enkele kanttekening bij het AFM-rapport. Omdat de AFM op een beperkt aantal dossiers baseert ‘blijft het lastig om een duidelijk beeld van de voortgang met betrekking tot het veranderproces te geven.’
Twee oordelen

PwC wijst er in zijn reactie op dat het beeld van de onvoldoendes voor de controledossiers enige relativering behoeft. De AFM en de Amerikaanse toezichthouder PCAOB blijken het niet altijd met elkaar eens te zijn. Een dossier wat de AFM als onvoldoende kwalificeert kan bij de PCAOB wel door de beugel. ‘Blijkbaar worden de normen internationaal verschillend uitgelegd’, schrijft PwC. Om daaraan toe te voegen dat het met het oog op de internationaal opererende Nederlandse bedrijven wel van belang is dat ‘de Nederlandse maatschappelijke ambitie rondom wettelijke controles internationaal in de pas blijft lopen.’

Volgens AFM-bestuurder Gerben Everts betekent het afwijkende oordeel van de PCAOB niet dat er een soort grijs gebied is wat betreft de kwaliteitseisen. ‘De PCAOB heeft dezelfde conclusies getrokken als wij. Maar zij toetsen met Amerikaanse normen en die wijken soms af van de Nederlandse normen. Zo is de Amerikaanse norm voor omzetverantwoording minder stringent. ‘Vandaar dat wij op dit punt wel een bevinding hebben, en zij niet.’

Bron: Financieel Dagblad

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *