AntilliaansDagblad | Tik voor de Aruba Bank

Gerecht: Pas reputatieschade na veroordeling van oud-minister Oduber

Oranjestad/Willemstad – Dat Otmar Oduber, de Arubaanse oud-minister voor politieke partij POR, verdachte is in een lopend strafrechtelijk onderzoek – met de daarmee gepaard gaande negatieve berichtgeving in de media – is volgens het gerecht voor Aruba Bank niet voldoende zwaarwegend om Odubers bedrijf Bochincha Container Yard (BYC) een bankrekening te weigeren.

,,In de rechtstaat Aruba geldt immers nog steeds en onverkort de presumptie van onschuld; een verdachte als Oduber, die ter zitting stellig heeft ontkend iets te maken te hebben met hetgeen waarvan hij wordt verdacht, heeft te gelden als onschuldig zolang hij ter zake waarvan hij wordt verdacht niet onherroepelijk is veroordeeld door de strafrechter.” Zo schrijft rechter Van de Leur in een kortgedingsvonnis van gisteren.

Ten aanzien van reputatieschade geeft de rechter aan dat die vrees (pas) voldoende zwaarwegend is als Oduber wordt veroordeeld voor waarvan hij wordt verdacht.

,,De omstandigheid dat Oduber op Aruba een (gewezen) politiek prominente persoon is, maakt dit niet anders”, voegt de rechter eraan toe. Van reputatieschade voor de Aruba Bank, de commerciële bank die Oduber de bankrekening voor BYC weigerde, kan wellicht sprake zijn als Oduber wordt veroordeeld voor hetgeen waarvan hij thans wordt verdacht.

,,Of dat ooit gaat gebeuren, is nog maar zeer de vraag”, aldus het vonnis, waar op Aruba maar ook op de andere eilanden met belangstelling naar werd uitgekeken omdat banken onder steeds meer (toezichts)druk zijn komen te staan.

Oduber geldt als verdachte voor vermoedelijk door hem gepleegde fraude en corruptie tijdens zijn periode als minister. Op grond daarvan wees de Aruba Bank, de grootste bank op Aruba, zijn verzoek in november 2020 om een bankrekening voor zijn bedrijf Bochincha af.

Overigens, zo blijkt ook uit het vonnis, alle andere op Aruba gevestigde banken hebben aan BYC en Oduber laten weten dat zij geen bankrekening zullen openen ten behoeve van het genoemde bedrijf, waarvan de ex-politicus 100 procent ‘ultimate beneficial owner’ (ubo) is. Maar Oduber bankiert al meer dan 25 jaar – probleemloos – bij Aruba Bank.

De Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (Lwtf) verplicht banken een cliëntenonderzoek te doen en op grond daarvan te bepalen of het risico laag, gemiddeld, hoog of onaanvaardbaar is. Dit heeft onder meer te maken met het risico op reputatieschade.

Het Handboek van de Centrale bank van Aruba (CBA) legt grote nadruk op de vaststelling van de ‘risk appetite’. Maar hoewel de Lwft en het CBA-handboek veel verplichtingen opleggen, laten zij de banken geheel vrij in het bepalen van wie zij als klant accepteren. Aldus het gerecht.

De rechter wijst erop dat banken op het eiland ‘een niet onbelangrijke bijzondere maatschappelijke functie hebben’ ook ten opzichte van het Arubaanse bedrijfsleven. De Aruba Bank stelt dat zij de vrijheid heeft om al dan niet met BCY een overeenkomst tot het openen van een bankrekening te sluiten.

,,Die stelling is in beginsel juist, met dien verstande dat de bank gezien voormelde functie en de daaruit voortvloeiende op de bank rustende zorgplicht een zakelijke relatie met in dit geval BCY alleen kan afwijzen indien daartoe objectief gerechtvaardigde zwaarwegende redenen zijn.” Die zijn er niet of onvoldoende.

Aruba Bank had ter zitting nog gesteld dat voor haar bedrijven als BYC, waar veel contant geld in omloop gaat, een niet acceptabel risico vormen. Die stelling is naar het oordeel van de rechter zonder nadere en zelf ontbrekende uitleg ‘onbegrijpelijk’. Omdat het algemeen bekend is dat op Aruba zaken als supermarkten, allerlei andere winkels en in de horeca veel contant geld in omloop gaat, terwijl die bedrijven wel een zakelijke relatie kunnen aangaan en onderhouden met de bank.

,,Hier komt nog bij dat BCY c.s. onbestreden hebben gesteld alle financiële transacties binnen het project Bochincha volledige transparant en controleerbaar zijn in het kasregister en de administratie van BCY, terwijl heeft te gelden dat contant geld op Aruba nog steeds een wettig betaalmiddel is.”

Oduber en zijn onderneming maken momenteel, bij gebrek aan een eigen bankrekening, gebruik van bankrekeningen van derden. Hij stelde dat het gevaarlijk is als hij veel contant geld bij zich heeft en houdt.

Ten aanzien van reputatieschade geeft de rechter aan dat die vrees (pas) voldoende zwaarwegend is als Oduber wordt veroordeeld voor waarvan hij wordt verdacht. Daarom is Aruba Bank wel bevoegd tot opzegging of ontbinding van de relatie met BCY als de ex-minister door de strafrechter – al in eerste aanleg – wordt veroordeeld. Oduber heeft desgevraagd tijdens de zitting te kennen gegeven zich hierin te kunnen vinden.

Deze zaak wordt met belangstelling gevolgd omdat veel banken zich geconfronteerd zien met reputatie- en andere risico’s alsmede nationale en internationale compliance-regels, op grond waarvan zij afgerekend worden door toezichthouders, en/of (internationale) aandeelhouders en eventueel zelfs justitie.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *