Column JM Eustatia | Foute rechter(s): Zambesi (1)

Column door dr. Joe M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Ik word bij het schrijven van dit vervolgverhaal niet gehinderd door tegenzin, maar er is anderzijds ook geen sprake van vreugde. Ik had liever gehad, dat ik dit verhaal niet had hoeven te schrijven.  Ik ben er de man niet naar om als klokkenluider de publiciteit op te zoeken of die er anderzins behagen in schept schade toe te brengen aan gevestigde reputaties. 

Maar als men de overtuiging is toegedaan, dat het in het kader van de handhaving van de rechtszekerheid nodig is justitiële ongerechtigheid aan de kaak te stellen, ongerechtigheid, waaraan de reguliere pers geen aandacht besteedt c.q. geen aandacht aan wíl besteden, is men welhaast verplicht die taak over te nemen en wordt men klokkenluider tegen wil en dank.

Dat klemt te meer, als de aanwijzingen waarover ik beschik solide zijn en er op wijzen dat het op zijn minst de schijn heeft dat Vrouwe Justitia op Curaçao in deze er dóélbewust voor heeft geopteerd om ten einde Veenhof uit de wind te houden, de weg naar het dwaalpad in te slaan.

Een keuze, waardoor de rechtszekerheid, het fundament van onze democratische rechtsstaat, wordt geschaad. In een ingezonden stuk, dat in het Antilliaans Dagblad op 9 december 2015 werd gepubliceerd, plaatste ik kanttekeningen bij de rol van de toentertijd op Bonaire gevestigde rechter-commissaris mr. F.J.P. Veenhof, die met zijn interventie een mogelijk bepalende rol heeft gespeeld in de uitkomst van het proces, dat door het OM tegen Booi en El Hage was opgestart.

Alhoewel niet het al dan niet bewezen zijn van de schuld cq onschuld van Booi en El Hage het hoofdthema van mijn ingezonden stuk was, werd door het Antilliaans Dagblad een lang en niet geheel ter zake doende naschrift aan mijn artikel gewijd, waarin topadvocaat mr. Geert-Jan Knoops himself, ondergetekende en de lezers van het Antilliaans Dagblad mocht pogen te overtuigen van het feit

“dat het OM wel degelijk voldoende mogelijkheden had gehad om de zaak grondig te onderzoeken en zijn cliënten derhalve terecht van elke blaam zijn gezuiverd”.

Nu door de hoogste rechter is bevestigd, dat het OM er niet in is geslaagd het wettig en overtuigend bewijs voor een veroordeling te leveren, heeft het minder zin te blijven kissebissen over de al dan niet vermeende schuldvraag van betrokkenen.

Maar dat betekent uiteraard niet, dat men ook verplicht is niet te twijfelen aan de onschuld van de betrokkenen, laat staan dat men voor het geloof in hun onschuld bereid zal zijn zonder vuurvaste handschoenen de hand in het vuur te steken.

Iedereen weet dat geen enkele politicus, de Bonairiaanse politicus niet uitgezonderd, de Antilliaanse politieke arena in een armlastiger toestand heeft verlaten, dan bij zijn intree in die arena.

In de indertijd beruchte Parker corruptie-affaire liepen met name de toenmalige Curaçaose minister van Financiën de grootste deuk op, terwijl toentertijd in brede kring werd aangenomen, dat het met name de Bonairiaanse politici zijn geweest, die van de hoed en rand wisten en van die affaire ‘wijzer’ zijn geworden.

Waar na de uitspraak in cassatie de discussie over de schuldvraag van Booi en El Hage minder zinvol wordt, wordt daarentegen de vraag naar de twijfelachtige rol, die de toentertijd op Bonaire gevestigde rechter commissaris mr. Veenhof in deze affaire heeft gespeeld juist prangender.

Door NRC journalist Joep Dohmen is de nodige aandacht aan deze zaak besteed. In zijn recente publicatie in de NRC, die door de Knipselkrant op 23 december jl werd overgenomen, verschaft Dohmen stevig indirect bewijs voor de partijdige betrokkenheid van Veenhof in deze beruchte Zambezi zaak.

In een enkele weken eerder in de NRC geplaatste en eveneens door de Knipselkrant opgenomen interview stelde Dohmen enkele pittige vragen aan mr. Knoops:

D: Volgens het OM was er, door een besluit van de rechter-commissaris om het onderzoek voortijdig te stoppen, te weinig tijd voor een goed corruptie-onderzoek.

K: Als ik naar de procesgang kijk, zie ik dat het OM daarna toch nog onderzoek naar corruptie heeft gedaan. Maar of dat een volwaardig onderzoek was, zou u bij het OM moeten vragen.

D:  De conclusie is dus, dat de corruptie-beschuldigingen nooit inhoudelijk zijn onderzocht door de rechter?

K: Dat klopt. Ze zijn dus formeel niet van corruptie vrijgesproken, want die zaak is inhoudelijk niet beoordeeld. Het OM is op dat punt niet-ontvankelijk verklaard. Het hof sprak eerder impliciet wel uit, dat voor het vervolgen van de corruptie onvoldoende basis bestond.

D: Volgens OM is er sprake van ‘hoogstmerkwaardig’ ingrijpen in een corruptiezaak. Dohmen vervolgt zijn artikel door uit te leggen

“dat eerder op verzoek van Booi en El Hage, mr. F.J.P. Veenhof, – toentertijd rechter-commissaris die 1,5 jaar op Bonaire was gestationeerd, thans vicepresident van de rechtbank Haarlem – na 9 maanden besloot dat het opsporingsonderzoek wegens “nodeloze vertraging” moest stoppen. Dit hoogst “merkwaardige” besluit “torpedeerde” volgens het OM het corruptie-onderzoek. Het besluit wekte ook bevreemding in gerechtelijke kringen. Corruptie-onderzoeken duren doorgaans jaren – zie bv. de zaak-Van Rey. Voor zover bekend was nog niet eerder een corruptie-onderzoek door een rechter zo in tijd beperkt”.

Ik meen, dat iedereen die van deze feiten kennis heeft genomen de interventie van rechter-commissaris mr. Veenhof als opmerkelijk en ongebruikelijk zal ervaren.

Er is dan ook zeker reden, voor meer daaraan te besteden onderzoek, dan waartoe de lokale dagbladen bereid lijken te zijn. Het is niet juist het artikel van Fennema als excuus te gebruiken voor het oproepen van twijfel aan de geloofwaardigheid van Dohmens kritiek op Veenhof.

Daarvoor zijn de door Dohmen in zijn tegen Veenhof gerichte artikelen aangevoerde argumenten te goed onderbouwd. Men mag overigens wel zijn twijfel hebben aan de bereidheid van de Nederlandse Staat, die m.b.t. de bijzondere gemeente Bonaire gewend is nogal standvastig de hand op de knip te houden, om zonder tegensputteren de geldbuidel voor vele miljoenen tbv Booi en El Hage open te trekken.

Het is dan ook niet voor niets dat mr. Knoops alvorens te besluiten de Nederlandse Staat te benaderen, eerst gaat pogen om met het OM tot een deal te komen. Het is dan wel de vraag wie dan voor de betaling van die enorme claim zal moeten opdraaien.

Het lijkt mij onwaarschijnlijk, dat het door deze affaire toch al danig beschadigde en gefrustreerd achter gebleven Caribische OM, de verantwoordelijkheid voor de betaling van de door mr. Knoops geclaimde miljoenen op zich zal willen nemen.

Ik was onmiddellijk na het lezen van de vrijspraak in cassatie van Booi en El Hage er van overtuigd dat de discussie over deze affaire spoedig opnieuw zou oplaaien. NRC top journalist Joep Dohmen bevestigde in een op 12 december 2015 aan mij gerichte e mail deze feitelijk voor de hand liggende aanname.

Aangenomen mag worden, dat dit slechts het begin zal zijn van een bredere discussie, waarvan het de vraag is of men op Curaçao zich daaraan moedwillig kan blijven onttrekken.

Mijn bijdrage aan deze discussie zal zijn het pogen een verband te leggen tussen het opmerkelijk optreden van mr. Veenhof in de Zambesizaak en het merkwaardig optreden van mr. Veenhof als voorzitter van de arbitragecommissie in een door mij aangevraagde arbitrageprocedure.

Waar door Dohmen levensgrote vraagtekens wordt geplaatst bij de integriteit van Veenhof in de Zambesizaak, zal ik in de volgende publicaties nog grotere vraagtekens plaatsen bij het optreden van Veenhof als voorzitter van de opgemelde arbitragecommissie. Er mag geen sprake zijn van te veel vraagtekens bij de integriteit van een persoon die in het dagelijks leven rechter is bij een belangrijke rechtbank als de rechtbank van Haarlem.

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. Joe M. Eustatia

Dr. J.M. Eustatia (1938) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Nijmegen. Hij promoveerde in 1971 tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift de vermenigvuldiging van virussen in lymphocytyen; een toentertijd zeer besproken onderwerp. In 1972 keerde hij als specialist in de laboratoriumgeneeskunde (hoofdvak Bacteriologie) naar Curacao alwaar hij tot 1998 als arts-bacterioloog en hoofd Landslaboratorium werkzaam is geweest. Eustatia heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie omtrent het voorkomen en de bestrijding van HIV-infecties (AIDS) op Curacao. Zijn werkzaamheden op dat gebied hadden als resultaat dat Curacao het eerste eiland in de Cariben was met een veilige bloeddonatie–organisatie. Curacao mocht tevens samen met Barbados als eerste landen in de Cariben de beschikking krijgen over het toentertijd enige en zeer beperkt beschikbare HIV bestrijdingsmiddel AZT. Lees meer…

2 Reacties op “Column JM Eustatia | Foute rechter(s): Zambesi (1)

  1. Renée van Aller

    De kwaliteit van de rechtsstaat staat of valt met de (on)partijdigheid van individuen. De verleiding is vaak zo omvangrijk dat de rechtsstaat weggevaagd wordt. Dat vindt plaats in het hele Koninkrijk. We zijn voor de rechtsstaat verklaren we veelvuldig en hardop. We belijden dat uitgangspunt theoretisch, maar niet in de praktijk. In de loop de jaren hebben we veel grievende gebreken en tirannieke tekorten vastgesteld in wat een rechtsstaat hoort te zijn. Het wordt er ook niet beter op. Integendeel. Waar is de uitzondering die de regel bevestigt? Renée van Aller & John de Vries

  2. ach er is niks nieuws onder de zon, weten allemaal dat de regeringspartijen van het voormalig Nederlandse Antillen in beperkte mate de corruptie van de zuster eilanden oogluikend goedkeurde omdat deze zuster eilanden het verschil maakte van regeren of niet regeren. Of het nu Sint maarten was of Bonaire de statenleden en hun partij konden alles doen en laten wat ze wilden zolang ze maar de grootse partij op Curacao steunden zodat die de regering konden vormen. Er was zelf plaats in de regering in de vorm van Staats Secretarissen.
    Belastingschulden die geschikt werden of kwijt gescholden enz. Let wel alles wettelijk hoor want in elke Landsverordering staat dat de Minister kan anders beslissen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *